IN DEN TREIN
De Geref. Kerkbode van Zwijndrecht-Groote Lindt neemt uit den Bijb. Almanak onderstaand verhaal over :
„De dag was zwaar geweest en toen ik eindelijk tegen schemeravond van een verren tocht op het kleine station in den trein was gestapt, die mij naar huis zou terugvoeren, viel ik met echt welbehagen neder op het in dat oogenblik wellicht eerlijk verdiende coupé-hoekje. De trein dreunde door het donkere avondlandschap. Bij het vriendelijke licht zat ik te lezen en rustte uit met de prettige gedachte dat ik over eenige uren in de gezellige huiskamer van mijn taak zou uitrusten. De verlichte halten stormden mij voorbij, totdat de gang werd gematigd en wij een der groote steden naderden. De trein stond stil. Druk geloop op het perron. Slaan met coupédeuren. Late couranten jongens, die nog wat probeerden te verkoopen aan de reizigers, die met spoed naar huis gingen. In mijn coupé zaten een vijftal heeren. Handelsreizigers, zooals ik uit hun gesprekken begrepen, had. Doch ook bij hen was de conversatie niet levendig meer. Ze lazen wat en rookten wat. Niemand ging er uit, maar daar kwam wel iemand binnen. Door een soort van comité werd een geweldig gewichtig heer naar onze coupé geleid. Diepe buigingen, en geschud van handen, méér plechtig dan hartelijk, en beantwoord door de gewichtige persoonlijkheid met minzame woorden. Een dominé ? Misschien ook niet, maar hij zag er wel naar uit. Een groote witte das verklaarde aan elkeen, dat hij het op dien avond had gehad over andere dingen dan het allergewoonste. Die das verhoogde nog de ontzaglijk deftige uitdrukking van zijn welgedane, bleeke gezicht waarop een waas van nederigheid lag, maar in zijn oogen zag ik een groote zelfverheerlijking. Ik kon er niets aan doen dat ik het zag, maar ik geloof niet, dat ik mij vergiste. Hij stapte binnen en verwaardigde zich niet om te groeten. Hij fronste het voorhoofd, kneep de dikke lippen samen met een uitdrukking van verstoordheid, dat hem niet een coupéa lleen vergund was. Hij trad de coupé door, trok met een nijdigen ruk de deur naar de andere afdeeling open, sloeg die dicht en was verdwenen.
Dat is een vriendelijk mensch, zei er een. Laat hem zeilen, zei een ander. Dominé's kunnen we hier wel missen.
Ik lachte eens hartelijk en zei: Pardon heeren, je bent ze toch nog niet kwijt, want hier zit er nog een !
Ze zagen verbaasd: U ? vroeg er een ongeloovig. Maar U bent toch zeker geen dominé ?
Of ik ! Een echte, ouderwetsche rechtzinnige dominé. 't Is heusch.waar en als ik het bewijzen moet, dan kan ik dat, maar ik heb wat anders. Ik stel de heeren voor om — nu ze toch een dominé bij zich hebben — eens te gaan praten, niet over het weer of over de malaise of over de firma's, maar over de geestelijke dingen, waar toch een heel stuk van de wereld vol van is. En dan zullen we zien, dat je daar echt genoeglijk over praten kunt, zonder warm te worden of geprikkeld. Wij steken er een sigaar bij op en de heeren moeten maar beginnen.
Nu zei er een : daar heb ik beslist plezier in, want eerlijk gezegd, daar praten wij weinig over en ik weet er maar een schijntje van.
En, een ander sloeg zijn boek dicht en zette zich om te luisteren.
Maar U moet beginnen, werd er gevraagd. En ik begon en stelde de vraag, die de kern is van alles : wat denken de heeren van Jezus Christus, wie was Hij, en wat was Zijn doel ? En nu weet ik werkelijk niet meer wat er voor antwoorden los kwamen, maar wel weet ik, dat de tijd omvloog en dat er met waren ernst en eerbied gehandeld werd over de gewichtigste levensvragen. Zij vertelden mij van moeilijkheden en strijd, van het gezin, en ik probeerde in allen eenvoud het licht van het evangelie over alles te doen schijnen. Zij werden stiller en stiller. Ten slotte werden er geen stellingen meer verkondigd, die onkunde verrieden, geen vragen gedaan waarop feitelijk geen antwoord mogelijk is, maar ze luisterden en het werd bijna een godsdienstoefening, waarbij de tegenwoordigheid des Heeren ten duidelijkste werd ervaren. Lang hadden wij gesproken, toen een van mijn medereizigers, die tegenover mij zat, een jonge man, mij vroeg of hij ook eens wat mocht zeggen. Ik zag op zijn gezicht een diepe ontroering. Ik zag hem aan en daar waren tranen in zijn oogen. Zijn lippen beefden toen hij begon, terwijl de anderen stil en eerbiedig naar hem luisterden. Dominé ik heb geluisterd en ik heb het begrepen en wil een bekentenis afleggen. Ik had een vrome moeder, die juist zoo sprak als U. En nu is het precies alsof ik haar weer heb hooren spreken dezen avond. Ik ben de wereld ingegaan maar zonder haar geloof, omdat ik meende dat niet noodig te hebben. Maar wat U in mij hebt wakker geroepen door Uw spreken dat is meer dan ik zeggen kan. Ik beloof hierbij plechtig en iedereen mag het hooren: het geloof van mijn moeder zal vanaf dezen avond mijn geloof worden. Haar gebeden voor mij beschouw ik als thans verhoord. Vanaf den aanstaanden Zondag ga ik weer naar de kerk, waar ik lange jaren niet geweest ben Ik dank U hartelijk, dominé, voor dezen avond.... !
Daar was een stille eerbied bij allen. Daar wist niet een nog wat te zeggen. Wij spraken nog wat na. Maar de reis was nu weldra ook ten einde. Zij stelden zich allen aan mij voor en ze verzekerden mij dat ze nog nooit in hun leven zulk een prettige reis hadden gedaan. Wat was ik dankbaar ! Ik moest nog verder, doch toen ik weer alleen zat in mijn coupéhoekje was er een innig gebed in mijn ziel en groote dankbaarheid, en mij kwam in gedachte dat mooie vers :
Grijp toch de kansen door God U gegeven, Kort is Uw tijd hier, de tijd snelt daar heen, Wat toch, o mensch, blijft er over van 't leven ? D' arbeid in liefde gedaan om U heen.
Is er feitelijk iets anders, dat de moeite waard is om er voor te leven dan de heerlijke tijding te brengen van Jezus Christus ? Die glans heeft over alles van het leven ? ”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's