VRAGENBUS
Vraag : Wat beteekent het als er in Spreuken 22 vers 6 staat: „leer den jongen de eerste beginselen naar den eisch zijns wegs" ? Wat wordt daar bedoeld met „de eerste beginselen leeren” ?
Antwoord : Als wij spreken van „de eerste beginselen" van lezen, rekenen, breien enz., bedoelen we gewoonlijk de eerste en eenvoudigste kennis van een of ander vak leeren. De elementaire kennis van boekhouden, pianospelen, enz.
Zou nu Spr. 22 vers 6 óok beteekenen : breng aan jeugdige menschen de meest elementaire, eenvoudige kennis bij van wat ze weten moeten voor het leven ? Wij gelooven, dat er hier iets anders wordt bedoeld. Want als we heel den tekst lezen, merken we, dat er óók staat „als hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken." En die conclusie mag men niet trekken, als er stond „de meest eenvoudige of elementaire kennis" bij brengen.
Spr. 22 vers 6 zegt niet: doe het met jonge menschen maar kalm aan en breng maar wat eenvoudige, simpele kennis bij, dan komt het later wel terecht. Neen, Spr. 22 vers 6 bedoelt: doe het vastberaden, principieel, karaktervol, stevig, flink, zóó, dat hij er „houvast" aan heeft, 't Beteekent: grondig, principieel onderricht geven!
Het eerste onderricht, dat de jeugd krijgt, moet staan in het teeken van beginseltrouw. Er moeten principiën aan ten grondslag liggen. Het onderwijs moet grondig, vastberaden, beginselgetrouw zijn. Gewen den knaap daaraan, laat het jonge meisje dat voelen — en oud geworden zijnde, zullen zij er aan gehecht zijn, er eerbied voor koesteren en als ze volwassen zijn, zullen ze er uit leven.
In de nieuwe vertaling van prof. Obbink staat: „Gewen het kind aan een bedachtzamen wandel en hij zal in den ouderdom daarvan niet wijken." Ook in deze vertaling komt het dus uit, dat wat in de Staten-Vertaling genoemd wordt „eerste beginselen", allesbehalve beteekent „doe 't maar kalmpjes aan." In de Kantteekening hebben de Staten-Vertalers dan ook dit geschreven : „Het Hebreeuwsche woord beteekent eigenlijk iemand van jongsaf in eenige wetenschap, en voornamelijk in de gronden der heilige leer, tot zijner ziele zaligheid onderwijzen (Gen. 14 vers 14; Luc. 1 vers 4; Hand. 18 vers 25 enz.).
Spr. 22 vers 6 bedoelt dus kennelijk, dat jonge menschen van het begin af aan, naar den eisen huns wegs, degelijk, grondig, fundamenteel onderwijs in de leer der godzaligheid moeten ontvangen. Van wat hem in zyn jonkheid met de eerste onderwijzing grondig, degelijk, principieel is bijgebracht, zal hij, als hij ook oud zal geworden zijn, niet afwijken. Jong gewend, oud gedaan !
Maar dan van het begin afaan grondig, goed degelijk, principieel, wel overdacht, opdat hei gebouw van ons verdere leven hecht, vast, stevig staan zal, onder beding van Gods genade.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's