De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

DE ADVENTISTEN

11 minuten leestijd

Men zou verwachten, dat de ontnuchtering wel gekomen zou zijn over de volgelingen van den Adventist William Miller. Maar hoewel noch 21 Maart 1844 noch 22 October 1844 de Christus was gekomen en de aarde haar gewoon verloop voortzette, bleef men vasthouden aan een spoedige wederkomst des Heeren.
Men had zich vergist in de berekening. Niet in de getallen, want die waren wel goed. Maar men had de dingen door Daniël en in het boek de Openbaring genoemd verkeerd gezien. In 1844 zou niet de Christus komen, maar zou het nieuwe evangelie uitgaan en het heiligdom gereinigd worden van allerlei leugenleer en ongerechtigheid. De Kerken waren het groote Babel. De Zondagsviering was door den grooten verleider in Babel ingevoerd. En nu was in 1844 de adventistische beweging begonnen, dat was het Evangelie van den Engel uit Openb. 14 : 6—12.
De Adventisten zeiden, dat zij de menschen waren uit Openb. 12 : 17 „die de geboden Gods bewaarden" en dat de bestaande Christelijke Kerken waren het Babel uit Openb. 14 : 8, waar staat: Er is een andere engel gevolgd, zeggende : zij is gevallen, zij is gevallen. Babylon, die groote stad, omdat zij uit den wijn des toorns harer hoererij alle volkeren heeft gedrenkt." (Openb. 18 : 12).
Dat deed de Adventisten weer het hoofd omhoog steken. Ze hadden zich niet vergist, het jaar 1844 was en bleef een merkwaardig jaar, waarin de reiniging van het Heiligdom was begonnen. Uitgeworpen door de Baptistengemeente veroordeelden de Adventisten alle Kerken en de beweging begon onder hen, om de geboden Gods te herstellen in dien zin, dat de Sabbathistische beweging onder hen veld won en de rustdag verlegd werd van den eersten dag naar den zevenden dag der week.
Dit alles nam echter niet weg, dat de secte tot 1861 een ziekelijk bestaan leed. Eerst na dien tijd kwam er nieuw leven. Jozef Bates een scheepsgezagvoerder was in 1846 reeds met heel andere theorieën gekomen, maar na hem kwam het echtpaar White, die met kracht richting en stuur aan de beweging gaf. Mevrouw White geb. Harmon was een profetes, die wondere gezichten en visioenen ontving. Zij was bizonder begenadigd met de gaven des H. Geestes en reeds op 17-jarigen leeftijd verkeerde zij soms langen tijd in een soort vertrekking van zinnen, waarbij de hemel voor haar ontsloten werd. In Gods naam begon zij nu te profeteeren, dat het Heiligdom, dat gereinigd was, boven was in den hemel, dat straks geopenbaard zou worden op aarde. De Kerken, die allen den eersten dag der week hadden aangenomen als rustdag, waren de groote hoer uit de Openbaring geworden. Nu ging het onder de Adventisten, om het Heiligdom dat 22 October 1844 in den hemel gereinigd was en waar Christus als hoogepriester nu dienst deed, uit den hemel te verwachten. De rustdag moest worden hersteld op den zevenden dag. En men moest nu werken om de 144, 000 te vergaderen, die straks, naar luid van het boek de Openbaring, den berg des Heeren zullen beklimmen. Voor de zieken stelde men de zalving met olie in, bij de Avondmaalsviering kwam de voetwassching. Varkensvleesch te eten of te rooken, was verboden, want de Heere stond te komen en dan moest men zich van alle onreinheid en alle bedwelming onthouden. Koffie en thee mochten ook niet in adventistische kringen gebruikt worden. Waakt dan en weest nuchteren. De Heere komt! Maranatha !
De Adventisten hebben nu groote kracht. In 67 talen werken zij met J26 tijdschriften, waarvan „De Heraut der waarheid", „Sions wachter" en „Teekenen des tijds" de voornaamste zijn. In Amerika is hun hoofdstation. Maar b.v. in Duitschland hebben zij veel aanhangers. Voor Europa is Hamburg hun hoofdzetel, waar ook hun groote drukkerij is, waardoor het „Internationaal Tractaatgezelschap" een stortvloed van geschriften over de landen, wordt losgelaten. Kerken hebben ze niet. Kerkelijke organisatie dus ook niet. Zij hebben meer den vorm van gezelschappen, waar men saamgebonden is door de zelfde gedachte aangaande de te verwachten wederkomst van Christus. De Zevendedags-Adventisten zijn daarbij de talrijkste. Zij hebben ongeveer 1600 gemeenten met ongeveer 900 predikers en ruim 100.000 leden.
Een kleine groep onder de Adventisten zijn bepaald Chiliasten of voorstanders van een duizendjarig vrederijk op aarde. Die verwachten, dat de Joden weer naar Palestina of Jeruzalem zullen terugkeeren, dat de heilige stad weer zal worden herbouwd en dat Christus daar dan 1000 jaren zal regeeren.
Het zou niet goed zijn, om voorbij te zien wat de Adventisten in beginsel als heilig beginsel hebben voorgestaan en luide hebben gepredikt. Het is het stuk van de wederkomst van Christus, het stuk van de toekomst des Heeren. Hoeveel toch wordt dit belangrijk stuk gemist in het midden van 's Heeren Kerk, in het midden van de geloovigen hier en elders. Helaas ! leeft men er zoo weinig bij ! En daarom dat het geroep uitgaat onder ons : de Bruidegom komt! dat is wel goed. Dat moeten dat is allernoodzakelijkst. Maar ongelukkig scheidt men zich dan weer af van de Kerk; en de Kerken verlatend, gaat men in secte samenwonen. Daarbij werpt men zichzelf als profeet op, zeggende bizondere gezichten, openbaringen, visioenen gehad te hebben. En men opereert met den Bijbel op een manier, die alle ware Schriftkenners en Schriftliefhebbers pijn moet doen, door de eenzijdige, dwaze, hoogmoedige uitleggingen en verklaringen, die men telkens met de grootste stelligheid geeft.
Daarbij concentreerde zich alles éénzijdig rondom één stuk en legde men zich in vele dingen een juk op der dienstbaarheid, niet levende uit het geloof en bij de genade, welke in Christus Jezus is.
Den Bijbel gebruikt men. Den Bijbel neemt men als Gods Woord. Uit den Bijbel haalt men tal van teksten aan en over den Bijbel schrijft en spreekt men. Maar men doet het op een zeer gevaarlijke manier, gelijk dat de gewoonte der secten is. Daarom schijnt het dikwijls zoo mooi en zoo goed en zoo bijbelsch, wat de Adventisten schrijven en leeren, maar in den grond der zaak is het misleidend en verdervend, daar het niet is de prediking van het Evangelie des Kruises, dat den zondaar bekend maakt met de genade, welke is in Christus. Maar het is een vleeschelijke, wettische prediking, waarbij de schrik wordt aangejaagd aan allen die dit niet doen en dat niet doen, met berekeningen en verklaringen bovendien, die allerdwaast en bedriegelijk zijn. Inplaats dat men de zielen ordelijk inleidt in de heilgeheimen van Gods genadeverbond, verschrikt men de zielen met allerlei dwaze berekeningen, terwijl de Heiland heeft gezegd : van die ure weet niemand, dan Mijn Vader in den hemel!
Van wondere krachten, wondere gezichten, wondere openbaringen spreekt men. Daarbij veracht men de Kerken, alle, zonder onderscheid. Terwijl men zich kromt onder het juk van het Sabbathisme en zich daarbij vastklemt aan de letter van de wet, inplaats dat men leeft uit den dag der opstanding van Jezus Christus, die den Joodschen sabbath onder den vloek der wet in het graf doorbracht, om aan den morgen van den eersten dag der week gerechtigheid en leven en heerlijkheid .te openbaren, hetwelk op den eersten dag der week, zeven weken daarna, door de uitstorting van den Heiligen Geest werd bezegeld voor alle eeuwen.
Laat men, liever dan heil te zoeken in eigengekozen wegen en bij eigengekozen middelen, zich wenden tot de Schriften, die van Hem getuigen, in Wien voor gansch Sion eeuwige gerechtigheid en zaligheid is geopenbaard en Die nu zit aan de rechterhand des Vaders, vanwaar Hij uitzendt Zijn knechten, om te verkondigen het Evangelie allen creaturen. In die Zendingseeuw verkeeren we nu. De Heiland komt nog niet. Hij kan nog niet komen. Want het Evangelie is nog niet verkondigd allen volke, en eerst moeten ze hooren de woorden des eeuwigen levens, waar nu de wildste volkeren wonen.
En dán komt Hij weder op de wolken. Dan zal Hij komen op de wolken in Zijn verheerlijkte menschelijke en dus zichtbare natuur en dan zal Hij, de Zoon des menschen, het oordeel over alle menschen vellen, rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Die wederkomst van Christus mag niet op den achtergrond geraken in het midden van de Kerken, in het midden van de Christenheid, in het midden ook van ons.
Nu beschermt Hij Zijn Kerk. Nu waakt Hij over Zijn volk. Nu bidt Hij voor de Zijnen, de kleinen en de grooten. Maar dan zal Hij komen om te zitten als Rechter over levenden en dooden, en ze zullen allen voor Hem verschijnen, de kleinen en de grooten.
Dat moet men niet gaan verdoezelen met allerlei valsche Christussen, met allerlei profeten en leeraars, die opstaan hier en elders, om een ander Evangelie te prediken dan het Evangelie des Kruises, om een ander fundament te leggen dan hetgeen van God gelegd is en om een ander uitzicht te openen, dan in Christus, Sions Borg en Middelaar, geopend is.
Laat ons daarop dan onze ziele zetten. Niet op getallen, beelden, gelijkenissen, waarbij de fantasie van den verdwaasden, hoogmoedigen mensch vrij spel heeft. Laat ons niet ons hart zetten op dagen, op spijzen, op gewoonten en gebruiken. Maar laat ons van harte leeren gelooven in Hem, Die Zijn ziele heeft uitgestort in den dood, om een arm zondaarsvolk te verzoenen met God en straks in gerechtigheid en heiligen toorn te oordeelen allen, die den Zoon ongehoorzaam zijn.
Het is geen open vraag of er twee wegen zijn, hemel en hel; twee plaatsen, ter rechter-en ter linkerhand van den Rechter der aarde. — Het is geen open vraag, of de ziele zal ingaan na den dood tot de beërving van licht of om te verkeeren in de duisternis. Laat het waar zijn, dat wij niet op alle vragen aangaande de overzijde van het graf kunnen antwoorden — wat ook niet noódig is, daar het veilig en vast ligt in Gods hand — we weten toch naar luid van Gods Woord, dat het óf ten leven óf ten doode is en dat straks het lichaam zal worden opgewekt, om in onverderfelijkheid met de ziele dan te deelen of van de eeuwige vreugd of van de eeuwige Godverlatenheid met smart.
Neen, geen duizendjarig vrederijk is aanstaande. Het rijk Gods in Christus is er en komt en zal straks volkomen zijn. Dan zal het eeuwig wezen een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont.
Dáár gaat het leven, het wereldleven, het leven van Gods kinderen heen, naar die groote toekomst des Heeren. En ja, het leven is zoo ijdel, zoo ledig, zoo droef, zoo vol teleurstelling veelal. En dan jaagt men naar genot, naar geld, naar zonde en ongerechtigheid, om het ledige te vullen en het ijle te vergeten. Waarbij dan fantasieën werken en leugenprofeten spreken van een toekomst hier en een toekomst daar. Maar er is maar één toekomst, die groote toekomst, de toekomst van den Heere Jezus Christus. Waarvan we de ure niet weten, maar waarvan de zekerheid er is. En waarvan we met de Kerk van Christus aller eeuwen zeggen :
Vanwaar wij Hem ten oordeel wachten Met Eng'len en bazuingeschal; Wanneer Hij alle de geslachten 't Zij dood of levend, richten zal.
Hierop is het wachten der gemeente. Niet een haastig bewogen wachten. Met een onrustig en ongedurig wachten, dat telkens verstoord wordt door dwaze profetieën. Neen, de Gemeente des Heeren vertrouwt op Zijn Woord, dat de Vader wel weet wanneer Hij komen zal, maar dat niemand anders het weet. Om dan te wachten, niet in trage rust, maar in stille ontvankelijkheid voor God, opdat Hij in ons werke met Zijn Geest en Woord en opdat wij getuigenis mogen geven in woord en daad van Hem, Die staat te komen om de wereld te richten.
Zoo ontvangt de Gemeente, die wacht, vertroosting en sterkte door Hem, die straks komt, maar nu zit aan de rechterhand des Vaders. En gesterkt in het geloof mag Gods volk getuigen van heerlijke dingen, ook in lijden vertroosting en bij verdrukking sterkte ontvangend, waar Sion in den geest Hem ziet, die komt op de wolken.
Liever dan ons te vergapen aan de zonde en den gruwel der wereld, ruste onze ziele in geloove in Sions Borg en Middelaar.
En liever dan in onrust te bazelen van allerlei dwaze dingen, luistere onze ziele in stil geloof naar Hem, die zegt: „Zie, Ik kom haastelijk, en mijn loon is met mij om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn. Ik ben de Alfa en de Omega, het begin en het einde, de eerste en de laatste. Zalig zijn ze, die zijn geboden doen, opdat hunne macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan, in de stad.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's