De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

11 minuten leestijd

Een paar weken hebt ge tevergeefs gezocht naar het overzicht van de financiën. Ik kan het eenigszins begrijpen, dat ge misschien met eenig gevoel van teleurstelling onzen Vriend een oogenblik hebt aangezien, met de vraag, wat daarvan de oorzaak zou kunnen zijn.
Nu daarop kan u met weinig moeite een antwoord gegeven worden.
De posten welke inkwamen waren vooreerst niet overvloedig. Zoo'n heel enkele kwam er binnen, zoodat noodzaak om te melden niet bestond.
En dan zijn deze weken staande in het teeken van „niet thuis". Of ge zijt zelf op reis of ge hebt logees. De gewone gang is ten eenenmale zoek, zoodat voor rustig neder-zitten om een rubriek te verzorgen haast geen gelegenheid overblijft.
Toch heb ik verleden week pen en papier voor me neergelegd, om een overzicht te geven. Waarom ik aan dit voornemen geen gevolg heb gegeven zal ik u zeggen.
De Zendingsdag was in het zicht en nu is zoo langzamerhand de gewoonte ontstaan, dat onze menschen deze gelegenheid waarnemen om enkele boodschappen af te geven aan den Penningmeester, 'k Heb dat gezien bij onzen vriend wijlen Pliehe en evenzoo bij wijlen Jongebreur. Zoo van tijd tot tijd wipte er een naar het plekje waar hij of zij den Penningmeester van den Bond gezien had, en dan werd op een eenigszins onnoozele wijze hem iets in de hand gestopt met: „ge begrijpt me wel, voor het Studiefonds of voor de fondsen". En nu moet ge niet denken, dat die Penningmeester zich dadelijk al die verschillende menschen wist te herinneren, bij lange na niet. Hij mag wel een heel sterk geheugen hebben, en heel goed gezichten kunnen onthouden, maar de veelheid van indrukken brengt wel eens een kleine verwarring te weeg.
Zoo’n Zendingsdag is voor velen een kostelijke gelegenheid om vrienden en kennissen te ontmoeten. Ge kunt het dan ook van de gezichten aflezen dat men, in het algemeen genomen, dezen dag heerlijk vindt.
Nu, onder deze menschen behoor ook ik. 'k Sla niet, dan noodgedwongen, over. En nu behoef ik er niet bij te zeggen, dat niet deze factor de hoofdschotel vormt. Neen, èn het milieu èn het doel der samenkomsten leggen beslag. Zulk een samenkomst in de Rijssenburgsche bosschen, door den Geref. Zendingsbond belegd, is voor ons Gereformeerde volk aangewezen.
Voor den zooveelsten keer was ik er nu, dus ik kan uit ervaring spreken, maar dit wil ik even zeggen, dat de indruk, dien ik nu weer opdeed, deze was: „daar ligt nog beslag op ons volk als het Woord des Heeren wordt uitgedragen". Den eersten keer dat ik den Zendingsdag meemaakte, was dit gevoelen wel heel sterk; in latere jaren scheen het mij toe, dat het minder werd, doch nu weer was het oude aan het woord. Wonderlijk zijn vaak Gods wegen. Toen ik 's morgens van huis ging, wapende ik mij met jas en parapluie. Denkt ge — zoo werd me de vraag gedaan — dat er regen komt ? Het antwoord luidde : Niet weinig. Wacht maar een oogenblik. Nu, mijn profetie kwam uit. 't Zelfde gevoel, dat bij mij was, las ik ook van andere gezichten af, heel duidelijk. „Jammer", zoo rees de algemeene verzuchting.
En nu de conclusie.
Toen ik zelf sprak en evenzoo toen ik ook tusschen de luisteraars een plaats had gezocht, viel het mij zoo sterk op, hoe aller aandacht gespannen bleef, 't Was één parapluie-dak, maar die er stonden of zaten, stonden muurvast, 't Was er echt goed te zijn. 'k Heb eens weer bevestigd gezien: wat wij als schade berekenen, daar maakt de Heere vaak een winstcijfer van.
’k Stelde me zelf deze vraag: Zou zulk een luisterende schare wel gevonden zijn, als de zon had geschenen in vollen glans ? 'k Geloof het niet. Er lag nu beslag.
De algemeene gevolgtrekking kan gemaakt : Wij kunnen het gerust in Gods hand laten. Zooals Hij het doet, is het goed. Onze overwegingen zijn vaak mis. Ook als de lucht betrokken is moet altijd worden gedacht aan dit feit: achter de wolken schijnt toch de zon. En boven alles troont een God, Die alle dingen regeert.
Wat ons tegen schijnt, blijkt in de uitkomst juist vóór. Al was het in de natuur ook nog zoo donker, het lichtend schijnsel van Zijn Woord liet zich duidelijk merken. Iets van wat de dichter ons voorzingt werd gevoeld :
Al ziet, hoe goed, hoe lieflijk is 't dat zonen Van 't zelfde huis als broeders samenwonen.
Dit hebben wij in onze dagen zoo heel sterk noodig. Dit heeft altijd voorgezeten bij onzen Bond, n.l. te vereenigen wat tezamen hoort, om zoo het Woord des Heeren weer te zien uitgedragen èn hier èn onder de heidenwereld. Vandaar, dat het ons zoo heel goed heeft gedaan hier den eenheidsband te voelen trekken.
Met deze inleiding willen we thans volstaan om een overzicht te geven van wat bij ons inkwam in deze laatste weken.
’t Mag iets minder zijn dan we in den laatsten tijd gewoon waren te ontvangen, ontevreden zijn we toch bij lange na niet. Integendeel leeft bij ons de hoop, dat straks, als de vacantie voorbij is, ook van alle zijden ons weer steun zal geworden om met onzen arbeid te mogen voortgaan. De aanvragen om hulp komen dagelijks bij ons binnen. Jonge menschen, die met hun Academische loopbaan hopen te beginnen, staan in de voorste rijen. Daarbij zijn er natuurlijk ook, die voor ons vermeerdering van lasten zullen aanbrengen. In dezen zijn we tot nu nooit beschaamd. Op verrassende wijze werden we altijd geholpen.
Wij blijven op uw medewerking rekenen.
1. De eerste gift, welke te verantwoorden is, kwam uit Vlaardïngen. Ds. Heijer zond me de helft van eèn gift, welke in de Oude Kerk, waarbij hij voorging, was gecollecteerd. Deze helft bedroeg 25 gld. voor het Studiefonds ƒ 25.— Waar dezer dagen niet al te veel binnenkomt, begrijpt ge, dat me zulks dubbel verblijd heeft. Den gever en zender mijn warmen dank.
2. Door ds. Van der Snoek te Veenendaal kreeg ik voor de fondsen 1 gld „ 1.—
3. Door ds. De Geus te De Bilt, bij gelegenheid van een huwelijks-herdenking te De Bilt, f 2.50 ; van een vriend uit Bilthoven fl.—. Samen , 3.50 Ook voor deze giften zij zeer vriendelijk dank gezegd.
4. Uit Kralingen kreeg ik mij toegezonden aan contributies „ 52.— Voor 't andere wordt nog zorg gedragen.
5. Uit Sluipwijk werd me op den Zendingsdag aan contributies ter hand gesteld „29.50 Wie hierbij, èn bij het eerstgenoemde èn bij dit, mij de behulpzame hand hebben geboden, ben ik meer dan gewonen dank verplicht.
6. Te Kampen, waar ik een Zondag voorging, mocht ik tevens voor onze fondsen een collecte houden. Deze bracht op niet minder dan ƒ 130.67. Van de fam. K. kreeg ik voor hetzelfde doel 10 gld. Terwijl de inhoud van het busje no. 125 bedroeg ƒ 16.83 en dat van de Zondagsschool op G. G. ƒ 15.50 was. Tezamengeteld kreeg ik van uit de Gemeente van Kampen de prachtsom van „ 173.—
7. In de Janskerk alhier werd gecollecteerd een briefje van 10 gld , 10.— 'k Mag den vriendelijken gever op deze wijze wel mijn zeer hartelijken dank betuigen, 't Is telkens daar dezelfde hand, zonder eenige nadere aanwijzing, zoodat mij geen anderen weg overblijft dan langs dezen weg dank te zeggen.
8. Op de Ringvergadering van den Ring van Jongel. Vereen, te 's-Grevelduin-Capelle ca. werd voor het Studiefonds gecollecteerd 2.02
9. Door ds. Van Hof te Delfshaven en evenzoo door ds. Leenmans te Delft, kreeg ik van A. C. v. E. te 's!-Hage 1 gld. Alzoo tezamen „ 2.—
10. Door ds. Terlouw te Alkmaar „ l.~.
11. 't Busje van de fam. D. alhier bracht op de prachtsom van „ 6.8S
12. Van N.N. te Zelhem kreeg ik voor de fondsen 20 gld. en voor den Gereform. Zendingsbond ook 20 gld. Samen „40.-, Deze gift heeft me, meer dan ik zeggen kan, blijde gestemd, 't Is al een heelen tijd geleden — ik vermeen wel 30 jaar — dat ik in Zelhem voor het eerst preekte. 'k Vond daar toen al een kring van vrienden. Daarom deed me deze zending ook zoo echt goed. 'k Heb ds. Bieshaar de 20 gld. reeds afgedragen.
13. De fam. v. L. alhier verraste mij met de door haar verzamelde bijdragen. Zij hebben daar enkele busjes, welke de bedoeling hebben onzen arbeid te steunen. Ik kreeg voor de Zending ƒ 10.— plus ƒ 5.— en voor de fondsen van den Gereform. Bond ƒ 10.—. Samen „ 25.— Ook eerstgenoemde gelden heb ik afgedragen.
14. De Penningmeester van de afdeeling Gouda zond me nog een nagift van de gehouden inzameling. De heer Verboon had hem ƒ 1.25 ter hand gesteld „ 1.25 Nog wel mijn dank.
15. Door ds. Bout te Genemuiden kreeg ik voor de fondsen „ 2.50
16. De leden van de fam. N. N. leven nogal verspreid. Zoo heb ik ook een heele warme vriendin wonen te Vlissingen. Vóór eenigen tijd kreeg ik voor het Ziekenhuis te Rante Pao van haar een pracht-gift, welke ik heb afgedragen aan ds. Bieshaar. Nu verblijdde zij me weer met 25 gld. voor het Studiefonds „ 25.— De Heere zegene haar ook in dezen weg.
17. Op den Zendingsdag heb ik van enkele vrienden mij enkele giften zien toegestopt, 't Was me niet mogelijk, ook al door de moeilijkheden met paraplules enz., namen te onthouden of te noteeren. 'k Heb alles maar in twee zakken laten glijden. Thuis gekomen, heb ik alles nageteld en kwam tot een som van 35 gld. voor de fondsen van den Gereform. Bond en 19.50 gld. voor de Zending. Samen , 54.50 18. Bij dezelfde gelegenheid kreeg ik 1 gld. van J. S. C. te IJsselmonde, voor het lezen van De Waarheidsvriend, voor het Studiefonds ; Ook hiervoor zeg ik hartelijk dank. Op zoo'n dag gevoelt men zich echt onder elkander, 't Doet zoo goed de vrienden eens te zien en de hand te drukken. De band wordt gevoeld, welke allen tezamen bindt en tezamen houdt. De genade Gods ruste ook rijk op al dezen arbeid. Tezamen geteld kwam in
f 455.12
utrecht.
Ds. J. GOSLINGA.

EVANGELISATIE-COMMISSIE VANWEGE DEN GEREFORMEERDEN BOND.
Ontvangsten over Juli 1934.

Collecte, gehouden in de Ned. Herv. Kerk te Oud Beijerland, bij de eerste spreekbeurt door den heer C. P. van der Linden, die door den Kerkeraad tot Godsdienstonderwijzer is aangesteld ƒ 80.— Giften, enz. Door ds. De Bruin te Rotterdam uit de catechisatiebus 4.— Door J. 'Molenaar te Huizen uit het busje van den Zondagsschoolcursus „ 8.95 Door J. van Pijlen te Hazerswoude een gift van N. N •. , 10.— Door 'ds. Pott uit Rotterdam een gift van mej. N.N „ 3.— Door ds. Van der Graaf te Nijkerk een gift van P. v. A .„ 2.50 Door 'ds. Heijer te Vlaardingen de helft van een gift van ƒ 50.—, gevonden in de collecte bij een dienst in de Oude Kerk, waar hij zelf voorging „ 25.— Door ds. Vermaas uit Hoogeveen twee giften van ƒ1.— uit de gemeente „ 2.— Van de Herv. Gereform. Jeugd-Centrale te Rotterdam als voorloopig saldo van den verkoop van het referaat van ds. Van Nie : s'Onze Tijd en wy« „ 120.— Samen ƒ 255.45
Had ik het genoegen iedere maand zulk een bedrag te ontvangen, nooit zou mijn verantwoording ook maar de geringste klacht bevatten, want de uitgaven zouden dan bestreden kunnen worden. Het aantal ontvangen giften was weliswaar weer niet groot, doch er zijn er onder, die terdege mede helpen om mijn kas te stevigen.
Iets merkwaardigs is er verbonden aan de collecte, die ik uit Oud-Beijerland heb ontvangen. Ze is gehouden bij het eerste optreden van den door den Kerkeraad benoemden Godsdienstonderwijzer. Het is in onze kringen van lieverlede gewoonte geworden om bij intrede van een predikant te collecteeren voor het Studiefonds van den Gereformeerden Bond. En nu is het zeker een mooie gedachte van den Kerkeraad van Oud-Beijerland geweest om een parallel te trekken en bij een eerste beurt van den Godsdienstonderwijzer een bijzondere collecte met bestemming voor de Evangelisatie-Commissie te houden. Voorzoover ik weet, is dit geval een eersteling in zijn soort. Kunnen er niet meerdere dergelijke collecten volgen ?
Naar ik uit het schrijven van ouderling Noteboom vernemen kon, gaf de eerste proeve hoop-volle verwachtingen.
Opmerkenswaard is zeker ook het bedrag, dat Ik van de Herv. Geref. Jeugd-Centrale te Rotterdam ontving. Aangegrepen door den nood, waarin onderscheidene streken van ons Vaderland in geestelijk opzicht verkeeren, hebben de jongeren in Rotterdam de handen ineengeslagen om het werk van Evangelisatie in die duistere streken te steunen en wel door het verspreiden van het referaat van ds. Van Nie : »Onze Tijd en Wij«. Zoo worden door één werk twee goede dingen bereikt. Ten eerste wordt het referaat verspreid. Ten tweede levert het bate op voor onze Evangelisatie-Commissie, en lang geen geringe bate. Doch nu zijn nog enkele referaten onverkocht. Kunnen die in Rotterdam of omgeving nu niet meer geplaatst worden ? Och, als men u zulk een referaat ten een of anderen tijd nog eens aanbiedt, weet en bedenk, dat het hoofddoel is de inkomsten voor onze Evangelisatie-Commissie te vermeerderen. Stel de jongeren van Rotterdam in dat goede werk niet teleur. Met hartelijken dank aan allen, die in de vorige maand weer mee hebben gewerkt in den arbeid tot uitbreiding van het Koninkrijk Gods. De Penningmeester van de Evangelisatie-Commissie vanwege den Geref. Bond :

Ds. A. LUTEIJN.

Gironummer 142400.

Onstwedde, Augustus 1934.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's