De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE REFORMATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE REFORMATIE

IN DE CLASSIS NEDER-VELUWE VAN 1592—1620

4 minuten leestijd

Het valt ons op, hoevele klachten er bij de Classis inkomen over het „sobere onderhoit" der predikanten, zoodat de Classis schreef aan den Raad van de Stad Hattem om aldaar betere voorziening te treffen. Ds. Timannus Alberti, van Oldebroek, klaagde dat hij in 1592 niet meer dan ƒ 70.— ontvangen had. Dikwerf werd dit aanleiding om een plaats te verlaten, waarvoor men dan ook van de Classis toestemming kreeg. Het tractement beliep omstreeks 1600 op de dorpen de som van ƒ300.—, welk bedrag door de Overheid te Arnhem werd vastgesteld en uitbetaald. Bij eventueele kwesties adresseerde men zich bij de gedeputeerden van het Quartier Veluwe.
Voorts is een gestadig verdriet voor de predikanten de wanbetaling der kerkmeesters van de gemaakte onkosten. Geen wonder, dat verschillenden thuis bleven van de vergadering. Het duurde soms jaren voor en aleer de rekening weer vereffend was, ja het is geschied, dat aan de weduwe de kosten nog vergoed werden, die haar overleden man jaren geleden gemaakt had. Deze machine draaide dan ook zeer langzaam, 't Ging alles via de Overheid. De Schout was overal in gemoeid. De kerkmeesters werden door de Overheid aangesteld, gelijk nu by Rome nog geschiedt (n.l. door de kerkelijke Overheid), waar de kerkmeesters door den bisschop worden benoemd op voordracht van den pastoor. Het liep met de onkosten-kwestie zoó ver, dat de vraag gesteld werd, wie eigenlijk de onkosten der vergaderingen van Classis en Synode betalen moest. De Synode besloot, dat alle Classes gezamenlijk zouden aandringen bij de Gedeputeerden van het Quartier Veluwe, om de kosten vergoed te krijgen. Kerk en Staat werkten nauw samen. Maar deze nauwe samenwerking werd later oorzaak, dat de Overheid bepaalde wie wel en wie niet een ouderling naar de Classicale Vergadering sturen mocht, vanwege de vergoeding der onkosten. In 1610 vroeg de Classis aan de Gedeputeerde „Staten" of zij een bedrag uit de kerkegoederen wilden vaststellen tot het houden der vergaderingen, daar vele kerken de kosten zelf niet konden dragen. De Gedeputeerden vonden dit goed, mits de Classicale Vergadering maar éénmaal 's jaars gehouden werd, en de onkosten zooveel mogelijk beperkt werden.
In 1594 trok reeds het onderhoud der Predikants-Weduwen de aandacht, waarover het Hof werd aangeschreven. Eenige jaren later had men óf door aanschrijving van het Hof, óf door voorbeelden van elders, óf door eigen vinding het middel bij de hand om in den ergsten nood te voorzien, en zoo lezen we in 1579 van het annus gratiae, d.i. jaar van gratie, waarmee bedoeld Is, dat de weduwe een jaar lang nog de inkomsten aan de predikantsplaats verbonden, geniet, een regeling, die nog bestaat. De acta luidt aldus : »Het is voer goet angesien ende van den broederen des Classis geapprobeert, dat wanneer eenen Dlenaer des Woertz storve oft afflivich worde, dat alsdan de nagelaten weduwe en de kynderen annum gratiae sullen genieten unde beholden, nemptlick dat navolgende jaer rente; des hebben sich de Broederen onder sich verbonden den dienst aldaer dat jaer by beurten te voertreden. Ende dat met consent des Hoves.
Zoo was er b.v. te Oldebroek door het overlijden van ds. Joh. Hesius in 1605 om de veertien dagen dienst. Het Hof heeft een en ander wel toegestaan, doch de Weduwen klagen herhaaldelijk over slechte uitbetaling. Dit werd omstreeks 1640 aanleiding tot oprichting der Classicale Weduwen-en Weezenbeurs, waarmede meteen een vaste jaarlijksche uitkeering beoogd werd. In 1612 werden de predikanten die van uit het buitenland inkwamen, op de financieele regeling bij eventueel overlijden gewezen.
Ten slotte trekt nog de aandacht de kwestie der studiebeurzen, in welk opzicht de kinderen der stadspredikanten een bevoorrechte positie genoten. Men wilde dat deze locale maatstaf zou vervallen, en dat men ieder jongmensch van goeden aanleg steunen zou. Een van deze studiebeurzen is afkomstig van een persoon uit het Nonnenklooster te Harderwijk. Ook was er in 1598 een student te Harderwijk, die in dichtvorm zijn nood aan de Classis klaagde, en derhalve een aanbeveling kreeg om bij het Hof te solliciteeren naar een studiebeurs.

(Wordt vervolgd).

Vaassen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE REFORMATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's