De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

DE PREDIKING.

11 minuten leestijd

Het waardeeringsoordeel van de kinderen dezer wereld over de prediking is niet bizonder groot.
Dat kan niet anders. Indien ons hart uitgaat naar en opgaat in de aardsche dingen, zal de prediking der geestelijke dingen ons niet bekoren. Onze tijdgenooten meenen hun tijd beter te kunnen gebruiken dan te luisteren naar hetgeen een dominee hun zegt.
Duizenden, ja, tienduizenden trekken uit om de prestaties van sporthelden te aanschouwen en met daverende ovaties te begroeten.
En meer ernstig gezinden oordeelen het gewenschter om al hun kracht, zelf op den Zondag, te besteden om zich met de hunnen hooger op te wentelen op den maatschappelijken ladder.
En weder anderen - en hoe groot is het getal niet - worstelen mede met de worsteling onder de volkeren om te komen tot betere toestanden in deze ontredderde wereld. Zij luisterden met alle aandacht naar de prediking van hen, die verlossing toezeggen, mits hun woord betracht wordt.
Onder degenen, die medeleven met het kerkelijk leven, blijft de prediking een meer of minder beduidende plaats innemen.
Het is niet te ontkennen, dat in de Kerken van Gereformeerden oorsprong de prediking de allervoornaamste plaats in den eeredienst inneemt. In den beroepsbrief, dien ieder predikant der Kerk moet onderteekenen, staat als zijn eerste plicht de verkondiging van het Evangelie vermeld.
Zeker, bij de godsdienstoefening zijn meerdere handelingen dan de prediking des Woords. Denk aan het gemeenschappelijk gebed, aan de offers, gebracht aan Diaconie, Eeredienst en allerlei Christelijke doeleinden, aan het gemeenschappelijk gezang.
Maar elk dezer verrichtingen vormt slechts een beperkt deel van den eeredienst. De prediking is het allervoornaamste; de predikstoel met het woord van den dienstdoenden leeraar beheerscht de samenkomst der Gemeente.
Sommigen veroordeelen dit feit en trachten te komen tot meerdere handeling van de zijde der gemeenteleden. Naar hun oordeel is het onjuist, dat degene, die het ambt uitoefent, zulk een machtige positie bekleedt bij het uitoefenen van den eeredienst.
Maar niet te ontkennen valt, dat ondanks deze pogingen, de prediking des Woords eene zeer beduidende positie is blijven innemen.
Daarom blijve de aandacht van gemeente en leeraars op de prediking, als op het allergewichtigste van de godsdienstoefening gericht.
De leeraar heeft meer te doen dan des Zondags aan de verzamelde schare het Woord te bedienen. Zijn arbeid is veelomvattend.
Hij zal vertroostend en bemoedigend toetreden tot de ziek-en sterfbedden.
Hij is geroepen degenen, die hun verwanten verloren, op den dag der begrafenis te wijzen op Hem, die met Zijne menschenkinderen doet naar Zijn welbehagen.
Hij zal de gedoopte jeugd moeten onderwijzen de eerste beginselen van het Evangelie, opdat zij in de ure van belijdenis weet, wat ze uitspreekt in het midden van Gods Gemeente.
Hij zal huwelijksparen, die behoefte hebben aan kerkelijke huwelijksinzegening, een Woord Gods medegeven op hun huwelijkspad.
Nog eens : veelomvattend  iszijn arbeid. Maar zijn voornaamste taak bestaat in de prediking van Gods Woord tot de Gemeente.
Denk u maar even in, hoeveel menschen dan in één oogenblik door hem bereikt kunnen worden. Menschen, die de tijding des Evangelies mee mogen nemen om ze aan anderen door te geven. Het is een ontroerend moment voor eiken prediker, als hij de schare ziet met opgeheven hoofd om In spannende aandacht het Woord Gods mede te nemen.
Ontroerend en benauwend voor hem, die het gewicht van zijn ambt op zich voelt aankomen! Spanning wekkend is de dichte schare voor hem, die zijne afhankelijkheid en kleinheid doorleeft; maar vaak verlammend werkt de kleine schare, verspreid en verstrooid in 't groote kerkgebouw.
De Gemeente weet zoo weinig, hoe zij vaak door haar thuisblijven het middel is om te dooven het vuur van den heiligen predik-hartstocht.
Sommigen hebben in de Nieuw-Testamentische godsdienstoefening de vervulling gezien van hetgeen in de woestijn onder Israël plaats vond. Israël kwam daar tot de tent der samenkomst, waar Mozes, de knecht des Heeren, de tolk werd van 's Heeren openbaring. Er ontstond daar een heilige ontmoeting tusschen God en Zijn volk.
Hoe teeder is dan onze kerkgang, als wij dit verstaan ! Dan is de plaats, waar wij samenkomen, een gewijde plaats, die wij niet ontwijden met allerlei nietszeggende praat. Maar dan willen wij daar God ontmoeten, die Zijne knechten als middel gebruikt om dit doel te verwezenlijken.
De leeraar is — en ziedaar het geweldige bij de prediking — instrument Gods om de eeuwige dingen aan menschen nabij te brengen.
Zelfs het gemeenschappelijke gebed is vanuit dezen gezichtshoek te bezien. Zeker, in dat gebed moet de nood van de Gemeente, van volk en vaderland, van de wereld worden neergelegd. Doch dat gebed zal bovenal moeten zijn een smeeken tot Hem, die menschen roept tot tolk van Zijne heilgeheimen. Daarnaar strekt zich de smeekbede in den aanvang uit, daarvoor wordt de dankzegging aan het slot der samenkomst voor God neergelegd.-
In den brief aan de Thessalonicensen schrijft de apostel Paulus, dat die Gemeente het woord der prediking heeft aangenomen, niet als des menschen woord, maar gelijk het waarlijk is, als Gods Woord.
In dit gezegde wordt het geweldig probleem geponeerd, dat ons prediken bedoelt Gods Woord te brengen. Dit noem ik een probleem, of wilt ge liever, een mysterie.
De leeraar doet geen voorlezing van een gedeelte der Heilige Schrift, om daarna zijne hoorders weg te zenden. Neen, hij neemt een enkel woord' uit de Schrift, om dit te verklaren naar de bevatting en aanleg zijner hoorders. En hij heeft dan de pretentie Gods wil en welbehagen der Gemeente te ontvouwen.
Hij heeft dan iets van den gloed en bezieling der Oud-Testamentische profeten, die tot Israël zeiden: „Alzoo zegt de Heere der heirscharen”.
Wat eene verantwoordelijke roeping neemt een leeraar op zich!
Het Goddelijke wordt openbaar in het menschelijke. Met behoud van de eigenaardigheid der persoonlijkheid komt God Zijn leven in den mensch schenken. Daarom kunnen twee predikanten over één en denzelfden tekst nog zoo verschillend prediken.
Welk eene verantwoordelijkheid ! Het heilige wordt in een onrein mensch neergelegd, het eeuwige in den mensch, die in den tijd geboren is, het absolute in den mensch, die zoo relatief is.
Feitelijk is de gansche bedeeling Gods steeds dezelfde. De Schriftwording is de nederdaling van de Goddelijke gedachten in het hart van de heilige mannen Gods. De vleeschwordlng van Christus is de nederdaling van den Zone Gods in ons vleesch en bloed.
De wederbaring van den onbekeerden zondaar is het post vatten der eeuwigheidsgedachten in het kennis-en gevoelsleven der menschen.
De prediking is vrucht van 't feit, dat het Goddelijk leven zich gestalte schiep in den persoon van den leeraar.
Wat eene heiliging is er dus noodig om product te worden van dit Goddelijk proces !
Zonder de mystieke unie, zonder den verborgen omgang met God is dit ten eenenmale onmogelijk. Het gebedsleven, het toevlucht-nemen tot God, de Bron van alle zaligheid moet steeds worden betracht.
Gods Geest, die de profeten des ouden verbonds beheerschte, moet ondanks de Schriftwording het deel zijn van hen, die het waagstuk ondernemen te pretendeeren Gods Woord te verkondigen.
Deze gedachte bepaalt ook den vorm der prediking. Daar zal een zekere wijding niet kuimen ontbreken. Immers, het zijn heilige en Goddelijke dingen, die tot ons komen. Immers, God zelf spreekt, hoewel in menschelijke taal, In menschelijk beeld en op menschelijke wijze, tot ons.
Niet alsof het traditioneele op zichzelf wijding geeft. De leeraar uit 1934 behoeft niet te spreken in taalvormen van enkele eeuwen geleden, alsof dit het alleen-schoone en juiste is.
Maar toch, de kanseltaal blijve gewijd en gekuischt.
Het getuigt dan ook in onze dagen van een bedorven smaak, als het platte en alledaagsche in taal en vormen door sommigen zoo gewaardeerd wordt. Deze vorm is verkeerd-populair.
De inhoud der prediking geeft nog meerder bezwaren dan de vorm. Deze is slechts de schotel, waarop de spijze wordt opgedischt.
Maar wat moet de leeraar prediken ?
De vraag is gemakkelijker te stellen dan haar te beantwoorden.
Gij zoudt kunnen zeggen, dat in de prediking de schatten des heils moeten worden uitgestald. De prediking zij, die van de volheid Gods. Zijn grootheid moet worden uitgedragen ; Zijne onmetelijke liefde moet worden bezongen; Zijne ontfermingen omtrent ellendigen moeten in het licht worden gesteld.
De prediking der volheid Gods gewaagt van eene onuitputtelijke volheid, geconcentreerd in den persoon van den Middelaar; ten toon gespreid In het Kruis van Golgotha.
Maar de prediking richt zich tot menschen! De prediker treedt op voor bepaalde menschen, levende onder bepaalde omstandigheden, levende in een bepaalden tijdkring.
Daarom, zal de prediking doeltreffend zijn, dan behoort de prediker de teekenen der tijden te verstaan. Hij behoort te weten de stroomingen, die het hedendaagsch leven beïnvloeden. Natuurlijk zal de prediking niet een uitdragen van het laatste nieuws moeten zijn, alsof de prediker in koortsachtige spanning moet volgen, wat telkens de menschheid op allerlei levensterrein geboden wordt. De eeuwige beginselen moeten uitgestippeld worden, maai" niet los van het gebeuren, waaronder wij verkeeren.
Zoo zal de waardij van de eeuwige dingen te midden van de wisselingen des levens gekend worden.
De prediker, optredende voor menschen van bepaalde mentaliteit, moet zijn gehoor kennen. Immers, wie is in staat het juiste geneesmiddel toe te dienen, als hij de diagnose niet juist heeft gesteld.
In 't algemeen genomen kan tot elk mensch hetzelfde gezegd worden, daar wij allen één In geestelijken nood zijn. Kennis onzer ellende is noodig om iets te leeren verstaan van de verlossing van Jezus Christus. Maar toch heeft de prediker noodig zijne hoorders, voorzoover mogelijk, te leeren kennen om hun behoeften te verstaan.
Ziedaar een der moeilijkste dingen, vooral, als de gemeente groot is. Aan de krachten van den herder, die zijne schapen moet leeren kennen, Is een grens. Waarvandaan haalt hij den tijd en de kracht om dit werk naar waarde te kunnen verrichten ?
En zoo hij het niet voldoende doet of doen kan, loopt hij gevaar over de hoofden heen te spreken, inplaats van een greep te doen in de harten.
Is dat niet één der oorzaken, waarom vooral in de groote steden het kerkgehoor verloopt ? Er is weinig of geen contact tusschen den prediker en de gemeente. Zij blijven vreemden voor elkander, met 't noodlottig gevolg, dat door de te geringe toenadering, verwijdering, ja scheiding ontstaat.
De prediker moet zijne hoorders kennen in den toestand, waarin zij verkeeren. Dan wordt de gloed der overtuiging geboren om de dwaasheid van een leven zonder waarachtige godsvrucht te teekenen en aan te sporen tot het zoeken van Hem, die de levensfontein is.
Bij het kennen van den zielstoestand der hoorders, zal er behoefte zijn den strijd te schetsen tusschen degenen die God dienen en hen, die vervreemd van God zich hoonend uitlaten over den dienst Gods.
Bij het kennen van den zielstoestand der hoorders, wordt de behoefte geboren om steun te bieden aan menschen, die de bange worsteling tusschen geloof en ongeloof in eigen hart ervaren.
Het prediken moet tweeledig zijn : Het is immers de nederdaling van het Goddelijke Woord in een mensch, door een mensch en tot een mensch.
Daarom moet ieder leeraar, die zelf mensch is, weten wat dit woord beteekent. Dat woord moet door den Heiligen Geest een ontleed woord voor hem zijn en steeds meer worden. Door eigen ervaring geleerd en door teleurstellingen over zichzelf gelouterd, kan hij tot zondaren spreken. Geen engel, maar een zondig mensch spreekt tot zondige menschen. Dat schenkt de rechte aanpassing aan het gehoor.
Maar prediken is de nederdaling van het Goddelijke. In aarden vaten ligt de schat Gods. Daarom zal zijne prediking bedoelen de nederdaling van het Goddelijk leven te midden onzer geestelijke ellende. Het wordt dan een uitdragen tot den mensch van de volheid Gods, zooals deze in het bizonder ons kenbaar werd in den middelaar Jezus Christus.
|Als zoo Gods bedoelen in de prediking bereikt wordt, zal de prediker zelf geworden zijn een fontein, die het levende water opwelt, opdat een dorstige schare gelaafd zal worden.
Prediken is zulk een zwaar werk, omdat het instrument, dat God daarvoor gebruikt, zoo ongeschikt en zondig in zichzelf is.
Maar prediken ligt toch ook voor rekening van Hem, die Zijne predikers verkiest, bekwaamt en uitzendt, opdat de roem Gode zij en niet ons.
Hoe meer het gewicht der prediking beseft wordt door leeraar en gemeente, hoe meer de gebedsdrang zal leven.
Het „onbekwaam zijn" verschaft de grootste behoefte. Dan is er voor elke predikatie de rechte voorbereiding, bij prediker en gemeente, die zich oplost in een gebed van beiden.
De leeraar zal met David bidden : „Heere, open mijn lippen, dan zal ik Uw lof verkondigen.”
De Gemeente, voorzoover zij bidden heeft geleerd, zal de Jeruzalemsche gemeente nabidden : „Heere, geef Uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw woord te spreken.”
Als de predikdienst door deze dubbele bede gewijd is, zal het Woord Gods niet ledig wederkeeren, maar zal de vrucht der aanbidding groeien. Dan wordt ons waardeeringsoordeel bizonder groot over 't feit, dat God telkens menschen gebruikt om ons het Goddelijke nabij te brengen.
Rotterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's