De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE SAMENWERKING VAN VADER EN MOEDER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE SAMENWERKING VAN VADER EN MOEDER

6 minuten leestijd

»Wat is er toch een aanbiddelijke wijsheid Gods alleen in het feit, dat de Heere bij elk op te voeden kind een vader en een moeder plaatst. Hoe heerlijk kunnen die elkander aanvullen. Ze zijn de twee ongelijke helften van een geheel en waar de liefde ze heeft saamgebracht, maakt ook de gemeenschappelijke liefde voor hun kinderen weer, dat ze elkaar noodig hebben in al hun arbeid, dien ze aan hun dierbaar kroost besteden. Wat vader in zijn kinderen soms niet begrijpt, daar helpt moeder hem mee op de hoogte, en als een weifelstemming moeder zwak maakt, dan tast vader door.
Men heeft vader en moeder wel eens tegenover elkaar gezet als wet en genade. Daarmee werd dan bedoeld, dat de vader de handhaver moest zijn van het ferme gezag, dat altijd gereed moest staan om straf uit te deelen. Zijn strengheid zou zich moeten afteekenen in houding en gelaat. Geen zacht plekje behoorde er aan heel den man te vinden te zijn. Moeder daarentegen behoorde enkel liefde en zachtheid te zijn. Haar streelende hand zou dan de wonden moeten genezen, door de strengheid van vader geslagen. Zij zou moeten zijn het toonbeeld van vergeving en teederheid.
Mij dunkt, het is overbodig aan te toonen, dat in die beschouwing de overdrijving aan 't woord is, overdrijving van het verschil, dat God wel inderdaad gewild heeft tusschen het karakter van den man en dat van de vrouw. Ook bij den vader moet het kind op bepaalde oogenblikken vinden zachtheid en vergevensgezindheid en zeker altijd den toon der liefde. En ook in moeders optreden mag niet gemist worden gezag en zoo noodig gestrengheid, 't Loopt zonder twijfel fout in een gezin, waar de kinderen meenen, van moeder alles gedaan te kunnen krijgen, terwijl ze van vader geen andere gedachte hebben dan van hardheid, koelheid en overbiddellijkheid.
’t Is duidelijk, we hebben elkaar noodig, misschien in niets zoozeer als in de opvoeding onzer kinderen. Er komen van die dingen voor, waarover je met een ander niet kunt praten. De soms zeer leelijke trekken in het karakter van onze kinderen (die onze kinderen zijn) zijn niet geschikt voor discussie met anderen, te meer niet, omdat er niet zelden onze eigen gebreken weer in voor den dag komen. Met elkaar kunnen we dat dan bepraten, samen kunnen we dan de kinderen sterken in den strijd tegen het kwaad, zooals we ook in het huwelijksleven elkander bijstaan op den moeilijken weg der heiligmaking. Dat wordt vaak gevoeld, wanneer de Heere één der ouders wegneemt en de achtergeblevene alleen de moeilijke taak heeft, de kinderen verder op te voeden. O, het moet met dank aan God erkend, dat Hij ook in dien weg kracht naar kruis geeft, dat er in zulke omstandigheden vaak een beslag op de kinderen ligt, maar 't is even zeker waar, dat menige weduwe bittere tranen schreit en moeilijke nachten doorworstelt, alleen om de zware taak, die op haar schouders rust in de opvoeding van haar kinderen. Laten we daarom eendrachtig samenwerken, zoolang de Heere ons nog samen het leven laat.
Een noodlottige dwaling is dan ook, wanneer de man meent, dat hij de opvoeding van de kinderen wel aan zijn vrouw kan overlaten. Soms wordt het uitgesproken, maar vaker nog wordt er geleefd naar den regel, dat de man genoeg heeft aan den arbeid in huis of buitenshuis, om voor vrouw en kinderen den kost te verdienen. Dat is hem niet te veel, wel neen, maar daar moet het dan ook mee uit wezen. Hij kan dat gezeur van en over „die" kinderen niet aan zijn hoofd verdragen. Daar moet moeder de vrouw haar voor zorgen, en zoo staat zij niet zelden voor den geheelen arbeid van de opleiding der Kinderen. Aan sommige jongelui is het dan ook terdege goed te merken, dat ze weinig de stevige hand van een vader gevoeld hebben. Ik geloof, dat we er heusch wel even aandacht aan mogen geven, hoeveel of misschien hoe weinig ook in menig Christelijk gezin het vaderlijk gezag nog geldt, 't Is waar, voor vele vaders is het „thuis blijven weinig." Zoodoende hebben ze weinig gelegenheid om zich met hun kinderen te bemoeien. En 't is dan soms, of ze er ook in de weinige oogenblikken geen slag van hebben of geen aardigheid in vinden. Daar mogen we in onzen eisch evenwel niet voor uit den weg gaan. Menig vader moet b.v. den Zondag nog beter gebruiken, om eens met zijn kinderen te spelen, met zijn groote jongens en meisjes te praten. Menigeen, die zijn kinderen groot heeft, voelt er nu spijt van, dat hij ze niet méér naar zich toe gehaald heeft, toen ze nog klein waren. Eer dan we er aan denken, gaan ze vaak de deur al uit, de groote wereld in, en meer dan ons lief is, komen ze vaak onder de bekoring van invloeden, die wij niet onverdeeld goedkeuren. We zijn dan niet meer de eenige opvoeders, maar vinden een sterke concurrentie van allerlei factoren. Nu is dat heelemaal niet erg en trouwens ook niet te voorkomen, als namelijk eerst onze gemeenschappelijke invloed, de samenwerking van vader en moeder, maar sterk genoeg geweest is. Wij hebben de eerste kans gehad, en die kans v/as een goede. Hoe jonger de kinderen zijn, hoe gevoeliger voor Indrukken. Daarom hebben onze Christelijke gezinnen flink het stempel te dragen van onze levensbeschouwing naar den Woorde Gods. Daarvoor is noodig de arbeid van vader en moeder, zullen ze meenemen, wat het leven door zal bijblijven, n.l. de innige, eensgezinde samenwerking, om hen te bewaren van de besmetting dezer wereld.
Vooral in onze dagen geldt een reden te meer. Wat half is, houdt geen stand tegen de stormen der tijden. Stel u maar voor een flinken vader, die met teerheid, zeker, maar ook met kloekheid wil handhaven het leven van zijn gezin naar de in; zettingen des Heeren. Denk u daarnaast een moeder, die op toegeven uit is, die toch vindt, dat de kinderen óok wat moeten hebben en daarom de keur niet streng genoeg aanlegt en daardoor afbreekt, wat vader opbouwt; of omgekeerd, een vrome moeder, die haar kinderen met gebed en woord en wandel afhoudt van het afdrijven met den stroom der verleiding, en daar naast een vader, die de kinderen wil laten gaan op hun eigen gekozen wegen — wat dunkt u, kunnen de kinderen in zulke gezinnen leeren, wat betaamt ? Zouden die desnoods eens alleen durven staan of zouden dat menschen worden met slappe karakters, licht omgepraat, licht verleid ? Ze hebben immers geen houvast. Geve de Heere ons vele ouders, die samen, eendrachtig hun kinderen opvoeden naar den strengen regel van Gods Woord en groeie er in deze nieuwe tijden een kloek, jong geslacht op, dat zich kenmerkt door vastheid van beginsel, wèl onderwezen in de Schrift, niet zoo gemakkelijk afgevoerd door het zoogenaamd nieuwe, maar die ook dat nieuwe durven toetsen aan den eisch van het Goddelijk getuigenis.
Daar ligt een heerlijke taak voor ons, vaders en moeders, voor ons samen, die we evenwel alleen kunnen volvoeren, onder beding van Gods genade, in eendrachtigen arbeid !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE SAMENWERKING VAN VADER EN MOEDER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's