De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
„Hij speelt niet, maar het ruischt je zoo in 't hoofd van de medicijnen" — zei Gretske,
Hoe laat is het ? ”
„Bij tienen.”
„Niet later ? En dan nog dien heelen, langen nacht.”
„Misschien, dat je wel eens heel lekker slaapt.”
„Neen ; 'k slaap niet. 'k Kan niet slapen. Ben veel te moe. Wil je het licht opsteken en wat bij mij blijven ? ”
Toen scharrelde Gretske naar de tafel en tastte in het half duister om de lucifers te zoeken. Eindelijk vond zij, en ontstak de lamp, om vervolgens het raam af te sluiten met een gordijnstof, welke blijkbaar ook betere tijden gekend had. 't Was slechts een flauwe verlichting, waarbij allerwegen donkere schaduwen door het kamertje vielen, doch het was vooral voor de kranke toch wat vroolijker dan de sombere donkerheid van zoo juist.
„Wil je een zuurtje. Ka ? Dat is wel frisch in den mond.”
„Graag. En kom je dan wat bij mijn bed zitten ? ”
Zwijgend voldeed Gretske aan dit verzoek, nadat zij uit een busje haar het verlangde gegeven had. Daarop bleef het oog van Ka op hare buurvrouw rusten. Wonder was het. Wat bewoog deze toch om in dit late avonduur naar haar om te zien, nadat zij zélf een zwaren dag achter den rug had, terwijl de anderen van hier, die den ganschen dag thuis waren en niets deden dan nieuwtjes vertellen en den tijd dooden met niets doen, meestal haar alleen lieten en thans liever luisterden naar de grappen der vreemdelingen daar buiten, en waar zij zelf ook zeker aan deelgenomen had, als zij maar kon. Wat had zij met de anderen, Gretske menigmaal op allerlei manier geplaagd en gesard en getracht haar het leven hier onmogelijk te maken. Hoe had zij haar indertijd bespot, toen zij die zigeunerin in haar lijden had bijgestaan en er van gesproken dat „de freule" nu ook nog liefdezuster werd en binnenkort haar costuum wel krijgen zou, en daar zat zij nu voor haar eigen bed, wel niet in een ordekleed, maar dan toch met eene bereidwilligheid om haar te helpen waar het kon, zooals dat door niemand anders gedaan werd.
Had zij dat aan Gretske verdiend ? 't Was toch iets vreemds en het begon haar te pijnigen. Want hoe oud ook, en hoe in de zonde verhard, ook in die oude borst klopte nog zoo iets, dat den naam van „geweten" had, en het was alsof dat vooral in deze stille avond ure aan het woord zocht te komen. Van buiten Monken telkens de luide stemmen en de vroolijke lach dergenen, die zich daar aan de schunnige taal, welke er gesproken werd, vermaakten, maar die thans Ka allerminst bekoren kon. Daartoe was zij te ziek, en daartoe vreesde zij te veel voor wat komen zou.
Als zij nu eens dood ging. Zij was al knap oud. Altijd wel gezond geweest, maar daar kwam eenmaal 'n eind. En als dat nu eens kwam. Daar had zij nog geen trek toe. Zij wou nog graag wat leven. Al was 't dan ook op Lombok en soms in groote armoede, 't Leven was een mensch altijd lief, haar ook ; en de dood leek haar zoo donker en vreeselijk. Zij had er nooit zooveel over gedacht als nu. Wèl vaak heel luchtig over het sterven gesproken ; wèl eens gespot of gelachen als het gesprek er over kwam. Telkens hieraan herinnerd, omdat het kerkhof vlak in de buurt lag en alles wat daar begraven werd in de onmiddellijke nabijheid voorbij ging, zoodat gewoonlijk elke begrafenis werd nagekeken. Maar nu zij zelf ziek werd, was het anders, 't Was alsof hij vlak voor haar stond, die koude dood, en haar soms zoo wreed aankeek alsof hij haar zeggen wilde: „'t Is weldra je beurt, en dan neem ik je mee van hier.”
Daar had zij straks in de schemering, vóórdat Gretske kwam, een oogenblik aan gedacht, en daar dacht zij thans weer aan. Het angstzweet brak haar uit. Zij sterven ! En niet een op de heele wereld, die haar helpen kon. Veel kans zelfs dat men haar in dat uur geheel alleen liet, omdat Trui en de Scheele, als het er aan toe kwam, ook bang voor den dood waren. Wel een heel groot woord vaak, maar vol vrees als de nood aan den man kwam. Familie had zij ook niet. Nu ja, een paar verstrooide neven en nichten, maar die natuurlijk ook al op leeftijd waren en bovendien nimmer naar haar omzagen. Omdat zij arm was en op Lombok woonde, en die allen een weinig in beteren doen waren. Zij zouden allicht niet eens op haar begrafenis willen komen, omdat het een arme lui's begrafenis werd, bekostigd door de Armvoogdij. Als zij maar geld had, dan zou het anders zijn! Als er maar wat te erven viel! Dan zouden ze oude Ka niet vergeten en wel gauw hier wezen als zij wisten dat zij ziek was. Vanzelf in de hoop, dat het weldra zou zijn afgeloopen. Maar d'r was niets. Anders niet dan wat hier in het kamertje stond, die oude kast, en die paar stoelen en tafel en lamp en kachel en dan wat kopjes-gerei. Dat was alles. In de tafel-la lag het knipje met de paar centen, die nog over waren van hetgeen zij het laatst aan onderstand gebeurd had en waarmee zij een heele week moest zien rond te komen. Maar voor de rest bezat zij niets.
O ja, dat zou nu beter worden. Wat had het Sabelbeen laatst ook weer verteld, 't Is waar ook, zij hadden een feestje gehad, omdat er pensioen op de komst was. Drie gulden in de week ! En toen hadden ze daarop gedronken, en gezongen en het orgel laten draaien, en hoe 't toen verder gegaan was, wist zij niet meer. Zou Gretske er ook iets van weten? Maar die was er niet bij. Die was er nooit bij als er zoo iets aan de hand was. Maar die was nu bij haar, nu die anderen er niet waren en geen van allen naar haar omkeek.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's