De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

12 minuten leestijd

Vraag: Wat beteekent het als in het Avondmaalsformulier staat: „Wie onwaardigriijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel” ?
Antwoord. Ieder Avondmaal moet een zekere onrust werken, als 't goed is. Wanneer we niet aangaan, vertoornt God Zich over ons. „Wie den Zoon ongehoorzaam is, op dien blijft de toom Gods." We weigeren ons dan te bekeeren. We volharden dan in ons ongeloof en in de zonde. En die in het midden der Gemeente leven zijn bondsbrekers, als ze niet aangaan. Ze leven dan in ongehoorzaamheid en in zonde, en dat zal vreeselijk zijn in de gevolgen.
En die wèl aangaan, maar het niet doen zooals God het wil, die zondigen ook en die vallen onder het oordeel der „onwaardigheid.”
Daarom zullen we ons te voren recht moeten beproeven, opdat we niet op onwaardige wijze aangaan en op een onwaardige wijze eten van het brood en drinken van den wijn en op een onwaardige wijze gemeenschap oefenen met Christus en Zijn dood gedenken.
Dat „onwaardig” beteekent natuurlijk niet „als een onwaardige." Want allen zijn onwaardig voor God, allen zijn des Heeren gunst onwaardig en dus ook zijn allen des Heeren Heilig Avondmaal onwaardig. „Heere, treed niet in 't gerichte met mij", moet leven in aller harte.
We moeten niet komen als menschen, die het waardig zijn, die het verdiend hebben, die er recht op hebben. Geenszins. We zullen juist bij de Avondmaalstafel onze zonden en onze schuld hebben te belijden en hebben te bedenken, dat we uit en van onszelf midden in den dood liggen. Niemand kan, zoo de Heere in 't gerichte treden wil, voor Hem bestaan. En daarom moeten we als boetvaardige zondaren naderen ; met een gebroken geest, een gebroken en verslagen hart. En dan zal niemand zeggen : „ik hen het waardig om aan te zitten." Maar dan mag óók in het midden der Gemeente gepredikt worden : voor dezulken is de tafel des Heeren. Psalm 51 vers 19: „De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God ! niet verachten", mocht David getuigen naar waarheid.
„Onwaardige” gasten dus aan 's Heeren tafel, om door genade, in het geloof de hand te mogen leggen op de beloften Gods, ons in het Evangelie geopenbaard; beloften, die aan „onwaardige" zondaren, die tot Hem de toevlucht nemen, worden toegezegd tot verlossing en zaligheid, tot vrede en barmhartigheid.
Daarom zijn de Sacramenten zoo heerlijk. Want dan wil de Heere in den Doop ons verzegelen, dat wij zóó zeker door het bloed en den Geest van Christus gewasschen zijn, als wij uitwendig met het water gewasschen zijn. Daarom moet men in het midden der Gemeente telkens ook maar weer bij z'n Doop bepaald worden, opdat in geloove gemeenschap met den Doop en gemeenschap met Christus mag worden geoefend.
En zoo wil de Heere ons door het Heilig Avondmaal toonen en verzegelen, dat het lichaam van den Heere Jezus Christus zóó zeker voor ons verbroken is en Zijn bloed voor ons vergoten, als wij zien dat het brood des Heeren ons gebroken en de beker ons medegedeeld wordt en wij broed en wijn met den mond genieten.
Dáárnaar moeten arme, onwaardige zondaren uitzien, om er, als in zichzelf onwaardigen, van te ontvangen en te genieten tot vreugd en vrede in Christus.
En nu begrijpen we, dat het Formulier ons hier wil waarschuwen, dat we moeten toezien en waken, dat we het Heilig Avondmaal niet op een onwaardige, ongeoorloofde, ongeloovige, zondige wijze behandelen en den weg naar den Verbondsdisch niet op onwaardige, zondige wijze bewandelen.
„Onwaardiglijk” beteekent dus niet „als een onwaardig zondaar", maar op onwaardige wijze ten Avondmaal gaan.
In de Gemeente van Corinthe deed men dat. Men leefde in de zonde, hield de zonde vast, ging in onbekeerlijkheid, ongehoorzaamheid, halsstarrigheid voort om ongerechtige dingen na te jagen en zonder innerlijk hongeren en dorsten naar brood en wijn ging men ten Avondmaal ! Dat was „op onwaardige wijze eten en drinken, om zichzelven een oordeel te eten en te drinken." (1 Cor. 11 vers 30). Want er waren er dan ook, die wegzakten in ongenade, er waren vele zwakken en kranken en velen sliepen. Ook kan het oordeel bestaan in een verachteren in de genade, in een verharding des harten, in een al verder afdwalen van den Heere en de vreeze Zijns Naams. Er is dan geen berouw meer en geen schuld belijden. Er komt zelfs een toeschroeien van de cónsciëntie als met een brandijzer. Dé zonde baart zonde en doet al dieper en dieper wègzinken.
Hier is dus tweeërlei zonde : de zonde van ongehoorzaamheid, wanneer men weigert aan te zitten en brood en beker veracht, Gods roepstem in den wind slaat, Gods Woord ongehoorzaam is. En moedwillig verzuim van het Avondmaal brengt in hetzelfde oordeel. De geloovigen hebben de roeping, den dood des Heeren te verkondigen, totdat Hij komt. Dan wil de verhoogde Heiland ook de zielen der Zijnen troosten. voeden en sterken. Anders verachteren ze in de genade en missen de vreugd van de liefde en den vrede Gods.
Tweeërlei zonde : de zonde der ongehoorzaamheid eenerzijds — en de zonde, dat men op onwaardige wijze aangaat.
De rechte weg is voor een arm zondaarsvolk naar 's Heeren stem te luisteren en 's Heeren wil te doen en 's Heeren weg te bewandelen en aan 's Heeren tafel aan te zitten, om als onwaardige zondaren te eten en te drinken van het brood en van den wijn en geestelijk te eten Jezus Christus, die gestorven is voor onze zonden en opgewekt tot onze rechtvaardigmaking.
De rank in den Wijnstok, om vruchten voort te brengen den Heere, den hemelschen Landman, tot eere en tot vreugd.
Och, dat er niet vele zwakken en vele kranken waren; dat er niet velen sliepen (1 Cor. 11 vers 30).
Ontwaakt, gij die slaapt, staat op uit de dooden en laat Christus over u lichten !
Daarvoor kan des Heeren Heilig Avondmaal zoo'n heerlijk middel zijn, daartoe door den Heere Zelf in Zijn ondoorgrondelijke wijsheid en eeuwige liefde en milde goedheid verordend.

Vraag : Wat is beter, met „de hengelstok" te collecteeren of met zakjes met korten stok?
Antwoord : Wij hebben hierover al meer geschreven. Wij zijn, wanneer het volle of goed bezochte beurten zijn, onvoorwaardelijk voor „de korte stok." Als de zakjes van hand tot hand gaan, gaat alles veel vlugger en veel beter. Men moet er even aan wennen. Maar dan is het ook in alle opzichten veel practischer en veel beter. In „leege" beurten gaat het natuurlijk niet. Maar wanneer het „druk loopt" in een dienst, dan is het beslist aanbevelenswaardig.

Vraag : Is het de juiste weg, wanneer „vaste bedeelden" de hun toegerekende gift moeten afhalen in de kerkekamer ?
Antwoord : „Bedeelden” kent onze Hervormde Kerk gelukkig niet. De diakenen hebben te doen met gemeenteleden, die onze hulp van noode hebben en het formulier ter bevestiging van diakenen geeft daarbij genoegzaam aanwijzing. Dat werk moet, door de liefde van Christus gedrongen en gedragen, zoo teer en liefderijk mogelijk gaan. Daarom moet de methode in Christus' Kerk anders zijn dan b.v. van een kantoor of bureau tot ondersteuning, waar men de menschen laat komen op bevel en ze dikwijls zoo koud mogelijk en veelal uit de hoogte behandelt. Dat moet de Kerk niet doen. Daarom vinden wij de eenig goede methode, dat door diakenen (of door hulpkrachten van de diakenen, maar dan vertrouwde kerkelijke menschen, die daarvoor aangewezen worden en geregeld met de diakenen in contact staan, z.g.n. bezoekbroeders of bezoekzusters — want ook vrouwen kunnen, naar luid van Gods Woord, hier prachtig hulpdienst bewijzen), degenen, die onze hulp van noode hebben, in hun woning worden bezocht, opdat ook een vriendelijk, persoonlijk woord kan worden meegegeven bij de gave in geld. Wij kunnen het daarom geenszins toejuichen, dat diakenen de armen der gemeente als „bedeelposten" behandelen en ze in de Diaconiekamer of consistorie laten verschijnen, om „op nummer" geholpen te worden. Dan wordt het geld toegeschoven als in het postkantoor aan het loket of op een bureau van Maatschappelijk Hulpbetoon. En zoó mogen we de armen der gemeente niet „afschuiven." Persoonlijk bezoek is gewenscht, waarvoor de gemeente in „kwartieren" of afdeelingen — wijken — kan worden verdeeld.

Vraag : Is het aan te bevelen, dat vanwege de Diaconie een halfjaarlijksche collecte langs de huizen wordt gehouden, waarbij „de man met de bus" (iemand uit het „Oude Mannenhuis") van huis tot huis gaat, zoowel bij leden van de Kerk als bij niet-Ieden ?
Antwoord: In een van onze vorige gemeenten was dat ook gewoonte. En het was een oud gebruik, waarbij nog al wat binnen kwam, waarom diakenen er maar niet toe konden besluiten om die collecte langs de huizen af te schaffen, hoewel men zelf voelde, dat het toch eigenlijk niet de manier is voor de Kerk om zóó gaven voor de armen der gemeente te vragen. De Kerk van Christus zelve is daarvoor aangewezen. Later is toch eindelijk die collecte (twee per jaar) afgeschaft en de Diaconie is er niets slechter door geworden. Wij zullen dan ook nooit aanraden, om zoo'n collecte in te stellen en waar zulke dingen nog bestaan, zeggen we : broeders, laat deze dingen los en schaft deze dingen af en doet het werk van diakenen, zooals dat in de Kerk van Christus betamelijk is!

Vraag : Kan het, dat in het kerkgebouw een godsdienstoefening wordt georganiseerd, als de Kerkeraad er tegen is ?
Antwoord : Ook dit is een vraag, die we al meermalen hebben beantwoord. Neen, een godsdienstoefening kan er tegen den zin en den wil van den Kerkeraad niet worden belegd. Maar als men van de Kerkvoogden gedaan kan krijgen, om het kerkgebouw voor een „vergadering" of „samenkomst" te huren, dan kan men toch in de kerk samenkomen op een bepaalden tijd ; zelfs des Zondags. Want als er dan des morgens en des avonds godsdienstoefening is onder leiding van den Kerkeraad, kunnen Kerkvoogden het gebouw voor den Zondagmiddag afstaan aan anderen. Zoo is (om een voorbeeld te noemen) onlangs door Kerkvoogden in Boskoop (welk College, zoo lang als 't duurt, modern is) het kerkgebouw afgestaan op een Zondagmiddag, ter „bevestiging en intree'' van mej. N.N., die als voorgangster van de Vereeniging van Vrijzinnig Hervormden te Boskoop (en tegelijk ook te Gouda) benoemd is en nu sinds eenigen tijd in functie is. Dat is dan geen officieele godsdienstoefening, maar een „godsdienstige samenkomst", waarbij de kerk „gehuurd" is en de Kerkeraad niets te zeggen heeft; 't valt geheel buiten verantwoordelijkheid van den Kerkeraad.

Vraag : Is het goed, dat „bedeelposten" gedwongen worden in een bepaald kerkgebouw de godsdienstoefening bij te wonen, waar ze dan een „penning" krijgen als bewijs, dat ze er geweest zijn ?
Antwoord : Als zulke dingen nog bestaan (vroeger hebben we het zelf meegemaakt) is het verschrikkelijk. Natuurlijk moeten de leden der gemeente (de minder bevoorrechte leden en de meer bevoorrechte evengoed)) de godsdienstoefeningen bijwonen. De dienst des Woords en de dienst der Sacramenten mogen niet worden verwaarloosd, noch door de rijken, noch door de armen. Maar om van „bedeelposten" te spreken, vinden we al verschrikkelijk en als zulke menschen „gedwongen" worden ter kerk te gaan, kunnen we dat onmogelijk goedkeuren. Men krijgt dan ook onwillekeurig een soort „armendienst", en dat mag niet. Men moet met of zonder „bedeeling" meehelpen, tot een gezond kerkelijk leven, waartoe ook behoort het geregeld bijwonen van die godsdienstoefeningen.

Vraag : Moet iemand, die Roomsch gedoopt is, weer overgedoopt worden, als hij tot de Hervormde Kerk overgaat ?
Antwoord : Neen, als iemand, die Roomsch gedoopt is, toetreedt als lid tot de Luthersche, Hervormde, Gereformeerde Kerk enz., wordt hij niet „overgedoopt." De doop van de Roomsche Kerk wordt door de Protestantsche Kerken erkend. Dat komt niet hieruit voort, dat men de Roomsche Kerk de ware Kerk acht en noemt, maar dat is een stuk van onze belijdenis aangaande de algemeene Christelijke Kerk, een stuk van de catoliciteit der Christelijke Kerk. Overal waar de doop is geschied in dien naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes, wordt de doop door ons erkend. Daar zit volstrekt niet in „dat de Roomsche Kerk net zoo goed is als de Hervormde Kerk" ; over het kerkelijk leven van de Roomsche Kerk wordt dan volstrekt geen oordeel uitgesproken, 't Is, zooals we reeds zeiden, een stuk van onze belijdenis aangaande de catoliciteit of algemeenheid der Kerk. Wij zien de Kerk van Christies ook nog wel buiten onze eigen kerkelijke gemeenschap ; hoewel we dan volstrekt niet zeggen, dat voor het kerkelijk leven de Roomsche of Luthersche of Gereformeerde Kerk precies 't zelfde is en het dus zoo ongeveer 't zelfde is of men zich voegt bij de Roomsche, Luthersche of Gereformeerde Kerk ! Voor het kerkelijk leven (ambten, belijdenis, dienst des Woords, der gebeden en der Sacramenten, kerkelijk opzicht en tucht enz. enz.) heeft het Gereformeerd Protestantisme van ouds een eigen beschouwing, naar uitwijzen van Gods Woord en naar die beginselen wil een Gereformeerde handelen en wandelen (in onderscheiding van Roomsche, Luthersche, Baptist, Darbist enz. enz.) ; en daarom stelt de Gereformeerde ook bepaalde eischen voor het toetreden tot de Kerk, zeer beslist zich onderscheidend van anderen. Maar dat alles wü niet zeggen, dat de Gereformeerde niet belijdt de catholiciteit der Kerk en gaarne waardeert en eerbiedigt en erkent wat in andere Kerkgemeenschappen voor goeds gevonden wordit — in dit geval: de doop in den driemaal heiligen Naam des Heeren.
De gedoopte wordt niet overgedoopt, maar wordt wel in de Gereformeerde Kerk tot een andere belijdenis en wandel geroepen en verplicht dan in de Roomsche Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's