De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

17 minuten leestijd

NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Beroepen :
te Dinteloord E. V. J. Japchen te Waarder — te Perwerd P. J. Krop, cand. te Rotterdam.
Aangenomen :
naar Akkersloot J. P. van Mullem, voorg. Vrijz. Herv. te Amsterdam — naar Enkhuizen (hulppred. Vereen. Rechtz. Herv.) J. Th. van Veenen, cand. te Groningen — naar Etten (N.-Br.) L. Aalders te Vaals — naar Kampen (vac. M. Ottevanger) M. Ottevanger te Ridderkerk.
Bedankt:
voor Westbroek en Achttienhoven H. Ewoldt te Bergambacht — voor Nieuwe Pekela C. M. van Endt te Wehl — voor Garderen E. V. J. Japchen te Waarder (Z.-H.).

GEREFORMEERDE KERKEN.
Tweetal:
te Appelscha (Fr.) : D. Vreugdenhil, cand. te Rotterdam en A. van der Ziel, cand. te Nijmegen. te Tzum : T. Klein, cand. te Uithuizermeeden en dr. J. van der Linden te Leeuwarden.
te Hoek van Holland ; H. de Jong, cand., hulppred. te Voorburg en L. Touwen, cand. te Amsterdam.
Beroepen :
te Tzum dr. J. van der Linden te Leeuwarden — te Borne en Delden M. Geertsma, cand. te Zuidwolde (Gr.) — te Sleen (Dr.) D. W. van der Laan, cand. te Driebergen — te Appelscha (Fr.) D. VreugdenhU, cand. te Rotterdam — te Opeinde-Nijega (Pr.) dr. J. van der Linden, cand. te Leeuwarden.

CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK.
Tweetal :
te Noordeloos : W. Heerma te Aalsmeer en S. van der Molen te Rotterdam.
Beroepen :
te Drachten (Pr.) J. van Dijken, cand. te Woltersum (Gr.).
Aangenomen :
naar 's-Gravenhage-West N. de Jong te Rijnsburg.
Bedankt:
voor Ouderkerk a/d Amstel N. de Jong te Rijnsburg.

Afscheid, bevestiging en intrede.
Cand. F. C. Willekes, te Spijk (Gr.), beroepen pred. bij de Ned. Hervormde gemeente van Hoogvliet, zal Zondag 9 September aldaar in den namiddagdienst zijn intrede doen, na des morgens bevestigd te zijn door zijn vader, ds. P. C. Willekes, Ned. Herv. pred. te Spijk (Gr.).

Ds. W. C. Posthumus Meijjes, Ned. Herv. pred. te Rotterdam, hoopt Zondag 16 September a.s. afscheid te nemen in de Groote Kerk te 7 uur. Zijn intrede te Hoogland is bepaald op Zondag 23 September a.s., te 2 uur. Des morgens 9.30 uur zal ds. W. S. van Leeuwen, van Rotterdam, den nieuwen leeraar bevestigen.

Cand. W. Bousema, van Hoogkerk, werd Zondagmorgen bevestigd bij de Ned. Hervormde Gemeente te Sprang (N.-Br.) door ds. J. Cuperus, van 's-Grevelduin-Capelle, met een predikatie over Psalm 119 vers 65 en 17.
Aan de handoplegging nam mede deel ds. Van der Roest, uit 's-Gravenmoer. 's Middags deed ds. Bousema intree in een overvolle kerk met een predikatie over 1 Oor. 2 vers 1 en 2.
Na de gebruikelijke toespraken werd ds. Bousema toegesproken door den consulent ds. Cuperus namens gemeente, kerkeraad, kerkvoogdij en vereenigingen ; door ds. Louwe Kooijmans als prsetor van den Ring en door ds. Van der Roest. Toegezongen werd Psalm 122 vers 3 en Psalm 121 vers 3.

Men schrijft ons uit Dordrecht: Drs. F. A. Nolle deed Zondag j.l. zijn intrede bij de Ned. Hervormde Gemeente te Obergum. In den morgendienst werd het huwelijk van den nieuwen predikant met mej. E. M. Draxler ingezegend door ds. Joh. W. Hoekstra, van Wetsinge, die tot tekst had gekozen Joh. 2 vers 2 : „En Jezus was ook genood." In het tweede gedeelte van dezen dienst bevestigde ds. Hoekstra, als consulent, drs. Nolle tot predikant. Na eerst een korte predikatie te hebben gehouden naar aanleiding van Jac. 1 vers 26, had de eigenlijke bevestiging plaats, terwijl de gemeente zong van Ps. 91 het 3e vers.
Des namiddags deed ds. Nolle zijn Intrede. In verband hiermee releveerde de predikant de voorgeschiedenis van zijn beroep en sprak vervolgens naar aanleiding van Amos 7 vers 14, 15 en 1 Tim. 1 VS. 15. TTwee vragen, die de gemeente het recht had hem te stellen, wilde spreker beantwoorden : Wie zijt gij ? Wat brengt gij ?
Na de gebruikelijke toespraken tot bevestiger, kerkeraad enz., voerden het woord de burgemeester, ds. Okken, van Bierum, en de heer Hooykaas, namens dee Leidsche Theologenvereenlging „Tua Res Agitur", waarvan ds. Nolle voorzitter geweest is.

Alsnog nemen we uit „De Rotterdammer" over het bericht over de bevestiging en intrede van ds. C. van den Boogert als pred. der Ned. Hervormde Gemeente te Zuid-Beijerland.
De bevestiging geschiedde door ds. J. D. Kleine, van Ooltgensplaat, die sprak over Jesaja 40 : 1, wijzende op de taak van den prediker als een rijke, een moeilijke en een wondere opdracht. Aan de handoplegging nam mede deel de consulent, dis. J. A. Ten Bokkel Huinink, te Numansdorp.
Des middags deed ds. Van den Boogert intrede met een predikatie over Jesaja 40 vers 6—8, daarbij uitwerkende : 1. de opdracht tot en 2. den inhoud van de prediking, zooals God dien van Zijn dienaren eischt. Na de predikatie werden toegesproken de Kerkeraad, de Kerkvoogdij, de consulent en burgemeester A. Becking. Ook met de schoolhoofden, leiders van de jeugd. Zondagsschool en andere vereenigingen werd samenwerking verzocht en aangeboden.
Toespraken volgden door ouderling H. Weij, ds. Jonkers, van Goudswaard, en den consulent. Mede aanwezig waren de ringbroeders ds. Hugenholtz, van Klaaswaal en ds. Gerrits, van 's-Gravendeel.

Dr. R. B. Evenhuis.
Dr. R. B. Evenhuis, Ned. Herv. pred. te Zaandam, wiens benoeming tot hoogleeraar aan de Hoogere Theologische School te Buitenzorg wij onlangs gemeld hebben, heeft voor die benoeming bedankt.

Beroepingswerk te Kerkwijk—Bruchem.
Naar wij van bevoegde zijde vernemen, heeft het Kerkbestuur der Ned. Hervormde Kerk te Kerkwijk een gecombineerde vergadering aangevraagd met het Kerkbestuur te Bruchem, teneinde onder de oogen te zien wat er kan worden gedaan om zich bij den Raad van Beheer aan te sluiten en den weg tot het beroepingswerk te openen.

Nederlandsche bemiddeling in den Duitschen Kerkstrijd.
Uit Berlijn wordt bericht door het Ned. Chr. Persbureau, dat dr. H. W. van der Vaart Smit te Zwijndrecht door de Duitsche Regeering is benoemd tot bemiddelaar tusschen de regeering der Kerk en de oppositie (de belijdenisbeweging). De Nederlandsche bemiddelaar is reeds een drietal weken als zoodanig werkzaam. Zijn grootste moeilijkheid moet hierin liggen, dat de oppositie uit zeer heterogene groepen is samengesteld, waarvan de Westfaalsche beweging wel het scherpst in verzet staat tegenover de Rijksregeerlng.

Gereformeerd en Christelijk Gereformeerd.
In „De Wekker" geeft prof. J. J. van der Schuit, hoogleeraar aan de Theologische School der Chr. Gereform. Kerk en prse-adviseur der a.s. Generale Synode dier Kerk, als zijn meening te kennen, op welke wijze een mogelijke vereeniging zou moeten tot stand komen.
Hij schrijft in een onderschrift op een ingezonden stuk van ds. R. E. Sluiter, uit 's-Gravendeel, waarin deze op den ernst van deze zaak wijst: »Het blijkt al duidelijker in welk een ware belangstelling deze Synode deelt. De fout van 1892 was een eenheid, van kerkelijke vergaderingen, zonder een eenheid van kerken. Dien weg gaan wij tot geen prijs op. Niet de Synode, maar de plaatselijke kerken met haar respectieve kerkeraden hebben over een „mogelijke vereeniglng" ter Classicale Vergadering te spreken. 1892 heeft ons wat geleerd en een gewaarschuwd man geldt voor twee.

Bond van Chr. Gereformeerde Meisjesvereenigingen in Nederland. Eigen Orgaan.
Dezer dagen heeft de Bond van Chr. Geref. Meisjesvereenigingen in Nederland in de Chr. Geref. Kerk te Utrecht zijn jaarvergadering gehouden. Wegens een lichte ongesteldheid van de presidente, mevr. De Smit, van Utrecht, zat ds. H. Janssen, leger-en vlootpredikant in algemeenen dienst, de vergadering voor. Blijkens 't jaarverslag van de secretaresse telt de Bond momenteel 51 aangesloten vereenigingen. Begin November verscheen het eerste nummer van het Bondsorgaan „Belijden en Beleven". Met blijdschap werd dit feit vermeld. Het financieel verslag gaf een voordeelig saldo aan van ƒ 200.56 en sloot met een bedrag ad ƒ 368.19. Tot presidente werd gekozen mej. Plaisier, uit Hilversum.
In de middagvergadering kwam een tweetal referaten aan de orde. Prof. J. W. Geels, uit Apeldoorn, sprak over : „De vrouw in dezen tijd" en mevr. A. C. Boerma—Kloppenburg, van Hilversum, over : „Zout in de waterwel.”
Op beide referaten volgde een levendige bespreking.

Inwonend lid eener Gereformeerde Kerk.
In een zijner reisbrieven in „De Wekker" deelt ds. C. van der Zaal, Chr. Geref. pred. en lid der Tweede Kamer, mede, dat hij o.a. den predikant der Gereformeerde Kerk te Batavia, ds. Holtrop, bezocht. Deze vroeg hem, of hij inwonend lid van de Gereformeerde Kerk wilde worden. „Waar ik hierin toestemde, verzocht hij mij ook, om in de Gereformeerde Kerken en onder de verstrooiden zooveel mogelijk een stichtelijk woord te willen spreken. Hij deed dit in naam van zijn kerkeraad. Bij zijn verzoek hield hij zich geheel aan de besluiten, die hierover door de Classis Batavia genomen waren, 'k Heb dan ook den Zondag daarop in de Gereformeerde Kerk te Batavia gesproken en 's avonds voor de verstrooiden in Buitenzorg.”

Giften en legaten.
Wij lezen in de Rott. Kerkbode van 18 dezer, dat voor het Emeritifonds der Ned. Hervormde gemeente te Rotterdam is ingekomen een gift van ƒ 1000.— van N.N.

Geert Groote.
„Vijf en een halve eeuw geleden stierf Geert Groote, of Gerrit de Groote, zooals men dezen voorlooper van de Hervorming wel noemt. Deze man heeft een sterken invloed geoefend op den gang van het godsdienstig leven in Nederland. Trouw aanhanger van het Roomsch-Katholicisme, heeft Geert Groote niet zoozeer gestreefd naar de hervorming, als wel de zuivering der Kerk. Eerlijk de fouten van haar voorgangers erkennend en als boetprediker zijn verwijten niet sparend, ook wanneer het de geestelijkheid betrof, heeft hij de heiligheid der Kerk hooggehouden, onafhankelijk van de misbruiken, waarmee haar dienaren haar ontheiligden. Zijn strijd ging niet tegen de gebreken van, maar tegen de gebreken in de Kerk.
Voor den samenhang tusschen individu en gemeenschap had deze prediker minder oog dan voor de persoonlijke deugden en ondeugden, waarvoor hij den enkelen mensch verantwoordelijk stelde. Hij was de man van de persoonlijke zielszorg en heeft in deze hoedanigheid een weldadigen invloed op zijn omgeving uitgeoefend. Het gezag, dat van hem uitging, ontleende zijn kracht niet zoozeer aan zijn zielkundig inzicht als wel aan het welsprekend voorbeeld, dat hij met zijn eigen leven toonde.
De schrijver van de „Navolging van Christus", Thomas van Kempen, die in het door Groote gestichte broederhuis te Deventer zijn opleiding heeft genoten, heeft zijn meester als volgt gekarakteriseerd. „Hij was", aldus Thomas, „vriendelijk in het spreken, kalm van gemoed, eenvoudig in zijn kleeding, matig in zijn leefwijze, bescheiden van oordeel, gestreng, wanneer hij ondeugden ontmoette. Hij was een vijand van lediggang, altijd zelf iets verrichtende wat tot stichting kon dienen, een vriend van eenvoud, een bevorderaar van ootmoed. Hij bepeinsde de dingen des Hemels, was ijverig in het lezen en bidden, en gaf den kinderen der wereld een goed voorbeeld.”
Groote behoorde tot de vromen, die den luister der wereld gekend en als nietswaardig ten overstaan van het eeuwige leven verworpen hebben. Zooals Franciscus van Assisi heeft ook hij afstand gedaan van belangrijke maatschappelijke en persoonlijke voorrechten.
Zoon van Deventer's voornamen en welgestelden burgemeester, door verre reizen en een verblijf aan de bekendste universiteiten van Europa in wereldsche beschaving en wetenschappelijke kennis ontwikkeld, omringd door verfijnde genoegens, heeft Geert Groote geweten, wat hij prijs gaf, toen hij op drie een dertigjarigen leeftijd de roepstem volgde van zijn ouderen vriend Hendrik van Calcar, die hem bewoog, zijn leven geheel aan God en goede werken te wijden.
Door Van Calcar, die prior was van het Karthuizerklooster Munnikhuizen bij Arnhem, uitgenoodigd aldaar zijn intrek te nemen, heeft Geert Groote de afzondering van de wereld gezocht. Slechts een enkele maal verliet hij zijn retraite, om door gesprekken met vrome vrienden in Parijs en bezoeken aan den mysticus Ruysbroeck te Groenendaal bij Brussel zijn geest te versterken.
Na twee jaar aldus in eenzaamheid zijn vroomheid te hebben doen rijpen, liet hij zich door zijn medebroeders in het klooster overhalen om in de wereld te gaan prediken. Hiervoor was noodig, dat hij zich tot diaken liet wijden. Maar, ofschoon bisschop Floris van Wevelinkhoven hem verlof gaf om het woord te voeren, beschouwden de priesters den monnik, die zoo tegen hun losbandigheid te velde kon trekken, niet als een geordend prediker en trachtten hem zijn kruistocht zooveel mogelijk te beletten. Eindelijk is het hun gelukt, van bisschop Floris gedaan te krijgen, zijn verlof in te trekken, waarmee den boetprofeet het woord praktisch ontnomen was. Nog geen drie jaren heeft de prediking van Geert Groote geduurd, maar de toeloop, die deze Karthuizer monnik op zijn zwerftocht door Holland's dorpen en steden gehad heeft, maakte hem allerwegen bekend. Diep onder den indruk van zijn profetische getuigenis, hielden de hoorders ook na zijn vertrek de heugenis aan zijn sermoenen vast en onder elkaar besprak men nog lang hetgeen de prediker over de gebreken en zonden van het volk en de geestelijkheid had gezegd.
Na dezen zwerftocht keerde Geert Groote naar zijn vaderstad Deventer terug. Zijn ruime woning richtte hij nu in, om er jonge geestelijken, die met hem eens geestes waren, op te leiden. Hoewel tamelijk sceptisch staande tegenover de wereldsche wetenschap en heftig verbolgen tegen het misbruik, dat door haar beoefenaars werd gemaakt van de met haar gezag en titels verkregen maatschappelijke macht, was Geert Groote een voorstander van alle onderwijs, dat zijns inziens tot eer en heerlijkheid Gods kon dienen. De edele schrijfkunst, welke het woord voort kon planten door middel van de verspreiding van boeken, bevorderde hij allereerst in de kleine gemeenschap, welke hij rondom zich verzamelde. Door een veelzijdige correspondentie hield hij contact met gelijkgezinden in alle deelen der Kerk; zijn brieven hebben vele geesten verhelderd en vele zieken getroost.
Toen in 1380 magister Florens Radewijns, door een preek van Groote diep onder den indruk gekomen, de geldelijke voordeden van zijn geestelijk ambt opofferde en zich bij den Deventer kring aansloot, ried deze den meester aan tot een coöperatieve samenwoning te besluiten, waarvoor hij zijn huis beschikbaar stelde.
Zoo ontstond in het Heer Florenshuis de Broederschap des gemeenen levens, een vrije vereeniging van mannen en vrouwen, die den kost met het afschrijven van boeken verdienen en door een vroom en ascetisch leven het voorbeeld van praktisch Christendom trachten te geven. Op 20 Augustus 1384 is Geert Groote aan de pest gestorven. De laatste woorden tot zijn leerlingen waren : „Hebt vertrouwen op den Heere en staat vast in uw heilig voornemen. Wat God tot stand wil brengen, daartegen vermag een mensch niets.”
Het is hem in zijn laatste ure tot troost geweest, dat magister Florens zijn werk kon voort­ zetten.”

De Kerk in Duitschland. Het gaat nog lang niet goed met de kerkelijke aangelegenheden in Duitschland. Nauwelijks was von Hindenburg gestorven en begraven, of de kerkelijke machthebbers te Berlijn : de rijksbisschop dr. Muller, dr. Jager zijn assistent e.a., kwamen in actie. Eenigen tijd geleden ging het gerucht, dat de rijksbisschop zou aftreden, omdat hij zijn gezag had verspeeld, maar het is heel anders uitgekomen. Tal van predikanten bleven zich verzetten tegen de rijksmaatregelen in kerkelijke zaken genomen. Vooral de Gereformeerde landkerk in Hannover kon zich met Berlijn niet vereenigen. Maar daaraan moest nu een einde komen. De Zuid-Duitschers — Baden, Württemberg Beieren — stonden fel tegenover Berlijn. Dat had nu lang genoeg geduurd en er moest een eind aan komen. Er werd een synode samengeroepen. Doch eer ze samenkwam, had dr. Jager al verklaard, in welken geest haar besluiten zouden uitvallen.
„Deze dingen” zegt prof. Grosheide in N. Holl. Kerkblad „zijn diep treurig en ze bevestigen het vaak geuite vermoeden, dat von Hindenburg nog veel kwaad op kerkelijk gebied heeft tegengehouden. En dat getuigt niet van den smaak van de heeren te Berlijn, dat dadelijk na de begrafenis van den President werd ingegrepen. Maar wat doen smaak, gevoel, wat doet recht ter zake ? Alleen de macht beslist. De macht wil, dat er één kerk zal zijn in Duitschland, althans één Protestantsche Kerk en die ééne Kerk zal orgaan van den totaalstaat zijn. Wil ze dat niet, dan kan ze verdwijnen". „Wat in Duitschland geschiedt, is zeer zeker aan de ééne zijde typisch Duitsch, in zoover het gevolg is van de verkeerde banden, welke de Luthersche reformatie legde tusschen Kerk en Staat, maar is aan de andere zijde niet minder te danken aan stroomingen, die in alle landen vloeien, die ook voor óns land zijn beteekenis hebben." Voor Duitschland en voor de Gereformeerde Kerk in 't bijzonder wreekt zich hier een oude fout. „Er is in Duitschland nooit een christelijke politiek geweest. Men heeft op het terrein van het openbare leven alleen stoffelijke belangen laten gelden en daarmede wordt men nu geslagen. Dr. Kuyper heeft deze dingen sinds het begin van zijn optreden gezien. Hij hield Kerk en Staat uiteen en zag toch, dat reformatie in de Kerk alleen mogelijk was, indien ze gepaard ging met geestelijke vernieuwing van het staatkundig leven, met de doorvoering van de Chr. beginselen op sociaal terrein, met het opleven van een Christelijke wetenschap.Als dat gemist wordt — en alle verkeerde beschouwing dienaangaande — wreekt zich aan de Kerk. Men kan het leven niet breken — en de Kerk kan in haar optreden in het openbaar alleen bloeien, waar de levenséénheid wordt gezien en vastgehouden.

Moeilijkheden uit het verleden van de Vrije Universiteit.
In de eerste circulaire, die van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden grondslag uitging tot het Gereformeerde volk, werden ook de bezwaren, die zich opdeden, niet verzwegen. Een der bezwaren was : van waar zullen ons komen de mannen van talent om de Vrije Universiteit als hoogleeraren te dienen ? Die vraag heeft de stichters en leiders van onze Universiteit altijd, maar vooral in de eerste jaren, zeer sterk bezig gehouden. Met een minimum aantal professoren moest worden begonnen. Er waren slechts weinig wetenschappelijke mannen van ons beginsel, bereid om een professoraat aan de Vrije Universiteit te bezetten. Ook in het buitenland waren schier geen geschikte personen te vinden.
In 1880 heeft dr. A. Kuyper een reis naar Duitschland ondernomen met het doel, hoogleeraren voor onze Universiteit te zoeken. Verschillende namen waren genoemd en aanbevolen. Maar ook deze reis liep op teleurstelling uit, Onverrichterzake moest dr. Kuyper terugkeeren. Van de genoemden bleek de een de leer der praedestinatie te ontkennen; een ander der aanbevolenen was opgenomen in een krankzinnigengesticht ; een derde bleek reeds te zijn overleden. En van de anderen bleek niemand bereid om het te wagen. Niemand wilde het offer brengen van zonder vaste toekomst zich aan de Vrije Universiteit in Holland te verbinden en daarvoor een goed betaalde en voor de toekomst zekere positie in Duitschland op te geven.
Bijna wanhopig klinkt de klacht in een brief van dr. Kuyper: »Het gaat niet. We kunnen niet kieskeurig zijn. Om te rijden moet men toch vier wielen onder z'n wagen hebben, maar met wielen van bordpapier komt men er niet.«
Hoe dankbaar hebben wij te zijn dat die enkelen, in gehoorzaamheid aan Gods roeping, het waagden : dat zij bereid waren desnoods zelf onder te gaan, als dan maar het werk zou slagen. (Mededeelingen van de V.U. No. 21).

De zedelijkheid van een natuurvolk en de Zending.
Door de veranderde politieke toestanden, door regeeringsbemoeienissen enz., is het maatschappelijk leven onder de heidenen sterk veranderd bij vroeger. Dr. Alb. C. Kruyt, een kenner van naam, schrijft daarover in een brochure (uitgave van „Kerkopbouw") en zegt, dat hij het zelf onder de Toradja's op Celebes heeft waargenomen, dat de heidenen in hun maatschappelijken wandel minder zijn geworden dan vroeger, toen ze heidenen waren. Ze zijn minder vrijgevig en er wordt meer gestolen ; ook komen er meer echtscheidingen voor. Hoe komt dat ? Vroeger, onder de oud-vaderlijke heidensche levenswijs, werden de menschen veel meer in toom gehouden door de dorpsgemeenschap, die zeer veel macht over hen had. Door het ingrijpen van het Gouvernement is de macht van die gemeenschap gebroken, de menschen staan nu veel meer op zichzelf en zijn meer ongebonden. Hier ligt dus de schuld van den achteruitgang niet bij de Zending. Integendeel. Ware het Christendom er niet tusschen gekomen, dan zou het nog veel erger zijn. Hoe meer de Zending ook hier bevorderd wordt, boe beter het is, onder alle omstandigheden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's