De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

6 minuten leestijd

DE ORDENING DER BODEMPRODUCTIE.
Een van de vele moeilijkheden, waarvoor de Regeering zich in dezen crisistijd geplaatst ziet, is de moeilijkheid van het treffen van maatregelen om tot ordening van de bodemproductie te geraken.
Zooals bekend is, produceert Nederland aan zuivel, benevens aan verschillende land-en tuinbouwproducten, aanmerkelijk veel meer, dan het voor de behoeften van zijn volk noodig heeft.
Hetgeen nu aan bodemproducten te veel is, moet in den vreemde worden afgezet. Echter Duitschland en Engeland, de beide landen, waarheen sinds ongeveer een halve eeuw groote voorraden van het overcompleet van de bodemvoortbrengselen heen gingen, bemoeilijken thans den afzet in niet geringe mate.
Ware deze toestand nu van voorbij gaanden aard, dan zou men zich in de tijdelijke moeilijkheden hebben te schikken, doch zoo staan de zaken voor het heden en de toekomst niet; de vermindering van den afzet draagt geen tijdelijk karakter, maar is als een blijvend verschijnsel te zien, omdat de beide genoemde groote afnemers van onze bodemproducten door krachtige bescherming van eigen teelt, zich er op toeleggen om zelf datgene voort te brengen, dat zij vroeger van ons land betrokken.
Het is nu op dezen blijvenden toestand, dat land-en tuinbouw en veehouderij zich zal hebben in te richten, wil het geheele platteland tenslotte niet aan een totalen ondergang worden prijsgegeven.
Den toestand laten, zooals deze op het oogenblik is, gaat niet, omdat de financieele lasten, die met het stelsel van bijslagen samenhangen, op den duur niet zijn te dragen.
De bodemproductie moet dus geordend worden. Dat deze ordening, die bedoelt inkrimping van de productie, niet zoo eenvoudig is tot stand te brengen, zal, vooral met het oog op het ingewikkelde van het boeren-en tuindersbedrijf, duidelijk zijn.
Het voornaamste element, dat het vraagstuk beheerscht, is echter de vraag van de hoeveelheid, die van elk der producten moet geproduceerd worden.
Doch daarvan is niets bekend.
Op dit punt ontbreekt het nog aan de noodige stabiliteit.
Er valt te zorgen voor eigen behoefte, doch er dient ook gerekend te worden met datgene — ook al is het gering — wat nog aan het buitenland kan afgezet worden.
Nederland heeft met Duitschland een handelsverdrag voor een jaar afgesloten, waarbij ons land een behoorlijk kwantum boter bij den Oostdijken nabuur mag invoeren. Doch wie zal zeggen, hoe de toestand over een jaar zal zijn, wanneer dit handelsverdrag is afgeloopen ?
Zoo is het vraagstuk van de ordening van de bodemproductie, zoolang de stabiliteit van hetgeen in het buitenland kan ingevoerd worden gemist wordt, een moeilijk op te lossen probleem. Er is intusschen nog een tweede element, dat nog onzekerder is dan dat van den afzet van de bodemproducten. Ook met dat tweede element dient gerekend te worden.
Het is het element der voedselschaarschte als gevolg van ziekte in de gewassen, misgewas, droogte enz.
Dit element is vooral in dezen tijd van beteekenis, nu de langdurige droogte over heel de wereld aan de veldgewassen belangrijke schade heeft toegebracht.
Zoo meldde het Landbouw-Departement van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika, de voorraadschuur van de tarwe, op 10 Juli, dat naar raming de tarweoogst voor dat land dit jaar slechts 483 millioen bushei — Engelsche maat voor droge waren, 36.35 Liter — zal bedragen. Het tekort voor eigen consumptie zal in de Vereenigde Staten dientengevolge bijna 150 millioen bushei beloopen. Drie-vijfden van het overschot van vorige jaren zal noodig zijn om de natie te voeden, zoodat in Juli 1935 dus maar een zeer matig overschot van ongeveer 100 millioen bushei aanwezig zal kunnen zijn. Van uitvoer van tarwe naar Europa zal dan ook wegens den geringen oogst zoo goed als geen sprake zijn. In Rotterdam ligt op dit oogenblik 45.000 ton tarwe, een hoeveelheid, die ons land in vier dagen verbruikt.
Donau-mais is — zoo wordt bericht — ter aanvulling van den maisvoorraad niet te verwachten.
Vice-consul Wanke te Bentheim deelt mede, „Handelsberichten" van 16 Augustus, dat de invoer van groenten en aardappelen in Duitschland in de maand Juli buitengewoon sterk was, hetgeen z.i. te verklaren is door de droogte, die in Duitschland geheerscht heeft. Per dag passeerden het station Bentheim 35 tot 40 wagons aardappelen, bovendien nog 20 tot 25 — enkele dagen nog meer — wagons erwten.
Zoo zal de voedselschaarschte in vele bedrijven nog geheel onverwachte toestanden scheppen en voor de bevolking verstrekkende gevolgen kunnen hebben.
Bij de ordening van de bodemproductie zal daarom groote voorzichtigheid moeten worden betracht.
Der Regeering zij wijsheid en goed verstand toegebeden om in dezen crisistijd de moeilijkheden, die zich als 't ware bij den dag opstapelen, zooveel als in haar vermogen is weg te ruimen.
Meer dan ooit behoeft ons land, in de benarde dagen waarin wij leven, mannen, die, in biddend opzien tot God, de verantwoordelijkheid gevoelen van de zware taak, die hun als regeerders op de schouders is gelegd.

EEN GOED BEGIN.
Blijkens de onlangs in werking getreden wijziging van de Winkelsluitingswet, zal de bepaling betreffende de verruiming van den verkoop op Zondag van vier tot zes uur en van het gedurende enkele uren op dien dag open zijn der sigarenwinkels, eerst dan effect sorteeren, wanneer vooraf door den Gemeenteraad is verklaard, dat hij van oordeel is, dat de tegenwoordige buitengewone omstandigheden daartoe aanleiding geven. Die verklaring zal de Gemeenteraad dan moeten afleggen uiterlijk binnen twee maanden na afkondiging der wetsherziening. Bovendien zal die verklaring niet afgelegd kunnen worden dan nadat de belanghebbenden uit het betrokken bedrijf — de winkeliers en het winkelpersoneel — zullen zijn gehoord.
Dat dit voorbehoud in de wet kwam, n.l., dat de Gemeenteraad in de verruiming van den Zondagsverkoop zal gekend worden, is voor het grootste deel het werk van den nieuwen Minister van Economische Zaken. De voorwaarde, die de wet thans stelt, geeft dus den Gemeenteraad het recht om een verzoek tot verruiming van den verkoop op 'Zondag af te wijzen.
Zooals vanzelf spreekt, zijn de Gemeenteraden — waar de fatale termijn, binnen welken de Gemeenteraad de hierboven genoemde verklaring moet afleggen, op uiterlijk twee maanden is , gesteld — druk doende om bij de betrokken bedrijven inlichtingen in te winnen.
Reeds van een enkele groote gemeente werd het resultaat van het onderzoek bekend.
Naar de bladen berichten, werd onder de Groningsche sigarenwinkeliers een referendum over de verruiming van verkoopgelegenheid op Zondag gehouden, waarvan de uitkomst was, dat het grootste deel der belanghebbenden heeft tegengestemd.
Wij verheugen ons over dit resultaat van harte. Mogen de Gronlngsche sigarenwinkeliers hun collega's in heel den lande ten voorbeeld strekken !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's