De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

NIET OMGEKOMEN.

5 minuten leestijd

Wanneer ik dan omkom, zoo kome ik om. Esther 4 : 16b.

Daar dreigde groot levensgevaar voor Esther en haar volk. Reeds had de machtige koning Ahasveros het besluit geteekend, waarbij alle Joden, niet alleen te Susan, maar in zijn gansche rijk, zouden worden uitgeroeid. De toeleg van den Amalekiet Haman, den sluwen vijand van Israël, scheen te zullen gelukken. Gods Raad echter zal bestaan en naar dien Raad is Esther het middel waardoor de Heere Zijn volk redt. Mordechai, de trouwe pleitbezorger van de zaak der belaagde Joden, is het instrument in de hand des Heeren, waardoor de eerst nog aarzelende koningin bewogen wordt om tot den koning in te gaan en zijn gunst af te smeeken, hoewel dit niet naar de wet van het koninklijk huis was. Deze wet veroordeelde ten doode een ieder, die ongeroepen tot den troon des konings durfde te naderen. En Esther was al in geen 30 dagen tot den koning geroepen. De nood drong. Haar volk is in doodsgevaar. De geweldige nood van dit om zijn zonden in ballingschap levende en nu ernstig bedreigde volk, dreef Esther ioi vasten. Ook moesten alle Joden te Susan met haar vasten gedurende drie dagen. En alzoo vastend, zou zij tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet was; „wanneer ik dan omkom, zoo kome ik om !”
Esther spoorde haar volk aan om met belijdenis van schuld, in droefheid, bij den Heere uitkomst te zoeken. Zelve ging zij daarbij voor. Hierdoor mag zij aan christenen ten voorbeeld gesteld worden. Och, ware er, bij den grooten wereldnood van heden, meer vasten en bidden I Al weenende over onze zonden, worden de knoopen der goddeloosheid losgemaakt, d. i.: komt onze ziel vlak voor God te liggen en schenkt de Heere vergeving en alzoo ook uitkomst uit nood van zonde en moeite. O, dat God Zijn Geest niet terughoude, want deze alleen kan verbreking geven door ontdekking en genezing door vergeving, om de verdiensten van Christus.
Laten Gods kinderen de eersten zijn en anderen opwekken, gelijk Esther deed, om samen God te smeeken met geween, zeggende : Heere, wij zijn in onze schuld, neem weg alle ongerechtigheid en geef het goede, zoo zullen wij betalen de varren onzer lippen ! Hij zal gewisselijk hooren, gelijk weleer.
Al verbood de wet aan Esther tot den koning te gaan om gunst te vragen, ja, al dreigde haar de doodstraf, zij zou gaan ! Het ging om leven of dood. Zij wist zich gedragen door een biddend volk, althans door een biddenden Mordechai.
De wet des Heeren verbiedt aan geen zondaar in nood, tot den Heere te gaan, gelijk de wet van Ahasveros' huis. Maar de wet Gods verschrikt wel den mensch, voor wien het gebod levend wordt. Van nature toch zijn we dood voor de wet, maar als het gebod gekomen is, is dé zonde levend geworden. Door de wet is de kennis der zonde, en zoo ontstaat er vreeze des oordeeis. Niettemin kan zulk een zondaar niet ophouden zijn toevlucht te nemen tot den Koning aller koningen. En zoo wordt ook nu nog de verzuchting van Esther verstaan : „Wanneer ik dan omkom, zoo kome ik om !”
Is dit woord een uiting van vertwijfeling ? Evenmin als het een roekeloos spel beteekent, waarbij men „alles op alles" zet. Het is de uitspraak van een hart, dat door genade 'bereid is het allerergste te aanvaarden, zoo God het wil. Verdienste is er immers niet, 't is al genade. Rechtvaardig is het, als het doodsvonnis voltrokken wordt, want bij den mensch is niet dan zonde en schuld. Een zondaar, door de gansche wet veroordeeld, verricht geen wanhoopsdaad als hij Esther's uitspraak tot de zijne maakt. Hij kan niet anders. De Geest overreedt hem. En dan schijnt het een waagstuk te zijn, maar inderdaad is dit zoo niet, want God is geen Ahasveros. De Geest, die de erkenning van het strikte recht in de ziel wrocht, handelt in overeenstemming met den wil des Vaders en des Zoons. Het is geen wagen, waarbij het goed of kwaad kan afloopen, neen, de Vader heeft Zijn uitverkorenen lief van eeuwigheid en de Zoon heeft voor hen Zijn bloed gestort. Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen, spreekt de Christus.
Het geloof speelt geen kansspel. Het wordt nooit beschaamd, al veroordeelt u de wet, al klaagt uw geweten u aan, al draagt gij het vonnis des doods in uw weenende ziel, toch komt gij n i e t om, gij, die vastend en biddend belijdt : „Wanneer ik dan omkom, zoo kome ik om !" Gij zult gunst vinden in de oogen van Koning Jezus en als begenadigde uitgaan uit de vierschaar, daar een Ander in uwe plaats den vloek droeg en den dood stierf, doch óok de wet vervulde. Gij zult niet sterven, maar leven, en de daden des Heeren vertellen tot roem Zijner genade.
Wie in zijn schuld voor den Rechter komt, kan niet denken dat hij vrijgesproken zal worden, maar zoo wij Hèm mochten leeren kennen, die in Christus een Ontfermer is, dan zeggen we vrijmoedig : Gij waagt niets met „kom ik om, dan kom ik om", gij zult het leven verkrijgen door den dood heen !
De raad, zoo ernstig en dringend door Mordechai aan Esther gegeven, was goed. Wij haasten ons hem te herhalen voor allen die gezeten zijn in schaduw van den dood, maar nu met het oog op Koning Jezus, dien goedertieren en barmhartigen Koning Israels : Ga tot den Koning, dien uw smeekschrift in! Hij wijst niet af, die in hun zonden en ellenden tot Hem zich ter genezing wenden ! Hij zal u Zijn gouden genadescepter toereiken en Zijn Geest zal u vrijheid schenken om den spits er van aan te raken ten bewijze, dat gij moogt gelooven de vergeving uwer zonden. Niet omgekomen, maar gered, gaat gij gerechtvaardigd naar uw huis, smakend den vrede, die zich uitspreekt in de verheerlijking van Christus.

Amersfoort.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's