SCHOOLBLIJVEN
Met dit woord komen we niet alleen in de organisatie van het schoolleven, maar raken we ook het teere puntje van de samenwerking tusschen huis en school aan. Daarom kunnen de ouders maar niet zeggen : „Dat schoolblijven belief ik niet! Daar kryg ik mijn huisorde mee in de war !" En aan de andere kant mogen de onderwijzers ook maar niet doen, alsof er geen huisgezin en geen huiselijke regel bestaat.
Allereerst moeten we even met elkaar vastleggen, dat de school wel het recht heeft om de kinderen zoo noodig nog een poosje na te houden. Het is dwaas van de ouders, om daartegen op te komen. Wanneer de onderwijzers in dezen niet overdrijven, door de kinderen te vaak, te lang te houden, dan is dit een heel geschikte vorm van schooltucht. De verzuimde taak kan worden ingehaald, het verknoeide werk kan worden overgemaakt. Zoo is het een middel, om 't kind te bewaren voor achterblijven bij de klas. En menig ouder mag dankbaar zijn, dat de meester de moeite wil doen het kind nog na te laten werken. Ook kan menige overtreding in zoo'n kwartiertje na schooltijd worden geboet en wordt er zoodoende een heilzame vrees gekweekt tegen de herhaling van menige schooljongensstreek.
Ik geloof zelfs, dat het schoolwerk geen goed verloop heeft, als het als regel geldt, dat allen onmiddellijk naar huis gaan. Veel schoolblijvers te houden is fout, dan heeft het geen klem meer, maar nóóit een school blij ver te houden, lijkt mij alleen mogelijk in een volmaakte klas met een volmaakt onderwijzer. Wie na schooltijd maar steeds een streep haalt door de lijst van overtredingen, zal voor den volgenden dag minder klem op de kinderen krijgen en later veel straffer maatregelen moeten nemen. Neen, de onderwijzer, die om zoo te zeggen, altijd dadelijk de school ontvlucht en al eer dan de kinderen thuis is, loopt gevaar, geen oog te hebben voor de kleine verschillen, die er bij de kinderen ook in zijn klas voorkomen, verschillen, die voor een deel in dat kwartiertje na schooltijd kunnen worden vereffend. ,,De school is om 4 uur niet uit !" Is een regel voor den onderwijzer, niet alleen met betrekking tot het nazien van het schriftelijk werk en van het voorbereiden tot den arbeid voor morgen, maar óok met betrekking tot een bengel, die nog wel even mag worden vastgehouden, van een slordig kind, dat nog wat netheid moet leeren, van een treuzelaar, die moet leeren voortmaken, van een woelwater, die een oogenblikje moet leeren stilzitten.
Waar zoo aan den eenen kant vaststaat het echt van den onderwijzer, om het kind nog een poosje na te houden en het uit zijn roeping ten opzichte van ieder kind afzonderlijk voortvloeit, dat hij van dat recht gebruik maakt, daar moet toch ook aan den anderen kant de school de belangen van het ordelijke gezin eerbiedigen. En met een beetje gezond verstand en een deel redelijk overleg, kan dat toch ook gemakkelijk gelukken. Als er tusschen 12 en 2 nog een afstand moet worden geloopen, zoodat de kinderen nauwelijks tijd voor eten over houden, moet de meeser zoo verstandig zijn, het schoolblijven te behalen op 4 uur. Heel vaak staat ook het etensuur in verband met de regeling van werkzaamheden op het dorp of in een bepaald bedrijf. Welnu, daar moet de school zich zooveel mogelijk naar schikken, omdat school en huis, die samen, werken aan de opvoeding van het kind, er beide groot belang bij hebben dat de gemeenschappelijke maaltijden een ordelijk verloop hebben. Het is zeer gewenscht, dat de kinderen daarbij steeds tegenwoordig zijn en niet halverwege komen aanhollen. Veel ligt hier natuurlijk aan het gezin. Al gaan ze vroeg genoeg uit school, ze komen toch te laat thuis, om mee te eten. Dat komt, omdat er van huis uit dan niet voldoende klem wordt gelegd op de kinderen. Daar kan de onderwijzer niet verder aan doen, als hij maar zorgt, dat zijn regeling voor de schoolblijvers geen oorzaak wordt, dat de goede huisorde wordt verbroken.
Zou men het strafwerk maar niet liever in huis laten maken, dan verviel al een heel groot deel van het schoolblijven ? In heel veel gezinnen zou dat een groot kruis geven. Niet overal is een geschikte gelegenheid voor de kinderen, om te werken, en dan komt er nog bij, dat er ook werk is, dat onder het oog van den meester moet worden gemaakt. Daarvan zie ik niet graag, dat de onderwijzers daar zich van afmaken door 't werk eenvoudig mee naar huis te geven. Waar geregeld huiswerk moet worden gemaakt, kan dat mischien er wel bij worden opgegeven, maar als regel moet strafwerk op school worden gemaakt, waar de meester bij is. Dan heeft hij er ook beter oog op, of het soms ook te veel is.
Hoe lang mag een kind schoolblijven ? In geen geval mag het oorzaak worden van ongerustheid thuis. Wanneer het al donker wordt, en de jongen is nog niet thuis, dan begint moeder al eens heen en weer te loopen. Een telefonische verbinding tusschen school en huis zou dan al heel geschikt zijn. Ja, het komt voor, dat een koppige jongen eenvoudig weigert zijn werk te maken. Dan mag de onderwijzer ook maar niet toegeven. En zoo kan dat schoolblijven wel eens langer duren dan gewenscht is. Dan moet er kennis worden gegeven thuis, of — morgen moet de affaire dan met den koppigen baas tot een einde worden gebracht.
Zeer teleurstellend is het dan wel eens voor den onderwijzer, wanneer hij tot de ontdekking komt dat de ouders er heelemaal geen acht op geven, hoe laat hun kinderen thuis komen. Hij maakt zich ongerust, dat hij een jongen wel eens wat lang moet houden, brengt een bezoek bij de ouders en merkt dan, dat dit een zaak is, waarom zij zich niet bekommeren.
Neen, schoolblijven moet iets ergs zijn, moet maar niet voor de kinderen een gewoon verschijnsel zijn en voor de ouders iets, waarmee ze zich niet kunnen bemoeien. Integendeel, het moet één van de aanrakingspunten van school en huis zijn, waarbij beider belangen zooveel mogelijk worden ontzien. Daarom : geen vader of moeder met een boos hart naar de school, om daar aan den meester een standje te maken en het kind te halen. En ook mag geen onderwijzer zeggen of zelfs maar denken: „Wat maal ik om de regel thuis, ik zal het hier doen, zooals ik het wil!" Een verstandig gebruik van het nablijven van een enkel kind, heeft op school altijd een gezonden invloed gehad op het gedrag, op den ijver, op de orde van allen, en is daarom een maatregel, die veel door de ouders moet worden gewaardeerd. Van veel belang in dezen zal ook zijn, dat de ouders niet alleen luisteren naar wat de kinderen er van zeggen, maar dat ze ook eens rustig met den meester gaan praten, als een van de kinderen voor school blijven wat al te vaak in aanmerking komt.
(Uit: »De Bazuin*).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's