STAAT EN MAATSCHAPPIJ
MEERDERE SAMENWERKING.
De bezuinigingsplannen van het Kabinet ten aanzien van het Onderwijs, hebben tot nog toe niet veel resultaat opgeleverd.
Wanneer zoo aanstonds op Zaterdag 15 September het eerste jaar van de vierjarige parlementaire periode afgesloten wordt, zal er met betrekking tot de vermindering der Onderwijsuitgaven alleen gewezen kunnen worden op de besparingen, die verkregen werden door het opheffen van eenige kleine Openbare Schooltjes en van de invoering der nieuwe leerlingenschaal, welke invoering op 1 September voor alle scholen.volledig haar beslag heeft gekregen. Daarbij dient dan nog, wat de laatste maatregel betreft, opgemerkt te worden, dat de wijziging van de leerlingenschaal het werk was van den ambtsvoorganger van den Minister van Onderwijs, mr. Terpstra.
Dat met het oog op de landsfinanciën, die, tengevolge van de vele regeeringsbemoeiïngen met schier alle bedrijven en van de groote uitgaven, welke in het bijzonder met de bestrijding der werkloosheid gemoeid zijn, in den war dreigen te raken, de Onderwijskosten, die een groot gedeelte van de rijksinkomsten vorderen, onverwijld naar beneden moeten, is een onafwijsbare eisch van een goed regeerbeleid.
Het Openbaar-, zoowel als het Bijzonder Onderwijs, zullen gelijkelijk hun deel hebben bij te dragen aan de vermindering der Onderwijsuitgaven.
In dit verband zal het Protestantsch Christeüjk Onderwijs zich moeten beraden, op welke wijze, ter beperking van de kosten, meerder eenheid onder zijne voorstanders is te verkrijgen. Niet, omdat het Christelijk Onderwijs duurder Is dan het Openbaar Onderwijs, integendeel, de statistieken wijzen uit dat de Openbare School nog altijd kostbaarder is dan de Bijzondere School, maar omdat ook het Christelijk volksdeel er van doordrongen moet zijn, dat het heeft mede te werken om in den zorgelijken tijd, dien wij beleven, de uitgaven tot het allernoodzakelijkste terug te brengen.
De heer De Jong, die in het Correspondentieblad, orgaan van de Vereeniging van Christelijke Onderwijzers en Onderwijzeressen in Nederland en de Overzeesche gewesten, van 23 Augustus, het pleit voert voor meerdere samenwerking van de Protestantsch-Christelijke groepen op schooolterrein en daarbij wijst op de weelde der verdeeldheid, die met het oog op den toestand van 's lands financiën niet veroorloofd is, schrijft :
Wie kennis genomen heeft van het nieuwe materiaal, waarin we betrouwbare cijfers vinden, n.l. de uitgave van het Centraal Bureau voor de Statistiek, „De kosten van het lager onderwijs in 1930", zal dat beamen.
Aan onderwijs werd in 1930 uitgegeven 143 millioen, aan personeelsuitgaven ƒ 106 millioen, aan exploitatie-kosten ƒ 36.5 millioen. Per hoofd ƒ 13.—.
En al voegen we in één adem daaraan toe, dat dit bedrag voor goed onderwijs in normale omstandigheden niet onrustbarend is, gelet op hetgeen voor dingen van minder waarde wordt uitgegeven, toch kan er ernstig naar gestreefd worden of dit bedrag door meerdere samenwerking en niet ten koste van het onderwijs, verminderd zou kunnen worden.
ƒ 62.7 millioen of 44% kwam ten goede van het Openbaar Onderwijs ; ƒ 80.4 millioen of 56% ten goede van het Bijzonder Onderwijs. Een leerling der Openbare School kostte gemiddeld ƒ 132.— ; een leerling der Bijzondere School slechts ƒ 104.-.,
Er zou ƒ 12.5 .millioen bespaard zijn, indien het bedrag per leerling Voor de Openbare School gelijk was geweest aan dat per leerling van de Bijzondere School. Van de ƒ 143 millioen kwam ƒ 95 millioen voor rekening van het Rijk.
De gemeenten gaven ƒ 11.4 millioen uit voor niet door het Rijk vergoede personeel, dus voor boventallige leerkrachten.
Per leerling gaven de gemeenten gemiddeld ƒ 10.30 uit voor de Openbare School en ƒ 3.— voor een leerling der Bijzondere School.
Is het Bijzonder Onderwijs dan de oorzaak van het hooge bedrag ?
Een vraag, die beantwoord werd door bovenstaande cijfers.
En desalniettemin — zoo schrijft de heer De Jong — blijven we aandringen op de daad. En die daad is, dat het Christelijk volksdeel op het terrein van het Onderwijs naar eenheid zal streven, mits niet ten koste van wat het beginsel vordert.
Zoowel in het belang van het Onderwijs als in dat van het land, zou een goede samenwerking van zedelijke en geestelijke beteekenis zijn.
Het lijkt ons toe, dat op dit terrein nog heel wat te bereiken valt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's