De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

24 minuten leestijd

NA DE VACANTIE.
Zelf hebben we een heerlijke vacantie gehad en wij hébben er van genoten als van een goede gave, welke de Heere ons kwam schenken in Zijn milde goedertierenheid. Maar nu is de rusttijd voorbij en de werktijd is weer aangebroken. In Rotterdam liet men ons dat voelen, dat het nu met den rusttijd maar eens uit moest zijn en dat het nu weer tijd is om aan 't werk te gaan. En men liet het ons op deze manier voelen : de een kwam met ƒ 2.50 voor de Wijk, de ander met ƒ 25.— voor de Kerk, een derde met ƒ 10.— voor de Zending, een vierde met ƒ 10.— voor het Studiefonds enz. enz., zoodat we in één week, de eerste week na onze vacantie, ƒ 97.50 aan „giften" mochten boeken, 't welk we natuurlijk met een dankbaar hart in de »Rotterdamsche Kerkbode* mochten verantwoorden.
De rusttijd is voorbij, de werktijd is aangebroken. De wintertijd, de tijd van werken, staat nu weer vóór ons. En de krachten, verzameld in de dagen van rust, die voorbij gingen, worden nu in de komende maanden gevraagd voor noesten arbeid. Ieder op zijn eigen terrein.
Ook voor de leden van onzen Gereformeerden Bond op het platteland en in de steden komt weer de tijd van v/erken ; moge het zijn met nieuwe lust en groote activiteit.
Voor de afdeelingsbesturen en de afdeelingsleden komen de weken weer, die van hen vragen dat er wordt vergaderd, dat er onderwerpen van beteekenis voor ons geestelijk-en kerkelijk leven worden behandeld, dat er lectuur wordt verspreid, dat er abonnees voor »De Waarheidsvriend* worden gevonden, dat er gaven voor de Fondsen, voor Studiefonds en Leerstoelfonds, worden ontvangen, enz. ènz.
Gelukkig dat op het terrein van ons Bondsleven en van ons kerkelijk leven van geen werkloosheid behoeft sprake te zijn. Er is volop werk, als we maar willen, als we maar lust hebben in deze dingen, die zoo nauw verband houden met de zaak des Heeren, met Zijn eer en met Zijn Kerk en Zijn Koninkrijk.
Zijn de afdeelingsbesturen paraat ? Zijn ze klaar voor de wintercampagne ? Is er een werkrooster voor de komende wintermaanden ? Welke weken heeft men gekozen voor ledenvergaderingen ; welke avonden voor een spreekbeurt! Is er een lijst van onderwerpen, die behandeld zullen en kunnen worden en zijn er een paar leden gevonden die een inleiding willen geven, een onderwerp willen behandelen ?
De brochures, door den Gereformeerden Bond uitgegeven, hebben we allen nu ?
En ze worden besproken ?
Het boekje : „De Drie Formulieren van Eenigheid" hébben we geikocht en nu worden de artikelen van de Ned. Geloofsbelijdenis, 37 in getal, behandeld ? Waarbij men of artikel na artikel kan nemen of een bepaald getal voor den wintertijd kan uitkiezen. Ook kan men de Dordtsche Leerregels samen lezen en bespreken.
En dan thuis »De Waarheidsvriend« lezen en laten lezen.
Thuis — vader en moeder, broers en zusters, doen allen mee — lezen we een boek of brochure, om ons van de geestelijke dingen, van de kerkelijke aangelegenheden op de hoogte te stellen.
Laten onze Hervormde gezinnen niet achterblijven in het onderzoeken der Heilige Schrift, in het lezen van goede boeken, die kunnen stichten en onderrichten.
Laat ons de actie flink ter hand nemen.
Laat ons ons vereenigingsleven behartigen.
Maar laat ons ook als christenen de huiselijkheid bevorderen, den familiekring in stand houden en versterken, laat ons — vader, moeder en kinderen en vrienden en familie — ons eigen huis, ons heerlijk eigen huis, gebruiken als het heiligdom, dat God ons gaf tot Zijn eer en ons tot zoo veelvuldigen zegen.
Ook onze „Commissie van Actie", het edele drietal Brinkers, Maarleveld en De Groot, maakt aanstalte om ons weer te dienen met advies en hulp en raad.
Ja — de rusttijd is voorbij. De werktijd is aangebroken.
Verhef Gij, o Heere, Uw lieflijk over ons, gelijk wij op U hopen ! aangezicht

KERKELIJK POLITIEK OVERZICHT DER VRIJZ. HERVORMDEN
In het Jaarboek van de Vereeniging van Vrijzinnig Hervormden in Nederland 1934—'35 (9de jaarg.) dat dezer dagen verschenen is, geeft de secretaris, ds. K. A. Beversluis, van Zutphen, een „Kerkelijk politiek overzicht" dat wij onverkort, zonder commentaar overnemen. Het is wel goed, dat men in onzen kring een stuk als dit eens rustig leest en op zich laat inwerken.
„Het kerkelijk-politiek leven in het afgeloopen jaar, heeft zich voor wat betreft de groote lijnen overal bewogen om het Reorganisatie-rapport van Kerkopbouw.
Het is hier natuurlijk allerminst de plaats om de waarde of onwaarde van dat rapport en de voorstellen te bespreken, wel om te trachten vast te stellen hoe kerkelijk-politiek gesproken aanvankelijk de reacties zijn.
En dan wordt het toch allengs meer duidelijk, dat het in den strijd om de Kerkorde, in den concreten strijd om deze Kerkorde, steeds meer gaat om het karakter der Kerk, en dat een bezinning in ethische kringen op het kerkbegrip en vooral op de concrete kerkelijke situatie hen steeds meer in tegenstelling brengt met het confessionalisme. In de verdediging van het Kerkopbouw-ontwerp door Ethischen, die zich vooral van vrijzinnige smetten vrij willen weten, beluisteren we vaak verrassende klanken. En alle „beduimelingen" en wat dies meer zij kunnen niet wegnemen het feit, dat de vrijzinnigheid verder is doorgedrongen dan alleen in den kring van hen, die „vrijzinnig" heeten. Voor de zuivering van de verhoudingen in ons kerkelijk leven, daarom alleen reeds, heeft dit ontwerp van K.O. een belangrijke taak te vervullen. Er is een terrein waar bepaalde groepen in de kerkelijke strijdpositie gescheiden, elkaar gevonden hebben tot gemeenschappelijke kerkelijke-politieke actie. Voorloopig nog alleen algemeene actie. In de plaatselijke verhoudingen is de oude strijdpositie nog niet zoo gemakkelijk op te geven, maar zal zij te handhaven zijn als het op algemeen kerkelijk terrein blijkt, dat samenwerking mogelijk, ja meer : wenschelijk, zoo niet noodzakelijk is ?
Dit komt ons voor wel een van de belangrijkste kerkelijk-politieke verschijnselen te zijn, die zich in het jaar, waarover deze beschouwingen gaan, zijn gaan afteekenen. Het is niet vreemd, dat de strijd over het reorganisatie-ontwerp voorloopig vooral gestreden wordt tusschen Kerkherstel en de Ethischen. Dit is voorshands de belangrijkste strijd, die voor de toekomst van het kerkelijk leven in de eerstvolgende decenniën wel eens beslissend kon zijn. Met groote belangstelling wordt door ons deze strijd aanschouwd, wetende, dat de uitslag ook voor onze positie uiterst belangrijk zal wezen. Maar tevens wetende dat wij niet maar passief hebben te blijven, maar dat het moment komen kan, dat onze macht in de weegschaal geworpen worden moet.
Maar des te noodzakelijker is het, dat men in eigen kring vastbesloten is de eenheid van beginsel en arbeid niet te verbreken. De meeningen over het al of niet gewenschte van de reorganisatie als door Kerkopbouw gewild, mogen onder ons verschillend zijn, met allen ernst zal er voor moeten worden gewaakt, dat dit ontwerp geen wig drijft in onze gelederen.
Want meer dan nooit is versterking en handhaving van onze positie noodig. De tegenstelling confessioneel en anti-confessioneel verscherpt zich. Kerkherstel heeft .bij monde van zijn voorzitter een onverzoenlijken strijd aangekondigd tegen de hem verontrustende machtspositie der vrijzinnigen. Mocht de reorganisatie-poging van Kerkopbouw niet gelukken, dan zal een sterke kerkelijk politieke positie der vrijzinnigen de eenige waarborg zijn om de Kerk te bewaren voor de gevolgen van het zoet gefluit der Kerkherstellers om argelooze ethische vogeltjes te vangen in het net der door-de-classicale-vergaderingen-gekozen-synode. Zou dat gebeuren, dan is het lot der Kerk in handen van Confessioneelen en Gereformeerden en wat haar lot dan zal zijn, is niet moeilijk te voorspellen.
Dit alles maant ons tot sterke organisatieeenheid en offervaardigheid. De economische crisis brengt vele gemeenten in wankele classes in de onmogelijkheid in ontstane vacature's te voorzien. Het blijvend verzet tegen de Raad van Beheer dreigt catastrofaal te worden voor onze positie met name in Friesland. De classis Franeker zal dit jaar dan ook waarschijnlijk in meerderheid rechts stemmen op de classicale vergadering. En al moge dit nog geen directe gevolgen hebben voor onze positie in provinciaal kerkbestuur en synode, er zal toch alles op gezet moeten warden voor het volgend jaar de vacante plaatsen bezet te krijgen. De classis Heerenveen staat op het oogenblik vrij veilig, maar het feit dat in tal van gemeenten, die niet betalen aan den Raad van Beheer oudere predikanten staan, zoodat vacature binnen korteren of langeren tijd te wachten is, maakt ook blijvende zorg daar zeer noodig.
De classes Emmen, Edam en Groningen kunnen ook niet veel verlies lijden en al deze classes beheerschen de verhouding in hun provincie. Vandaar dat mede, in overleg met het dagelijksch-en hoofdbestuur de propaganda-commissie bedragen reserveert voor het behoud van deze classes. Daardoor zal wellicht steun aan ander noodzakelijk werk moeten worden onttrokken, maar als dijkbreuk dreigt, moeten alle krachten worden samengetrokken om de bedreigde punten. Nu staan we gelukkig nog wel niet voor een doorbraak, maar zwakke plekken in onzen dijk zijn er toch wel.
Gelukkig kunnen naast deze waarschuwende stemmen ook optimistischer klanken worden gehoord. Voldoening heeft het gegeven dat tot twee keer toe de stemming in de Wieringermeerpolder voor de vrijzinnigen gunstig is geweest. Hulde aan de mannen die hier hun aandeel aan hebben geleverd. Al moge voor onze kerkelijk-politieke positie de „kleur" dezer nieuwe gemeente van geen belang zijn, voor onze geestelijke taak is het van groote beteekenis of in het nieuwe land onze evangelie-prediking onbelemmerd gehoord worden kan. Maar deze zaak is door de aantijgingen van de rechterzijde voor ons tevens een prestige-kwestie geworden, vandaar onze 'begrijpelijke voldoening, die ten aanzien van de aantijgingen van rechts tevens een rehabilitatie is, al zal men wel niet de grootheid van geest hebben die te erkennen.
Ook de overwinning in Naarden stemt verheugend. We zien daar hoe hardnekkig, systematisch en krachtig werken veel bereiken kan. Scheen na de invoering van het kiescollege de positie in deze vesting verloren, nu is er weer uitzicht op behoud. Een woord van hulde aan de werkers.
In Friesland zijn de belangrijkste plaatselijke verkiezingen in Wommels, de gemeente, die voor een deel de Classis Franeker beheerscht. De laatste verkiezingen lijken niet gunstig voor de vrijzinnigen. Toch geven wij den moed niet op, dat deze gemeente behouden kan blijven.
Sneek schijnt voorshands wel verloren. Gelukkig ontneemt dat den onzen den moed niet. Sneek geeft blijk van krachtig leven en groote offervaardigheid. Het ontslag van mej. Schuurman als hulppredikster heeft tengevolge gehad een actie onder de vrijzinnigen haar voor eigen kring te behouden, welke geslaagd is. Hier is uit verlies winst geput. In Morra en Lioessens, dat enkele jaren geleden verloren scheen te gaan, winnen de vrijzinnigen langzaam weer terrein.
Bedenkelijk is het verlies in Hengelo (Ov.). Wat daar reeds dreigde, is dit jaar werkelijkheid geworden ; de vrijzinnigen leden de nederlaag bij de verkiezingen.
Dat is wel het ernstigste bericht wat ons in dit opzicht bereikte. Hengelo, een belangrijk centrum in Overijsel, mag niet verloren gaan en het is goed, dat het provinciaal bestuur meldt, dat het zijn aandacht hierop gevestigd houdt, evenals op den voor de vrijzinnigen in Deventer beschamenden uitslag der verkiezingen, waar slechts 450 stemmen werden uitgebracht. Al moge Deventer nog wel geen gevaar loopen, een dergelijk stemmencijfer wekt toch wel ongerustheid.
Door het ontslag van dr. Van Mourik Broekman met ingang van 1 April is te voorzien, dat de vrijzinnigen in Breda in een moeilijke positie zullen komen daar, gezien den geest van den Kerkeraad in Breda, vrijzinnig vervullen van deze vacature uitgesloten kan worden geacht. Het afdeelingsbestuur heeft zich dan ook reeds beraden op welke wijze de vrijzinnig-protestantsche belangen in Breda het beste konden worden behartigd. Daar samenwerking met niet-Hervormde vrijzinnigen hier wel noodzakelijk is en tevens de Hervormde belangen in een vrijzinnig-Hervormde organisatie het best gewaarborgd zijn, is in overleg met provinciaal-en dagelijksch bestuur besloten tot oprichting van een vrijzinnigprotestantsch verbond, waarin samenwerking zal worden gevonden tusschen Hervormden, Remon stranten en buiten-kerkelijken als groepen.
Wij hopen, dat het mogelijk zal zijn vanwege dit vrijzinnig-protestantsch verbond een eigen voorganger aan te stellen.
Onze positie in het Zuiden wordt wel zeer wankel, te meer, waar de vacature van ds. Bax in Maastricht niet door een uitgesproken vrijzinnige is bezet. Alleen de Classis 's-Hertogenbosch handhaaft zich als vrijizinnige Classis. Toch liggen er 'bij het sterk wisselende karakter van een deel der bevolking in het Zuiden soms onverwachte mogelijkheden, en de beweging zal een open oog moeten hebben om mogelijkheden te benutten.
Ons overzicht over de kerkelijke politieke positie geeft, plaatselijk gezien, weinig wijziging. Beteekent dat, dat er weinig plaatselijk perspectief is ? Dat behoeft de conclusie niet te zijn. Gevallen als te Akkrum bewijzen, dat onvermoeid werken resultaat heeft. Maar wèl zullen wij goed doen naast den plaatselijken kerkelijk-politieken strijd de algemeene kerkelijke politieke situatie goed in oogenschouw te nemen en de mogelijkheden, die daar liggen, te grijpen.«

OVER HET EXAMEN DER PROPONENTEN IN DE GEREFORMEERDE KERKEN.
Wanneer een candidaat in de theologie in de Gereformeerde Kerken beroepbaar wordt gesteld, geschiedt dit na het z.g.n. prseparatoir-examen. Dan is men geprepareerd voor het ambt en kan een beroep volgen (wat bij ons geschiedt na het proponents-examen, dat door een der Provinciale Kerkbesturen wordt afgenomen aan degenen, die bij ons het „kerkelijk examen" aan de Academie, met hun „voorstel" of „proefpreek" achter den rug hebben).
Als de candidaat in de Gereformeerde Kerken dan een beroep heeft ontvangen en aangenomen, volgt voor hem een tweede kerkelijk examen, het z.g.n. peremptoir examen, dat afgenomen wordt door de Classis, waartoe de gemeente behoort, die het beroep uitbracht.
Bij dit examen moeten minstens 2 deputaten van de Provinciale Synode aanwezig zijn. Deze deputaten mogen mede-examineeren en brengen aan de Classis advies uit. De Synode sprak toch van de „medewerking" dezer deputaten.
Voor het examen moeten bij de Classis ter tafel zijn :
1. de beroepsbrief en de verklaring van aanneming ;
2. bewijs van den goeden uitslag van het examen, waardoor de beroepene in onze Kerken beroepbaar gesteld was;
3. attestatie van de Kerk of Kerken, tot welke hij sedert dat praeparatoir-examen behoorde.
Volgens de bepalingen onzer Synode moet dit examen minstens drie uur duren ; in den regel zal er wel meer tijd voor genomen worden.
Naar de volgende vakken moet een onderzoek worden ingesteld :
1. de uitlegging van de H. Schrift volgens den grondtekst; waartoe minstens drie weken tevoren den beroepene twee hoofdstukken uit het Oude Testament en twee uit het Nieuwe worden opgegeven ;
2. de kennis van den inhoud der Heilige Schrift;
3. de leerstellige Godgeleerdheid ; benevens de kennis van de voornaamste Christelijke, inzonderheid der Gereformeerde, belijdenisschriften ;
4. de geschiedenis der Kerk, bijzonder met betrekking tot ons vaderland ;
5. de Christelijke zedekunde ;
6. de vakken, die de uitoefening van het ambt betreffen, en het Kerkrecht.
Aan het onderzoek naar deze vakken gaat vooraf het uitspreken van een preek over een tekst, die door den examinandus zelf gekozen wordt. Is de preek gehouden, dan wordt hierover eerst gesproken, waarbij de examinandus moet buiten staan. Zijn er bezwaren tegen die preek, dan wordt hierover met hem gehandeld. Mochten de bezwaren van ernstigen aard zijn, b.v. afwijking in de leer, dan wordt het examen niet voortgezet. Indien er geen bezwaren zijn of de gerezen bezwaren uit den weg worden geruimd, dan gaat het examen door.
Ook dit examen moet met allen ernst door de kerkelijke vergaderingen worden afgenomen. Er zijn wel eens klachten gerezen, dat sommige vakken niet tot hun recht kwamen. Maar de Synode van Zwolle (1911) heeft zeer terecht gezegd, dat „dit gebrek door de klagers zelven moet worden verholpen ; en dat, voor zoover er in het algemeen reden is voor die klacht, de Generale Synode er zich toe bepalen moet, om er bij de Classes en Particuliere Synodes op aan te dringen, dat bij het peremptoir-examen alle daartoe behoorende vakken tot hun recht komen."
Als het examen gunstlg is afgeloopen, moet de geëxamineerde de verklaring teekenen, die voor Dienaren des Woords in 1619 is vastgesteld.
Dit „Onderteekeningsformulier" is weinig bekend ; daarom neem ik het hier even op. Het luidt aldus :
»Wij ondergeschreven Bedienaren des Goddelijken Woords, ressorteerende onder de Classis van N. N., verklaren oprechteljjk in goeder consciëntie voor den Heere, met deze onze onderteekening, dat wij van harte gevoelen en gelooven, dat alle artikelen en stukken der Leer, in de Belijdenis en den Catechismus der Gereformeerde Nederlandsche Kerken begrepen, mitsgaders de verklaring over eenige punten der voorzeide Leer in de Nationale Synode Anno 1619 te Dordrecht gesteld, in alles met Gods Woord overeenkomen. Beloven derhalve, dat wij de voorzeide Leer, naarstelijk zullen leeren en getrouwelijk voorstaan, zonder iets tegen deze Leer, 't zij openlijk of heimelijk, directelijk of indirectelijk te leeren of te schrijven. Gelijk ook, dat wij niet alleen alle dwalingen daartegen strijdende, en met name ook die in de voorzeide Synode zijn veroordeeld, verwerpen, maar ook zullen tegenstaan, wederleggen en helpen weren. En indien het zou mogen gebeuren, dat wij na dezen eenig bedenken of ander gevoelen tegen de voorzeide Leer of eenig punt derzelve kregen, beloven wij, dat wij het noch openlijk noch heimelijk zullen voorstellen, drijven, prediken of schrijven ; maar dat wij het vooraf den Kerkeraad, Classis of Synode zullen openbaren, om door deze geëxamineerd te worden, bereid zijnde 't aller tijd ons aan het oordeel derzelve gewilliglijk te onderwerpen ; 0p poene dat wij hiertegen doende metterdaad (ipso facto) van onze dienste gesuspendeerd zullen zijn. En indien de Kerkeraad, Classis of Synode 't eeniger tijd om gewichtige oorzaken van nadenken zou goedvinden, tot behouding van de eenheid en zuiverheid der Leer, van ons te eischen nadere verklaring van ons gevoelen over eenig Artikel der voorzeide Belijdenis, van den Catechismus of van de verklaring der Nationale Synode ; zoo beloven wij ook mits dezen, dat wij 't aller tijd daartoe bereid en willig zullen zijn, op poene als boven, behoudens het recht van appèl, ingeval van bezwaarnis, gedurende welken tijd van appèl wij ons naar de uitspraak der Particuliere Synode zullen regelen."
Na onderteekening van dit formulier staat niets meer in den weg; de kerkelijke examina zijn afgelegd en de geëxamineerde kan bevestigd worden in de gemeente, die hem beriep.
Wij meenen te weten, dat het oordeel over dit kerkelijk-examen bij de Gereformeerde Kerken niet altijd onverdeeld gunstig is ; men komt niet zelden met allerlei bezwaren tegen de wijze, waarop geëxamineerd wordt enz. Maar daarover hebben wij geen oordeel te vellen, "t Was ons alleen er om te doen zakelijk eenige mededeelingen te doen, opdat we ons kunnen voorstellen hoe het bij anderen in deze toegaat.

DE ONDERWIJZERS EN DE ZONDAGSSCHOOL.
De heer L. C. Post deed goed om over dit onderwerp eens te schrijven in het »Correspondentieblad« van de Vereen, van Chr. Onderwijzers Hij doet het onder 't hoofd : „In onze schoolwereld geen belangstelling voor een honderdjarige.
Het artikel luidt: »Tot de vruchten van het Réveil, de geestelijke Opwekking in de eerste helft van de vorige eeuw, moeten in de eerste plaats de Zondagsscholen genoemd worden. Al gaf die beweging ook den stoot tot stichting van vele Christelijke Scholen, daaraan vooraf ging de oprichting van de Zondagsschool in ons land. Een ongewone belangstelling in het zielehell ook van de kinderen, dreef tot dien arbeid op Zondag.
Dr. A. Capadose, die ook als vriend van Da Costa in herinnering zal blijven, had in Zwitserland de Zondagsschool leeren kennen. Deze noodigde enkele kinderen bij zich aan huis op den Zondagmiddag. Hij wist, hoe deze kleine gasten anders dien middag zouden doorbrengen. Zoo is in Nederland de Zondagsschool ontstaan. Ongeveer gelijktijdig (1836) hadden er ook in enkele andere plaatsen soortgelijke samenkomsten plaats. Een opwekking daartoe had Capadose in de „Nederlandsche Stemmen" van 1836 geschreven, wat ten gevolge had, dat ook in meerdere steden en dorpen Zondagsscholen gesticht werden.
De naam „Zondagsschool" doet in de eerste plaats aan een leerschool denken en den eersten tijd van haar oprichting was dan ook het leeren lezen van den Bijbel en den Catechismus hier en daar gebruikelijk, maar in den loop der jaren is het karakter van school meer op den achtergrond geraakt. Geen Bijbel of Kerkboek, maar een tekst en een vers op een strookje papier geeft voor eiken Zondag de leerstof aan, hoofdzaak werd het vertellen van de Bijbelsche geschiedenis en deze dienstbaar gemaakt om liefde op te wekken tot den Heiland. Van Hem te getuigen naar 's Heeren bevel ook onder de kleinen, was de bedoeling. Hem als den Vriend van kinderen uit te beelden, die alleen recht gelukkig maken kan en de liefde van hun hart vraagt.
De Nederlandsche Zondagsschoolvereeniging, in 1866 opgericht, bevorderde de uitbreiding en bloei van de Zondagsscholen en gaf „Wenken" in het belang van onderwijzers en leerlingen. Vijf jaren later kwam naast deze N.Z.V. een Vereeniging op Geref. grondslag tot stand „Jachin" genoemd, die een band vormde tusschen de Geref. Zondagsscholen en door haar orgaan „De Zondagsschool" en door „het Handboek" leiding gaf aan dezen arbeid. Nog later kwamen er andere bonden bij, meer kerkelijk geschakeerd. Dit laatste geldt niet van de Vereeniging voor Godsdienstige Opvoeding, die alleen in onderwijsmethode verschilt. Zij past voor haar Zondagsscholen uitsluitend de Westhill-methode toe, waarbij naar haar meening meer dan bij eenige andere methode rekening gehouden wordt met de beginselen der moderne psychologie en der nieuwere kinderpsychologie.
Wat verandering de Zondagsschool ook onderging, hoe verschillend dit onderwijs ook gegeven wordt, in één opzicht herinnert zij nog altijd aan het Réveil, waaraan zij haar ontstaan te danken heeft en wel in haar onderwijzers en onderwijzeressen. Die godsdienstige opwekking werd niet uitsluitend door predikanten geleid, zelfs niet in de eerste plaats door predikanten als zoodanig. Tal van mannen en vrouwen, zeer verscheiden in levenspositie, waren getuigen van de liefde Gods in Christus. Hetzelfde zou men ook kunnen zeggen ten opzichte van den arbeid onder de jeugd. Niet onderwijzers en onderwijzeressen van professie waren het die zich in de eerste plaats daarmee belastten, maar leekenarbeid was het. Al klinkt dit woord in protestantsche vorm wat ongewoon, 't drukt den aard van dit werk sprekend uit en mist in dit verband alles wat naar geringschatting zou zweemen. Beroepsonderwijzers waren er wel onder, maar niet als zoodanig hadden zij plaats genomen in de gelederen dezer arbeiders onder de jeugd. Met eerbied en bewondering moet men den arbeid gadeslaan, met kleine kracht maar met groote liefde verricht.
Gold het in de eerste jaren niet als een bezwaar, dat eenvoudige menschen, door heilig vuur gedreven, het jeugdwerk op den Zondag voor hun rekening namen, de tijden zijn veranderd en meer geschoolde krachten worden gevraagd. Toen kon de jeugd nog geboeid worden door een bezielende voordracht alleen, nu is die jeugd daarmee niet tevreden, zij stelt hoogere eischen aan haar leiders, meer ontwikkeling en meer tact.
’t Is noodig dat er hulp kome uit de onderwijswereld. Van den Christelijken onderwijzer mag verwacht worden, dat hij zich afvraagt, hoe zijn leerlingen den Zondag doorbrengen. Hij is toch ook belast met hun godsdienstige vorming. Dit klemt te meer, nu een groot gedeelte van de leerlingen van de Chr. School niet meer uit beslist godsdienstige gezinnen komen en van de Zondagsheiliging thuis niet veel terecht komt. De toename der schoolbevolking, hoe verblijdend overigens, maakt den onderwijzer meer verantwoordelijk, daar hij nu zijn leerlingen uit zoo verschillende levenskringen ontvangt. De band met zijn leerlingen mag hij van Zaterdag tot" Maandag niet geheel losmaken. Het besef daarvan is echter nog lang niet algemeen. Men moet daarbij eens bepaald worden, zou men van den kansel zeggen, dan eerst is een beroep op het geweten op zijn pas.
In de week den geheelen dag met de jeugd bezig, dan is een Zondag zonder jeugd dubbel welkom, zoo is ongeveer de vorm, waarin men zijn afzijdigheid van Zondagsschoolarbeid verklaart en meent te kunnen billijken. (De feiten staven deze uitspraak. Bij een enquête op acht Christ. Scholen in de hoofdstad, elk van ongeveer 10 leerkrachten, bleek niet één werkzaam te zijn op een Zondagsschool of Knapencursus. Van 280 Zondagsschoolonderwijzers in 12 groote gemeenten waren er maar 17 beroepsonderwijzers, d.i. even 6 procent. Het platteland zal mogelijk gunstiger uitkomsten geven. Kan het den Chr. onderwijzer onverschillig zijn, in zijn nabijheid een arbeidsveld te hebben, dat hij geen blik waardig keurt, waarop hij geen stap zet en waarbij vaak zijn eigen leerlingen betrokken zijn ? Hetzelfde geldt natuurlijk ook de onderwijzers.
Waartoe dit schrijven, dat haast als een verwijt klinkt, maar toch als zoodanig niet "bedoeld is ? 't Is om in onderwijskringen de opwekking te doen hooren : Begin belangstelling in de Zondagsschool te toonen, haar met advies en hulp, raad en daad, te steunen en als 't kan, een werkzaam aandeel in haar arbeid te nemen. Blijf niet langer vreemd aan deze honderdjarige, laat haar duidelijk merken, dat ze familie van ons is."

RUSLAND EN DE VOLKENBOND.
Rusland is te trotsch om zelf toegang te vragen tot den Volkenbond. Lang heeft het niets van den Volkenbond willen weten, maar nu is het anders geworden, waaraan de gevaren die uit het Oosten dreigen, komend van de zijde van Japan, wel niet vreemd zullen zijn. Japan is weggeloopen te Geneve. Rusland wil er nu wel in. Maar Rusland is te trotsch om aan de deur te gaan staan en te kloppen en te vragen : mag ik binnenkomen ? Men moet Rusland vragen. Neen, 't behoeft niet rechtstreeks te gebeuren, , als men 't maar zóó doet, dat Rusland - verzekerd is dat het geen weigerend antwoord krijgt als het zelf een verzoek zal indienen ; als het maar te voren verzekerd is van twee-derde van de stemmen der landen, die bij den Volkenbond zijn aangesloten en over de toelating zeggenschap hebben. En dan wil Rusland niet alleen toegelaten worden als lid, maar dan moet het een blijvende plaats krijgen in den Opperraad van den Volkenbond. Rusland wil niet op de laagste plaats zitten, maar dingt naar de hoogste plaats. Eigen belang is hier de drijfveer. Met z'n buurvolken heeft Rusland zich al langzamerhand verbonden, om zich veilig te stellen en nu moeten de groote mogendheden Rusland verder helpen. En Frankrijk is reeds als gangmaker opgetreden. Waarbij de politiek van de slechtste soort een rol speelt. Want Frankrijk wil Duitschland een hak zetten en wil zich gaan verzoenen met Rusland om saam Duitschland te weerstaan en dwars te zitten. En Italië, met Mussolini aan 't hoofd, speelt een zelfde verachtelijk spel. Zoo gaan Frankrijk en Italië en ook Engeland zich verlagen om voor 't karretje van Rusland' te loopen, en dat waar Rusland met z'n communistische, godlooze beginselen een zoo vreeselijke plaats inneemt in 't midden van de landen van Europa ! Wel zullen Zwitserland, Griekenland, België, Nederland, en ook wellicht nog een enkele van de kleine Staten zich verzetten, door tegen te stemmen of blanco te stemmen, maar de toelating en de eereplaats is verzekerd en Rusland zal straks vragen om toelating, om dan met open armen te worden ontvangen.
Dat behoort weer tot de droeve gebeurtenissen van dezen tijd, die ons smart aandoen en die ons met angst en zorg vervullen.
Zeker, deze dingen zijn niet zoo eenvoudig als men soms wel denkt. En er is zeker ook méér dan één kant aan een zaak als deze.
Maar het is toch wel in-droevig, dat Rusland, dat zich aan niemand en aan niets stoort, dat dwars tegen alle orde en goede zede ingaat, dat een helsche lust openbaart om God en Christus en 's Heeren Kerk tegen te staan en uit te roeien, dat vermoordt en verbrandt en vernietigt alles en allen die den Naam des Heeren belijden, dat openlijk verklaart binnen een paar jaar alle kerken te zullen hebben uitgeroeid, alle priesters te zullen hebben gedood, ja, God Zelf te zullen hebben vernietigd, dat zoo'n land, dat een levensgevaar is op de vreeselijkste wijze voor alle volkeren en landen — straks door de Mogendheden in den Volkenbond zal worden opgenomen en blij begroet, ja, een vaste eereplaats te Geneve zal ontvangen. De antichristelijke, de antigoddelijke, de helsche en duivelsche geest, die Rusland bezielt, is zelfs geen bezwaar meer voor de groote Mogendheden. De slechtste politiek verderft alles en allen — wat niet veel goeds voorspelt voor Europa, voor de gansche wereld, die zucht en lijdt bij de grootste ellende.
Mocht de Heere de oogen van de leidslieden des volks komen openen voor andere dingen en mocht men de paden der ongerechtigheid verlaten, om te wandelen in de wegen des Heeren.
Groot leed doet ons de gang van zaken, te meer waar we juist onder de oogen krijgen een getuigenis van prof. dr. Adolf Keller van Geneve, geschreven in die Christliche Welt«, dat aldus luidt :
De Russische Christelijke kerk schijnt uitgebluscht te zijn. De Gereformeerde kerk is reeds nagenoeg geheel verdwenen, de Luthersche ligt in de laatste stuiptrekkingen. De orthodoxie is tot een catacombenkerk geworden. Maar toch juist in deze verborgen diepte gloeit het vuur verder en blijft onder de asch in stand tot betere tijden. Het is een diep leed voor de Westersche Christenheid, dat wij het sterven van deze kerken onmachtig mede aanzien moeten.«
En dan roepen Frankrijk en Italië en Engeland en zoovele andere mogendheden zoo'n land en zoo'n regeering een hartelijk „welkom" toe. ’t Is vreeselijk.
Ontferme zich de Heere over de vorsten en de volkeren en mochten we tezamen wederkeeren tot den Heere !
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's