STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE ZEISTER MOTIE.
De vorige week verscheen in de bladen een bericht over moeilijkheden in de Antirevolutionaire partij.
De Nieuwe Rotterdamsche Courant, die ook van deze „moeilijkheden" melding maakte, publiceerde daarvan het volgende bericht:
Op initiatief van de a.r. gemeenteraadsleden F. H. C. Jansen en J. H. van Lonkhuyzen van Zeist, is Maandag een vergadering gehouden van geestverwanten „om zich te bezinnen op de verschillende vragen, die zich in de huidige politieke constellatie voordoen.”
Na een rede van den heer Jansen en nadat eenige vragen waren beantwoord, besloot de vergadering in beginsel tot oprichting van een vereeniging en benoemde zij een commissie, die tot opdracht kreeg na te gaan, welke stappen gedaan kunnen worden, waarna met algemeene stemmen de volgende motie werd aangenomen :
De vergadering enz., gehoord de besprekingen, van oordeel, dat de denkbeelden, die in de a.-r. partij overheerschen, 'het haar onmogelijk maken in de gezagscrisis, die ook ons land doormaakt, het standpunt in te nemen, dat naar den eisch der Heilige Schrift noodzakelijk is ;
van oordeel, dat de a.-r. partij krachtens haar uitgangspunt terug heeft te keeren tot de overtuiging, dat de overheid zich niet slechts zijdelings, maar ook rechtstreeks heeft te bemoeien met de geestelijke ontwikkeling des volks; besluit contact te zoeken met alle geestverwanten, van welke kerkelijke formatie ook, die deze overtuiging deelen, teneinde gezamenlijk te trachten haar opnieuw erkenning te verschaffen in het politieke leven van ons volk.
Aangezien het bericht ook onze belangstelling heeft, willen wij over het verhandelde te Zeist een enkel woord zeggen.
Vooraf echter een drietal opmerkingen.
De eerste opmerking is deze, dat besprekingen als te Zeist werden gehouden, en waarbij het om niet minder ging dan om de éénheid van de Antirevolutionaire partij te breken, in een tijd, dat Regeering en volk zich tot het uiterste hebben in te spannen om de ontzachelijk groote economische-en financieele moeilijkheden het hoofd te bieden, ons hoogst bedenkelijk voorkomen. In stede dat in den ontroerend ernstigen tijd, waarin wij leven, een ieder, die zich bewust is van de gevaren, die dreigen, zich beijvert om de saamhoorigheid van ons volk te versterken en gezamenlijk met Gods hulp in eendracht de kracht te zoeken om het schip van Staat door de branding heen in veilige haven te brengen, beraadslagen de Zeister heeren over de beste wijze, waarop de splijtzwam dienst zal kunnen doen om de eenheid te verstoren en zoo de Antirevolutionaire partij met haar leider dr. Colijn in moeilijkheden te brengen.
De tweede opmerking betreft den weg, die de vergadering te Zeist heeft ingeslagen om haar bezwaren tegen de denkbeelden, die in de Antirevolutionaire partij overheerschen, en die naar haar oordeel afkeuring verdienen, kenbaar te maken. Elk Christen, die met beide voeten op het Woord Gods staat, en zeker elk Gereformeerd man, kent den regel, door den Heiland gegeven, om den broeder van de dwaling zijns weegs terug te brengen. Die regel staat opgeteekend in Mattheüs 18 van 15—17. Door dien regel niet op te volgen, en hem in de wind te slaan, hebben de Zeister antirevolutionairen niet overeenkomstig de Schrift gehandeld. Naar het ons bekend is, hebben zij, die tot het publiceeren van de motie overgingen, niet eerst hun bezwaren bij het Centraal Comité ingebracht.
De derde opmerking ziet op het ontbreken van een toelichting bij de motie. De vergadering te Zeist verklaart wel in haar kort opgestelde meening, dat Ie de denkbeelden, die in de Antirevolutionaire partij overheerschen, het de partij onmogelijk maken in de gezagscrisis het standpunt in te nemen dat naar den eisch van de Heilige Schrift noodzakelijk is, en 2e. dat de Overheid zich niet zijdelings, maar ook rechtstreeks heeft te bemoeien met de geestelijke ontwikkeling des volks. Doch de tegenstrijdigheid, die in het oordeel sub 1". geconstateerd wordt wordt niet nader aangeduid en toegelicht, evenmin als dat de wijze wordt aangegeven, hoe de gezagscrisis en de taak van de Overheid, genoemd in het oordeel sub i°. ten aanzien van het vraagstuk der geestelijke ontwikkeling des volks door rechtstreeksche bemoeiing, is tot oplossing te brengen.
Intusschen is het probleem, dat de Zeister Antirevolutionairen op de vergadering van de vorige week ter sprake brachten en dat verband houdt met de practische toepassing van artikel 36 der Gereformeerde Geloofsbelijdenis, niet nieuw (de bespreking had dus nog wel eenigen tijd kunnen wachten), doch ook de bezwaarde broeders bleven in gebreke om duidelijk te maken hoe de moeilijkheden, die artikel 36 schept, zijn te overbruggen. Wij zouden dezen Antirevolutionairen willen raden om eens bij ds. Kievit te Baarn in de leer te gaan, die in het begin van dit jaar in eene meditatie in het Gereformeerde Weekblad — wij wezen daarop reeds een keer — na te hebben laten voorafgaan dat het dynamiet der revolutionaire beginselen in de fundamenten van ons Staatsleven zit, dit zegt : »Dat geldt van onze Grondwet en van tal van andere wetten. En nu is de Overheid en hare raadgevers daaraan gebonden. Daarom mag niemand (dus ook de Zeister Antirevolutionairen niet) hooghartig aan de Overheid in de politiek eischen stellen, die zij onder de bestaande toestanden niet vervullen kan, nog afgezien van de zeer gemengde bevolking van ons land.«
Deze wijze en alleszins juiste beschouwing van de roeping der Overheid zij de bezwaarde broeders ter nauwgezette overweging aanbevolen.
Nu is de actie, die te Zeist is ingezet geworden en van daar uit, blijkens den oproep, voorkomende in het slot der motie, verder zal gevoerd worden, gericht tegen de Antirevolutionaire Partij en als zoodanig dus ook tegen de Antirevolutionairen in de Tweede-en Eerste Kamer, die tot een Kerk behooren, welke artikel 36 der Geloofsbelijdenis onverkort handhaaft.
Deze Hervormde voormannen worden — en dit doen nota bene Hervormd Gereformeerden in de motie, — zonder eenige nadere overweging of nader onderzoek in den ban gedaan, omdat zij met de beginselen instemmen, die naar het oordeel dezer Gereformeerden in strijd zijn met de Heilige Schrift.
Wij kunnen dezen gang van zaken niet bewonderen.
Wij waarschuwen onze Hervormd Gereformeerden dan ook ernstig om niet in de Zeister fuik te loopen.
Er is in het politieke leven reeds zooveel versplintering en verbrokkeling, dat aan een nieuwe partij, en zeker niet aan een partij, die zich aan allerlei vaagheden - hoe goed ook bedoeld — vergaapt.
Dat de Antirevolutionaire Partij niet alles kan bereiken, wat zij voor de ontwikkeling van het geestelijk en stoffelijk belang van ons volk voorstaat, is duidelijk.
Toch zou het nog meevallen, wanneer men eens kennis nam van den staat van dienst der Antirevolutionaire Partij en er zich van op de hoogte stelde, hoe deze partij in haar onwaardigheid door de gunste Gods in den loop der jaren rijkelijk is gezegend geworden.
Van dien staat van dienst hopen wij D.V. wel eens mededeeling te doen.
Ons Gereformeerde volk blijve getrouw aan het Antirevolutionaire beginsel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's