STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE TROONREDE.
De Koningin heeft Dinsdag in de Vereenigde Vergadering van de beide Kamers der Staten-Generaal ter opening van de gewone zitting 1934/1935 de volgende rede uitgesproken :
Leden der Staten-Generaal,
In deze tijden van zware beproeving, zoo voor het Vaderland als voor Mijn Huis, Mij wederom in Uw midden bevindend, is het Mij eene behoefte allereerst uiting te geven aan Mijn warmen dank voor de treffende bewijzen van genegenheid en verknochtheid, die Ik gedurende de laatste maanden uit alle kringen van ons Volk heb mogen ontvangen.
Meer nog dan een jaar geleden ondervinden ook wij de gevolgen van de geestelijke en oeconomische ontreddering, waaronder de geheele wereld heeft te lijden.
De toestand van het bedrijfsleven — zoo hier te lande als in Nederlandsch-Indië — is zeer zorgwekkend. Alle bedrijfstakken ondergaan den druk der tijden ; vele er van zijn zelfs zeer zwaar getroffen. De verhoudingen in de landen waarmee wij oeconomisch het nauwst verbonden zijn, doen voorts de vrees opkomen, dat nog zwaardere druk te verwachten is.
Voortbrenging, handel en verkeer zoeken tastend den weg in de wanorde van de talrijke en vaak meest onverwachte verschuivingen op oeconomisch gebied.
Onder deze snel wisselende omstandigheden moet in het Regeeringsbeleid kracht gepaard gaan met behoedzaamheid en voorzichtige aanpassing.
Onveranderd handhaaft de Regeering hare overtuiging, dat moet worden gezorgd voor gezonde publieke financiën. Daar verhooging van de reeds zoo zwaar drukkende belastingen zonder gevaar voor ineenstorting niet mogelijk wordt geacht, zullen de uitgaven, teneinde binnen de grenzen der beschikbare middelen te blijven, nog verder verlaagd moeten worden. Voorstellen om daartoe te geraken zijn in bewerking.
Nu in het afgeloopen jaar het resultaat van onze politiek inzake de handelsverdragen niet geheel bevredigend is geweest en de vooruitzichten dienaangaande eer slechter dan 'beter zijn, zal — met handhaving zooveel mogelijk van onzen export — steeds grootere aandacht moeten worden geschonken aan behoud en verruiming van den afzet in het binnenland.
De aan het bedrijfsleven opgelegde en wellicht nog op te leggen crisisregelingen zullen tot het strikt noodzakelijke worden beperkt en niet langer dan onvermijdelijk noodig worden gehandhaafd. Op verlaging van heffingen, uit deze regelingen voortgekomen, blijft de aandacht der Regeering onophoudelijk gevestigd.
Voor Nederlandsch-Indië zal bij voortduring worden gestreefd naar bevordering van den uitvoer en naar aanpassing van de productie bij de mogelijkheden van afzet. Ook de industrialisatie van dit deel van het Rijk zal, waar mogelijk, geleidelijk worden bevorderd. Het is verheugend, dat in het afgesloten zittingsjaar verschillende maatregelen getroffen konden worden, die Nederland in nauwere oeconomische aanraking brachten met Nederlandsch-Indië en Suriname ; in die richting zal worden voortgegaan.
Voor Curagao, waar de financieele en oeconomische toestand — de tijdsomstandigheden in aanmerking genomen — vrij gunstig kan worden genoemd, bleek de mogelijkheid van soortgelijke maatregelen nog niet aanwezig te zijn.
Met groote bezorgdheid voor de toekomst der menschheid moet worden vastgesteld, dat bijna allerwegen de drang naar sterke bewapening herleefd is. De Regeering zal doen wat binnen haar vermogen ligt om mede te werken aan de beteugeling van dat streven. Zij is echter tevens verplicht met dit verschijnsel rekening te houden bij de uitvoering van hare aanvankelijke voornemens met betrekking tot de nationale verdediging.
De talrijke en zware tegenslagen op oeconomisch gebied, gepaard aan verschillende gebeurtenissen op ander terrein, roepen licht geestelijke verwarring te voorschijn. Des te meer is het noodzakelijk, dat de Regeering — 200 hier te lande als in de overzeesche gewesten — ernstig aandacht blijve schenken aan handhaving van de zedelijke volkskracht en aan versterking van de eendracht des volks, opdat het vastberaden stand houde te midden der beproevingen.
Wie zich toeleggen op het zaaien van wantrouwen en verdenking, wie het gezag der Overheid ondergraven, zijn werkzaam tot verderf van het land en zullen met beslistheid worden wederstaan.
Veel zal in het komende zittingsjaar wederom van Uwe werkkracht worden gevorderd. In de onwrikbare overtuiging, dat het geloof in Gods Almacht ons Volk den noodigen levensmoed geven kan en met de bede, dat het Hem behagen moge Zijn zegen te schenken op Uwen in eendrachtige toewijding aan het Vaderland te volbrengen arbeid, verklaar Ik de gewone zitting der Staten-Generaal geopend.
Deze rede van de Koningin, waarin de economische-en financieele moeilijkheden, die meer en meer een zorgwekkend karakter gaan dragen, scherp worden geteekend, zal ditmaal velen al bijzonder somber stemmen.
Reeds de mededeeling, in den aanhef van de Troonrede gedaan, dat wij nog meer dan een jaar geleden, de gevolgen van de geestelijke en economische ontreddering ondervinden, waaronder de geheele wereld heeft te lijden, typeert voldoende het Staatsstuk en geeft een alleszins juist beeld van den ernst van den tijd, waarin wij leven.
Dat de Regeering zich van de moeilijkheden, die zich voordoen en van die welke zich in het nieuwe zittingsjaar der Staten-Generaal nog met andere zullen vermeerderen, bewust is, moet tot dankbaarheid stemmen.
Zoo gewaagt de Troonrede er van, dat de Regeering haar overtuiging voor gezonde publieke financiën onveranderd handhaaft.
De Regeering zal haar aandacht blijven schenken aan handhaving van de zedelijke volkskracht.
Zij zal met betrekking tot de defensie hier te lande en in Indië rekening houden met het verschijnsel, dat bijna allerwegen de drang naar sterke bewapening herleeft.
Van al deze inzichten der Regeering hebben wij met belangstelling kennis genomen.
Wij zullen het voorshands bij deze korte opmerkingen moeten laten, omdat het afdrukken van ons blad ons niet veroorlooft dieper op de voornemens der Regeering in te gaan.
HET RESULTAAT.
Verschillende Gemeenteraden, vooral die van de groote steden, houden zich op dit oogenblik bezig met het overwegen van de vraag, of de tegenwoordige buitengewone omstandigheden aanleiding geven, onderscheidenlijk verruiming dan wel instelling van verkoopgelegenheid op Zondag toe te staan ten behoeve van een aantal artikelen, die in de gewijzigde Winkelsluitingswet met name worden genoemd.
Zooals bekend is, werd door de gewijzigde wet de moeilijkheid, die aan de uitvoering der wet verbonden is, naar de Gemeenteraden overgebracht. Deze moeten dan de verklaring, dat Inderdaad de tegenwoordige buitengewone omstandigheden de verruiming of de instelling van verkoopgelegenheid noodig maakt, vóór 15 October a.s. afleggen. Na dien datum zal het niet meer mogelijk zijn om verordeningen, die de genoemde materie betreffen, vast te stellen, zelfs zal het na 15 October uitgesloten zijn om eventueele materieele onjuistheden in de voorschriften te herstellen. Alles wat op de zaak der winkelsluiting betrekking heeft, zal vóór dien fatalen datum, d.i. twee maanden na het in werking treden der gewijizigde Winkelsluitingswet, moeten zijn afgeloopen.
Welk resultaat nu het op last der Regeering door de Gemeentebesturen te houden onderzoek naar de gevoelens der winkeliers van de betrokken bedrijven, zal opleveren, is op dit oogenblik wegens de nog onvoldoend beschikbare gegevens niet vast te stellen.
Wel schijnt het vast te staan, dat de winkeliers in tabak en sigaren van de instelling van verkoop op Zondag over het algemeen niet gediend zijn.
Het is bijvoorbeeld reeds in Amsterdam, in 's-Gravenhage, in Groningen en in sommige andere gemeenten gebleken, dat deze winkeliers afwijzend tegenover den Zondagsverkoop staan.
Niet zóó moet het gesteld zijn met de zaken, die brood, banket, suikerwerk, chocolade, al dan niet tezamen met consumptieijs, verkoopen.
Naar luid der berichten in de bladen is de verhouding van het getal voorstanders van de verruiming van de verkoopgelegenheid op Zondag in die bedrijven belangrijk grooter dan dat der tegenstanders. In 's-Gravenhage b.v. heeft het totaal georganiseerde en niet-georganiseerde winkeliers in deze genotmiddelen 240 stemmen vóór en 30 stemmen tegen uitgebracht.
Is dit verschil van vóór-en tegenstanders van verruiming van Zondagsverkoop groot, toch krijgen de cijfers van 240 en 30 een geheel anderen aanblik, wanneer men ze vergelijkt met het aantal winkels, dat in de Residentie brood, banket, suikerwerken enz. verkoopt. Naar men zegt, loopt dit aantal over de 800. In deze 800 winkeliers zitten ruim 500 thuisblijvers.
De vraag is nu, of met de thuisblijvers, dat zijn zij, die bij de enquête niets van zich lieten hooren en die zich behalve in 's-Gravenhage, ook in andere gemeenten ongetwijfeld zullen voordoen, voor het bepalen van het antwoord op de vraag of voor verruiming van de verkoopgelegenheid op Zondag aanleiding is, zal moeten gerekend worden. Deze thuisblijvers zijn kennelijk met de bestaande regeling tevreden. Zij hebben zich in elk geval niet voor verandering uitgesproken. Daarin zagen zij geen nut.
Dat de thuisblijvers niet buiten beschouwing kunnen gelaten worden, daartoe geeft de circulaire, die de Minister van Economische Zaken dezer dagen tot de Gemeentebesturen richtte, aanleiding. In die circulaire wordt in herinnering gebracht, dat het niet voldoende is, indien de meerderheid der gehoorde winkeliers zich voorstander van de betreffende regeling toont, doch dat voor toepassing daarvan een beteekenende meerderheid uit de betrokken branche vereischte is. De laatste opmerking van den Minister, dat een beteekenende meerderheid uit de betrokken branche eisch is, ziet o.i. op het totaal aantal winkeliers van het betreffende bedrijf.
Naar de Nieuwe Rotterdamsche Courant bericht, komen te Rotterdam Burgemeester en Wethouders in meerderheid tot ontkennende beantwoording van de vraag, of de tegenwoordige buitengewone omstandigheden tot ruimere openstelling van winkels op Zondag aanleiding geven.
Uit al hetgeen wij hierboven schreven, blijkt duidelijk, dat de maatschappelijke nood niet tot verruiming van de verkoopgelegenheid op Zondag dwingt en dat de geheele actie voor wijziging van de Winkelsluitingswet niet anders is dan een opgeschroefde vrijzinnige agitatie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's