FINANCIËN
Wie langer dan vandaag lezer is van De Waarheidsvriend, die nog onzen Fliehe heeft meegemaakt, zal zich herinneren hoe hij allerlei rubrieken had aangelegd, allerlei loketjes had uitgevonden, waar hij de lezers onder dak had gebracht. B.v. wie jarig was geweest, of waar het huisgezin was vermeerderd, wie een gelukkig examen juist achter den rug had, of waar een koperen, zilveren of gouden huwelijksfeest was gevierd, ja, ga maar door, zijn waarnemingsvermogen had allerlei momenten ontdekt, waar hij even zich aandiende als de Penningmeester van den Gereformeerden Bond.
Wat kon hij gezellig bedelen.
Altijd weer greep je naar de courant en mee van het eerste, zoo niet het allereerst, werd even een oog geslagen in het stukje van Fliehe. Wat zou hij deze week weer hebben ontdekt ? In welken vijver heeft hij nu het snoer weer uitgeworpen ? Waarlijk hij is een hengelaar van professie. Dadelijk heeft hij beet. En wat hij vangt, is zeker de moeite waard om moeder de vrouw voor te leggen. Hem als Penningmeester nabij te komen, ligt ver buiten mijn doelstelling. Wat ik van hem geleerd heb is dit, om met dezelfde volharding te blijven ijveren voor ons heerlijk doel, d.i. de verbreiding en verdediging van de aloude beproefde Waarheid, eenmaal uitgedragen in het midden van ons volk.
Wat hem dreef is ook bij ons de drijfveer, wat hem tot schrijven en tot vragen bewoog, geldt voor ons nog evenzeer. Waren er toen nog tal van gemeenten waar men uit gebrek aan predikanten jaren achtereen vacant moest blijven, daarin moge eenige wijziging ten goede zijn aangebracht, het verschil is toch nog uitermate klein. Ge moest maar eens zoo hier en daar zulke Kerkeraden ontmoeten die voor de zooveelste maal een bedankbrief zich zien toegezonden, welk een moedeloozen aanblik verkrijgt ge dan. De zoozeer befaamde bepaling inzake het beheer heeft gansche streken van een eigen bediening des Woords verstoken doen blijven. Men oordeele daarover zooals men wil, maar een feit blijft het dat ware dit het geval niet, de vraag naar Gereformeerde predikers zou nog grooter zijn. De werkelijkheid laat ons dit duidelijk zien : in den nood is nog lang niet voorzien.
Zoo laat het zich dan ook verstaan, dat in die gemeenten, waar men een eigen prediker heeft, telkens de vrees bestaat: zouden wij straks ook weer „zonder" zitten. Als een zeker spooksel ziet men zulk een vacature voor zich. Ook al is de Ring goed voorzien — dat maar heel zelden het geval is — en daar staan goede Dominees in zulk een Ring, dan is het nog niet, bij lange na niet, wat men als noodzakelijk heeft leeren kennen. Verschillende werkzaamheden worden nagelaten als onmogelijk te volbrengen in zulk een situatie, en andere gehalveerd. De prediking op zijn allerbest één keer 's morgens of 's middags. Wat dit laatste in heeft op de dorpen, weet ieder die het een tijdlang heeft meegemaakt. Neen, een vacature die lang duurt, is verschrikkelijk. Allerlei misstanden komen hieruit voort. Te veel, zoo is opgemerkt geworden, levert schade, maar te weinig, of juister weergegeven, heelemaal niets, is funest. Een van tweeën, de vraag naar de prediking, de begeerte om op te gaan wordt zóó klein, dat men dubieert of zij verdwenen is of nog zieltoogt — of dat de stroom een eigen bedding zoekt en in alle bijkerkjes stelselmatig verloopt.
Wat een eigen prediker voor beteekenis heeft, merkt men hier het best. Daarom begrijp ik ook zoo ten volle wat me dezer dagen in een brief werd gemeld. Ik kom in verleiding om het maar precies zoo te laten afdrukken.
„Wij zijn zoo dankbaar, dat onze Dominé geen vrijmoedigheid kon vinden om het beroep naar aan te nemen.
Als er 200 aan de Dominé's getrokken wordt, gaat men inzien wat een voorrecht het is een eigen Herder en Leeraar te hebben, die eiken Zondag werkelijk niet zijn eigen woord, maar Gods Woord de gemeente wil brengen.”
Zie, dat is ook de rubriek, dat is ook een loketje van dankbaar gestemde leden van de Kerk. Ik heb niet de gedachte om iemand hooger te plaatsen dan de anderen, maar toch wil ik dit wel opmerken : diegenen die in hun hart dankbaarheid mogen gevoelen omtrent de prediking van Gods Woord, staan bij mij niet achteraan.
Zie, dezen gevoelen ook voor ons werk, zoodat het slot van datzelfde schrijven luidde :
„Van harte hoop en bid ik, dat Gods zegen ruste op het werk van den Gereformeerden Bond, opdat spoedig alle gemeenten, die dit zoo vurig wenschen, een eigen predikant mogen hebben."
Ook is mijn bede, dat het aantal van hen, die zoo de prediking mogen aanmerken, vertien-, verhonderdvoudigd worde.
Waar dit leeft in het hart, klimt niet enkel de bede hemelwaarts : Heere, vermeerder het aantal Uwer getrouwe dienstknechten, maar hier worden ook de handen aan den ploeg geslagen om in den weg der middelen dit heerlijk doel te verkrijgen.
Thans leggen wij ons staatje van deze week u voor.
1. Onze eerste gift kwam uit Gouda, uit den collectezak van de Vereeniging „Calvijn". Deze was ƒ 3.— Dank aan den gever.
2. Van mej. B. te Elburg kreeg ik het laatste blaadje van de postgiro. Zij had hierop aangeteekend f 2.50 als contributie en voor de fondsen f 5.—. Samen „ 7.50
Ontvang hiervoor onzen welgemeenden dank, terwijl ik van deze gelegenheid gebruik maak mijn allerhartelijkste groeten over te brengen aan de uwen.
3. Uit het hooge Noorden zond onze vriend Th. A. Paber ons den inhoud van zijn busje. Deze bedroeg niet minder dan „ 1.—
4. Voor het Studiefonds kreeg ik van C. de K. te Lunteren „ 7.50
Mag ik u zeer hartelijk dank zeggen.
5. Uit eigen gemeente ontving ik enkele posten. Vooreerst van de fam. B. f 2.50 voor het Studiefonds en f 2.50 voor den Medischen Dienst te Rante-Pao. „ 5.—
6. Van onzen jeugdigen verzamelaar Cor Brinkers gewerd me den inhoud van zijn busje. Deze bedroeg niet minder dan „ 7.83
Vóór enkele dagen heb ik het busje geleegd van de jeugdige verzamelaars in dezelfde straat. Beide hoekhuizen wedijveren met elkander. Het resultaat is zeer verblijdend. Onze zeer vriendelijke dank voor alle moeite en zorgen.
7. Nog één busje mocht ik leeg maken uit eigen gemeente en wel van de wed. V. Ik deed dit niet ongaarne, omdat ik tegelijk een oude belofte kon inwisselen : ik zou eens bij haar aankomen. Deze ontmoeting was voor mij een waar genoegen. De liefde tot de Waarheid sprak uit woord en daad. Haar busje had tot inhoud de prachtinhoud van - „ 12.60
Wij danken haar. uit den grond van óns hart en bevelen haar Gode en Zijn genade.
8. Van N.N. te D. kreeg ik me toegezonden voor het Studiefonds „ 2.50
Deze gift heeft me goedgedaan.
9. Door den Kerkeraad te Spijk (Z.-H.) ontving ik als gecollecteerd voor de fondsen „ 5.—
Wij zijn ook hiervoor dankbaar.
10. De Penningmeester van de Afdeeling Alphen a/d Rijn zond me de contributie „ 40.—
11. Evenzoo deed ds. H. te J. mij als contributie 2 gld. geworden. „ 2.—
12. Vanuit het hooge Noorden werd me den inhoud van een busje toegezonden. Het Zuiden bleef niet achter. Vanuit Middelburg zond ons het zoontje van den heer V. d. Bosse de prachtsom van „ 14.15 Deze spant voor heden de kroon. Ik ben hem en de vrienden ten zeerste verplicht en houd me aanbevolen.
13. Van den heer M. te Amsterdam kreeg ik voor het Studiefonds „ 2.50 Hij bedoelt hiermee een vriendendienst te verrichten, 'k Heb het met liefde gedaan. Des Heeren zegen ruste op u en uw gezin.
14. De heksluiter komt uit Zeist. Onze ijverige en accurate Penningmeester aldaar van den Gereform. Bond, zond me de afrekening van de geïnde contributie. Deze bedroeg bijna 100 gld.
’t Is prachtig hoor. „93.40 Opgeteld kom ik deze week tot de som van
f 216.98
Deze week en de volgende sta ik voor groote uitgaven, 'k Doe in dezen een beroep op veler en krachtigen steun. Helpt ons in dezen onze lasten te dragen.
Zijt Gode bevolen.
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's