DE REFORMATIE
IN DE CLASSIS NEDER-VELUWE VAN 1592—1620
3. Epe.
IN DE CLASSIS NEDER-VELUWE VAN 1592-1620
Naast de steden van Neder-Veluwe heeft het kerspel Epe vanouds een belangrijke plaats ingenomen. In 1176 kwam de scheiding Epe— Heerde tot stand, maar bleven Vaassen en Oene onder Epe, gelijk dat heden burgerlijk nog zoo is.
De kerk van Epe was gewijd aan den H. Martinus. Het oude gebouw, goed gerestaureerd, staat er nog. In 1548 stond daar als pastoor Gerrit Leesten, die om zijn kettersche neigingen vermaand werd goed Roomsch te moeten blijven. Hieraan gevolg gevende, moest hij in 1566 de kettersche pastoors van Doornspijk en Oosterwolde tot de orde roepen. Zoo bleef Epe dus in deze jaren van geloofsvervolging Roomsch. Het blijkt echter, dat er wel veel strijd is geweest vóór 1592, dar van 1581—'84 Paulus Antonii er stond als predikant.
Gelijk den lezer bekend is, werd op 4 Juli 1592 te Harderwijk het examen gehouden, ten einde de gezindheid en bekwaamheid der pastoors te onderzoeken. Toen stond te Epe als pastoor, mogelijk sedert 1585, Ludolphus Pieck. 1) Aan de oproeping om te verschijnen, gaf hij geen gehoor, doch schreef een brief ter zijner verontschuldiging. Twee maanden later, tegen 9 September, is hij aanwezig op de Synodale Vergadering te Nybroek, alwaar hij de artikelen onderteekent, en tegen 14 Nov. te Oldebroek opgeroepen, verscheen hij wederom niet, doch schreef dat hij wegens zwakheid zijns lichaams niet komen kon, doch dat hij zich overeenkomstig den eisch der Classis zou gedragen. De Classis nam hiermee genoegen, denkende, dat men te Epe nu een gereformeerd predikant had. Men zou echter, evenals te Ermelo, bedrogen uitkomen. Immers was hij in zijn hart nog Roomsch en hield hij zich altoos schuil, waarom de Synode hem in 1593 schorste en de Classis na ingewonnen informatie hem in 1594 aan het Hof ter afzetting voordroeg. Dit schrijven werkte voorloopig niets uit. In 1596 herhaalde hij zijn excuus, dat hij om gezondheidsredenen niet komen kon. De Classis droeg hem derhalve in 1597 op om in de eerstkomende vergadering een ronde verklaring te doen van zijn gevoelen omtrent de schriftmatigheid van den Heidelb. Catechismus, hetgeen hij dan ook beloofd had. In 1598 werd dan zijn gevoelen bekend, — ook toen was hij niet ter vergadering, evenmin als het vorige jaar - ; gelijk uit de Acta als volgt blijkt: „Ludolphus Pieck, pastoor te Epe, heeft verklaard dat hij tegenwoordig de leer van den Catechismus niet kon belijden, en aangezien hij zich verontschuldigende zeide, dat hij bij den Graaf iets te doen had, en hij daar niet vrij kon komen zoo hy de leer van den Catechismus aannam, om des vijands wil, heeft hij ook niet willen verklaren of beloven, dat hij den Catechismus zou onderteekenen, bij gelegenheid van zijn terugkomst. Ten slotte ontkende hij ook, dat hij eertijds er in bewilligd had noch dit had aangenomen, n.l. ter Synode in September te Nybroek gehouden. De broeders dan, dit overwegende en lettende op den langen tijd, die hij tot bedenken gehad heeft, hebben verklaard, dat zij hem voor geen dienaar der gereformeerde kerk konden aannemen. Derhalve zal men aan de Hooge Overheid verzoeken hem den dienst te Epe en Oene te verbieden, alsmede hem op zijn verzoek, als nu oud zijnde, van eenig onderhoud te voorzien.”
Uit het verloop der geschiedenis blijkt, dat zijn afzetting in 1598 een feit is geworden, daar in Juli 1599 te Elburg ter Classicale vergadering is ds. Joh. Voskuijl, predikant te Epe. De Classis vroeg aan hem hoe hij te Epe was gekomen, en daar hij hiervan een behoorlijk verslag kon uitbrengen (heter dan de predikant van Heerde), werd hij aangenomen, met de verplichting om zonder toestemming der Classis deze niet te verlaten. De Classis beloofde hem ten slotte nog alle hulp bij het verkrijgen van zijn tractement, welke poging drie jaar later nog moest herhaald worden.
In 1600 werd een belangrijke Classicale vergadering voor het eerst te Epe gehouden. Daar verklaarde de predikant, dat hij „door het gebruik van des Heeren H. Avondmaal een gemeente had aangevangen op te richten." Voorts dat hij nog geen kerkeraad had, doch eerlang zouden er ouderlingen en diakenen gekozen worden. Dit blijkt dan ook spoedig geschied te zijn, zoodat wij naast de steden, vanaf 1602 allereerst Epe ter vergadering zien met een ouderling, ook al ontbreekt deze in 1603, waarover de Classis haar misnoegen te kennen geeft.
In 1604 had ds. Voskuijl een beroep naar Steenwijk. Hij wilde daar gaarne heen, daar hij te Epe zijn tractement niet uitbetaald kreeg. De Classis besloot om hem voor deze eerste maal niet te laten gaan, doch ried hem aan allen vlijt aan te wenden dat deze - zwarigheid uit den weg geruimd werd. Ook schreef de Classis aan den kerkeraad van Steenwijk waarom zij ds. Voskuijl niet wenschten af te staan. Voorts werden Schout en Ambtsjonkers van Epe verzocht hun verplichtingen jegens ds. Voskuijl na te komen. Het mocht niet baten, en ds. Voskuijl vertrok zonder toestemming naar Steenwijk, vanwaar het verzoek kwam om uitbetaling van het resteerende, alsmede een getuigschrift omtrent leer en leven. De Classis verwees deze zaak naar de Synode. (Reitsma & Van Veen, Acta rv, bladz. 131, v.).
In 1605 kwam te Epe ds. Rutgerus Vittaeus, door de Classicale deputaten daartoe aangezocht. Hij had goede getuigschriften aangaande leer en leven en werd in het examen bekwaam gevonden. Daarop was hij tot genoegen der gemeente bevestigd, doch hem was opgedragen nog een getuigschrift te toonen van de Universiteit te Heidelberg. In 1606 blijkt dat hij daarin wegens oorlogsgevaar niet is kunnen slagen, hetgeen bij uitzondering ditmaal door de Classis wordt aanvaard.
In 1611 doet zich weer een onverkwikkelijke tractementskwestie voor. Het Hof had bepaald, dat een derde deel der vicarie goederen bestemd v/as voor predikants-tractement. De Collatoren hielden den predikant echter overal buiten, hielden in privé verpachtingen, lieten niets afkondigen en handelden eigenmachtig. De zaak werd verwezen naar het Hof, met het verzoek dat zulke onregelmatigheden voorkomen mochten worden en dat een inventaris der goederen diende opgemaakt te worden.
In 1612 komt het onderwijs ter sprake. De predikant hield bij de Classis aan om de gedeputeerden van het Quartier Veluwe te verzoeken gelden beschikbaar te stellen om een school te bouwen, opdat het kerkgebouw niet langer bezoedeld werd met rook en dergelijke onreinheid.
Hierover vermelden de verdere acta van later jaren merkwaardige dingen, doch dit valt buiten ons bestek.
In 1617 is de predikant met verlof naar zijn vaderland, Duitschland, en doet de Classis zijn dienst.
(Wordt vervolgd).
Vaassen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's