UIT DE AFDEELINGEN
HOOGEVEEN. Nu de winteravonden weer komen, is ook onze Afdeeling van den Gereformeerden Bond weer voornemens elke 14 dagen te vergaderen. Onze eerste vergadering hielden wij Vrijdag 12 October, waar onze voorzitter, ds. Vermaas, voor ons een inleiding hield over de beteekenis der Kerk. Spreker stond achtereenvolgens stil bij een drietal punten, n.l.: Het onderschatten, het overschatten en de juiste beteekenis der Kerk. Hierop volgde een aangename bespreking.
Namens de Afdeeling feliciteerde br. Scholten ds. Vermaas met de drie beroepen, die hij mocht ontvangen naar elders. Hij spreekt den wensch uit, dat God het zoo moge leiden dat wij ds. Vermaas in ons midden mogen behouden.
De volgende vergadering, welke D.V. 26 October zal gehouden worden, hoopt de secretaris 1 Cor. 1-in te leiden, terwijl br. Scholten een vrij onderwerp zal behandelen.
Nadat door ds. Vermaas de Afdeeling dank wordt gezegd voor de woorden tot hem gesproken, sluit br. Scholten deze goed bezochte vergadering.
EDE. Vrijdag 19 October j.l. hield de Afdeeling haar eerste openbare vergadering. De zaal was tot in de uiterste hoeken met belangstellenden bezet.
De voorzitter, de W.Ed. heer M. Faas, opende de vergadering op de onder ons gebruikelijke wijze. Hij herinnerde in zijn openingswoord aan de slagen, die ons Vorstenhuis getroffen hebben. Ook op kerkelijk terrein is een en ander gebeurd. De klanken der herdenking der Afscheiding klinken nog na. Eén ding ontbreekt daarbij: de verootmoediging. De Profeten wisten het beter en beleden: wij en onze vaderen, wij hebben gezondigd.
Wij blijven, niettegenstaande alles, in de Ned. Hervormde Kerk, waar God nog door Zijn gepredikte Woord zondaren tot bekeering brengt. Als Afdeeling willen wij in eenvoud getuigen. Wij hebben de belijdenis lief. Daarom wilde de Afdeeling ook dezen avond daarvoor de aandacht vragen en geeft het woord aan ds. J. E. Klomp, plaatselijk predikant, die bereid is gevonden een inleiding te geven op Artikel 2 der geloofsbelijdenis.
Na voorlezing van het artikel, wees ds. Klomp er op, dat het handelt over de kennis van God. Daarbij moet opgemerkt worden, dat de wetenschap, die de mensch aangaande God kan hebben, geheel anders is dan die, welke God aangaande Zichzelf heeft. De Godskennis kan alleen verkregen worden door openbaring, die uitgaat van God, die den mensch de bekwaamheid en het vermogen gegeven heeft om God te kennen uit Zijn werken. De verkregen Godskennis wordt verkregen door ons zelve of door wat buiten ons zelve is. Daarvoor is noodig de wedergeboorte door den Heiligen Geest. Die kennis kan slechts langs den middellijken weg verkregen worden. Er zijn er, die de openbaring Gods in natuur en Schriftuur gering achten, zeggende: de letter is dood. Maar er staat: de letter doodt, wat iets anders bedoelt, zooals Calvijn verklaart.
Dit artikel is zeer leerzaam, daar het leert tevreden te zijn met wat God geopenbaard heeft.
Nadat een oogenblik gepauzeerd was, volgde een levendige bespreking, waarna de vergadering gesloten werd met dankgebed door ds. Klomp.
Er werden huish. reglement en ex. van „De Waarheidsvriend" uitgereikt tot meerdere kennis van het doel van den Gereformeerden Bond.
Verschillende nieuwe leden traden toe.
’t Was in alles een leerzame avond, die bewees dat de nog jonge Afdeeling in een behoefte voorziet. Medegedeeld - kon nog worden, dat op de volgende openbare vergadering D.V. 18 Dec. a.s., ds. D. J. van der Graaf, eveneens plaatselijk predikant, hoopt te spreken over: De Gezangenkwestie
E. J. VAN SPANKEREN, Secretaris.
RIJSWIJK. Op Woensdag 26 September 1934 hield de Afdeeling van den Gereformeerden Bond alhier een ledenvergadering in het Gebouw van Christelijke Belangen.
Niet alleen waren de leden der Afdeeling opgeroepen dezen avond aanwezig te zijn, doch ook vrienden en geestverwanten, catechisanten en oud-catechisanten, omdat in deze vergadering de heer Van Barneveld, Godsdienstonderwijzer te Delft, zou spreken over : „Drie geestelijke weldaden, verzekerd in de opstanding van Christus."
Precies acht uur opent de voorzitter, de heer Nuijens, de vergadering met het laten zingen van Psalm 98 vers 1 en gaat daarna voor in gebed. Er bleken 43 personen aan den oproep gevolg te hebben gegeven deze vergadering bij te wonen.
Na het gebed leest de voorzitter een gedeelte voor uit Rom. 8, waarna hij alle aanwezigen een hartelijk welkom toeroept, inzonderheid den heer Van Barneveld, die altijd maar weer klaar staat zijn tijd kosteloos voor onze Afdeeling beschikbaar te stellen.
De secretaris, het woord verkrijgend, deelt de aanwezigen mede dat de winteravondgodsdienstoefeningen dezen winter op 11 October een aanvang nemen en telkens om de 14 dagen worden gehouden tot 27 Maart, terwijl alle beurten reeds zijn beteekend door de aangezochte predikanten.
De navolgende predikanten zullen dezen winter voor de Afdeeling optreden, n.l. ds. Pop van Monster, ds. Abbringh van Papendrecht, de heer Van Barneveld, Godsdienstonderwijzer te Delft, ds. Fokkema van Amstelveen, ds. De Geus van De Bilt, ds. Leenmans van Delft, ds. Klüsener van Vinkeveen, ds. Van Ameide van Groot-Ammers, ds. Van der Pol van Boven-Hardinxveld, ds. Vroegindeweij van Waddingsveen, ds. Westra Hoekzema van Mijnsheerenland, ds. Alers van Dordrecht, terwijl aan ds. Van Dorp van Den Haag zal worden gevraagd om op 27 Maart te sluiten. Er is voor dezen winter door het Bestuur zooveel mogelijk rekening gehouden met den wensch der leden omtrent het laten optreden van predikanten, zoodat de leden zelf de predikanten hebben genoemd die zij a.s. winter wenschten te hooren.
Hierna verkrijgt de heer Van Barneveld het woord. Spreker behandelde zijn onderwerp aan de hand van Zondag 17 van onzen Catechismus en zegt: „Christus zelf heeft eenmaal het beeld gebruikt van een schuldige, die vanwege zijn gemaakte schulden in de gevangenis geworpen en tot wien gesproken werd: „Gij zult daar geenszins uitkomen, voor ge den laatsten penning zult hebben betaald."
Zoo zit nu de mensch, vanwege zijn erfzonde en dadelijke zonden, geworpen in den kerker des doods en zou daar nooit uitkomen, voor hij den Heere al zijn schuld betaalde. Dit kan hij niet, aangezien hem alles ontbreekt waarmede hij voldoen kan. Doch nu komt Christus, die van eeuwigheid van den Vader is gesteld als Borg en op Zich nam om Zelf in dien kerker des doods in te gaan voor Zijn uitverkorenen, om daardoor aan den eisch der goddelijke gerechtigheid te voldoen.
Spreker staat dan een oogenblik stil bij den staat der vernedering van Christus, die werd voorgesteld als een ingaan in den kerker des doods in al z'n verschrikking, getuige daarvan in het bizonder het 4de kruiswoord.
Vanzelf kon nu Christus niet in den kerker des doods blijven, omdat Hij tot den laatsten penning betaalde de schuld van Zijn volk, die Hem was toegerekend. Daarom gaat Hij op den Paaschmorgen uit en voert als 't ware met Zich Zijn uitverkoren Kerk, welke Zijn lichaam is. Zij wordt dus in Christus' opstanding verzekerd dat aan den eisch des Vaders is voldaan en ook verzekerd van haar rechtvaardigen staat voor God.
De toepassing of verzekering van deze rechtvaardigheid in Christus' wordt den geloovige eigen in den weg van bekeering en geloof, waardoor hij Christus wordt ingeplant. Verder wijst spreker op een woord van den heilgen apostel : „Christus is Zijn volk tot wijsheid, tot rechtvaardigheid en heiligmaking." De heiligmaking als tweede weldaad verzekerd in de opstanding van Christus.
Heeft de gemeente des Heeren door het geloof gemeenschap aan den dood des Heeren, zoo is in Hem het lichaam der zonde gekruisigd, teniet gedaan, zegt de apostel, opdat wij niet meer der zonde dienen zouden. Zij worden niet alleen Zijn
rechtvaardigheid, maar ook Zijn heiligheid deelachtig, want het nieuwe leven betrekt haar levenssappen uit den wijnstok Christus. Natuurlijk blijft die heiligmaking hier ten deele en openbaart ze zich in verschillende trappen, altijd afhankelijk van het werk des Heiligen Geestes in het hart. In ieder geval, er komt een vermaak in de Wet Gods naar den inwendigen mensch, d.w.z. naar den vernieuwden mensch.
In de derde plaats, zegt inleider, ligt in Christus' opstanding verzekerd de volkomen heerlijkmaking van Gods Kerk. Christus brengt uit het graf mede een onsterfelijk en onverderfelijk lichaam, waaraan eenmaal het lichaam van ieder waarlijk geloovige gelijk zal zijn. Zijn opstanding is hun een onderpand hunner zalige opstanding. Het graf is Gods kind niet meer dan een tijdelijke rustplaats, een bed, in de donkerheid gespreid, waarop het moede hoofd slechts eenigen tijd rust. In 'hun geloofsvereeniging met Christus zijn ze van den eersten dood als betaling voor de zonde verlost, vanzelf kan de tweede of eeuv/ige dood over hen niet meer heerschen. Het lichaam ondergaat slechts het proces van het tarwegraan, dat in de aarde wordt gestrooid. Het sterft om vrucht te dragen. De nieuwe hemel en de nieuwe aaxde zal straks dragen de verheerlijkte Kerk Gods, bij wien de vruchten van lof en dank en aanbidding Gode tot eer zullen worden gevonden.
Na deze leerrijke rede worden de aanwezigen in de gelegenheid gesteld om naar aanleiding van de uitgesproken rede vragen te stellen of opheldering te vragen.
Daar niemand van de aanwezigen het woord verlangde, bleek dat de boeiende rede, die onder ademlooze stilte was aangehoord, niets te wenschen overliet.
Nadat de voorzitter den heer Van Barneveld uit aller naam hartelijk dank had gebracht voor dit schitterend stuk werk, verzocht hij den heer Van Barneveld voor te gaan in dankgebed.
Met het zingen van Psalm 25 vers 7 sloot de voorzitter te 9.45 ure deze zeer leerrijke vergadering, daarbij den wensch herhalende uit 't dankgebed, dat het gesprokene nog eens tot een zegen moge zijn.
Het Bestuur ziet met dankbaarheid terug op dezen avond, waar weder nieuwe banden zijn gelegd tusschen Bestuur, leden en geestverwanten. Jammer, dat niet meer jonge catechisanten aanwezig waren, daar toch de catechisatie-avond van 25 September voor dezen avond was vervallen, in de hoop, dat alle catechisanten aanwezig zouden zijn. Ook hadden meer leden aanwezig kunnen zijn, want meestal ziet men op ledenvergaderingen dezelfde gezichten.
Komt, Broeders, wekt elkander op om de taak van het Bestuur te verlichten door uw medeleven te toonen, want 't is zoo noodig in onze vrijzinnige gemeente.
Het Bestuur hoopt dan dezen winter op een goed gevulde kerk, hetgeen ook aangenaam is voor de predikanten die voorgaan voor onze Afdeeling, daar sommige voorgangers een groote reis maken, doch zelfs die moeite zich laten getroosten. Maar laten wij ook toonen door onze opkom.st, dat wij het ware Woord Gods nog begeeren en moge verbreiden in deze moderne gemeente, kon het zijn, tot onze zaligheid, maar bovenal tot verheerlijking van Zijn grooten Naam.
B. MOOIJ, Secretaris.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's