WAT DE PERS ER VAN ZEGT
Enkele predikanten, weer onder aanvoering van enkele, op dit gebied bekend geworden dominees uit Amsterdam, hebben zich in een Manifest gewend tot de Overheid en het Volk — met name cm weer scherpe critiek te oefenen op de tegenwoordige regeering. Met dat Manifest, dat weer met ophef een woord van „predikanten" genoemd wordt, leurt de S.D.A.P. langs de huizen te Rotterdam, om een monster-adres saam te stellen aan de regeering. En dat doen de Rooien ! Die willen een andere . en betere regeering ! Is het niet ontzaglijk brutaal ? Men zij gewaarschuwd. Eenvoudige menschen vliegen er soms zoo gemakkelijk in. Opgepast!
We laten hier, zonder commentaar, volgen een artikel uit „De Nederlander", geschreven door prof. Paul Scholten. Het luidt aldus :
De predikanten en de politiek.
Niet over de vraag, of de staatsburger, die het ambt van predikant bekleedt, aan politiek mag doen, aan den politieken strijd in eenigen vorm mag deelnemen, wensch ik te spreken. AI zal zekere terughouding hier op zijn plaats zijn, dit 6 recht zal hem niet kunnen v/orden ontzegd. Ik wensch een opmerking te maken over de inmenging van den predikant als zoodanig in den politieken strijd, die, waarbij de predikant het gezag van zijn ambt doet gelden. w"e hebben daarvan een geval beleefd in het bekende telegram, in Juli door een aantal Amsterdamsche predikanten aan de Regeering gezonden, we hebben een nieuw in de „Verklaring" aan Overheid en Volk, dezer dagen gepubliceerd.
Zoodra de predikant als zoodanig spreekt, is hij alleen gerechtvaardigd, indien hij het Woord Gods brengt. Hij mag en moet dat doen in elke situatie, dus ook in de politieke verhouding, doch hij mag nooit eigen persoonlijke politieke overtuiging als een boodschap Gods doen voorkomen. Daarmee is iedere directe inmenging in den politieken strijd uitgesloten. De strijd gaat over de realiseering van beginselen, ook over de mogelijkheid van die realiseering in bepaalde verhoudingen, zij eischt een afwegen van voor-en nadeelen, dat altijd mede van technische kennis en psychologisch inzicht afhankelijk is. De predikant als zoodanig staat tegenover, niet in dien strijd, hij kan de strijders iets te zeggen hebben, nimmer zelf strijder worden.
Wat ik bedoel is duidelijk, als wij de bovengenoemde gevallen beschouwen. De getuigenis tegenover de Regeering : steunverlaging is ongeoorloofd, kan noodzakelijk zijn ; het kan zijn dat de predikant in zijn arbeid de overtuiging krijgt, dat de Christelijke barmhartigheid haar verbiedt, dat andere wegen, hoe dan ook, gevonden moeten worden. Of onze predikanten in Juli terecht die overtuiging hadden, kan ik niet beoordeelen. Op zichzelf kan het een daad van moed zijn haar uit te spreken. Het is gelukkig, dat de predikant inziet, dat hij tot dit getuigenis, ook tegen de bestaande machten moet overgaan, indien Christus hem dringt. Alleen : het moet bij dat getuigenis blijven ; dat het telegram ook reeds sprak van de middelen, die noodig zouden zijn om de gelden te vinden, is verkeerd. Dat is al technisch. Erger was, dat het telegram op een aller ongelukkigst oogenblik verzonden werd. Dit had of eerder of later moeten geschieden. Niet op tijd, dat het oproer niet of nauwelijks was gestild ; ook van den predikant, die getuigt, mag verlangd worden, dat hij zijn tijd goed kiest. Nu was het telegram een, zeker onbedoelde, aanval op de Regeering op een oogenblik, dat aanvallen uitgesloten hadden moeten zijn, een miskenning van het gezag, die men van deze zijde niet had verwacht. Nog bedenkelijker was de toelichting achteraf, die onder anderen het algemeen stemrecht bestreed, dit was niet anders dan politiek. Hier spraken niet meer de-; predikanten als verkondigers van Gods Woord, maar staatsburgers van bepaalde politieke overtuiging. De eigen overtuiging kan nooit rechtvaardiging zijn van de daad als predikant.
Tegen de nieuwe vérklaring gelden de zelfde bezwaren. Deze verklaring is een politiek manifest. De heeren verklaren zich niet te willen mengen in zaken van Staatsbeleid en politieken strijd, zij doen niet anders. Het meest komt dit uit in het typische tusschenzinnetje, waarin de schrijvers zeggen te zwijgen over zekere vragen van politiek en in dat „zwijgen" duidelijk hun meening doen kennen. Het blijkt voorts uit het geheele stuk. Het is niet anders dan een sympathiebetuiging aan het nationaal-socialisme en een aanval op de Regeering. Ik deel die sympathie niet, maar wil, om misverstand te voorkomen er aan toevoegen, dat ook ik meen, dat de gronden, die de Minister-President indertijd ontvouwde voor het verbod van de N.S.B., dit niet voldoende schragen. En ook overigens zou ik mij tot bestrijding van den inhoud der verklaring niet geroepen gevoelen. Maar dit neemt niet weg, dat ik in verzet kom als Predikanten als zoodanig deze dingen uitspreken. Daartoe missen zij het recht. Zij mógen niet zeggen, dat het Gods Woord is, dat cumulatie van pensioen en salaris verbiedt. Dat is een naar beneden halen van het Woord. Ik neem dadelijk aan, dat de rechtsovertuiging der onderteekenaars tegen die cumulatie in verzet komt, doch die rechtsovertuiging mogen zij van de daken schreeuwen, doch niet als predikant verkondigen.
Het is, dunkt mij, in dezen verwarden tijd noodzakelijk, de dingen duidelijk te zeggen. Daarom kon ik dit protest niet achterwege laten. Ik moest dit wel apodictisch doen. Mijns inziens dreigt hier een ernstig gevaar. Een gevaar voor de kerk. Het is noodig dat zij getuigt, juist in dezen tijd, óók tegenover het gezag. Ik ben daarvan zóó zeker, dat ik na het telegram heb gezwegen, hoe pijnlijk mij het had getroffen. Doch nu de verklaring volgt, meende ik te moeten spreken. Men zal wel willen aannemen, dat ik dit deed om de zaak en dat iedere bedoeling de personen te treffen, mij vreemd is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's