MEDITATIE
Doch zoo niet, zoo delg mij nu uit uw 'boek, hetwelk Gij geschreven hetot. Exodus 33 vers 32 b.
DELG MIJ UIT.
Dit woord van Mozes heeft men ongerijmd genoemd. Verstandelijk beoordeeld, schijnt die qualificatie juist. De wensch, daarin geuit, houdt immers het onmogelijke in.
Wat Mozes hier noemt „Uw boek", is het boek des levens. In de Openbaringen wordt het genoemd „het boek des levens des Lams." Paulus heeft het in Filipp. 4 over medearbeiders, „welker namen geschreven zijn in het boek des levens." In het boek des levens zijn door God geschreven de namen Zijner gekenden. Het is het boek der uitverkorenen Gods. Zij zijn daarin geschreven met onuitwischbaar schrift. Het is eeuwigheidsschrlft. En dat eeuwigheidswerk kan niet gebroken worden. Dat is de troost voor Gods kinderen. Het is in al de moeiten van dit tijdelijk leven hun eeuwigheidshoop.
Wat Mozes vraagt is, kort gezegd, de vernietiging van Gods heilsraad, de verbreking van de onverwikbare vastheid van het heil van Gods kinderen.
Ja, waarlijk, zóó gezien, is dit woord, dit gebedswoord ongerijmd.
Toch is dit woord niet ongerijmd voor wie iets kent van het mysterie van het gebedsleven. In het echte gebed gaat de bidder soms boven zichzelven uit. Zóó machtig is hij dan aangegrepen door de zaak, die hij bepleit voor Gods genadetroon, dat hij zichzelven absoluut vergeet.
Iets daarvan heeft David gekend, toen hij in droefheid was over Absaloms dood en het weenend en klagend uitriep : Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom ! Och, dat ik, ik voor u gestorven ware, Absalom, mijn zoon, mijn zoon !
Alleen de Joabsnaturen kunnen zulk een smart, zulk een uitroep niet verstaan en verdragen.
Een dergelijk gebed als Mozes bad, bad ook Paulus, toen hij het uitspraak : Want ik zoude zelf wel wenschen verbannen te zijn van Christus voor mijne broederen, die mijn maagschap zijn naar het vleesch.
Neen, zulk bidden is niet ongerijmd. Het is, integendeel, een genadewonder. Wie zoo mag bidden, voelt zich één in zonde en schuld met degenen, voor wie het gebed opgaat. Er is een doorleven van het besef, dat het noodig is te buigen onder Gods recht, en in verzoening met dat recht vergiffenis te ontvangen.
Zalig de ouders, die gebogen onder de schuld hunner kinderen, iets van dit pleiten en voorbidden in practijk mogen brengen. Gezegend het volk, dat zulke leeraars en voorgangers mag hebben.
Het is een genadewonder, dat saambinding tusschen ouders en kinderen brengt, saamhoorigheid tusschen volk en leeraars, waardoor geworsteld en gebeden wordt, pleitend op Gods eere, om zich te toonen een God, bij Wien veel vergeving is.
En toch, hoe heerlijk zulk bidden moge zijn, het kan de grond van verzoening en vergeving nimmer, nimmer zijn. Want al mag Mozes zich in dit gebed aanbieden aan God als een rantsoen voor het schuldig volk, schuldig wegens zijn gruwelijke zonde met het gegoten kalf, van hem geldt, evenals van ieder mensch :
Hij kan dien prijs der ziele, dat rantsoen, In tijd noch eeuwigheid voldoen.
Maar God liet Zich toch verbidden ! Ja, gewis. Hij gaf een dageraad des heils aan het volk. Maar het was, omdat Hij Mozes en het volk aanzag in den eeuwigen Hoogepriester en Borg, onzen Heere Jezus Christus. De genade, in Hem besloten, werkte in Mozes tot dit bidden. Naar Hem wijst Mozes, juist in dit gebed, u en mij, opdat wij verzoening voor al onze zonden zullen zoeken en genieten door het geloof in Immanuël. Wat met Mozes nooit kon geschieden, is Hem wedervaren. Als knecht Gods, als de Borg, voor de Zijnen zonde gemaakt, is Hij uitgedelgd uit Gods levensboek, om weg te zinken in den helschen dood. En dat alles, opdat, om het met het oude Avondmaalsformulier te zeggen, het door alle tijden aan zondaren, die voelen den dood verdiend te hebben, zou verwerkelijkt v/orden : „Ik voor u, daar gij anders den eeuwigen dood hadt moeten sterven !”
Gelooft gij dat, mijn lezer ?
Hebt gij voor God uw dood-en doemschuldigheid doorleefd ? Het moet een strikt persoonlijke zaak worden tusschen God en uw ziel! O, bid om de genade des Heiligen Geestes. Gij kunt geen echte rust genieten, voor gij in geloofsgenade moogt kennen, dat ook u het woord geldt: Ik wil niet, dat deze in het verderf nederdale : Ik heb verzoening voor hem gevonden.
Welgelukzalig allen, die deze genade hebben leeren kennen. Zij zijn voor leven en sterven geworpen op den Eenigen Borg, Wiens eigendom zij zich dan mogen kennen, om er van te zingen:
Veilig in Jezus' armen. Veilig aan Jezus' hart.
Toen Mozes dit gebed had opgezonden, heeft de Heere tot hem gezegd : Ga heen, leid dit volk, waarheen Ik u gezegd heb. Dat was naar Kanaan! Doch Mozes heeft het volk slechts mogen brengen tot aan Kanaan.
De groote Mozes, onze Heere Jezus, leidt de Zijnen niet tot aan, maar tot in Kanaan, het Kanaan der hemelsche rust. Zalig uitzicht voor het woestijnvolk op de pelgrimage !
Leid dit volk het geldt boven alles dus van Christus. Hij roept ze achter Zich, ook nu nog. Hebt gij Zijn stem gehoord : Volg Mij ? Hebt gij leeren gehoorzamen ? 'Zoo niet beef, want gij hebt Zijn woord naast u neergelegd, om in deze donkere wereld zonder licht te volgen den overste der wereld. Wie achter dien verklager der broederen blijft, zal met hem eeuwig omkomen! Gewis en zeker.
Maar zoo dat woord niet onberoerd langs ons heen ging, en Gods Heilige Geest ons daardoor greep en vasthield, dan bewerke genade er door, dat gij antwoordt en telkens meer belijdt: Heere, ik zal U volgen, waar Gij ook henengaat.
Of om het met den dichter te zeggen :
Jezus, ’k zal U need'rig volgen, Waar Uw hand mij henenleidt.
In onzen Heere Jezus hebben een veilig geleide allen, die in Hem mogen kennen de aanschouwing van het aangezicht des verzoenden Gods.
Dat is zoeter dan het leven. Want zij mogen geloofsgenieting hebben van het eeuwig ondoorgrondelijke woord : God is liefde.
Zeist
R. Bartlema
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's