De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

5 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
En dan, hoe zou dat leven hiernamaals zijn ? De bijbel had het over een hemel en een hel, en ook over een nieuwe aarde. Zou het daar werkelijk een zelfbewust leven zijn zonder lichaam, of zou het leven in een hoogeren bestaansvorm overgaan, waardoor het onafhankelijk van de stof werd ? In elk geval zou hij zijn arbeid als geneesheer dan gedaan hebben. Tenminste dat leek hem het waarschijnlijkste. De eenvoudige daglooner, dien hij zoo juist bij die doodzwakke vrouw had achtergelaten, sprak bij het heengaan met iets droefs in zijn stem: „waren er geen zonden, er waren geen wonden, dokter." Zou het zoo wezen ? Dat alle ziekte en lijden óók al weer van de zonde kwam en hij dus daaraan zijn practijk te danken had ? Allemaal raadsels en zoo zou hij wel kunnen dóór vragen. Wat was hij toch pessimistisch gestemd vanavond. Ja, dat was ook weer iets vreemds. Dat een mensch het eene oogenblik heel anders gestemd kan zijn dan het andere, vaak onder dezelfde omstandigheden.
Hé, wat lichtte het daar. Wel van twee, drie kanten tegelijk. Net vurige slangen. Daar rommelde de donder al. 't Kwam naderbij, het onweer. Als dat zóó afliep, dan kwam er méér goed. Eigenaardig dat de beesten in het veld dan zoo onrustig worden. Wat zei zijn moeder ook haast altijd als het onweerde ? O ja : „'t Menschdom beeft, en staat verwonderd, als de God der eere dondert." Maar het menschdom niet alleen, 't Vee ook. Ja maar was het wel een God die het deed ? Het onweer was immers niets anders dan een doodgewoon natuurverschijnsel, dat heel gemakkelijk door de wetenschap verklaard kon worden. Het één kwam door het ander. Maar zou ten slotte alles niet kunnen worden teruggebracht tot de wet van oorzaak en gevolg ?
„Juist, — zou dominé zeggen —, en zoo zal de eeuwigheid ook geven wat in den tijd is gewrocht."
Verbazend ! wat een vuur. Hij zou harder moeten rijden wilde hij voor de bui los kwam onder dak zijn. Vooruit Indian! En zoo kwam het, dat hij juist den sleutel in het nachtslot van zijn woning stak, toen een felle bliksemstraal, oogenblikkelijk gevolgd door een knetterenden donderslag, welke de ruiten in hunne sponning deed rinkelen, degenen, die nog al mochten liggen slapen, in allerijl deed opstaan.
In de pastorie brandde het licht reeds geruimen tijd. Of het te druk was geweest, maar de slaap wilde niet komen, en zoo was men bij het eerste gerommel van den donder spoedig weer op de been. „Zou de dokter nu al thuis zijn ? " — vroeg mevrouw bezorgd. Maar niet een, die het wist. Als de man met dit opkomend noodweer nu eens op weg was! En weer sloeg het hemelvuur en knetterde de donder. Daar begon het te druppelen. Eerst langzaam, weldra harder. En de regen werd hagel, en de hagel werd ijs en daar tusschen door loeide de wind, en bliksemde het hemelvuur, en knalde de donder, en beefde de wereld. Al de elementen schenen losgelaten, 't Leek alsof de oordeelsdag was aangebroken. Bange zielen sidderden en vouwden de handen tot een gebed of sloegen een kruis. Kinderen weenden. En soms was het, alsof het gevaar geweken was, maar dan vernieuwde zich de strijd der elementen, en nog eens en nog eens brak het onweer los, alsof de natuur niet tot rust kon komen, niet eerder dan wanneer er offers waren gevallen.
En zij vielen er. Daar ginds brandde het reeds, en toen de nieuwe dag aanbrak, hadden de meesten nog slechts weinig geslapen.
Ook op Lombok was men natuurlijk wakende geweest. Gewoonlijk behoefde het maar weinig te onweeren of de heele buurt was op, omdat bij de meesten een groote vrees bestond voor het onweer. Anderen vonden het wel een aardige variatie in den nacht, vooral wanneer het ergens insloeg en men berekenen ging wien het onheil getroffen had en waarbij het Sabelbeen gewoonlijk de vraagbaak was, omdat hij in den ganschen omtrek bekendheid had. Ditmaal was men hier evenwel allesbehalve op zijn gemak, omdat het zoo geweldig lichtte en de donder onafgebroken door de lucht rommelde en het gekletter van den hagel de angst verhoogde.
Vooral had Ka het benauwd. Reeds had zij een paar maal met een stok tegen den muur geslagen ten teeken voor Gretske, dat zij deze gaarne zag komen, en zoo spoedig hare stijve ledematen dit toestonden, schoot Gretske een paar kleedingstukken aan, om daarop hare beangste buurvrouw gezelschap te houden. Zoo menigmaal dan weer een donderslag knalde, klonk uit de beddestee en angstig geluid, 't Zou wat wezen, als zij hier eens getroffen werd. Kon zij nu maar loopen, maar het eene been wilde niet mee en dan die duizelingen in het hoofd, 't Beteekende heel wat, machteloos neer te liggen als alles om je heen in vuur stond. Maar toen Gretske voor haar bed ging zitten, evenals dien eersten avond toen zij ziek werd, om haar te kalmeeren en te gaan spreken van de bewaring Gods, waardoor geen haar van het hoofd gekrenkt kan worden zonder den wil des Hemelschen Vaders, toen was de uitwerking van dat woord wonderlijk.
Gretske zelf zat daar zoo vol vertrouwen zonder eenige angst of vrees, en dat maakte Ka ook rustig, 't Was toch wél wat waard, zoo geloovig te zijn. „Als ik jou niet had, dan was het niet best, buurvrouw, want geen mensch die zich anders met mij bemoeit" — sprak zij op een toon van verlichting, toen het eindelijk wat stiller werd in de natuur en het onweer aftrok, „'k Ben je duizendmaal dankbaar, Gretske, en weet niet waar het je mee te moeten vergelden."
Wordt vervolgd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's