DE REFORMATIE
IN DE CLASSIS NEDER-VELÜWE VAN 1592—1620
6. Nunspeet.
De oude kerk te Nunspeet was aan den H. Antonius gewijd. Het gebouw is in 1855 afgebrand, doch bij de restauratie bleef nog iets van het oude gespaard.
Den 4den Juli 1592 treffen wij den pastoor van Nunspeet op het examen te Harderwijk aan, te weten Johannes Wilhelm, die te zamen met den pastoor van Ermelo onvoorwaardelijk met de Reformatie meegaat, alleen met dit verschil, dat die van Ermelo naar Rome terugvalt, hetgeen van dien van Nunspeet niet valt aan te wijzen. Hij onderteekent de voorgeschreven reformatorische artikelen met de bijvoeging: „minister verbi dei in Nunspyt", alzoo dienaar van Gods Woord. Benige maanden daarna ontmoeten wij hem ter vergadering te Oldebroek, waar geïnformeerd wordt naar zijn verleden en hoe hij eigenlijk in Nunspeet was gekomen. Hij zeide, dat hij te voren in gereformeerde plaatsen gestaan had, waarop hij zich beroemde. Daarop vroeg men hem, hoe en waarom hij die plaatsen verlaten had, en waarom hij juist op de Veluwe te midden van den vijand was gekomen. Deze vragen brachten hem in verlegenheid, en bekende hij op zulke vragen niet te hebben gerekend. Hij beloofde echter op de volgende vergadering bewijsstukken te brengen van Jutfaas en Gorcum.
Maar daarvan is niets gekomen, en zijn positie onzeker of onveilig achtende, is hij in 1593 vertrokken.
Nog datzelfde jaar is in de vacature voorzien door de komst van ds. Tilemannus Mylius, die zich er vóór September vestigde, daar hij op de Septembervergadering der Synode te Arnhem is. Op last der Synode besloot de Classis van April '94 dat ds. Wilh. Wirtzfeldius van Harderwijk hem te Nunspeet zou bevestigen, hetgeen ook geschied is.
In 1595 vroegen eenige leden om het gebruik van des Heeren Heilig Avondmaal. Dit mochten de predikanten niet bedienen, tenzij zij zelve het ook ergens in een naburige plaats genoten hadden. Zoo begaf de predikant zich in 1596 ten Heilig Avondmaal te Elburg, en adviseerde hem om te Nunspeet dit Sacrament oök zelf te bedienen, na zich vergewist te hebben van het onbesproken levensgedrag der gemeenteleden, en dat zij eenigszins thuis waren in de fundamenten der Religie.
In 1596 wordt hij ondanks zijn bevestiging toch nog aangemerkt als een „dienaar zonder gemeente”.
Hij had niet alleen nog geen kerkeraad, dat nog jaren duurde, doch bediende blijkbaar ook nog niet het Sacrament des Heiligen Avondmaals. Ala hij dan in 1600 te Bpe verslag uitbrengt van den staat der kerk te Nunspeet, doet hij dit als volgt door den scriba weergegeven: „Tilemannus Mylius verklart dat hl een tamlich gehor heefft en dat hi verhop door Goedes gnad in korten dagen ein gemein an te fangen”.
In 1596 klaagt hij over den koster dat deze Roomsch is. Dit was een algemeene klacht. De acta luidt als volgt (in tegenwoordig Nederlandsch) : „Aangezien de kosters op de Veluwe in het algemeen papistisch zijn en de gereformeerde leer vijandig, en die leer oök niet willen bijvallen, zal men verzoeken aan het Hof, dat zij afgezet en verwijderd worden, als inzonderheid de koster te Nunspeet, omdat hij een lasteraar en smader der religie en hare belijdenis is; en dat anderen in hun plaats gesteld mogen worden, die onze leer belijden en bekwaam zijn de kinderen te onderwijzen.
In 1598 wordt ds. Mylius aangewezen de beurten te Harderwijk te vervullen ter gelegenheid van de bevestiging door ds. Wirtzfeldius van eenige dienaren in den omtrek.
In 1602 moet hij met de predikanten van Harderwijk op reis om bij Jonker Paul te Arnhem te pleiten voor vergoeding van reiskosten in kerkelijke zaken, en tevens of de pastorie mag gerestaureerd worden.
Getrouw bezocht hij de vergaderingen, waar hij alleen in 1606 wegens ziekte ontbrak. In 1617 lezen wij, dat van Nunspeet niemand is verschenen, daar Tilemannus Mylius „in den Heere gerust" was.
Nadat de Classis nog datzelfde jaar genoegzame attestation „vitae et doctrinae", d.i. van leven en leer, gezien had van ds. Henricus Conradi, werd hij door de Classis geëxamineerd en te Nunspeet bevestigd.
Het volgend jaar besloot de Classis om het Hof te verzoeken den Schout van Nunspeet, te weten Gerrit ten Holte, tot de orde te roepen, daar hij den predikant lastig viel bij het plaatsen van kruisen op de graven. We zouden het eerder andersom verwacht hebben.
(Wordt vervolgd).
Vaassen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's