De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE”

EEN LEVENSTRAGEDIE

5 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
Maar daar wilde deze niets van weten, „'k Doe het niet om loon ; dank God" — was het korte antwoord.
Toen de eerste lichtstralen in het Oosten den nieuwen dag aankondigden, keerde zij terug naar haar kamertje om te trachten nog een weinig te rusten. Doch zoo kwam het, dat dien dag hare reisroute anders werd dan gewoon. Een gevoel van zware vermoeidheid deed haar later opstaan. Door het felle regenen was in het kleine vertrek een en ander bedorven, dat bizonderen arbeid gaf, evenals bij Ka, waar het bruine roetwater in breede stralen langs de lage soldering liep en overal neerdrupte, en al deze omstandigheden tezamen deden haar besluiten, vandaag thuis te blijven, om dan zoo mogelijk in het verdere gedeelte van de week de schade weer in te halen. Doch juist daardoor werd haar een buitengewone verrassing bereid.
Dienzelfden morgen had aan de ontbijttafel in de pastorie een herhaling plaats van hetgeen den vorigen avond over Gretske was besproken.
„En heb je dan werkelijk plan om naar die ellendige buurt te gaan, man" — vroeg mevrouw onverwacht, terwijl uit den blik van haar oog duidelijk sprak dat zij dit niet goed kon vinden.
„Ja, dat is voor vandaag mijn voornemen, vrouwtje. Wellicht dat die vrouw, waarover de dokter het had, vandaag thuis is. In elk geval kan ik het probeeren en kan misschien dan eens met die menschen in aanraking komen" — was het antwoord.
„’k Denk niet, dat één van je collega's dat doen zou. Dacht je, dat er ooit een dominé of een pastoor in die krotten kwam ? ”
„Een pastoor vast wel, als de nood daar aan den man komt; een dominé weet ik niet, en niemand hunner zal ik daar een verwijt van maken, omdat ik zélf tot hiertoe ook in gebreke bleef, maar laat ik dan eens de eerste zijn. Bovendien is. het mij, alsof een inwendige stem mij daartoe dringt.”
„Mij dunkt, daar passen geen heeren.”
„En de dokters dan ? ”
„Nu ja, om de zieken, en omdat zij daar gehaald worden, maar anders gingen zij ook niet.”
„Maar indien nu de dokter daarheen gaat, om als het mogelijk is, zoo'n afgetobd lichaam als dat van die oude Ka nog op te kalefateren, is het dan niet mijne roeping te trachten de onsterfelijke ziel van zoo'n schipbreukeling op de levenszee, in de branding des doods te wijzen op de eeuwigheid’ ? ”
„’t Klinkt zoo Heilslegerachtig, dunkt mij.”
„Is het Heilsleger niet eene onbetaalde rekening van de kerk ? En doet het niet wat zij doen moest ? Hoe langer ik er over na denk, hoe duidelijker het mij wordt, maar hoe drukkender tevens, dat zulke breede scharen onder de meest aanzienlijken en de diepst verloornen door ons verwaarloosd worden. De hooge kringen, omdat zij in hun ongeloof en werelddienst zoover van ons afstaan en zich verheffen boven alles wat nog belijdt, en de lage standen, omdat zij in onverschilligheid of grove zinnelijkheid gaan uitleven wat de intellectueelen meer verfijnd doen.”
„Maar daar kan toch de dominé alléén niet voor zorgen ? ”
„Dat ben ik volkomen met je eens, vrouw, en hier ligt een taak voor de heele gemeente, maar hij kan wel leiding geven, en dat is tot hiertoe óok niet gedaan. Daar zijn allicht verschillende krachten die sluimeren en slechts dienen opgewekt om in actieven dienst te gaan, en wie weet, welk een zegen met Gods hulp uit den arbeid geboren kan worden, die niet anders beoogt dan het verloor'ne te redden.”
„Wat wordt dan de arbeid zwaar, man.”
„’t Werk van een herder is ook niet gemakkelijk ; ik vrees wel eens, dat het al te licht wordt opgenomen.”
Een der dochters vond, dat het bezoek aan die achterbuurten wel eens heel interessant kon worden en pa zeker met een zak vol bizonderheden en anecdotes zou thuis komen, gelijk de dokter in het mededeelen daarvan ook zoo onuitputtelijk kon zijn, ais hij op zijn praatstoel zat, maar de dominé deed gevoelen, dat het daar niet om ging. 't Ging om de zielen der menschen, welke naar het Woord, voor God evenveel waarde hadden, als die van elk ander mensch. Omdat er bij Hem geen onderscheid is.
„Doch laat ik mijn eigen meening niet verkondigen, maar laat de Schrift uitspraak doen." E» den bijbel nemend, welke alle teekenen van veelvuldig gebruik vertoonde, las hij met diepen ernst, den klemtoon leggend op het juiste woord:
„Een zeker mensch bereidde een groot avondmaal, en hij noodde er velen ;
En hij zond zijnen dienstknecht uit ter ure des avondmaals, om den genooden te zeggen : Komt, want alle dingen zijn nu gereed.
En zij begonnen allen zich eendrachtiglijk te verontschuldigen. De eerste zeide tot hem : Ik heb eenen akker gekocht, en het is noodig dat ik uitga en hem bezie ; ik bid u, houd mij voor verontschuldigd.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's