MEDITATIE
WAARMEDE ZULLEN WIJ ONS KLEEDEN ?
WAARMEDE ZULLEN WIJ ONS KLEEDEN ?
Matth. 6 : 31a.
Zooals de zee haar stemmen voortstuwt langs de stranden, zoo stuwt ook de menschheid haar klaagzangen langs de levensstranden van deze bewogen tijden. En een van deze treur klanken, die opstijgt van rondom de aarde is het boven geschreven woord, „waarmede zullen wij ons kleeden", want men gaat bemerken, of God het doet of niet doet, dat doet er op 't oogenblik nog niet toe, men gaat bemerken, dat de menschheid wordt uitgekleed, en straks, als 't verderf nog verder doorwoedt, naakt zal worden bevonden.
Waarmede zullen v/ij ons kleeden ? Eén van de klanken van 't groote klaaglied, sedert 't kleed geworden is, het aardsche kleed, het middel om onze naaktheid te bedekken, de bittere vrucht van moedwillige ongehoorzaamheid en ingeving des duivels.
Ja, dat aardsche kleed is een vrucht der zonde en dus een vrucht voor het graf. Dat aardsche kleed wordt ons dadelijk aangetogen, zoodra de schrei van nieuwe geboorte opklinkt en 't groeit met ons tot aan, tot in den dood, tot in 't graf, ja het aardsche kleed, het doodskleed is vrucht voor 't graf. Ik zie door mijn venster, waar is toch dat schoone lentekleed gebleven, toen de Schepper de aarde in 't voorjaar stak in 't kleed der verheerlijking ? Toen Zijn adem den hof der aarde doorwaaide, en uit donkere aarde, daar waakten op ; bloemen, vlinders, wondere gedaanten, veelkleurig en geurig. De boomen, de heesters, velden, de dalen ; Hij, de Heere, weefde van jaar tot jaar het aardsche kleed. Waar is dat aardsche kleed, de bloem valt af, het gras verdort, vrucht, al die heerlijkheid vrucht voor het graf.
Waarmede zullen wij ons kleeden ? Ook de mensch gaat uit, uit de aarde aardsch, en weeft van jaar tot jaar zijn aardsche kleed. Zooals Hanna voor Samuel van jaar tot jaar zijn aardsche kleed weefde. Daartoe gaat de man uit tot zijn arbeid, het werk zijner handen, daartoe arbeidt de vrouw in haar gezin en huis. Daartoe gaan beiden uit, man en vrouw, uit de aarde aardsch, om te weven, te spinnen hun aardsche kleed. Maar dit worde nooit vergeten : hoe wij ook arbeiden, slaven, sloven, van jaar tot jaar, wij vermogen niets meer dan te bearbeiden ons aardsche kleed.
Dit worde nooit vergeten : hoe wij ook van jaar tot jaar de kouter van onze vlijt boren door den stuggen grond, hoe wij ook met zin en verstand alles najagen om zooveel mogelijk vruchten van den levensboom te plukken, hoe wij ook met inspanning van alle krachten in de groote levensworsteling grijpen naar de lauweren en den prijs, wij doen niets anders tenslotte dan weven ons aardsche kleed. Ja, al weven wij er ook gouden en zilveren draden door, ja, al weven we een heerscherskleed, of een koningsmantel, zoodat ieder met eerbied is bevangen, het blijft het aardsche kleed, vrucht voor het graf.
En boven den klaagzang klinkt uit het lied van Gods Woord : Want alle heerlijkheid des menschen is als een bloei des velds, zij bloeit op in 't morgenkrieken, des avonds ligt zij verdort.
Waarmede zullen wij ons kleeden ? God de Heere geeft tegenwoordig harde lessen, maar in Zijne geeseling brandt toch nog de koestering 'van Zijn genade. Ja, harde lessen geeft Hij, en gaat de weefgetouwen stilzetten, waarop de mensch in dolle woede zijn heerscherskleed heeft geweven. Hij steekt Zijn goddelijke spaak in het wiel en steeds hooger klinkt op de klaagzang : waarmede zullen wij ons kleeden ?
O, dat geweldige scherpe woord van Paulus, dat doorgaat tot in de fijnste samenvoegselen : wij willen niet ontkleed, nog wel overkleed worden. Het aardsche kleed, dat is de eenige verwachting, waarin wij zuchten en bezwaard zijn ; het wordt met alle kracht vastgehouden. Maar de Eeuwige God trekt uit, trekt uit het aardsche kleed, in den dood heeft de mensch het niet kunnen leeren, in het graf niet willen verstaan, dan in 't leven. De Eeuwige God trekt uit het aardsche kleed, schudt de wereld, ploegt de menschheid met Zijn scherpe kouter, tuchtigt door middel van eigen ongerechtigheden. En men zoekt hier naar oorzaken en ginds naar oorzaken, en de wijzen en verstandigen beraadslagen, maar God de Heere verstrikt ze in hun wijsheid en maakt de vergaderzaal der wijzen tot een dwazenhuis om te beschamen, om te beschamen. Want niet hier, noch daar ligt de oorzaak, maar daar boven, boven lucht en wolken. God de Heere regeert ; beeft gij volken, eert Zijn hoog bestel. Hij doet, ja. Hij doet het alleen. En wijl in Zijn geeseling nog brandt de koestering van Zijn genade, daarom heeft Hij nog gedachten des vredes en der barmhartigheid, daarom is het deze wereld nog niet gegaan als Sodom en Gomorra, misschien zullen zij zich bekeeren. Ja, God de Heere trekt uit het aardsche kleed, opdat er weer naaktheid zal komen, als het diepe beeld der zonde en afval van Hem, opdat de schuldbelijdenis van den eersten mensch : wij zijn naakt, weder levend worde ook heden en in die naaktheid de bede wordt geboren : Heere, waarmede zullen we ons kleeden ?
O, welgelukzalig die ziel, waarin de bede wordt geboren : Heere, waarmede zal ik mij in mijn naaktheid kleeden ? Want daar wil God den mensch hebben. Heil de ziel, die geleerd heeft in zijn naaktheid, in zijn ellende, in zijn nood bij Hem het te zoeken, die naakt is geweest (zij hebben Mijne kleederen verdeeld), opdat Hij een naakt en ellendig volk in de kleederen des heils zou kleeden kunnen. Opdat Hij ze hier reeds in beginsel zou kleeden in dat lange witte gewaad van Zijn vrije genade, waarmede Zijn gezaligd volk hierboven is bekleed, staande voor de tronen des Lams.
Ja, daarom trekt Hij uit het aardsche kleed, opdat de ziel weer zou gaan vragen naar zijn hemelsch kleed, wijs gemaakt door de wederbarende macht des Heiligen Geestes.
Ja, 't is eeuwig waar, in de geeseling brandt de koestering. Hij heeft geen lust in den dood des goddeloozen, maar daarin heeft Hij lust, dat de goddelooze zich bekeere en leve.
Mijne lezers, welk kleed zult ge dragen, als straks de deuren der eeuwigheid voor u opengaan ? Het treurgewaad, of het gewaad des lofs ? Eén van beide ! Zijt ge hier al reeds in beginsel gekleed in dat lange witte gewaad ? Kent gij uw naaktheid al, al hebt ge wellicht een kast vol met de schoonste kleederen, waarom ieder u prijst en naziet en bewondert. O, mocht gij uw naaktheid maar leeren bekennen voor het te laat is, want als ge alleen maar bekleed zijt tot in den dood, tot in het graf, dan zult ge naakt worden bevonden en wordt ge verwezen naar de plaats van eeuwige smart, waar de worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgebluscht.
Mocht ge uw naaktheid maar leeren bekennen, voor het te laat is en de nood uwer ziel u uitdrijven tot Hem met de bede : Heere, waarmede zal ik mij kleeden ?
Ja, mijn lezer, daar is maar één kleed, dat het graf niet verteert, dat de dood niet verslindt, en dat kleed is niet van uw maaksel en niet van mijn maaksel, dat is geen vroom kleed, geen kleed van eigen werken, neen, o neen, dat is het kleed van Zijn vrije genade, dat Hij Zijn ellendig en naakt volk om de schouders hangt, dat Hij gekend heeft van voor de grondlegging der wereld, opdat het niet naakt zal .bevonden worden. O, volk des Heeren, leere, ja, leere Hij u maar dagelijks uwe naaktheid, bepale Hij u maar dagelijks er bij, en schenke Hij u een toevluchtnemend geloof om te schuilen onder dat kleed ; Hij zal het u leeren : „Eer uw zwerftocht was begonnen, lag uw feestkleed reeds gesponnen" ; ach, daar zult ge hier vaak nog weinig van verstaan van dat feestkleed in dit oord van moeite, strijd en nood, zonde en dood, maar straks valt het aardsche kleed af, waarin het was zuchten en bezwaard zijn, en dan zal het worden verstaan, ja, ten volle worden verstaan de beteekenis van dat feestkleed, van dat lange witte gewaad daar boven in de vreugdezalen des hemels.
Waamede zullen wij ons kleeden ?
N. Lekkerland.
VAN DORSSEN.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's