De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

5 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
Een ander zeide : Ik heb vijf juk ossen gekocht, en ik ga henen om die te beproeven ; ik bid u, houd mij voor verontschuldigd.
En een ander zeide : Ik heb eene vrouw getrouwd, en daarom kan ik niet komen.
En die dienstknecht wedergekomen zijnde, boodschapte deze dingen zijnen heer. Toen werd de heer des huizes toornig, en zeide tot zijnen dienstknecht : Ga haastelijk uit in de straten en wijken der stad, en breng de armen en verminkten en kreupelen en blinden hier in.
En de dienstknecht zeide : Heer, het is geschied, gelijk gij bevolen hebt, en nóg is er plaats.
En de heer zeide tot den dienstknecht : Ga uit in de wegen en heggen, en dwing ze in te komen, opdat mijn huis vol worde ;
Want ik zeg ulieden, dat niemand van die mannen die genood waren, mijn avondmaal smaken zal.”
Een oogenblik was het stil in den familiekring. Toen volgde een kort dankgebed en ging elk zijns weegs. Maar ieder op zijn wijze vervuld met hetgeen gesproken en gelezen was.
Even later ging dominé op pad. 't Was heerlijk in de natuur. Het onweer had de lucht gezuiverd, de overvloedige regen had het dorstig aardrijk verkwikt ; een frisch windje dreef het wolkenfloers uiteen en gaf de zon opnieuw gelegenheid door te breken. In de naaste omgeving waren geen onheilen gebeurd. Hoe geurig riekte het hout. Hoe waren de planten en heesters in de tuinen verkwikt, en hoe zongen daar de vogels hun vroolijk lied. In groote tegenstelling met de ellende die in de menschenwereld menigmaal werd aangetroffen. Wat kón de wereld toch ook nog mooi zijn, niettegenstaande zij lag onder den zondevloek, en wat werd daar weinig dankbaarheid getoond, omdat het ontbrak aan het rechte gezicht er voor. Ook, omdat de moeiten en zorgen van het leven dikwijls de overhand hadden of ook wel de zonden met hunne wrange vruchten de vreugde van het leven verstoorden. En wat zou het eenmaal zijn, als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde kwam op welke gerechtigheid woont en de zondaren niet meer gevonden worden....
Aldus mijmerende, vervolgde de dominé zijn weg tot hij buiten de bebouwde kom kwam, en het hobbelig pad naar Lombok insloeg. Wat lagen die keien hier schots en scheef en wat moest dat winterdag een modderpoel geven. Blijkbaar werd het niet noodig geacht hier den weg te onderhouden, maar daarvoor kwamen hier dan ook niet veel fatsoenlijke menschen.
Hoe groot was het contrast tusschen hetgeen hij zoo juist in de natuur had opgemerkt, in de werken Gods en bij wat hij hier van het menschenwerk zag. Hier, alles groezelig en vervuild. Eerst, die doorgezakte huifkar, zonder raam, alléén eene opening die voor deur moest dienen, met een stuk verroest kachelpijp uit het gore bekleedsel, waaruit een dunne rookwolk opsteeg ten teeken dat daar binnen menschelijke wezens huisden. Hoe was het mogelijk dat men het daar een dag, laat staan een menschenleven uithield, en zomerdag niet óm kwam van de hitte en winterdag niet bezweek van de kou. Waren dat óók menschen, eenmaal geschapen naar de beeltenis Gods die daar huisden ?
Verderop een meer ordentelijk vehikel, voor hetwelk een man zat te stoelenmatten, en 'n half gekleede vrouw bezig was kleerhangers te vervaardigen om daarmede straks langs de huizen te venten, terwijl eenige kinderen, al even haveloos als de rest, zich vermaakten met het spel Of bezig waren gras te
scheuren voor de hit, die als trekdier dienst deed.
In de zoogenaamde „haven" lagen eenige scheepjes van verschillenden vorm en afmeting, sommigen bont geschilderd, een enkele, bedenkelijk hellend, allen het beeld vertoonend van armoede en ellende. Van waaruit met groote oogen het wonder werd na gestaard, dat een deftig heer, in 't zwart gekleed, met hoed en wandelstok in deze omgeving kwam.
Dat was de voorproef. En dan kwam het eigenlijke Lombok. Die kleine huisjes,
hoog gebouwd, met één raam en hooge schoorsteen, van buiten bijna even zwart als van binnen. Krotwoningen, volgens de wet onbewoonbaar, maar uit nood aan deze menschen afgestaan bij gebrek aan beter en omdat zij eigenlijk voor hen ook nog goed genoeg waren.
Dus, hier woonde Gretske. „Gretske de freule". Van wie de dokter gesproken had, en die hij nog het best van allen kende omdat hij haar nog al eens tegen kwam, en die dus hier zooveel als verpleegster was. Een oogenblik kon hij een gevoel van walging en tegenzin niet onderdrukken. Zou hij zich in zulk eene woning wel kunnen neer zetten ? Maar weer klonk het in hem op : „Gaat haastelijk uit in de straten en wijken der stad en breng de armen en verminkten en kreupelen en blinden hier in." Als er in de feestzaal des grooten Konings voor dezulken eene plaats was, lag het dan niet op zijn weg hen te noodigen om te komen ? Met die gedachte overwon hij zijn tegenzin, en trad op een hem onbekende figuur toe, die in gebogen houding bezig was, op de straatsteenen met een afgestompte bijl een turf te kloven, 't Was Trui, die bij haar arbeid niet zag wie daar naderde.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's