FINANCIËN
Zoo ligt dan het laatste nummer van den 25sten jaargang van De Waarheids vriend voor u. 't Is een brokstuk, niet klein ; 25 jaar. Daarin kan heel wat gebeuren. Daarin is ook heel wat gebeurd. Wanneer men er vóór staat, wanneer men den eersten stap doet op zoö'n onbekend pad, zoo kan de gedachte onmogelijk worden buitengesloten : „daar zie ik werkelijk tegen op."
Het staat me nog heel goed voor den geest, in welke omstandigheden tot oprichting van ons blad werd besloten, 't Stond echt in het teeken van : „de nood is me opgelegd."
De bezwaren en moeiten waren niet weinige en niet klein. Toch zijn we er door Gods hulpe doorgeleid en doorgedragen.
Altijd heb ik meegeleefd. Al waren 't anderen, die de zware posten voor hun rekening moesten nemen, toch ging het niemand onzer voorbij. In de laatste jaren moest ik zelf de functie van Penningmeester bekleeden. Al wil ik me niet ontveinzen, dat geen kleinen schroom bij me voorzat, gezien de uitnemende krachten die voorgingen en lettend op de klimmende zorgen voor zoo vele en zoo machtige belangen, toch zou ik aan groote ondankbaarheid me schuldig maken, wanneer ik ook bij mijn deel aan den arbeid niet van Godes rijke gunst mocht gewagen.
Wat maakte de Heere het altijd goed ! Wat waren Zijn verrassende en verblijdende daden er niet lederen keer. 't Heeft me vaak stil gemaakt, heel stil. Toen ik dezen morgen me dan ook neerzette om het overzicht voor deze week op papier te stellen, waren het deze woorden, welke bij me opkwamen: „heeft u ook iets ontbroken? "
Mijn antwoord luidde : „van Uw kant niets, Heere." 't Was een overloopende beker, 't Was een geschudde maat. Ik kreeg altijd wat ik behoefde, somtijds hield ik nog over.
Zie, dit maakt alles zoo heerlijk rijk, dat ik er Gods hand voortdurend in mag opmerken.
't Spreekt vanzelf, dat ik voortdurend mijn berekeningen maak. „Daar zal wel iets vandaan komen" en „daarop heb ik goede hoop", doch zelden kwam het uit. Altijd van een zijde, waarnaar ik niet had gekeken, werd de buit binnengebracht. „Wij zijn van gisteren, en weten niets", zoo spreekt de Heilige Schrift. In Godes hand is alles wat wij noodig hebben, 't Is zulk een klaar bewijs van onze algeheele ongeschiktheid om ons in het gareel te voegen, dat we altijd maar weer onze verwachtingen op onszelf en op menschen stellen, inplaats van op God alléén. „Heb Ik u ooit beschaamd doen staan, als gij op Mijn goedheid hooptet ? " — zoo zou de sprake des genadevollen Gods kunnen zijn, en het antwoord zou moeten luiden : „nimmer."
Wat heeft Hij het goed gemaakt, ook bij het sluiten van dit boekjaar, 't Is echt een gouden rand geworden. Een zilveren jubileum, zou ik voor mij willen zeggen, met een gulden rand. 'k Had dit de vorige week al zoo aangevoeld, daarom heb ik de verantwoording naar deze laatste week verschoven, 'k Had toen reeds aanwijs in deze richting, maar nu geliefde het den Heere zoo vele harten te bewegen om een steentje mee te helpen aandragen, dat het zoo goed als verdubbeld werd.
Neen, ik ben méér dan verblijd.
Godes Naam zij dubbel geprezen.
Om ons zilveren feest trok Hij een gouden rand.
'k Wil dan ook dadelijk beginnen u dit in overzicht voor te leggen.
1. Door ds. Enkelaar te Hasselt kreeg ik een gift van N.N. met opschrift: „bij gelegenheid van het jubileum van ds." ƒ 2.50
Wij voegen gaarne onzen gelukwensch hierbij. Zoo'n jubileum laat ook in onze hand nog wel eens iets achter. Ook hiervoor onzen dank.
2. Van den Penningmeester van de Afd. Leiden kreeg ik de contributie, met die van den heer S., ƒ 2.50. Samen 29.50
3. Van een lezer van De Waarheidsvriend uit Elburg ontving ik ƒ 12.50 volgens gedane belofte en ƒ 7.50 als een gave van dankbaarheid voor de beide fondsen.
Samen „ 20.—
4. Door ds. Heijer te Vlaardingen van den heer J. In 't V „ 1.—
5. Van J. V. O. te lerseke „ 10.—
6. Van de fam. S. te Bergschenhoek ..„ 5.—
Ieder van deze giften heeft bij mij een warm gevoel van dank wakker geroepen. Ik dank de gevers en hen, die de giften mij deden geworden.
7. Door N. N. werd aan mijn huis bezorgd 10 gld. voor het Studiefonds „ 10.—
M'n zeer vriendelijken dank.
8. Ds. Van Willigen te Rijssen zond me een rijksdaalder. Deze was aldaar op Dankdag gecollecteerd „ 2.50
De plaats waar en de gelegenheid waarbij deze rijksdaalder geofferd werd, zegt mij genoeg. De Heere gaf dankensstof. Zijn Naam werd verheerlijkt.
9. Door ds. Van Dorp te 's-Hage kwam in: van N.N. 1 gld. voor het Leerstoelfonds, van N.N. 1 gld. voor den Geref. Bond, van N.N. 1 gld. voor de beide fondsen ; 1ste gift in de Bijbellezing, laatste gift in de Zuiderkerk. Samen „ 3.—
Mijn zeer vriendelijken dank voor de toezending en het toegezondene.
10. Van den heer B. U. te Vorchten kreeg ik het abonnementsgeld voor De Waarheidsvriend over 't geheele jaar , 4.—
'k Heb het met dank genoteerd.
11. Van onze Dordtsche vrienden kreeg ik voor het Studiefonds „ 3.—
M'n oprechten dank.
12. De Penningmeester van de Afd. Sommelsdijk zond mij de contributie „24.—
13. De Penningmeester van de Afdeeling Rhenen evenzoo „ 35.36
14. Van leden te Eindhoven werd me ook de contributie toegezonden „ 4.—-
Mijn zeer vriendelijken dank voor al de moeite van ieder dezer Penningmeesters.
15. Uit de catechisatie-bus van Besoyen werd mij door den kerkeraad aldaar toegezonden „ 5.— 'k Dank den kerkeraad voor deze zending en houd me aanbevolen, ook bij de komst van uw nieuwen predikant.
16. De Penningmeester van de Afd. Gouda zond me ook de contributie.
Deze bedroeg „ 39.—
Wij zijn hierover verblijd.
17. Evenzoo uit eigen gemeente gewerden ons onderscheidene zendingen. Eerst kwam de contributie van de Afdeeling. .„ 138.75
Dat is geen klein bewijs van medeleven.
We maken van deze gelegenheid gebruik het Bestuur van onze Afdeeling en evenzoo de leden onze erkentelijkheid te betuigen. Wij staan eiken keer weer beschaamd.
18. N.N. zond me „ 10.—
19. Persoonlijk ontving ik evenzoo met bijschrift: uit dankbaarheid voor een belofte des Heeren „ 10.—•
20. Uit den collectezak van de Vredeskerk kreeg ik nog eens „ 10.—
21. Door ds. Boogert te Zuid-Beijerland kreeg , ^ik van de fam. T. aldaar uit een busje 550 halve centen, 1 kwartje, 1 gld.
Tezamen ƒ 4.—.
Uit de catechisatie-bus werd nog toegevoegd ƒ 2.50. Saamgeteld „ 6.50
Wil mijn warmen dank ontvangen en overbrengen.
22. Mej. N.N. te Utrecht zond mij uit dankbaarheid voor haar eerst gebeurde pensioen 2.50
Mag ik haar eens extra bedanken ?
23. Uit den collectezak van de Vredeskerk hiervan voor onze fondsen nog „ 1.—
24. Door ds. Van der Snoek te Veenendaal kreeg ik van N. N „ 1.73
25. De heer J. te Hilversum zond me voor den achterstand op de rekening 1934 „ 1.^-Zeer vriendelijk dank.
26. Vanuit de pastorie van Ter Aar werd mij door jhr. ds.H. v. V. voor contributie gezonden „ 5.—
Mijn oprechten dank in dezen.
27. De contributie van de leden te Goudriaan bedroeg „ 16.50
28. Onder letters H.S. gewerd me 10 gld. voor abonnement van De Waarheidsvriend als feestgave „ 10.—
Is dit niet sprekend van groote waardeering ? Ge hebt ons dankbaar gestemd.
29. Uit den collectezak in de Bijbellezing van ds. Remme te A'dam kreeg ik een bijdrage voor het Studiefonds van , 50.—
Is 't niet heerlijk ?
Den milden gever allerhartelijkst dank gezegd.
30. De leden te Hilversum hebben mij hun contributie afgedragen. Deze bedroeg „ 47.75
Mijn warmen dank voor de genomen moeite aan de inzamelaars, en niet minder dank aan de leden.
31. Van den heer P. te Dokkum kreeg ik „ 10.—
32. Met het oog op het afsluiten van ons boekjaar werd me door de fam. Slob alhier, — hoewel binnen den tijd — gevraagd het busje te willen lichten, 'k Had dit voor een betrekkelijk korten tijd ook gedaan, alzoo verwachtte ik niet veel, doch denk u in : nog meer dan den vorigen keer. 't Was niet minder dan „ 7.85
Prachtig hoor. Hier wordt gezien wat de kleinen uitwerken. Gods zegen ruste er op.
33. Door br. Brinkers alhier kreeg ik van S ƒ 1.— en van D. ƒ 1.— „ 2.—
34. Nog een nazending van br. Brinkers voor 't Studiefonds „ 2.75
35. Mej. de wed. N. N. alhier stelde me 2 rijksdaalders ter hand „ 5.— Met grooten dank.
36. Door ds. Koolhaas te Charlois van Co L. 100 halve centen voor 't Studiefonds „ 0.50
37. Door ds. van Willigen te Rijssen kreeg ik nog een gulden van een jongeling voor het Studiefonds „ 1.—
38. Door ds. van Ginkel te Renswoude van A. V. M. ƒ 2.50 en van de wed. O. ƒ 1.— „ 3.50
Mogen we ook hiervoor dank zeggen.
39. Door den heer v. Spankeren te Ede ontvangen bij het verkoopen van brochures van ds. Woelderink „ 2.10
Ook wij betuigen hier onze erkentelijkheid en dank.
40. Uit het busje van Klaas Spilt te Rotterdam voor 't Studiefonds „ 7.75
't Is prachtig, zoo'n inhoud af te dragen. Mijn oprechten dank.
41. De contributie van leden te Nieuw-Lekkerland bedroeg „ 8.—
42. Van den heer H. v. d. P. te Terschuur ontving ik „ 10.—
43. Van iemand, die haar naam niet weten wil, kreeg ik alleen vrij te zeggen: „uit M. Een bijdrage voor den gouden rand." „ 1.50
Ik zag er dit ook in.
44. Het busje van de fam. Langeveld te Maassluis bracht op „ 4.25
45. Uit belangstelling voor de fondsen van den heer P. de N. te Ouderkerk aan den Amstel „ 5.—
46. Van den heer S. alhier kreeg ik een sluitsteentje van „ 10.—
'k Ben voor deze beide giften zeer gevoelig en mijn hartelijken dank.
47. Nu kreeg ik nog enkele posten, nog een viertal n.l. De 1ste kwam uit Rijswijk, de contributie van de afdeeling aldaar „ 21.—
48. De 2de uit Zegveld, de contributie van de afdeeling aldaar „ 37.50
49. De 3de uit Bodegraven. Hoewel ik den brief, waarin toelichtingen staan, nog niet heb, geef ik het eindcijfer toch op „49.25
Dit is contributie en gift.
50. De 4de komt uit Vlaardingen. Vlaardingen heeft bij mij altijd een wit voetje.
Hier is een afdeeling, waaraan een voorbeeld kan worden genomen. De contributie mocht hier geind van maar even „ 150.—
Vindt ge 't niet prachtig ? Ik wel. Daarbij zijn tal van busjes geplaatst, welke op vaste tijden worden geopend en waarvan de inhoud schitterend is. Ik wil ze u even voorhouden.
Het busje van F. Wester hout bedroeg ƒ2.01, van G. de Wüligen ƒ4.50, van C. J. V. d. Windt ƒ2.81, van C. v. IJperen ƒ1.95,
van J. m 't Veld ƒ3.70, van E. Lichthart ƒ1.—, van P. J. Maarleveld ƒ3.51'/2. van J. Storm Pzn. ƒ 1.871/2, van N. N. ƒ7.30, van mej. P. Dijkshoorn ƒ7.—, van A. Romein ƒ2.72, van Ger. Broek ƒ3.50, van J. de Goede f 6MY2, van P. Storm ƒ2.—, samen ƒ50.74'/2.
Zoo kreeg ik dezen keer mij toegezonden ruim tweehonderd gulden. Wij zijn dankbaar en verblijd.
51. Nu onze sluitpost. Deze heeft twee zijden. Daarin wordt ons hart tot dank bewogen en tevens stemt zij ons weemoedig. Voor enkele maanden bereikte ons het bericht, dat in Rotterdam, gemeente Charlois, een zeer eenvoudig iemand, onzen Geref. Bond bij testament had bedacht. Wij zouden voor een derde deel te boek staan. Ziet, dit legaat kwam net dezer dagen. Niet minder dan ƒ 908.32 werd ons toegezonden „ 908.32
Kunt ge 't nu begrijpen, hoe wij tot dit besluit kwamen : tot dank bewogen en tot
weemoed gestemd ? Onze vriend, wiens hart tot deze laatste wilsuiting werd geleid, stond onder Gods bestierende hand. Godes Naam zij in dezen geprezen. Wij vonden dit alles zoo opmerkelijk, dat deze gelden op dit oogenblik inkwamen, dat wij ons schuldig zouden achten tegenover God, als wij niet zeiden :
„Uit alles spreekt Uw trouw, Uw goedheid, Heere. Ook voor de komende jaren zoeken wij toevlucht onder Uwe vleugelen".
Wij hebben voor dezen keer ontvangen niet minder dan
/1806.60
utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's