VOORTTREKKEN
De blik gaat achterwaarts. En we zeggen : „'k Zal gedenken, hoe vóór dezen, ons de Heer' heeft gunst bewezen." Tegenover onze kerkelijke ontrouw, tegenover onze gemeenschappelijke schuld, tegenover onze persoonlijke ongerechtigheden, staat Gods liefde en trouw. Zijn barmhartigheden zijn vele geweest en wij zien den grond en de oorzaak in Zijn beloften, die in Jezus Christus, het Hoofd en de Bevrijder der Kerk, de Verlosser en Middelaar van arme zondaren, ja en amen zijn. Niet ons, niet ons, o Heere, maar Uwen Naam alleen zij de eere!
En dat geeft ons moed en lust en kracht en goed vertrouwen voor de toekomst.
Als we 't van den mensch verwachtten, dan moest ons vertrouwen en onze moed en onze lust ten einde loopen. Des menschen krachten nemen af. Vijf en twintig jaren zijn voorbij gegaan. Dat beteekent ook, dat een groot stuk van den weg afgelegd is; dat de jaren opkorten; dat het einde hoe langer hoe meer nabij is. Wie weet, hoe kort de weg nog maar is.
Bovendien kan de bange vrees ons hart besluipen en de angstige vraag als een spook in onze ziel rondgaan : zal er van de Ned. Hervormde Kerk, waarvoor de strijd nu vijf en twintig jaar ook door ons gestreden is, nog wel iets terecht komen ? Hemelhoog juichen kunnen we na vijf en twintig jaren niet. Wat anderen willen doen, moeten zij weten. Maar wij kunnen het niet. Maar als iemand mocht denken nu, dat we alle hoop lieten varen en allen moed verloren hebben, dan slaat men de plank mis. 't Is dan ook niet ziende op de menschen, op de omstandigheden, op de toestanden hier en elders en overal, dat we moed houden en hoop voeden en onzen lust en liefde en ijver bewaren. Neen, 't is omdat we, achterwaarts ziende, ons oog mogen slaan op den God des eeds en des Verbonds, Die trouwe houdt tot in eeuwigheid en niet laat varen de werken Zijner handen — welken Zelfden God wij ook, voorwaarts blikkend, in het geloof mogen aanschouwen! Omdat God er is, houden we moed. Ook waar ons ideaal nu vijf en twintig jaar geweest is : „te arbeiden tot verbreiding en verdediging. der Gereformeerde Waarheid in het midden van de Ned. Herv. (Geref.) Kerk", „om mede daardoor te komen tot oprichting van de Hervormde Kerk uit haar diepen val" en „tot wederverkrijging van haar plaats in het midden van ons volk, haar van ouds door den Heere aangewezen."
Dat ideaal hebben we en houden we — en dat willen we ook anderen voor oogen stellen en als 't mogelijk ware, in 't harte van velen indragen, tot bezieling van velen, predikanten en gemeenteleden, om in de toekomst mee te werken, mee te ijveren, mee te strijden, mee te bidden. En dan waarlijk niet, omdat we nog wel goede verwachting van menschen hebben. Neen, maar omdat ons geloof in Israels God, van Wien het volk z'n sterkte heeft, door des Heeren gunst en genade nog niet gebroken is. Indien de Heere er niet ware geweest, zoo waren we reeds lang vergaan. En indien de Heere niet gisteren en heden en morgen Dezelfde ware, tot in eeuwigheid, zouden we geen moed hebben voort te gaan. Maar nu hooren we Zijn stem :
„Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken" (Exodus 14 vers 15b).
Dat zei de HEERE, Israels Bonds-God, waarlijk niet tot Mozes en tot Aaron en tot het volk, omdat het er zoo mooi voorstond, omdat de weg zoo vlak was, omdat de richting zoo duidelijk zich afteekende, omdat het doel zoo nabij was. Maar Hij sprak alzoo, omdat Hij Zelf tegenwoordig was, in wolk-en vuurkolom, des daags en des nachts.
Benauwend vele vragen kunnen opkomen. Waarom zijn zoo velen van ons uitgegaan, in 1834, in 1886, vóór dien tijd en na dien tijd en telkens weer ? Waarom zijn wij overgebleven ? Om straks om te komen als in een woestijn, om straks onder den voet geloopen te worden door degenen die machtiger zijn dan wij ? Om straks in de roode zee door vloedgolven en woeste baren vernietigd te worden ? Zal de gang der Kerkgeschiedenis in ons Vaderland met een toekomst zijn voor het huis des Heeren, waarin onze Vaderen woonden en waarin wij, hunne kinderen, vasthoudend aan het Verbond Gods, gebleven zijn ?
Waar blijft ge met uw idealen van „verbreiding en verdediging der Gereformeerde Waarheid in het midden van de Ned. Herv. (Geref.) Kerk", „om mede daardoor te komen tot oprichting van de Hervormde Kerk uit haar diepen val" ? Waar blijft ge met uw idealen, neergelegd in die woorden van het Statuut van uw Gereformeerden Bond „tot wederverkrijging van haar plaats in het midden van ons volk, haar van ouds door den Heere aangewezen" ? — zoo vraagt men spottend.
We zouden willen wegkruipen. We gouden willen vluchten. We zouden willen deserteeren. Indien de HEERE, Israels Bonds-God, niet bij ons ware; indien Hij niet machtig ware — en ook getrouw — om Zijn beloften te vervullen; indien de HEERE Zelf niet kwam toetreden in de bresse, waar Hij ons toeroept, dat wij de bresse zullen toemuren en de gevallen muren zullen helpen oprichten — alle kracht was ons vergaan. Indien de HEERE niet bij ons geweest ware, zoo waren we levend verslonden. En diezelfde God spreekt nu : „Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken."
En Hij voegt er bij: „Ik zal voor u strijden."
Zoo troost en sterkt Hij alle degenen, die op Hem mogen betrouwen.
En Hij weet een droog pad te maken door de zee. Hij weet de tafel.toe te bereiden in de woestijn. Hij meet het snoer Zijner erve — ook als 't oog het niet ziet.
En zoo willen we voorttrekken, ziende den Onzienlijke ; ziende onder de Nieuw-Testamentische openbaring op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus Christus.
Laten anderen dan roemen in wagenen en paarden.
Dat onze roein mag wezen in Israels God, van Wien het volk z'n sterkte heeft. En die God zegt: voorttrekken !
Laten we het dan ook doen, laten we het samen doen, met velen, met zéér velen, als 't kan; in Gods kracht!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's