De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

10 minuten leestijd

Weet ge met welke gevoelens ik me neerzette, toen ik voor mijn schrijftafel plaats nam om dit eerste overzicht in het eerste nummer van den 26sten jaargang van „De Waarheidsvriend" te geven ? Ongeveer dezelfde als bij iemand, die net een jubileum achter den rug heeft en die weer met zijn werk moet beginnen. Niet, dat de animo ontbreekt, heelemaal niet, maar zijn geest is nog niet rustig genoeg, deze heeft de gewone kalmte nog niet verkregen. De feestklanken zitten hem nog in zijn gehoorgangen, 't is alsof hij nog overal blijde aangezichten voor zich ziet. 't Was dan ook te schoon, om zoo spoedig weer te vergeten.
Lichtelijk, dat bij een enkele onzer lezers de vraag opkomt: Hebt ge dan werkelijk een feestelijk uiteinde gevierd bij het verschijnen van 't laatste blad, waarmede de 1ste kwarteeuw van bestaan van „De Waarheidsvriend" werd afgesloten ?
Neen, daaraan is bij ons niet gedacht. Ieder van ons, die een rubriek te verzorgen had, heeft net doorgewerkt zooals hij tot nu gewoon was. De buitenwereld heeft het aan niets kunnen weten, dat hier iets feestelijks plaats had. En toch rezen er feestklanken. Heel in stilte.
Zou dit niet juist het merkteeken der echtheid vertoonen ? In stilte hoort de mensch vaak veel meer, dan in al dat druk gedoe, in al die opgewondenheid, welke vaak bij jubilea zich voordoet. Wat luider de trompetten schallen, wat holler de werkelijkheid vaak is. Ik kan het me best voorstellen, dat velen tegen die dagen, waarin het feestgewaad moet worden aangetrokken, opzien als tegen een berg. Ik blijf liever op mijn eentje achter, om in stilte te gedenken aan het vele - goede, dat de Heere ons gaf. Want inderdaad was het veel goeds, dat ons van Zijne hand werd geschonken. Was 't niet om er klein onder te worden ? De rubriek „Financiën", waarmede de 25ste jaargang werd afgesloten, mocht zonder eenige opsiering den naam dragen : „een met gouden rand versierde zilveren schotel."
Acht het niet klein, ruim 1800 gulden in één keer. En dat in zulk een tijd, als wij thans beleven. Overal beluistert ge noodkreten of zuchten : „hoe zal ik mijn budget sluitend maken ? " — terwijl hier tot beschamens toe de giften toevloeiden, 't Hield in die week nog niet eens op. Toen ik verleden Dinsdagmiddag — dat was 27 November — mijn laatste overzicht voor dit boekjaar opstelde, bleven er nog vier dagen over, welke nog vielen in de maand November. Wat er na Dinsdag tot en met Vrijdag inkwam, moest nog worden geboekt bij het oude boekjaar. Uit alles bleek me, hoe onze vrienden met ons meeleefden. Van alle kanten maakte men meer dan gewonen haast om nog op tijd te komen.
Dat zulks tot blijdschap stemt en den moed niet weinig verhoogt, ook voor den komenden tijd, behoef ik niet eens te zeggen, 'k Heb op mijn eentje in stilte den Heere gedankt en geprezen voor Zijn goedheid. Hij immers neigt de harten en breidelt allen tegenstand.
Mochten wij dit maar meer opmerken in onzen levensgang en meer diepgang vertoonen. Onze kleinheid bewust, zou Godes bijstand des te vuriger worden afgesmeekt, terwijl de uitkomsten in blij vertrouwen konden worden tegemoet gezien. Wat minder wij vermogen, wat meer de Heere doet. Immers Hij geeft den moeden kracht en vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.
Ziet, dit heeft ons de Heere duidelijk laten zien. Wat minder wij verwachten van onszelf en van de menschen — als de knie zich buigt om het van den hemel te wachten, wat meer Hij door Zijn daden beschaamt.
In dit teeken staat dan ook het overzicht, waarmee de 26ste jaargang begint. Bijna alles wat er inkwam, mocht worden ondergebracht onder het oude jaar.
Ik zal het u meteen maar voorleggen.
Voorop gaan nog enkele posten aan contributies uit onderscheidene gemeenten.
1. Uit Nijkerk op de Veluwe, kreeg ik voor enkele dagen mij toegezonden ƒ16.25
2. Uit Ermelo — ongeveer in denzelfden tijd — evenzoo ,, 16.50 3. Uit Putten en Huinen " 27.50 4. Uit Ouderkerk a/d IJssel, vermeerderd met den inhoud van de busjes „30.80
Mag ik dit viertal in één greep samenvatten ? Dat deze gelden nog binnenkwamen voor het boekjaar werd afgesloten, heeft me niet weinig verheugd. Ik dank allen, die hieraan hebben medegewerkt, 't Valt vaak niet mee, de luitjes thuis te treffen, en 't komt nog al eens een keertje voor, dat gevraagd wordt nog eens aan te komen — omdat 't ons niet gelegen komt. Bij ervaring weet ik er van. Daarom nogmaals mijn hartelijken dank aan hen, die bijdragen gaven èn die deze wilden inzamelen.
Wie 't nog nalieten, worden zeer vriendelijk verzocht het niet langer uit te stellen en mij spoedig de laatste penningen te doen geworden.
5. Verder kwamen ook nog meerdere vrienden mij met den inhoud van hun busjes verrassen. Zoo kwam voor enkele dagen bij mij in, wat door onzen vriend D. A. Pieterman te lerseke was ingezameld in zijn busje. Dit bedroeg nog meer dan vijf gulden „ 5-45
6. Vanuit Ede zond men mij ook den inhoud van een busje, met de contributie van een der leden, samen , 4-30
7. Zoo kreeg ik uit Hillegersberg als ontvangen door P. voor het Studiefonds „ 5-—
8. Uit het busje van de Ned. Herv. Jong. Vereen. „Pred. 12 : la" te Veenendaal, bekwam ik „ 10.—
9. Een der Rotterdamsche vrienden heeft zijn busje leeggemaakt en zond me evenzoo , lO.—
Wanneer ik nu zeg, dat deze bijdragen voor mij veel meer dan de dubbele waarde hebben dan zij aan geld opbrengen, zult ge mij dadelijk gelooven, als ik er dit bij opmerk, dat van elk dezer busjes een gedurige herinnering aan ons bestaan uitgaat, welke onzen arbeid telkens aanbeveelt. Wij zijn ieder der houders van deze busjes ten zeerste dankbaar.
10. Nu liet ik nog een plaatsnaam ongenoemd, en wel met opzet, 't Is niet van vandaag of gisteren, dat men daar had ingezien de beteekenis van zoo'n stillen bedelaar. Want zoo zou ik zulk een busje willen noemen. Het wordt je zóó voorgehouden, ge hoort geen enkelen klank, alleen als ge uw geldstukje door de opening hebt laten glijden, hoort ge iets. 't Is alsof een klein knikjedaaruit moet worden afgelezen met: "ik dank u !"
In Hazerswoude — ik mag den naam nu wel eens noemen — heeft mej. Qualm de zorg voor een busje op zich willen nemen. Zij deed dit al heel wat jaren. Elk kwartaal wordt dit geledigd, en elk kwartaal klimt het bedrag, daarin verzameld, boven de 25 gld. Nu was het weer ƒ 28.63. Dat is dus meer dan 100 gld. in 't jaar. Is het niet heerlijk ? "
Doch wat zich nu voordoet, is niet minder schoon. Haar werk vindt navolging. Zij krijgt concurrenten en toch lijdt haar werk daaronder niet. 't Zijn geen kwade concurrenten, niet, die het op elkanders ondergang toeleggen', 't Zijn helpers en helpsters voor hetzelfde heerlijke doel: het Evangelie verbreiden op nog meerdere kansels en in nog meerdere gemeenten.
'k Zal even zeggen, wie hierbij hielpen:  J. B. ƒ 2.53, A. A. M. 4, 1-26, J. V. ƒ 5.70, " A. V. d. L. ƒ 2.50, W. T. /^.5g, J. v. P, ƒ 7.20.
Alles tezamen geteld 51,38. Mijn allerhartelijkste dank voor zooveel liefde en toegenegenheid.
Ik dank al de vrienden.
Gij hebt mede zorg gedragen, dat de opbrengst van de busjes niet alleen niet achterbleef bij een vorig jaar, maar daarboven uitklom met meer dan 100 gulden, 't Is meer dan ik ooit verwachten kon.
Gode de eer.
11. In Westbroek, waar ik zelf mocht voorgaan in een spreekbeurt, werd voor onze fondsen gecollecteerd „ 25.—
Dit is voor een weekbeurt prachtig. Ik was er meer dan tevreden mee.
'k Dank de broeders hartelijk.
12. Vanuit eigen gemeente komen elke week bijdragen, die van warm meeleven getuigen. Zoo werd op mijn laatste Bijbellezing door een der vrienden mij een zakje in de hand gestopt met 207 halve centen, , verzameld door zijn kinderen, en ƒ 2.50i van hem zelf. Dat is samen „ 3.535
Waarmee ik het meest ben ingenomen, met de verzamelde halve centen of met den rijksdaalder ? Ik geloof met het eerste.
Hartelijk dank. Verdeel deze maar tusschen u beiden, gelijk op.
13. Van een vriendin, wier naam ik niet mag laten drukken, uit Velp, kreeg ik nog een steentje, n.l „ l.—
Mijn zeer vriendelijken dank.
14. Uit Hillegersberg werd me van N. N. toegezonden één gulden als dankoffer „ 1.— Ook hartelijk dank.
15. Van de Veluwe kreeg ik, uit Oldebroek n.l., een blijk van meeleven. Dit deed me recht goed. N.N. zond me een rijksd „ 2.50
16. Niet alleen de Veluwe leefde mee, doch ook Friesland bleef niet achter. G. H. te Wanswerd zond me ook een rijksdaalder „ 2.50
17. Van Ede had ik al iets ontvangen ; nog kreeg ik er iets bij, n.l. de heer v. S. zond me „voor den gulden rand" ook nog een rijksdaalder „ 2.50
't Is zoo prettig, om uit alle hoeken van het land blijken van waardeering te ontvangen voor onzen arbeid.
18. Van Groeree en Overflakkee, n.l. uit Dirksland, werd me door P. M. nog 1 gld. gezonden voor het Studiefonds „ 1.—
19. Door ds. Timmer te Ermelo kreeg ik van een zieke als dankoffer „ 2.50
20. Ds. Van Amstel, i^ Voorthuizen, kon natuurlijk ook niet zoo maar toekijken, neen, hij heeft de catechisatiebus eens in ons laatje leeggestort. Daar hebt ge goed aan gedaan, beste vriend „ 5.—
Hartelijk dank.
21. Van Zeist krijg ik gewoonlijk tegen het einde van mijn boekjaar een expresse gift. Ge moet weten, dat in vorige jaren, een post voorkwam op de rekening van mej. Den Hartog, als opbrengst van het verkochte zilverpapier, plus capsules. Dat heeft opgehouden. Door de veranderde tijden zijn zilverpapier en capsules zoo terug geloopen in waarde, dat dit de moeite niet meer loont. Zoo komt deze post in onze rekening niet meer voor.
Dat is jammer. Zoo dacht en denkt de heer J. Th. V. te Zeist er ook over. Vandaar dat hij mij, zijn oude gewoonte getrouw, toezond, om dien ouden post niet geheel te vergeten, „ 5.—
Misschien, dat bij het lezen dezer enkele regels hier en daar iemand bij zichzelven zegt: dat wil ik mee helpen doen. Nu, daarvoor zeg ik u bij voorbaat reeds dank. Zooveel als mej. Den Hartog inzamelde, krijg ik voorloopig toch niet. Haar overbieden, zal niet licht gebeuren.
22. Uit Zeeland kreeg ik reeds een post te noteeren. Een tweede werd er bijgevoegd uit Kruiningen. Iemand, die zijn naam graag ziet verzwegen, zond me , 3.—
Hartelijk dank ook voor deze gift.
23. Door ds. Van Dorp te 's-Hage kreeg ik van N.N. bij het„ 25-jarig bestaan van De Waarheidsvriend ƒ 1.—, terwijl in de willemskerk voor het Leerstoelfonds ƒ 0.50 werd gecollecteerd „ 1.50
24. De Penningmeester van de Afdeeling Rotterdam (Centrum) zond bij de afrekening van de contributie 1934 nog „ 3.75
'k Zeg den Penningmeester zeer hartelijk dank voor al zijn arbeid in dezen.
25. „Voor de opleiding", zoo stond op het begeleidend girobiljet geschreven met 6 gld. van den heer J. M. v. M. te Harderwijk „ 6.—
'k Ben er echt blij mee.
26. Door ds. Meijers, alhier, werd op 29 Nov. verzonden als ontvangen van N. N. voor den Gereform. Bond „ 1.—
Vriendelijk dank.
27. Door ds. Van Grieken te Rotterdam kreeg ik van N.N., bij gelegenheid van een begrafenis te Delft ontvangen, 5 gld., en van NN. te Rotterdam ook 5 gld. Samen.. „ 10.—
28. Van den heer Q., alhier, heb ik voor de fondsen ontvangen op mijn spreekuur. .„ 3.—
29. Van mej. de wed. N. N., alhier, kreeg ik, naast een gift voor de Wijk, nog twee rijksdaalders 5.—
30. Van N. N. kreeg ik den bekenden maandelijkschen rijksdaalder „ 2.50
'k Heb reden te over om God te danken voor zooveel blijken van Zijn gunst.
Wanneer ik alles tezamen tel, kom ik tot
f 264.46
utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's