MEDITATIE
KERSTFEEST.
En het geschiedde in diezelve dagen, dat er een gebod uitging van den keizer Augustus, dat de geheele wereld zou beschreven worden. Deze eerste beschrijving geschiedde, als Cyrenius over Syrië stadhouder was. En zij gingen allen om beschreven te worden een iegelijk naar zijn eigen stad. En Jozef ging ook op, van G-alilea uit de stad Nazareth naar Judea tot de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt (omdat hij uit het huis en 'geslacht Davids was). om beschreven te worden met Maria zijne ondertrouwde vrouw, welke bevrucht was. En het geschiedde als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zoude. En zij baarde haren eerstgeboren zoon en wond hem in doeken, en leide hem neder in de kribbe omdat voor hen geen plaats was in de herberg. Lucas 2 : 1—7.
Ook dit jaar hoopt Gods gemeente op het heerlijke Kerstfeest weer samen te komen om dat heugelijke feit te herdenken, hoe eeuwen geleden God mensch geworden is.
Wat een wondervol bestel Gods ! Wat al leidingen en beschikkingen, opdat het aloud profetisch woord zou worden vervuld.
Was het niet in het brein van den machtigen Augustus opgekomen om zijn onderdanen te tellen, Maria en Jozef zouden zich zeker niet hebben begeven naar de oude Davidsstad Bethlehem.
Nu moesten ook zij gehoorzaam zijn aan het bevel des keizers om zich te laten beschrijven.
O, wat moet het den Joden zwaar zijn gevallen om te bukken voor den eisch van dien machtigen heerscher Augustus. Sprak het profetisch woord niet van een heerschen over de heidenen en wat was Juda nu eigenlijk meer dan een wingewest der Romeinen.
Ik zie hem maanden te voren in mijn gedachten de bevelschriften voor de telling uitvaardigen. Wat zit hij daar op zijn troon in het bewustzijn van zijn bracht, die machtige keizer Augustus.
Dan is de heerlijkheid van dien anderen heerscher Christus Jezus, die daar zou geboren worden in Bethlehems stal, daarmee vergeleken, niets in onze oogen. En toch de heerschappij van Augustus is te niet gedaan, maar het Koninkrijk van het Christuskindeke is een Koninkrijk van alle eeuwen.
In onze gedachten trekken we met Jozef en Maria op naar Bethlehem. O, wat moet die reis haar moeilijk zijn gevallen in de omstandigheden, waarin zij zich bevond.
En dan die teleurstelling daarbij, dat ze de herberg vol gevonden hebben. En zeg nu niet, dat niemand hiervan eenige blaam treft, omdat nu toch de herberg vol was. Hadden ze behoord tot de aanzienlijken der aarde, zeker zou hun wel een plekje zijn beschoren aan den warmen haard in de woning van den een of anderen rijken man. Maar wie zou het aan den eenvoudigen Jozef en de eenvoudige Maria hebben kunnen aanzien, dat er koninklijk bloed door hunne aderen vloeide ?
God de Heere had het alzoo gewild. Gods Zoon, die rijk was, wilde arm worden.
O, zie Hem daar liggen, Gods Zoon, in schamele doeken gewonden,
nederliggende in eene kribbe ; en Maria ligt op het stroo en de schuchtere Jozef stond er bij.
Gevoelt ge wel lezer, dat er bij dit armoedig tafreel geen plaats is voor een mensch, die rijk en verrijkt is en aan geen ding gebrek heeft.
En toch vergist ge u, als ge zoudt meenen, dat Christus uw medelijden vraagt, omdat Hij daar in zulk een armoede heeft nedergelegen.
Het woord, wat Christus eens sprak op den via dolorosa, is ook hier van toepassing : weent niet over mij, maar over uzelf en over uwe kinderen.
Wat hebben de vrijzinnigen er weinig van begrepen, als ze uit de Kerstgeschiedenis alleen deze leer wilden trekken om zich het lot van arme kraamvrouwen te willen aantrekken.
Maar niet alleen de vrijzinnigen, ook duizenden anderen hebben het mysterie niet begrepen. Sta nog eens stil bij die woorden, dat er voor henlieden geen plaats was in de herberg.
Dat was al het droeve begin. Maar daarbij bleef het niet. Toen het kindeke nog maar weinige dagen oud was, heeft Herodes het zoeken te dooden. Ge weet, dat de wijzen niet zijn teruggekeerd in het koninklijk paleis van Herodes om het den koning mede te deelen, dat de Davidstelg geboren was. Toen heeft echter de wreede Herodes zich schuldig gemaakt aan den goddeloozen kindermoord.
Doch Jozef was op het vermanende woord van den engel in den droom reeds gevlucht naar Egypte. Droeve gedachte, dat er nu voor dat kind blijkbaar geen plaats meer was in dat Heilige Land.
Maar het wordt nog verschrikkelijker, als ge u begint in te denken, hoe het drie en dertig jaren later was. Toen klonk het voor het raadhuis van Pilatus uit honderden monden : Weg met Hem ! Kruis Hem !
O, zie Hem daar hangen aan een kruis, tusschen hemel en aarde. Nergens was er geen plaats meer voor Hem.
Nu gaan we echter nog één stap verder. Niet alleen dat er geen plaats voor Hem was dan in den stal, geen plaats dan alleen in Egypte, geen plaats dan alleen aan een kruis, maar zou dat niet het ergste wezen, dat van den gevallen mensch helaas moet worden getuigd, dat er voor Christus geen plaats is in het menschenhart.
Wel hebben satan en al zijn trawanten daarin toegang, maar Jezus niet.
En ziet, nu is dit het grootste Kerstwonder, dat dat Kindeke Jezus daar eeuwen geleden in schamele doeken heeft willen nederliggen, opdat Hij woning zou maken in armé zondaarsharten.
O, wat wordt het nu een rijk evangelie, voor menschenkinderen, die zich leerden kennen als arme zondaren. O, daar ligt uw rijke Borg, die arm wilde worden in uwe plaats, om aan de gerechtigheid des Vaders volkomen voldoening te geven.
Zie dat is het, wat onze vaderen bedoelden, als ze zeiden dat die Christus ook moet geboren worden in ons hart.
O, daarom mag bij de nadering van het Kerstfeest door een ieder onzer wel de vraag worden gedaan of Hij door genade ook reeds onze Borg is.
O, het is nog tijd om naar Zijn kribbe en Zijn kruis te vluchten, waar genade is voor arme zondaren.
Ermelo
J. J. Timmer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's