De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

7 minuten leestijd

Daar is menige dichtregel, welken ge zeker vaker dan eens in uwe kinderjaren mee hebt gezongen, en waarvan ge later moest zeggen : hij bleef voor de critiek van het ontledend verstand niet onaangevochten.
Waaraan we dachten, zijn de al te toekende woorden : „Er ruischt langs de wolken een lieflijke Naam, Die hemel en aarde vereenigt tezaam." Wat hiermee bedoeld wordt, is duidelijk. Hiertegen ging dan ook het verzet niet, maar wel tegen de minder juiste voorstelling, dat deze Naam ruischte langs de wolken. Neen, dit was een dichterlijke vrijheid, een fantasie-voorstelling, welke den toets van het onderzoek niet kon dragen. Langs de wolken ruischen zulke klanken niet. Hier beluistert het menschelijk oor niet anders dan natuurlijke klanken. De Naam, die hemel en aarde vereenigt tezaam, werd ingedragen in de menschelijke samenleving.
'k Geloof niet, dat hiertegen veel zal kunnen worden ingebracht. Nu is er evenwel nog een andere regel, welke het evenzoo moet afleggen, n.l. : „Daar is uit 's werelds duist're wolken, Een licht der lichten opgegaan."
Zou dit wel staande kunnen worden gehouden ? Evenmin.
Uit duistere wolken is het Licht der lichten niet opgegaan.Duisternis baart niet anders dan duisternis. Wel zal worden toegegeven, dat het Licht der lichten is ontstoken in een duistere wereld Toen de Christus Gods indaalde in Zijn eigen 'schepping, was het duisterder dan ooit. Doch Zijn oorsprong werd niet ontleend aan de wolken. Zijn zetel stond hooger. Het Licht is opgegaan vanuit den hemel der hemelen.
De Evangelist Lukas zegt het zoo duidelijk mogelijk : „Door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods, met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte, om te verschijnen dengenen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods, om onze voeten te richten op den weg des vredes."
Uit het Licht werd het Licht geboren. God gaf Zijn Eengeborene, om hier het levenslicht te ontvangen in deze donkere wereld. Ziet, bij dit feit, bij die wonderen van barmhartigheid Godes, zullen wij in deze dagen wederom opnieuw worden bepaald. In deze wereld trad de Christus Gods in, waar de duistere machten der zonde rondwaarden.
Moeilijk kan hiervoor een andere beweegreden worden aangegeven, dan welke ons door den Evangelist Lucas wordt genoemd, 't Zijn de innerlijke bewegingen van Gods barmhartigheden, 't Zijn de trillingen van Gods liefdehart over de Zijnen. Zij, die in duisternis zitten, zullen een groot licht zien. En nu zien wij op het zuiverste toegelicht, wat dit voor beteekenis heeft voor ieder, die in den Naam van Jezus zijn heil, zijn Heiland mocht vinden, in het lied van een Zacharias :
Dus wordt des Heeren volk geleid Door 't licht, dat nu ontstoken is Tot kennis van de zaligheid In hunne schuldvergiffenis. Die nooit in schooner glans verscheen Dan nu, door Gods barmhartigheên. Die met ons lot bewogen, Om ons van zond' en ongeval t' ontslaan Een ster in Jakob op doet gaan, De zon des heils doet aan de kimme staan.
Hoe donker de wereld er ook uit mocht zien, toen de Christus indaalde weken de slagschaduwen. Zou er ooit zuiverder blijdschap getrild hebben dan die zich liet aflezen van de aangezichten van hen, die nederknielden voor de kribbe ? 't Was bij de arme herders niet anders, dan bij de met goederen beladen Wijzen uit het Oosten. Hier werd bevestigd het woord van den Engel: „Ziet, ik verkondig u groote blijdschap."
Zou het nu anders zijn ?
De duistere machten der wereld mogen woelen en de bangste gevoelens wakker roepen naar alle kanten, geen nood, wanneer onze voeten maar gericht mogen worden op dit vredespad. Wanneer Christus ons één en al mag worden. Hij onze schulddelger. Hij tot zonde voor ons wordt gemaakt, zoo zal niet achterwege blijven : p, , 0pdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem."
De hemel werd ontledigd om schuldigen te kunnen vrijspreken, om zondige Adamskinderen te kunnen behouden. Wie het zoo mag zien, en dan in verbinding met zijn eigen schuld en zonde, voor die is de grootste donkerheid opgeklaard. Dan wordt zelfs de doodsvallei een lichtende heirbaan, en alles wat nu beangstigt, vervaagt, om straks geheel te verdwijnen.
Doe Hij ons zóó het Kerstfeest tegengaan, met het lied van den Psalmdichter op de lippen :
Hij heeft gedacht aan Zijn genade. Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt. Dit slaan al 's aardrijks einden gade. Nu onze God Zijn heil ons schenkt.
Wie zoo opgaat, neemt niet ongezegend zijn plaats in onder de prediking van het Kerst-Evangelie — en wat lang niet onmogelijk is, gedenkt ook aan anderen, die dit voorrecht moeten missen. Er zijn nog altijd tal van gemeenten, waar zelfs op feestdagen als deze maar op een hoogst gebrekkige wijze in den Dienst des Woords wordt voorzien, om de doodeenvoudige reden, dat een eigen Bedienaar niet werd gevonden. Dit feit alleen getuigt tegen ons. Dit mag zoo niet zijn. Wat hiertegen gedaan kan worden, is niet moeilijk aan te geven. Draag ons werk op aan den Heere en vraag Hem wat Hij wil dat door ons tezamen gedaan moet worden.
Christus' armoede is onze rijkdom. Onze rijkdom is, dat wij alles voor dezen Christus veil mogen hebben en onszelf verliezen in Hem en Zijn genade.
Hierbij zal ik mijn overdenking beëindigen, om u voor te leggen wat ik in deze dagen ter verantwoording kreeg.
1. Het eerste kwam uit eigen gemeente. Een jarige vriend, die een nieuw giro-, boekje in zijn handen kreeg, trok het eerste blaadje af om dit voor het Studiefonds te bestemmen. Daarop stond aangegeven een rijksdaalder f 2.50
Dit vind ik al zeer opmerkelijk en zeg er allerhartelijkst dank voor.
2. De tweede post kwam uit Vianen. De contributie van de leden werd me toegezonden door den heer L. 'k Betuig bij dezen mijn welgemeenden dank voor de moeite, welke hij zich in dezen heeft willen getroosten, 'k Hoop, dat hij ook verder blijvend zal steunen den arbeid, welke ons beiden lief is 12.—
'k Heb zijn schrijven met attentie gelezen.
3. Door ds. Van Ingen te Dordrecht kreeg ik van V. te N. 1 gld. voor het Studiefonds vanwege het jubileum van „De Waarheidsvriend" ' 1.—
'k Zeg beiden zeer vriendelijk dank, zoo­ wel hem die 't gaf, als hem, die 't zond.
4. Ds. Van der Snoek te Veenendaal deed me toekomen een gift, aldaar in den collectezak gevonden met onderschrift: „Voor ontvangen zegeningen" 5.—
'k Ben ook hiervoor hoogst erkentelijk.
5. Van den Penningmeester van de Afd. Rotterdam (Zuid) ontving ik „14.21 zijnde in de opbrengst van een collecte, vermeerderd met 5 gld. voor de spreekbeurt. deze spreekbeurt trad op als voorganger ds. Abbringh, van Papendrecht.
Wij betuigen én spreker én vrienden onzen vriendelijken dank.
6. Door onzen voorzitter ds. Van Grieken kwamen in als jubileumgaven voor 't Studiefonds : ƒ 2.50 van N.N. te Hillegersberg, ƒ 10.— van N.N. te Oude Tonge, ƒ 2.— van mej. K. te Rotterdam. Tezamen 14.50 Wij zijn met deze jubileumgave ten zeerste verblijd.
7. Het bekende busje van onzen vriend C. Bardelmeijer te Zegveld, dat elke maand wordt geledigd, bracht dezen keer ,40 op „De gedurige drup holt den hardsten steen", zegt het spreekwoord. Dat hij nog lang dezen arbeid niet ongezegend voor hem zelf en anderen mag verrichten.
8. De Penningmeester van de Afd. Wageningen zond ons de contributie, zijnde. .„36.— Mijn warmen dank voor alle moeite.
9. Door ds. Van Willigen te Rijssen kreeg ik een gift van 10 gld. voor het Studiefonds, welke aldaar was gecollecteerd bij een weekbeurt „ 10.—
Rijssen geeft voortdurend ons reden tot blijdschap, door de vele blijken van meeleven. Hartelijk dank. 10. Te Huizen is voor onze fondsen een spreekbeurt gehouden met collecte, welke opbracht bijna 50 gld 49.45
Ook deze steun was ons hartelijk welkom. Wij danken de broeders.
11. Onze jonge vriend ds. Van Ginkel te Gouda heeft telkens de gelegenheid ons blij te stemmen. Hjj ontving een gift van 40 gld., waarvan 10 gld. was bestemd voor onze fondsen , 10.—
Wil hij onzen dank aan den gever overbrengen ?
12. Iemand, die onbekend wenscht te blij ven, uit Soest, zond me 5.—
'k Vond deze gift heerlijk.
13. Uit Kampen kreeg ik tenslotte nog een pracht-gift. Ds. Wesseldijk had n.l. ontvangen 100 gld., waarvan 30 gld. was bestemd voor den Geref. Bond, van N.N., die veel voor den Bond gevoelt.
Wij hopen, zoo schrijft onze vriend E. Roest, dat dit navolging mag hebben.
Wij sluiten ons hierbij geheel aan en zeggen den gever of de geefster allerhartelijkst dank „ 30.—
Tezaam geteld is de som
192.06
Voor alles wat me mocht geworden, zeg ik hartelijk dank en blijf ook voor de komende feestdagen onzen arbeid warm aanbevelen.

Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's