De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

HET DEPARTEMENT VAN ONDERWIJS.

3 minuten leestijd

Het beleid van den Minister van Onderwijs ontmoet over het algemeen weinig instemming.
Die weinige instemming vindt bij velen haar grond voornamelijk in de omstandigheid, dat den Minister niet duidelijk voor oogen staat, wat in den zorgvollen tijd, waarin heel ons volk leeft, van een bewindsman van een zoo belangrijk Departement als dat van Onderwijs is, mag geeischt worden.
Zoo wordt — en terecht — de houding, welke mr. Marchant—aannamen - nog aanneemt ten opzichte van het spellingvraagstuk, waardoor de eenheid en pacificatie op het gebied der spelling verloren gaat, hem als een groote fout aangerekend. Hoeveel beter en nuttiger had de Minister, dan het doordrijven van een zaak, die zeker in de tegenwoordige tijdsomstandigheden om geen afdoening vraagt, zijn tijd en werkkracht kunnen besteden aan onderwerpen, die het onderwijs betreffen en die in de lijn liggen van de bezuinigingsplannen van het Kabinet.
Hoe men ook over het spellingvraagstuk denkt, een ieder, die zich rekenschap geeft van de verwarring, die zich schier op elk terrein voordoet, zal het moeten afkeuren, dat dit vraagstuk, dat niets met de crisis uitstaande heeft, tot een punt van geschil bij ons volk wordt gemaakt.
Daarnaast valt het beleid van den Minister van Onderwijs niet te roemen voor wat betreft zijn afwijzend standpunt terzake van het ont­slag der gehuwde onderwijzeres.
Nog onlangs werd de Minister op den ernstlgen misstand gewezen, dat nog steeds 700 gehuwde vrouwen bij het onderwijs werkzaam zijn, waardoor de inkomsten der gezinnen, waartoe deze gehuwde vrouwen behooren, worden verdubbeld.
Een verbod van toelating der gehuwde vrouw tot de school zou, afgezien van den moreelen kant van het verbod, bovendien een financieel voordeel geven van één millioen gulden, terwijl tevens zou worden bereikt, dat een beteekenende werkverruiming voor naar werk hunkerende jonge onderwijzers en onderwijzeressen werd verkregen, zonder dat aan het onderwijs schade, doch veeleer voordeel werd toegebracht.
Een voorstel, dat eenige weken geleden bij een wijziging der Lager Onderwijswet 1920 in de Tweede Kamer gedaan werd om het ontslag van de gehuwde onderwijzeres in de Wet op te nemen, kon geen medewerking van mr. Marchant krijgen. Integendeel, de Minister verzette zich met alle kracht tegen het voorstel.
Ook ten aanzien van de zoo hoog noodige bezuiniging op het onderwijs schiet de Minister in erge mate tekort. Het onderwijs moet vereenvoudigd worden, opdat het tenslotte goedkooper wordt. Reorganisatie moet plaats hebben en het onderwijsgebouw op nieuwe grondslagen worden opgetrokken.
Wij zouden naast deze drie bedenkingen tegen het beleid van den Minister van Onderwijs nog andere bezwaren kunnen aanvoeren, doch wij achten dit niet noodig, omdat uit de feiten, die wij noemden, genoegzaam blijkt, dat op het beleid van mr. Marchant ernstige critiek is te oefenen.
De vraag rijst dan ook wel eens, of het Kabinet verstandig handelde een man van het temperament van den heer Marchant in zijn midden op te nemen. Deze vraag wordt te meer van belang, nu ook de partijgenooten van den Minister bij hun oude standpunt ten opzichte der landsverdediging blijven volharden en zich geen voldoende rekenschap geven van de positie, waarin de tegenwoordige politieke constellatie hen plaatst. Zij ontzegden toch hun steun aan de defensiepolitiek van het Kabinet. Dit bleek bij de laatste defensie-begrooting, toen de Vrijzinnig Democraten hun stem aan deze begrooting ont­hielden.
Zoo kan het optreden van mr. Marchant nog tot heel wat moeilijkheden en verwikkelingen, zoowel voor het ministerie als voor de StatenGeneraal, aanleiding geven.
Meerdere homogeniteit van het Kabinet is daarom gewenscht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's