ADVENT
Het daget in den Oosten, Het licht schijnt overal! , Hij komt de volken troosten, Die eeuwig heerschen zal.
De duisternis gaat wijken Van d' eeuwenlangen nacht; Een nieuwe dag gaat prijken Met ongekende pracht.
Zij, die gebonden zaten In schaduw van den dood, Naar 't scheen van God verlaten. Begroeten 't morgenrood.
De zonne, voor wier stralen Het nacht'lijk duister zwicht. En die zal zegepralen. Is Christus, 't eeuwig Licht.
Gij, Evangelieboden, Die roemt in Christus' kruis, Gij moet de volken nooden Naar 't hemelsch Vaderhuis.
Van uit die hooge woning Daalt alle licht en vree. Hij zelf, de groote Koning, Brengt 's hemels gaven mee.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's