De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAT DE GEREF. BOND WIL EN DOET

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT DE GEREF. BOND WIL EN DOET

HET GESPREK IN DE SCHOENMAKERIJ OVER DEN GEREFORMEERDEN BOND.

11 minuten leestijd

Aan mijn vriend Kerkman te Utrecht.
Herinnert gij je dien „Dirk" nog, dien wijlen de heer Fliehe vroeger nog al eens in kritieke oogenblikken ontmoette, en waarover hij dan als Penningmeester van den Gereformeerden Bond schreef in »De Waarheidsvriend« ?
Nu, ik geloof vast, dat ik dien Dirk laatst ontmoet heb bij onzen schoenmaker Van Diggele. Ik liep daar zoo binnen en net hoor ik daar een man, dien ik later in het gesprek „Dirk" hoorde noemen, zeggen : Dien bond, daar geef ik ook geen duit meer voor; wat doet die Bond nu eigenlijk ? Ik vermoedde, dat hij het over onzen Geref. Bond had, want je moet weten, dat in die schoenmakerij van Van Diggele nogal eens praters zitten, die over kerkelijke zaken wat zeggen of hooren willen. Want hoewel er van alles soms besproken wordt, dorpsbelangen, landsbelangen enz., toch hebben ze het er meest over zaken, die onze Hervormde Kerk aangaan.
Nu weet je, dat ik een zwak heb voor onzen Gereformeerden Bond. Zoodoende, toen ik dien man, dien ik heel niet kende, zoo verachtelijk over den Bond hoorde spreken, kon ik m'n mond niet houden en zei meteen : Heb je het soms over den Gereformeerden Bond tot verbreiding en verdediging der Waarheid in de Ned. Hervormde Kerk ?
„Ja", zegt hij, „wat voert die Bond nu uit ? " Nu, zeg ik, die Bond voert meer uit, dan gij op 't oogenbllk. Die groote dikke kerel hing n.l. zoo wat in den ouden leuningstoel van Van Diggele, daar in 't hoekje. Ik zeg, die Bond is tenminste steeds in actie voor het doel, dat hij najaagt.
„In actie ! ? " zegt toen die Dirk verachtelijk, terwijl hij nog wat luier in den stoel ging zitten. „Ik zou dan wel eens willen hooren, wat die actie Inhoudt."
„Nou kan je aan 't werk. Jan", zegt toen Van Diggele tegen mij, „vroeger rekende ik Dirk altijd bij onze menschen, maar tegenwoordig heeft Dirk zijn vrienden onder menschen, die schijnen te meenen, dat onze Kerk gered wordt, door niets dan kritiek te oefenen op alle werk, dat de Gereformeerde Bond verricht."
„O", zegt die Dirk toen, „doet de Bond dan nog wat ? "
'k Zeg, man dat kon je al weten, als je den naam van den Bond maar eens goed las en overdacht : „Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Ned. Herv. (Geref.) Kerk." 't Is dus een Bond, een organisatie, die allen in de Ned. Hervormde Kerk omvatten wil, zoowel predikanten als gemeenteleden, die de Heilige Schrift als Gods Woord en tot een regel voor geloof en leven aanvaarden, opgevat in overeenstemming met de Drie Formulieren van Eenigheid, vastgesteld op de Nationale Synode van Dordrecht, in 1618/'19 gehouden. Ge weet zeker wel, die Drie Formulieren van Eenigheid, dat zijn de Nederlandsche Geloofsbelijdenis, of de 37 Artikelen des Geloofs, de Heidelbergsche Catechismus en de Leerregels van •Dordt, of de Vijf Artikelen tegen de Remonstranten.
„Nou", zegt Dirk, „je maakt een ophef van dat woord „Bond" of dat al heel wat beteekent."
Toen schoot de schoenmaker Van Diggele me te hulp. Opkijkend van zijn stuk leer, waar hij een zool uit sneed, zegt hij : „Dat begrijp ik nu niet. Dirk, dat je het belang van zoo'n Bond niet inziet. Voordat de Gereformeerde Bond er was, waren de Gereformeerden in de Ned. Hervormde Kerk ongeorganiseerd. Als er in de Synode wat besloten werd van belang, of liever tegen het belang van ons volk, of dat er belangrijke kwesties in de gemeenten of besturen aan de orde waren, was er voor de Gereformeerden in onze Kerk geen organisatie, waar die kwesties onder gelijkgezinden konden worden besproken. Nu kan men overleggen en door deskundigen zich laten voorlichten en bepalen welke houding men zal aannemen. Onder Gods zegen kan toch zoo'n Bond of organisatie van groot belang zijn !
Ik verheug mij nog steeds, dat er in onze Hervormde Kerk een Gereformeerde Bond is, die de Gereformeerde menschen in onze Kerk wil samenbinden, om gezamenlijk en eendrachtig naar Schrift en Belijdenis de belangen der Kerk, waartoe wij behooren, te behartigen."
„Dat woord „eendrachtig" had ge beter kunnen inslikken", zegt Dirk, „want die Gereformeerden in onze Kerk — die buiten onze Kerk leven, laat ik maar buiten bespreking — „zijn 't ook lang niet met elkaar eens."
„Juist", zegt Van Diggele, „en daarom hoop ik, dat de Gereformeerde Bond steeds meer wordt en blijft de vereeniging van allen, die waarlijk van Gereformeerde belijdenis zijn, hoezeer dan ook verschillend van ligging enz., opdat ze in dien Bond elkander kunnen ontmoeten en van gedachten wisselen. Door samenspreking kan men tot helderheid omtrent elkanders standpunt komen, indien men dat biddend en oprecht zoekt. Dan komt men soms tot eenheid van gedachten inzake de middelen, die moeten worden aangewend en wegen, die moeten bewandeld tot oprichting onzer Kerk uit haar diep verval."
„Dacht ge soms, dat wij dat kunnen doen ? " vraagt Dirk, uit de diepte van zijn leuningstoel. „En van allerlei richting en schakeering dus maar in dien Bond !"
„Dat weet ge wel beter", zegt baas Van Diggele, „wij zijn het van harte er over eens, dat zoo de Heere het huis niet bouwt, de bouwlieden tevergeefs bouwen. Maar de Heere werkt middellijk. Zijn volk leidend door Zijn Woord en Geest. En hoe komt ge er bij, alsof ik den Bond wilde maken tot een verzameling van allerlei richting ? Neen, het moet zijn en blijven een Gereformeerde Bond, een Bond van menschen, die van harte staan op den grondslag van Gods Woord, opgevat in overeenstemming met de Drie Formulieren van Eenigheid. Maar ge zijt toch geen vreemdeling in ons kerkelijk leven, dat ge wel weet, dat onder dien kring nog allerlei nuanceering is, menschen, die genieten van een bevindelijke prediking, anderen, die meer genot hebben in een duidelijke voorwerpelijke uiteenzetting der Waarheid; er zijn er onder, wier godsdienstig leven een sterken politieken inslag heeft, en weer anderen, meer mystiek aangelegd, die bang voor politiek zijn. Allerlei temperament brengt ook verscheidenheid aan het licht. Maar die allen zou ik door den Gereformeerden Bond omvangen willen zien, opdat zij door ontmoeting en vergadering elkaar beter leeren verstaan, van elkander leeren en onder leiding des Heiligen Geestes de Waarheid gekend en beleefd mocht worden in onzen kring. Wat zeg jij er van. Jan ? " „Ja", zegt Dirk, „die houdt z'n mond maar, en ik dacht, dat die over de actie van den Gereformeerden Bond wat wist te vertellen."
„Welnu", zeg ik, „wanneer de Gereformeerden in onze Kerk zoo samenkomen in den Gereformeerden Bond, dan zal die Bond vanzelf een Bond zijn tot verbreiding: en verdediging der Waarheid in het midden van onze Ned. Herv. (Geref.) Kerk.
De Gereformeerde Bond wil een stuwkracht zijn, dat in prediking en catechisatie, in afdeelingsvergaderingen, in vereenigingen van jongelingen, jongedochters en mannen, de aloude Waarheid van Gods vrije genade in Christus, als een fonkelend licht weer strale in de duisternis van ons harte-leven, maar ook in het leven der Kerk.
Menschen, die verwachtten of eischten van den Gereformeerden Bond, dat hij in een handomdraai de Hervormde Kerk zou maken tot een bloeiende Gereformeerde Kerk, die, vrij van haar opgelegde Synodale organisatie, haar Gereformeerde belijdenis handhaaft en leeft naar Gereformeerd Kerkrecht, zijn vanzelf teleurgesteld. Evenals degenen, die hoopten, verwachtten of vreesden, dat een nieuwe Afscheiding of Doleantie zou worden bewerkstelligd.
De ernstige voorstanders van den Gereform. Bond hebben hun verwachting van den Heere, hun God, dat Hij medelijden hebbe met Slons gruis en de vervallen muren van ons kerkelijk Sion optrekke. En schuldbelijdend in het midden der Kerk, dat wij en onze Vaderen door onze zonden, ook kerkelijke zonden, oorzaak zijn van den droeven toestand der Kerk, zoeken zij Gods wil en weg te leeren kennen tot reformatie onzer Kerk. Inmiddels wendden zy reeds meer dan 25 jaar allerlei middelen aan tot bereiking van dat doel.
In »De Waarheidsvriend« worden gedurende 25 jaar reeds wekelijks de Gereformeerde beginselen verbreid en verdedigd, opdat ons volk zich niet vergenoegen zou met een leuze, klinkende term of klacht, maar onder de stille bewerking des Heiligen Geestes, zou opwassen in de kennis der godzaligheid, overeenkomstig Gods Woord en onze Belijdenis."
„De kost, die daarin opgedischt werd, was anders ook niet altijd even gaar en smakelijk", merkt Dirk meesmuilend op. „En onzen dominé", ging hij voort, „heb ik wel eens hooren zeggen : In sommige stukken zou ik gaarne meer diepgang vinden en als het over de beginselen gaat, mis ik een enkelen keer wel eens de scherpe belijning. En dat hebben we zoo noodig."
„Nu je het zegt", merkt de schoenmaker op, „heb ik in de stukken van je dominé in „de Waarheidsvriend" nooit diepgang en scherpe belijning gemist, maar ik moet er bij zeggen, dat ik nooit een artikel van hem in „De Waarheidsvriend" gezien heb, behalve een enkele stichtelijke overdenking. Ik vermoed, dat de Redacteur en medewerkers van „De Waarheidsvriend" meer aan een diepgaande en belijnde bijdrage hadden, dan aan zulke goedkoope kritiek. Het spreekwoord : „De beste stuurlui staan aan den wal", zal hier ook wel gelden. Ik moet je zeggen : al de jaren, dat „De Waarheids vriend" bestaat, ben ik al abonné en lezer. Menigmaal heb ik van dat blad genoten voor hart en verstand ; ik geloof, dat er menigeen een zegen voor zijn zieleleven in gevonden heeft en dat velen er beter inzicht in kerkelijke zaken en beginselkwesties van Kerk, school en politiek door verkregen hebben. Maar bovendien vind ik, dat de redacteuren wel zeer gewaardeerd mogen worden, dat zij wekelijks ons in het blad zoo rijke verscheidenheid aanbieden. Het is geen kleinigheid, dat zij bij hun andere werk, wekelijks hun rubriek in „De Waarheidsvriend" verzorgen, en denk eens aan den Voorzitter, die nu reeds 25 jaar zijn beste krachten gegeven heeft voor de verzorging van ons weekblad. Hij houdt ons in zijn Kerkelijke Rondschouw voortdurend op de hoogte met wat er op kerkelijk erf te doen is en geeft ons stof tot nadenken, welk standpunt wij als Gereformeerden in de Hervormde Kerk inzake die verschillende besluiten en verschijnselen hebben in te nemen.
Wat zijn de stukken van prof. Visscher wekelijks niet diepgaand en scherp belijnd, om met Dirk's dominé te spreken. Steeds lees ik met belangstelling, wat ons op politiek gebied ter voorlichting wordt geboden. En zijn de stukken van ds. Woelderink, van Ouderkerk a/d IJssel, niet al onze belangstelling waard ? De Penningmeester, ds. Goslinga, zet de traditie zijner voorgangers voort, dat ge door zijn pittige stukjes telkens weer uw aandacht aan zijn „Financiën" moet geven. En zijn de bijdragen van ds. Van der Zee over vroegere kerkelijke toestanden niet interessant, ja leerzaam, om ons te doen zien, dat het in „den goeden ouden tijd" ook nog niet al goud was, wat er blonk ? "
Baas Van Diggele was warm en rood geworden onder zijn betoog, en Dirk aanziende, voegt hij er nog aan toe : „Man, ik ben al moe geworden van het opnoemen der verschillende rubrieken, die in „De Waarheidsvriend" te vinden zijn en heb er zelfs nog overgeslagen, zooals „Kerknieuws" en „Uit de Pers" en „Boekbeoordeeling."
En die voormannen zullen het ook maar niet uit hun mouw kunnen schudden. Wat een studie ligt er dikwijls niet aan ten grondslag!"
„Nu", zegt Dirk, en het moest blijkbaar al groote lof uit zijn mond zijn : " ik moet zeggen, het is meer dan niets. Maar dat Leerstoelfonds, waar zooveel geld voor moest bijeengebracht worden, wordt daar nog wat goeds mee uitgevoerd en wat voor nut heeft onze Kerk daar nu van te wachten ? "
Dat werd zelfs een van de knechts te machtig, die, van zijn werk opkijkend, zegt: „Dirk schijnt nooit van prof. Visscher gehoord te hebben en zijn arbeid voor onze studenten. Hij denkt zeker, dat voor dat geld een kostbare, makkelijke professorsstoel gekocht is en dat onze professor daarop gemakkelijk zit te luieren, evenals Dirk daar!"
„Neen, man", zegt Dirk, een beetje boos, „ik weet misschien meer dan gij van prof. Visscher.
Ik weet best, dat hij een man van groote beteekenis is geweest aan Utrechts Hoogeschool, en ik achtte het gelukkig, dat onze toekomstige predikanten zijn lessen konden volgen, maar hij is nu toch al professor af en prof. Severijn is hem toch opgevolgd aan de Academie ? Laat Jan mij dat nu eens uit de doekjes doen, want jou praatjes", zegt hij eenigszins geprikkeld, „tel ik niet veel, al heb je wat opgeblazenheid opgedaan op de Jongelingsvereeniging en al ga je op de Mannenvereeniging."
De knecht, die een bescheiden, degelijke jongeman is, dacht zeker, dat hij ongepast zich in het gesprek gemengd had en ging dus zonder te antwoorden, rustig met zijn werk voort.

(Slot volgt).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

WAT DE GEREF. BOND WIL EN DOET

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1934

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's