GRETSKE „DE FREULE"
EEN LEVENSTRAGEDIE
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
't Zit nog. Onkruid vergaat niet. Ik geloof er niets van dat die heen gaat. 'k Hoorde van morgen duidelijk hare stem uit de beddestee, en dacht: die komt er wel weer boven op."
„Zou de dominé daar ook heen moeten ? " „Van zelf; om te bidden."
„'t Is een mirakel! Nog nooit beleefd. Wat zal Lombok nu in eere komen. Zou het morgen niet in de krant staan ? "
In dien geest werd het gesprek nog eenigen tijd voortgezet.
Intusschen waren bij Gretske heel andere onderwerpen aan de orde. Na een bescheiden tik op de deur, waarop echter geen antwoord volgde, waagde hij het naar binnen te gaan en vond haar die hij zocht, gebogen over eenig naaiwerk. Niet minder verbaasd dan haar buurvrouw keek ook zij den bezoeker aan, en vergat in het eerst hem een stoel te presenteeren. Evenals jaren geleden, toen zij voor dien anderen predikant eene vraag op de catechisatie moest opzeggen, maar geen woord kon uitbrengen, zoo schoot nu ook een brok voor de keel. Bevend stond zij op, met de eene hand zich vasthoudend aan de tafel, doch hare verlegenheid ontging den dominé niet en als een wijs zielszorger wist hij hoe te moeten handelen.
„Goeden morgen, Gretske ! Ik dacht met dit mooie weer eens naar buiten te gaan, en wilde meteen hier een bezoek brengen. Wij hebben elkander al zoo vaak op den weg ontmoet en je hebt mij ai zoo menigmaal vriendelijk gegroet, dat ik wel verschuldigd ben hier eens in te loepen. Hé, wat heb je daar een aardig vogeltje, 't Is wel gezellig, vooral voor iemand die veel alleen is. Ik houd ook veel van vogels, 't Zijn zulke teere, maar onbezorgde schepseltjes, die altijd vroolijk en dankbaar zijn, en hun liedje zingen alsof er in de heele wereld geen verdriet is."
Zoo begon dominé en deed alsof hij niets van hare verlegenheid merkte. Maar onder al dat spreken door kwam Gretske langzaam op haar gemak. Na vlug met een doek de beste stoel welke zij bezat, te hebben afgestoft, plaatste zij deze aan tafel, waarop hij rustig ging zitten.
„En mag je hier wel wonen, Gretske ? " — vroeg hij, meteen een blik naar buiten werpend in welken duidelijk zijn afkeer te lezen stond, zoodat hij ook vast een ontkennend antwoord verwachtte. Maar des te grooter was zijne verwondering toen zij zeide, op een toon die aan duidelijkheid niets te wenschen over liet : jawel dominé."
„'t Is hier anders dunkt mij niet erg gezellig en nog veel minder godsdienstig, is 't wel ? "
„De meesten kennen den Heiland ook niet, dominé" — klonk het eenigszins ontwijkend.
Neen, dat wilde dominé óók wel gelooven. „Hoe zouden zij Hem kennen, van Wien zij niet gehoord hebben, en hoe zouden zij van Hem hooren, zonder die Hem prediken "'
„Kent gij Hem, Gretske ? " — klonk het ernstig. Toen kwam er een zachte glimlach op haar gelaat, en zonder eenige vrees, sprak zij met een klank in hare stem, waaruit de blijdschap opjubelde : „ja, dominé".
Nieuwe verrassing. Zoo'n oprechte, besliste belijdenis hoorde hij niet veel, zelfs onder degenen die tot de getrouwe kerkgangers en de vrome schare behoorden.
„Wat weet je dan van Hem, Gretske ? " vroeg hij vol belangstelling.
Toen wees zij naar dat plaatje aan den wand, voorstellende den goeden Herder met het verloren schaap.
„En wat zou dat, Gretske ? " „Dat schaap was ik, dominé".
„En nu ? "
„Eens verloren, maar nu gevonden." Een heilige stilte volgde hierop, 't Was alsof de engelen luisterden. Maar dat deden zij ook, want er is immers blijdschap onder de Engelen Gods als een zondaar zich bekeert, en hier was er zoo één, maar die al lang tot de kudde behoorde, al wisten de menschen het niet.
Na eenige oogenblikken van zwijgen vroeg de predikant vanwaar zij deze kennis gekregen had, en toen kwam hortend en stootend dat verhaal van dien bijbel-colporteur, nu al jaren geleden op „Landlust", die haar toen verteld had van de liefde Gods in Christus.
Hoe was het mogelijk. Een eenvoudig man, misschien zonder eenige officieele opdracht, het middel, om deze ziel toe te brengen. Juist zooals de Schrift het zegt, die het Woord vergelijkt bij het zaad dat wordt uitgestrooid, maar zonder dat iemand berekenen kan met welke gevolgen. Of, zooals de Heere Jezus sprak tegen Nicodemus : „De wind blaast waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar weet niet vanwaar hij komt, noch waar hij henen gaat — alzoo is het met een iegelijk die uit den Geest Gods geboren is."
Zoo was het óók hier gegaan, en op, .Lombok woonde een „Koningskind". Wat hinderde hem nu nog de onoogelijke buurt, die verflooze deuren en kozijnen, die gelapte vensterruiten, die haveloos gekleede mannen en vrouwen, heel die omgeving, welke„Lombok zoo berucht deed zijn, — hier was hij ónder het dak van één, die heel dicht leefde bij de poort van het Vaderhuis en met een kinderlijken eenvoud, die tot jaloerschheid wekte, over de eeuwige, onzienlijke dingen sprak alsof het een vanzelfsheid was. Zonder dat Gretske daar erg in had, wist hij het gesprek ook op Ka te brengen en vernam hoe zij, alsof het de meest gewone zaak van de wereld was, ook daar in alle getrouwheid het licht liet schijnen, hetwelk zij zelf ontvangen had.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 1934
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's