De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAT DE GEREF. BOND WIL EN DOET

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT DE GEREF. BOND WIL EN DOET

HET GESPREK IN DE SCHOENMAKERIJ OVER DEN GEREFORMEERDEN BOND.

9 minuten leestijd

Aan mijn vriend Kerkman te Utrecht.
2) (Slot).
Daarom zei ik tegen Dirk : „Man, jij bent begonnen met te praten, alsof er niets voor de Gereformeerde beginselen wordt gedaan, en nu Gerrit iets zegt, dat je niet smaakt, moeten Jongelings-en Mannenvereeniging in het voorbijgaan even een veer laten, alsof ze slechts opgeblazenheid kweeken. Nu zegt Paulus wel in den Corintherbrief, dat de kennis opgeblazen maakt, maar (dat) de liefde sticht (1 Cor. vm vs. 1), en zoo zal wel bij alle verzamelen van kennis, ook in het vereenlgingsleven, het gevaar van opgeblazenheid aan de deur liggen, maar gij weet ook wel, dat Paulus op andere plaatsen, zoo b.v. in den Romeinenbrief, met hooge achting, ja, met verrukking spreekt van de kennis Gods (Rom. XI VS. 33). En die kennis wordt op tal van plaatsen in de Heilige Schrift geroemd en als onmisbaar geteekend. Daarom moet ge niet meedoen met de vijandige wereld en helaas ook met sommige lijdelijke christenen, die niets dan verachting hebben voor Christelijke vereenigingen, waar men de kennisse Gods zoekt te verbreiden en te verdedigen op grond van Schrift en Belijdenis, ook al kleeft aan alle menschenwerk gebrek en zonde.
Maar nu kan ik tegelijk je wat zeggen in dit verband van ons Leerstoelfonds.
Ge zult mij toestemmen, dat onze studenten, die voor predikant studeeren, inzonderheid noodig hebben kennis Gods overeenkomstig Schrift en Belijdenis.
Er zijn er tegenwoordig wel, die de Hoogeschool overbodig achten en alleen willen weten van de Hoogeschool des Heiligen Geestes. Zij denken, dat wanneer iemand tot bekeering komt, hij daardoor alleen al geschikt is om als predikant op te treden. Maar gelukkig zijn dat uitzonderingen in onze kringen en de meesten weten wel, dat de Heilige Geest middellijk door het Woord leidt in alle Waarheid. Ook, dat de Waarheid in der eeuwen loop, door de botsingen der meeningen en omdat de Kerk bij ketterijen zich telkens rekenschap moest geven van den inhoud des geloofs, door Gods Geest en leiding steeds klaarder aan het licht is getreden. Onze Vaderen, die kort na de Reformatie zich soms tevreden moesten stellen met mannen des geloofs, maar die geheel niet of gebrekkig studie hadden genoten, hebben dien arbeid gewaardeerd, maar beseften tegelijk de groote waarde van een academische opleiding voor aanstaande predikanten. Daarom heeft Prins Willem van Oranje, na het ontzet van Leiden, toen de strijd tegen het overmachtige Spanje nog hopeloos scheen, er voor gezorgd, dat te Leiden een Universiteit werd gesticht, inzonderheid, opdat de Kerk wetenschappelijk onderlegde Dienaren des Woords zou verkrijgen. En dat werd door de bevolking zoo gewaardeerd, dat zij de gave van een Hoogeschool verkozen boven vrijdom van belasting.
Maar in onzen tijd is door den invloed van het ongeloof, de opleiding aan onze Universiteiten misschien wel zeer wetenschappelijk, maar voor onze aanstaande predikanten zeer gebrekkig inzake de Gereformeerde wereldbeschouwing en de uiteenzetting van de dogmatische leerstellingen. Om dat gebrek eenigszins aan te vullen, heeft de Gereformeerde Bond een Leerstoel gesticht te Utrecht, en nu ook te Leiden, en is men zoo gelukkig geweest, dat prof. Visscher zich heeft willen beschikbaar stellen om dien Leerstoel te bezetten. Zoo geeft hij nu reeds verscheidene jaren te Utrecht, en sinds kort ook te Leiden, college in de Gereformeerde dogmatiek, dat is leerstellige Godgeleerdheid, en de Gereformeerde wereldbeschouwing. Ook dat laatste is van groot belang, omdat in de Theologische wetenschap hier en in het buitenland allerlei geesten openbaar komen, die met Gods Woord geen rekening houden of als zij er rekening mede houden, afwijken van de leer der Vaderen. Wat is het nu van groot belang voor alle theologische studenten, maar inzonderheid voor jonge menschen uit onze kringen, dat zij bij allerlei geestesstroomingen, die aan de Academie hen dreigen te verzwelgen, vaste leiding hebben van prof. Visscher, die hen onderwijst in de grondbeginselen der Gereformeerde dogmatiek en bij wien zij met al hun vragen en kwesties om raad kunnen komen. Gelukkig zijn er ook nog andere professoren, die van Gereformeerde richting zijn, zooals prof. Severijn en prof. Noordtzij, maar die doceeren in andere theologische vakken. En daarom waardeeren wij hoogelijk, dat prof. Visscher, hoewel hij als gewoon hoogleeraar aftrad en zijn plaats ingenomen werd door prof. Severijn, dat onze Bond hem nog mocht behouden als buitengewoon hoogleeraar, om onze studenten inzonderheid in te leiden in de Gereformeerde beginselen en hun een Raadsman te zijn bij hun studie, zoowel te Utrecht als te Leiden. Daarbij zoekt hij den studenten belangstelling en kennis bij te brengen van de geschriften der reformatoren als Calvijn en van de Gereformeerde theologen uit den bloeitijd onzer Kerk."
Dirk bromde nu goedkeurend.
„En het Studiefonds van den Gereformeerden Bond, heeft Dirk daar nooit aan gedacht, als hij klaagt over weinig actie van den Gereformeerden Bond ? " vroeg baas Van Diggele.
Ja, daar wist Dirk van, zeide hij. Dat vond hij een goed doel, dat onbemiddelde studenten uit onze kringen, die roeping en lust gevoelden om predikant te worden in onze Ned. Hervormde Kerk, financieel gesteund werden. „Want", zei hij, „er is nog steeds een tekort aan jonge godvreezende dominé's, die in onze gemeenten het Woord recht snijden." En hij begreep, dat het bijzonder in dezen crisistijd voor vele gezinshoofden moeilijk zou zijn, alleen de financieele zorgen te dragen, om hun zoon voor predikant te laten studeeren. Ook vond hij het mooi, dat wanneer er geheel onbemiddelde jongelui waren, die roeping, lust en gaven hadden om voor predikant te studeeren, maar voor wie dat vroeger onmogelijk te bereiken was, nu een weg daarvoor geopend was, ook in onze Hervormd Gereformeerde kringen. Want hij wist blijkbaar, dat bij Modernen en Ethischen al lang fondsen daarvoor waren gesticht.
„Ja", zeg ik, „of dat zij oude fondsen in hun macht hebben weten te krijgen, die oorspronkelijk door erflaters waren gesticht, met de bedoeling, dat daar Gereformeerde studenten uit zouden studeeren.
Maar in den loop der eeuwen is daar de hand niet aan gehouden ; de Waarheid werd verwaterd, men zag in het woord „Gereformeerd" niet meer inhoud dan „niet Roomsch" en zoo zijn er tal van moderne predikanten in onze Kerk, die uit de baten dier fondsen hebben gestudeerd en de Kerk zoeken te maken tot een Vereeniging van „elk wat wils" ".
„Jij schijnt goed op de hoogte", zegt Dirk weer op zijn prikkelende manier, „maar wat zal ons Fonds nu baten, als er zoo nu en dan eens een dominé van onze richting door klaar komt ? "
„Daar heb je nu de gevolgen er van, dat ge nooit meer op de Bondsvergaderingen komt. Dirk", zegt baas Van Diggele, „want dan zoudt ge hebben gehoord, dat de laatste jaren elk jaar meer dan ƒ 20.000 wordt uitgegeven aan behoeftige Gereform. studenten en gymnasiasten. Dan kunt ge toch wel begrijpen, dat vele studenten gesteund worden, als voor eiken student de jaarlijksche steun loopt tusschen de ƒ 200.— en ƒ 700.—. Dat wordt nauwkeurig overwogen, zegt de Penningmeester, hoeveel ieder dringend noodig heeft. Ik heb onzen dominé, die ook in de Commissie voor het Studiefonds zit, hooren zeggen, dat er al tientallen van predikanten zijn in onze Kerk, die met meerder of minder steun uit het Studiefonds predikant zijn geworden. Maar ieder behoeft niet te weten, wie dat precies zijn. Dat vind ik mooi, dat die zaken niet aan de groote klok worden gehangen."
„Maar", zei Dirk, „komt dat nooit eens falikant uit met die jonge menschen ? Worden dat allen dan goed Gereformeerde predikanten, waar onze gemeenten wat aan hebben ? Ik meen, dat ik daar wel eens vreemde noten over heb hooren kraken", voegt hij er met een fijn lachje bij.
„Nu", zeg ik, „dat is geen nieuwe gedachte ; daar is in de laatste Bondsvergadering breedvoerig over gesproken. De Commissie heeft niet lachend, maar met droefheid dat feit erkend, n.l. dat zij een hoogst enkelen keer den steun heeft moeten intrekken, omdat zoo'n student van richting veranderde. Maar dit waren gelukkig hooge uitzonderingen. Dat zal trouwens wel niet geheel te voorkomen zijn. Niettemin, zij beloofde het toezicht te verscherpen en ik hoorde, dat prof. Visscher en prof. Severijn zijn uitgenoodigd, de Commissie-vergaderingen, waarin de studenten telkens worden opgeroepen, bij te wonen en van advies te dienen. Zij moeten reeds op een samenkomst met de studenten, die steun ontvangen, tegenwoordig zijn geweest. En prof. Visscher zal door een jaarlijksch tentamen onderzoeken, of de studenten met vrucht zijn colleges volgen.".
„Nu", zegt Dirk, „dat valt me genoeg mee; maar ik stap eens op, want het wordt etenstijd en ik moet vrede houden met moeder de vrouw."
„Wacht nog even", valt baas Van Diggele in, „want we zijn nog niet aan het eind over de actie van den Gereformeerden Bond. Er is ook nog een Evangelisatie-Commissie, die Gereformeerde Evangelisaties zoekt te stichten en te onderhouden in moderne streken van ons Vaderland. Daarbij denk ik in eigen gemeenten aan deAfdeelingsvergaderingen met hun lezingen over leerstukken der Waarheid en bespreking daarvan. Hetzelfde doel jagen de Geref. Mannenvereenigingen na, die in den laatsten tijd veel worden opgericht. Daarbij de Bonden van Nederlandsch Hervormde Jongelingsen Meisjesvereenigingen op Geref. grondslag. Knapen-en Zondagsschoolbonden op den zelfden grondslag, ze openbaren alle actie in onze Bondskringen. Moeten we daar ook niet eens over spreken ? En nog niet zoolang geleden heeft ook de Propaganda-Commissie van den Gereformeerden Bond haar werkzaamheden begonnen. Er is dus stof tot bespreking over, Dirk, als ge nog niet overtuigd zijt, dat de Gereformeerde Bond een nuttig werk verricht in onze Ned. Hervormde Kerk."
„Als ze het dan maar niet in eigen kracht doen", zegt Dirk, „want „niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden", zegt de Heere."
En meteen was hij de deur uit.
Ik kon niet nalaten, hem met ernst nog te zeggen : „Man, critiek in eigen kracht, is ook den Heere niet welbehagelijk. Wij moeten het allen er over eens zijn : „Uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen." En wie waarlijk God vreezen, kennen eigen nietswaardigheid, maar zullen belang stellen in en gaarne medewerken tot verbreiding en verdediging der Waarheid. Niet in eigen kracht, maar zóó, dat de Heere de kracht der waarheid in eigen ziel doet ervaren en hen dan ook als nietige instrumenten gebruiken wil en zegt tot hun ziel: „Mijn genade is u genoeg. Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht."
Zoo heb ik je het gesprek in de Schoenmakerij over den Gereformeerden Bond verteld. Denk er eens over na en schrijf me later je meening eens.
Als steeds je vriend Jan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

WAT DE GEREF. BOND WIL EN DOET

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's