De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

ONZE BELIJDENISSTRIJD.

9 minuten leestijd

Sinds de Doleantie is er in de Hervormde Kerk een groote groep van Confessioneele richting, vasthoudende aan onze Gereformeerde, kerkelijke belijdenisschriften gebleven en zij wenschen op de erve der Vaderen den Kerkstrijd voort te zetten. De Kerk wordt daar buiten de rij der menschelijke vereenigingen gesteld, zooals dat in onze belijdenisschriften uitgewerkt is. De Kerk is een planting Gods en niet het werk der menschen.
Van vrijzinnige zijde lazen we kort geleden wel „dat de orthodoxie haar gedachten aangaande de Kerk nog nooit duidelijk had te kennen gegeven" en „dat het Kerkbegrip der orthodoxie in geen enkele Protestantsche leer behoorlijk uitgewerkt is". Maar die vrijzinnige doctor in de theologie heeft dan zeker zitten slapen. Want vanaf Calvijn — om daarmee nu maar te beginnen — is er toch heel wat van orthodoxe zijde over de Kerk geschreven en in onze Drie Formulieren van Eenigheid is er ook wel wat over gezegd, gelijk men tot op vandaag druk bezig is over de Kerk te schrijven. Natuurlijk kan zoo'n vrijzinnige dominé zeggen : „dat is voor mij niet voldoende" — maar dan moet hij het aan de orthodoxie niet kwalijk nemen, als men daar z'n opmerking „dat het orthodoxe Kerkbegrip in geen enkele Protestantsche leer behoorlijk uitgewerkt is", met eenig schouderophalen voorbij gaat.
Onze Heidelberger Catechismus antwoordt op de vraag : „Wat gelooft gij van de heilige, algemeene Christelijke Kerk ? " als volgt: „Dat de Zone Gods, uit het gansche menschelijk geslacht Zich eene gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door 'Zijn Geest en Woord in eenigheid des waren geloofs, van het begin der wereld tot aan het einde, vergadert, beschermt en onderhoudt ; en dat ik daarvan een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven" (Zondag 21, Vr. 54).
In Zondag 48 wordt dan in verband met de tweede bede van het Onze Vader nog het volgende gezegd : „Uw Koninkrijk kome. Dat is : regeer ons alzoo door Uw Woord en Uwen Geest, dat wij ons hoe langer hoe meer U onderwerpen ; bewaar en vermeerder Uwe Kerk, verstoor de werken des duivels en alle geweld, 't welk zich tegen U verheft, mitsgaders alle booze raadslagen, die tegen Uw heilig Woord bedacht worden ; totdat de volkomenheid Uws Rijks kome, waarin Gij alles zult zijn in allen."
Wat er over de Sacramenten in onzen Catechismus gezegd wordt — ook nauw verbonden met ons kerkelijk leven ! — zullen we nu maar niet zeggen (de Modernen verschillen hierin in alles van de orthodoxie !), maar we willen nog even onze Nederlandsche Geloofsbelijdenis opslaan (al zegt de vrijzinnige, dat er nooit iets over de Kerk door de orthodoxie gezegd is, dat af is) en dan vinden we daar Art. 27, 28 en 29, die waarlijk nog al wat over de Kerk zeggen; terwijl dan in art. 30, 31 en 32 ook nog wel een en ander over de Kerk te lezen staat! Een afdrukje van die zes artikelen van de Ned. Geloofsbelijdenis aan de vrijzinnigen te zenden, zou wel aardig zijn. Hoewel we gelooven, dat het voor hen toch nog niet heelemaal voldoende zou zijn!!
Mogen wij artikel 27, handelend over „De Algemeene of Catlholieke Kerk", hier even overschrijven ? Dat bekende en beroemde artikel luidt aldus :
„Wij gelooven en belijden eene éénige Catholieke of Algemeene Kerk; welke is eene heilige vergadering der ware Christ-geloovigen, al hunne zaligheid verwachtende in Jezus Christus, gewasschen zijnde door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door den Heiligen Geest.
Deze Kerk is geweest van het begin der wereld af, en zal zijn tot het einde toe : gelijk daaruit blijkt, dat Christus een eeuwig Koning is, die zonder onderdanen niet zijn kan. En deze heilige Kerk wordt van God bewaard of staande gehouden tegen het woeden der geheele wereld, hoewel zij somwijlen een tijd lang zeer klein en als tot niet schijnt gekomen te zijn in de oogen der menschen. Gelijk Zich de Heere, gedurende den gevaarlijken tijd onder Achab, zeven duizend menschen behouden heeft, die hunne knieën voor Baal niet gebogen hadden.
Ook mede is deze heilige Kerk niet gelegen, gebonden of bepaald in een zekere plaats of aan zekere personen, maar zij is verspreid en verstrooid door de heele wereld; nochtans samengevoegd en vereenigd zijnde met hart en wil, in één en denzelfden Geest, door de kracht des geloofs".
Is het niet prachtig, heerlijk èn duidelijk ?
En dan nog een paar zinsneden uit Artikel 29. Daar lezen we :
„Wij gelooven, dat men wel naarstiglijk en met goede voorzichtigheid uit den Woorde Gods, behoort te onderscheiden, welke de ware Kerk zij ; aangezien dat alle secten, die hedendaagsch in de wereld zijn, zich met den naam der Kerk bedekken". „Het lichaam en de gemeenschap der 'Ware Kerk zal men hebben te onderscheiden van alle secten, die zeggen, dat zij de Kerk zijn".
„De merkteekenen om de ware Kerk te kennen, en deze : .zoo de Kerk de reine prediking des Evangelies oefent; zoo zij gebruikt de reine bediening der Sacramenten, gelijk Christus dezelve ingesteld heeft; zoo de kerkelijke tucht gebruikt wordt, om de zonden te straffen. In 't kort: zoo men zich aanstelt naar het zuivere Woord Gods, verwerpende alle dingen, die daartegen zijn, houdende Jezus Christus voor het eenige Hoofd".
Wanneer men deze dingen leest, dan kunnen wij ons niet begrijpen, dat er een vrijzinnige doctor in de theologie is, die schrijft „dat het Kerkbegrip der orthodoxie in geen enkele Protestantsche leer behoorlijk uitgewerkt is" (waarbij de nadruk waarschijnlijk dan vallen moet op dat „uitgewerkt"), en we zullen ons maar houden aan dat andere woord, dat hij tegelijk schreef, „maar het stelt toch altijd de Kerk buiten de rij der menschelijke vereeniglngen en stichtingen en koppelt haar vast aan een zekere belijdenis".
De Confessioneele richting in de Hervormde Kerk, die vasthoudt aan de belijdenis, wenscht op te komen voor het Kerkbegrip, dat in onze kerkelijke belijdenisschriften genoegzaam duidelijk is omschreven. En nu is het zoo pijnlijk, dat de vrijzinnigen, die principieel in deze met de orthodoxie verschillen, altijd maar — gedekt door onze ongelukkige besturenorganisatie, die voor knoeiers zoo uitnemend geschikt is — blijven beweren, dat ze eigenlijk in geest en hoofdzaak met de rechtzinnigen niet verschillen, dat ze eigenlijk dezelfde belijdenis voorstaan enz, enz. Ze weten beter. Ze weten, dat het eene met het andere onmogelijk is te vereenigen, dat de orthodoxie nooit deze verschillende gevoelens op één lijn kan stellen — en toch blijven ze het eischen van de rechtzinnigen en filosofeeren dan, dat zij eigenlijk de ware reformatorische beginselen hebben ! Maar dat aanvaarden we nooit en we „zullen hebben te onderscheiden het lichaam en de gemeenschap der ware Kerk van alle secten, die zeggen, dat zij de Kerk zijn", zooals Artikel 29 van onze Ned. Geloofsbelijdenis zegt, wat ook in deze aangelegenheid van de grootste beteekenis is !
Beginnen we met de Groningers of Evangelischen (zooals zij zichzelf 't liefst noemen, omdat ze zeggen het echte, zuivere Evangelie te hebben, in onderscheiding van de orthodoxen, die een vervalscht, althans onzuiver Evangelie bezitten !), dan zien we, dat ze aldoor zeggen met de belijdenis der Hervormde Kerk overeen te stemmen. En er is niets van waar.
De Groningsche hoogleeraren, die het tijdschrift „Waarheid in Liefde" (zulke menschen zijn altijd zoo „lief", alleen niet tegenover de orthodoxen !) in 1837 hebben opgericht (1837 — enkele jaren dus na de Afscheiding, waartegenover zij zich ook zoo bijzonder „lief" hadden gedragen !) beweerden, dat hun wetenschappelijke onderzoekingen (zulke menschen zijn altijd veel „wetenschappelijker" dan de orthodoxen !) hen heel andere dingen geleend hadden, dan de rechtzinnlge Kerkleer voorstaat. Maar hun conclusie was, dat zij veel meer „Hervormd" waren en veel juister de reformatorische beginselen voorstonden, dan de orthodoxen.
We willen nagaan wat daarvan waar is.
(Wordt voortgezet).

WAAROM CONCENTRATIE VAN SCHOLEN ?
Onder de Openbare Scholen is groote opruiming gehouden, en terecht. Het is meer dan erg, dat er in de steden en op het platteland, door de Gemeentebesturen veelszins zoo roekeloos met de financiën is omgesprongen, niet zelden uit haat tegen het Christelijk Onderwijs. Men was niet bezorgd over goed volksonderwijs, want dat werd en wordt gelukkig op de Bijzondere Scholen, op onze Scholen met den Bijbel, óók gegeven. Maar men wilde met alle geweld de Openbare School handhaven, 't Was geen liefde voor het kind en voor het onderwijs van het kind, maar men wilde met alle geweld, dat er Openbare Scholen zouden zijn en men bouwde in steden maar raak en op het platteland moesten óók overal Openbare Gemeentescholen zijn. Dikwijls paleizen in de stad en prachtscholen op het platteland. Totdat de huidige crisis kwam en de Gemeentebesturen moesten opruiming houden (ook al had de Minister niets gedaan, zou dat gebeurd zijn). Zoo zijn er 300 a 400 Openbare Scholen gesloten en het kon best, want de kinderen waren weinig in aantal.
Uit wraak wil de actie voor de Openbare School nu, dat er voor elke Openbare School die verdween, ook een Christelijke School zal worden opgeruimd. Maar die eisch is een eisch der wrake, niet van gerechtigheid en waarheid. Want er is bij het Bijzonder Onderwijs, bij onze Scholen met den Bijbel, een geheel andere toestand dan door de veelszins dwaze ijver der Gemeentebesturen bij het Openbaar Onderwijs. Bij de Christelijke Scholen zijn die overtollige gebouwen niet. En omdat de omstandigheden anders zijn en zéér verschillen, moet men hier niet beide takken van onderwijs over één kam scheren. Men wil kennelijk wraak oefenen. Men wordt onbillijk en onrechtvaardig in z'n protesten en eischen. Het wordt nu, dat men de vrijheid van het Bijzonder Onderwijs In strijd met de pacificatie aan banden wil leggen. En dat mag niet.
Wij vertrouwen dat onze Regeering dat voelen zal, hoe onrechtvaardig op vele schreeuwerige vergaderingen van Openb. Onderwijzers eischen worden gesteld.
Alleen wanneer concentratie van Christelijke Scholen noodig en mogelijk is om werkelijk tot bezuiniging te komen, mag en moet de Regeering er op aandringen en dan moeten de Schoolbesturen er ook ernst mee maken. Dan moet men probeeren moeilijkheden te overwinnen. Om 's lands financiën te helpen, om ons volksleven niet onnoodig te bezwaren. Maar men moet maar niet om concentratie roepen enkel en alleen omdat men het Christelijk Onderwijs dwars wil zitten. Schreeuwers maken dikwijls groot misbaar om indruk te maken en vrees aan te jagen. Maar dien weg moeten we niet op. We moeten 't hoofd koel houden en ons niet uit 't veld laten slaan.
Maar waar onze Schoolbesturen voelen dat bezuinigd kan worden, moet men ernst maken met de dingen. En dan moeten we elkander als Christenen helpen en 'bijstaan ! De tijden zijn ernstig genoeg om ons te beraden wat wij doen kunnen, om zoo zuinig mogelijk te leven op Onderwijsgebied.
De Heere zegene onze Scholen met den Bijbel in deze moeilijke tijden en Hij geve, dat er nog veel zegen van onze Christelijke Scholen mag uitgaan voor het opkomend geslacht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's