De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

12 minuten leestijd

Lichtelijk is het u ook wel eens opgevallen, wanneer ge op een of andere jaarvergadering van een vereeniging het verslag zaagt uitgebracht door den penningmeester, dat het bijna, strijk en zet, uitkwam op een halve cent. Dat halve centje was een blijk van de nauwgezetheid van het gehouden beheer. Hieruit kon een ieder opmerken, dat hier op de kleintjes werd gelet. Zoo was het voorheen.
Daar liggen ook jaren achter ons, nog niet zoo heel lang geleden, dat deze stationaire sluitpost van een halve cent voor goed tot het verleden scheen te behooren. Het Rijk ging hierin voor. Van de hoogere colleges was n.l. het sein gegeven, met die gebrokene munt maar niet langer te rekenen. Dit leverde meer last op dan bate. Dat halfje daar had men niets aan.
'k Vrees, dat hierin op den duur ook wel weer wijziging zal worden aangebracht. Want zijn daar tijden geweest, dat men zoo goed als nooit een halve cent meer tegen kwam, en de vraag vaak werd gedaan, waar al die halfjes waren gebleven, nu komen zij van alle kanten weer aanrollen. In de laatste weken is mij de eer meer dan eens te beurt gevallen om een enkel pakje te openen, waarin zij in hoopjes naast elkander lagen verpakt. In één week kreeg ik voor de Gereformeerde Zendingsbond 1300 van eene verzamelaarster, en voor de beide fondsen van den Gereformeerden Bond twee zendingen, één van 1200 en één van bijna 500. Dit is dunkt me overtuigend genoeg.
Het kleine komt weer in eere.
Het kleine mag wederom worden meegeteld. Dat ik me hierover verheug, zal u niet verwonderen. Immers leert de ervaring aller eeuwen, dat wanneer alleen met het groote, het machtige, het imponeerende wordt gerekend, veel wordt uitgeschakeld, dat tezaam geteld en gewogen van niet minder beteekenis blijkt, dan dat z.g.n. groote en machtige. Vele kleintjes maken toch ook één groote. En wat evenmin uit het oog mag worden verloren, wie zal eigenlijk bepalen wat groot is en machtig ?
't Is heelemaal niet naar de H. Schrift. Hier staat toch duidelijk genoeg aangegeven, hoe de Heere doet. Hij zegt: „Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden."
Is het eenige, dat waarlijk groot mag worden genoemd, 't Koninkrijk Gods, niet vergeleken bij een mosterdzaadje ? Om het voorbeeld bij uitnemendheid u voor te leggen: kwam de Allerhoogste Gods niet in de schamelste woning als een hulpeloos wicht in menschelijk vleesch ? De Eenige, Die groot mag worden genoemd, kwam als de kleinste onder de kleinen.
Dus dat opzettelijk verwaarloozen van het kleine hoort heelemaal niet thuis bij en tusschen wat uit het Woord des Heeren leeft.
't Kan dan ook niemand vreemd aandoen, dat de jaren, welke kort achter ons liggen, waarin zich dit verschijnsel voordeed, van opzettelijk negeeren van het kleine, niet tot de meest gelukkige jaren mogen worden gerekend, welke de wereld heeft doorgemaakt.
't Was rijkdom in schijn, in wezen vergulde armoe.
't Was grootheid in vorm, in werkelijkheid zoo kinderachtig klein, zoo bedroevend klein, dat de vraag gewettigd blijkt: is er wel een kleiner tijd aan te wijzen ? 'De hartstocht regeerde, doch geenszins het verstand, om van verstand met goddelijk licht bestraald, te zwijgen. Bange tijden, niet minder bang dan die van het heden, 'k Zou zelfs een krasser woord durven bezigen : „onze dagen zijn veel nuchterder dan die achter ons liggen, en daarom minder angstwekkend. Zou de vergelijking hier niet van pas zijn, dat de wereldaanblik van wat nu pas achter ons ligt, deed denken aan een geblinddoekte schare, die voortgedreven werd door een ijdele waan van steeds grooter en machtiger en rijker te zullen worden, terwijl de wereld onzer dagen u plaatst voor de nuchtere werkelijkheid : „er is van alle kanten nood".
Uw rijkdom was denkbeeldig.
Uw grootheid een droom.
Wanneer ons de oogen hiervoor geopend zijn geworden, wordt het kleinste weer groot en stemt het geringste ons tot dank. Zoo moet het onder ons zijn. In dezen weg richt ons oog zich naar Boven en buigt zich onze knie gereedelijk.
Geve de Genadevolle uit den hemel ons dit in werkelijkheid te beleven : God wederom te erkennen als de Eenige, Die groot is, groot in alles, in het tijdelijke en in het eeuwige.
Ge zult na deze ontboezeming wel eens willen weten, hoe wij het in deze laatste weken hebben gemaakt. Is er ook iets van belang ingekomen? Iets groots, bedoelt ge, niet waar ?
Nu, dan houd ik me aan mijn inleidend woord: ik heb veel kleine, d.i. groote, posten te verantwoorden. Daar staan posten tusschen, welke mij hebben ontroerd, wellicht zullen zij dit u ook doen.
Na de laatste verantwoording was het weder een van de eerste posten, die inkwam, vandaar dat ik deze ook laat voorop gaan.
1. Deze is met een rouwrand omtrokken ƒ1.— 't Gold hier de contributie van een onzer leden in onze Oost-Indische bezittingen, n.l. van wijlen ds. P. A. Binsbergen, tot voor kort predikant aldaar. Hij is 24 October afgelost door zijn Zender van zijn post, waarop hij kennelijk met zegen had gewerkt de laatste jaren van zijn leven.
't Trof me te meer, waar wij in het begin van October nog door een der vooropstaande leden van de kerk in Makasser, thans met verlof alhier, een verslag was gedaan van den arbeid van ds. Binsbergen aldaar. Dag en nacht gaf hij zich aan dit alleszins moeilijk werk. Met grooten zegen, inzonderheid voor de inlandsche Gemeente werd dit werk bekroond. Een van de eilanden, vlak in die buurt, zou daarvan kunnen getuigen. Wij gedenken hem met groote erkentenis, en bevelen zijn achterblijvende echtgenoote en kinderen Gods groote genade en onwankelbare trouw.
2. Uit de collecte van de Julianakerk alhier kwam voor onze fondsen van N. N. „ 10.—
3. Te Zeist werd voor onzen Bond een spreekbeurt geleid door ds. Pott van Kralingen. De collecte hier gehouden bracht op „ 27.—
4. Evenzoo sprak voor onzen Bond te Ermelo ds. van Amstel van Voorthuizen. De collecte met nagift bracht hier op „43.— 5. Voor hetzelfde doel leidde ds. Mulder van Hoevelaken een spreekbeurt, waarbij gecollecteerd werd „20.— Voor elk dezer gehouden spreekbeurten zeg ik zeer vriendelijk dank.
6. Door ds. v. d. Snoek te Veenendaal kreeg ik van S. te Maarssen „ 0.50
7. Vanuit Ouderkerk a.d. IJssel kreeg ik als nagekomen contributie „ 2.50
8. Uit de collectebus van Schelluinen zond mij ds. Bolkestein aldaar „ 2.50
9. Ds. van Grieken, onze voorzitter, deed me als jubileum-gave uit Rotterdam geworden van mej. N. N. „10.—
10. De afdeeling Dordt zond me als contributie van de afdeeling aldaar „25.—
11. Te Waddinxveen is door ds. Koolhaas van Charlois een spreekbeurt gehouden, waarbij de collecte niet minder opbracht dan „ 58.20 'k Ben zeer erkentelijk voor deze blijken van medeleven.
12. Het busje van mej. Bijleveld alhier leverde ditmaal op „ 2.—
13. Door ds. van Hof te Delfshaven kreeg ik van J. v. G. voor de fondsen „ 1.—
14. Uit 'Zaamslag kreeg ik door M. Verhulst aldaar van een onzer vrienden, die onbekend wenscht te blijven, ƒ 7.50 voor onze beide fondsen en ƒ2.50 voor de Evangelisatie-Commissie „ 10.—
15. Bij de spreekbeurt gehouden te Oudewater, waarbij ds. Bartlema van Zeist voorging, bracht de collecte op „21.—
16. De heer W. Renden te Batavia zond met zijn abonnementsgelden voor 1935 voor het Studiefonds 1 gulden „ 1.— 17. Als contributie van de afdeeling Soest werd me toegezonden „ 35.25
18. Door den Kerkeraad van Rotterdam kreeg ik van een 80-jarige 5 gulden voor opleiding tot den Dienst des Woords „ 5.— 19. Door ds. van Dorp te 's-Hage van N. N. 1 gulden, gecollecteerd voor 't Leerstoelfonds op zijn Bijbellezingen en 1 gulden van N. N. voor de beide fondsen „ 2.— 20. De collecte gehouden te Hoevelaken, waarbij voorging ds. Klomp te Ede, bracht op „ 22.05
21. Van mej. Dien Brouwer te Waddinxveen kreeg ik een pakje met 1200 opgespaarde halve centen „ 6.—
22. Evenzoo uit S. van den heer O. 469 halve centen en 1 kwartje „ 2.59 'k Was met beide giften niet minder blij, dan met iets wat voorging, volgde. Mijn zeer hartelijken dank.
23. Te Sluipwijk heeft ds. Vroegindeweij van Waddinxveen een spreekbeurt geleid. Hierbij werd gecollecteerd „ 17.52 24. Door ds. van Hof te Delfshaven kreeg ik nogmaals een gift, thans van H. B. „ 5.— 25. Van mej. N. N. alhier kreeg ik de maandelijksche gift van „ 2.50
26. Mej. B. alhier zond me evenzoo „ 2.50 27. De heer P. v. d. Berg te Aalst bij Eindhoven zond me aan contributie „ 1.50
28. Door ds. V. d. Kooij te Maarssen kreeg ik van N. N. voor de beide fondsen ieder een rijksdaalder, samen „ 5.—
29. Door ds. Heijer te Vlaardingen werd me toegezonden 10 gulden als deel van een gift, gecollecteerd op 1ste kerstdag in de Nieuwe Kerk aldaar, bestemd voor 't Studiefonds „ 10.—
30. Uit de collectezak van de Nic. Kerk onder letter M. v. H. en H. J. T. voor de fondsen „ 3.—
fondsen „ 3.—
31. Uit zijn catechisatiebus zond ds. Vroegindeweij te Zegveld voor onze fondsen „ 5._
32. Bij mij aan huis werd door N. N. bezorgd, uit naam van zijn zuster, „ 3.— Zij meenden, dat ik dit best voor onze fondsen kon gebruiken. Nu, hierin vergisten zij zich niet. 'k Dank deze vrienden recht hartelijk.
33. Het busje van den heer J. van Klaveren te Leiden blijkt niet onvruchtbaar. 't Bracht deze keer op niet minder dan ƒ 18.08. Hierbij was gevoegd ƒ 1.25 als gecollecteerd bij een spreekbeurt voor de Zending, waarbij voorging Zendeling Pol.
Samen „ 19.33 Zeer veel dank. 34. De heer H. V. v. d. Marel te Katwijk aan Zee zond mij 40 gld., welke som hem ter hand was gesteld als volgt:10 gld. voor het Studiefonds, 10 gld. voor het Leerstoel­ fonds, 10 gld. voor de Medische Dienst op het Zendingsveld. „30.—
Voor elk dezer posten ben ik zeer gevoelig. Ook de laatste. De vorige week kreeg ik van mijn jongen uit Rante-Pao op Midden-Celebes een schrijven, waarin hij melding maakte van een groote toevloed naar het Ziekenhuis. Voor even meer dan de helft der aanwezige patiënten waren er slechts bedden. Dus hier is ook geenszins hulp overbodig. Wij zeggen voor deze hulp uit Katwijk ook zeer hartelijk dank.
35. Op de Ringvergadering van de Ned. Herv. Meisjes ver. te Bodegraven, te Gouda en te Sluipwijk, gehouden te Sluipwijk, heeft men voor onze fondsen gecollecteerd. De opbrengst bedroeg „ 4.30
'k Ben hoogst erkentelijk voor deze vriendelijke hulp. Zij hebben hiermede een voorbeeld gegeven aan andere zustervereenigingen.
36. Van eigen Gemeente kreeg ik nog van een catechisant de inhoud van zijn busje, waarbij was gevoegd de collecte. Oudejaarsavond, Herv. Geref. Jeugdverband. Tezamen „ 7.02
Mijn zeer vriendelijke dank voor beide. Het sluitstuk wordt gevormd door de zending van een onzer oud-alumni, van 100 gulden. „ 100.—
Met deze laatste post ben ik ten zeerste verblijd, 'k Vertrouw, dat wat verleden jaar zoo kostelijk is ingezet, ook nu zal worden vervolgd door meerderen, 'k Wil me niet ontveinzen dat ik er al naar had uitgezien.
Alles tezaamgeteld bedraagt wat inkwam niet minder dan f 513
Utrecht Ds. J. G0SLINGA.

EVANGELISATIE-COMMISSIE VANWEGE DEN GEREFORMEERDEN BOND.
Ontvangsten over December 1934.

Collecten: Ned. Hervormde Kerk te Barneveld ƒ 66.40 Ned. Hervormde Kerk te Onstwedde „ 120.71 Kerstcollecte Ned. Hervormde Kerk te Ouderkerk a/d IJssel „ 75.70 Kerstcollecte Ned. Hervormde Kerk te Sluipwijk „ 28.— Samen..../ 290.81
Giften :
Door ds. A. C. Enkelaar te Hasselt, gift van N. N ƒ 5.— Door ds. M. van Grieken ƒ 5.— van N.N. te Delft en ƒ 2.50 van mej. K. te Rotterdam „ 7.50
Van N. N. te Onstwedde „ 2.— Door ds. Van Asch te Wierden, gevonden in de collecte „ 10.—
Door J. Overeem, diaken. De Bilt, uit het fonds voor Chr. Belangen „ 10.— Door ds. Van Amstel te Voorthuizen, uit de catechisatiebus , 5.— Door ds. Van der Wal te Dirksland, uit de catechisatiebus „ 6.50
Door ds. Van Ginkel te Gouda, van een gift van ƒ 40.— „ 10.— Door ds. Vroegindeweij te Waddinxveen, uit de catechisatiebus „ 2.50 Van den heer C. M. te A „ 5.— Door ds. De Geus te De Bilt, dankoffer voor bedanken voor het beroep naar Westbroek „ 3.—
Door ds. Vreugdenhil te Gorinchem, gevonden in de collecte „ 10.— Van K. S. te K „ 5.— Door H. Schilperoort, diaken te Dinteloord, gevonden in de collecte „ 2.50 Door ds. Van Dorp. Gift van N.N „ 1.— Van mej. A. C. v. S. te Z „ 2.50 ƒ 87.50 Het totale bedrag der ontvangsten vormt de som van ƒ 378.31.
Met groote dankbaarheid maak ik de verantwoording over de laatste maand van mijn boekjaar gereed. Het is een mooi sluitstuk. Ondanks de drukkende tijden, wordt ons Evangelisatiewerk niet vergeten. Ik mocht een zeer mooi bedrag aan collecten ontvangen, terwijl ook giften van alle zijden mij werden toegezonden. Ik kan u de verzekering geven, dat met mij zich ook ten zeerste verblijden de Evangelisten, die op onze posten arbeiden, en de Besturen der Evangelisaties, die met zoovele financieele moeilijkheden te kampen hebben. Als na afloop van een maand mijn financieel verslag weer verschijnt, vliegen hun argusoogen de kolommen van „De Waarheidsvriend" door om den stand der inkomsten te weten te komen, want 't is toch eigenlijk hun zaak. De gevers en geefsters mogen zich verzekerd houden, dat door hun bijdragen, die deze maand zoo mild hebben gevloeid, de aangezichten van velen met een glans van blijdschap en dankbaarheid zullen overtogen worden.
Zooeven schreef ik neer, dat de ontvangsten, die ik te verantwoorden heb, eigenlijk de zaak der Besturen onzer Evangelisaties is. Ik wil hierop even terugkomen, omdat dit slechts ten deele waar is. Onze Evangelisaties zijn toch maar middelen tot uitbreiding van Gods Koninkrijk. Daarom is al ons werk daarvoor Gods zaak, zoowel van mij, die ontvangsten int, als van u, die mij zeidt en als van de Evangelisaties, die rechtstreeks het Woord Gods brengen. En terwijl het Gods zaak is mag ik steeds met vrijmoedigheid bij u allen aandringen op afzondering uwer gaven voor dit goddelijke doel.
Moge de Heere uwe harten neigen.
Met hartelijken gevers. dank aan alle geefsters en gevers.
De Penningmeester van de Evangelisatie-Commissie,

Ds. A. LUTEIJN.

Onstwedde, Januari 1935. Gironummer 142400.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's