De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
Met dit antwoord, op sarkastischen toon gesproken, werd de wangunst van Trui nog grooter. Wel zeker, dat was noodig, zoo'n oude heks, die nog nooit iets anders in de wereld gedaan had dan kattekwaad, pensioen, met voorbijgang van anderen, die dubbel en dwars verdiend hadden op hunnen ouden dag te worden geholpen en die niets kregen. Een mooie wet ! En dan op een leeftijd die ondersteuning toegezegd, waarop je alle kans hadden al lang dood en begraven te zijn. Als dat nu Christelijk was ! Maar zoo ging het altijd in de wereld : de paarden die de haver verdienden kregen deze niet. Doch zij liet het er niet bij zitten. Zij niet, en de andere misdeelden ook niet. D'r zou vast oproer in het land komen over zoo'n groote onrechtvaardigheid jegens de arme oude menschen bewezen, maar van zélf, niemand die zich het lot dezer ongelukkigen aantrok.
In dien geest had Trui staan opscheppen en heel Lombok bij eengehaald, terwijl Ka maar stil in haar eentje zat te lachen, omdat zij anderen nu vooruit was. Tot er plotseling een eind aan de scheldpartij kwam door de verschijning van de dokter, die zijn patiënt nog eens bezoeken ging.
„En weet je nu wel, aan wie je voor een groot deel de beterschap te danken hebt ? " — vroeg hij, toen het laatste recept geschreven was.
„Aan dokter" — zei Ka deemoedig, denkende dat zij daarmede in de juiste richting was.
„Neen ; aan je buurvrouw, die je bij dag en bij nacht zoo verzorgd heeft en die je daarom wel eens extra dankbaar zijn moogt."
„Ja, dokter, buurvrouw Gretske is zoo'n beste vrouw ! Als ik die niet bij mij had !"
„Stel het dan op prijs vrouwtje, ook als je straks weer met de bende op-en uitgaat, en zorg er dan voor dat het leven van Gretske niet noodeloos verpest wordt."
„'k Zal er voor zorgen, dokter" — teemde Ka. Maar toen hij het volgend oogenblik weer uit het gezicht was, kreeg haar gelaat een heel andere uitdrukking. Waar zulke heeren zich al niet mee bemoeiden. Nu ja, zij zou Gretske niet lastig vallen, maar het zou ook al wat wezen een ziek mensch bij te staan. Dat hoorde dan toch ook zoo, vooral van lui, die vroom wilden zijn. Gretske had hier wel diensten gedaan, meer dan iemand anders, want allen hadden haar aan haar lot overgelaten, maar daarom wilde zij nog niet „fijn" worden. Als zij straks heelemaal weer klaar was, en voor de eerste keer zélf van het postkantoor haar pensioentje ging halen, dan zou zij buurvrouw eene kleinigheid koopen bij wijze van cadeautje, en dan waren zij daarmede kiet. Wat die anderen betrof, zeker zouden zij allen wel bijdraaien, vooral wanneer zij merkten, dat Ka geld had. Zoo dacht zij en voor de rest waren er geen zorgen meer. Geen wonder dus ook dat op de vraag van Gretske of zij den dominé ook eens bij zich verlangde, haar antwoord ontkennend was. Zij was bang van dominees als men ziek was, en vreesde dat een mensch dan veel spoediger dood ging wanneer deze geroepen werden.
Toen voelde Gretske dat het alleen de vrees was geweest welke Ka in het uur van benauwdheid had uitgedreven naar den Heer, en dat alle goede indrukken weer verdwenen waren, nu het leven opnieuw toelachte.
Nog eenmaal had de dominé haar bezocht. Ditmaal voornamelijk om haar een heelen Bijbel te brengen, opdat de gansche H. Schrift in haar bezit zou zijn. En weer stonden de buurtjes gereed om nauwkeurig op te letten hoe lang het bezoek duurde en maakten allerlei gissingen over hetgeen thans besproken werd. Ditmaal was Gretske niet zoo verlegen als de vorige keer. Zij wist nu dat de dominé ook maar heel gewoon met haar sprak en bovenal, dat hij een boodschapper van goede tijding was, die haar berichten bracht uit een andere wereld, en van zeer heerlijke dingen getuigde.
„En hoe maakt de buurvrouw het ? " vroeg hij na eenigen tijd, vooral om te vernemen of hij daar ook verwacht werd.
„Och, ik vrees dat het weer geheel het oude wordt, dominé", — zei Gretske.
„De slag dus vergeten, nu de roede is afgetrokken, en dat op zulk een leeftijd ? "
„Maar dat heeft een mensch ook niet van zich zélf, dominé, " — vervolgde zij. En dat was zoo.
Neen, dat had hij juist niet van zich zelf, en al zijn goede voornemens en plechtige beloften, in tijd van nood vaak uitgesproken, 't bleek maar al te vaak ijdel te zijn, zoodra het gevaar geweken was. De vernieuwing van het hart was een arbeid, die van binnen plaats greep en alleen door den Geest des Heeren kon geschieden. Had hij in dien geest onlangs ook niet met den dokter gesproken ? En dat was de ervaring van elk, die zich zélf had leeren kennen.
„En spreekt ge nog wel eens met haar over de eeuwige dingen, Gretske ? "
„Als het te pas komt, dominé, maar nu zij weer beter wordt, heeft ze mij niet meer noodig en mijdt alle gesprek over het dienen van God."
„'k Wil haar toch eens opzoeken, " — sprak hij, na eenigen tweestrijd, en de daad bij het woord voegende stond hij op, om na een handdruk bij de woning van Ka aan te kloppen. Maar deze had dit vermoed. Vlug was de grendel op de deur geschoven en toen langs anderen weg het huis verlaten, om nu bij „de Scheele" achter het gordijn af te wachten wat er verder gebeuren zou. Eindelijk, daar kwam de dominé bij Gretske weg. Voorzichtig gluurden twee paar oogen door het raam om te zien waar hij heen ging. Ja, daar was het al zoo. Dat zou maar regelrecht naar Ka. Maar dat was mis. De vogel was gevlogen. „Neen dominé, trek maar niet zoo aan de deur en kijk maar niet zoo in het raam, want Ka is er niet en de deur blijft gesloten !" Toen begreep hij niet welkom te zijn en ging met een zucht verder, „'k Feliciteer je, oude, prachtig de dans ontsprongen !" — zei de Scheele en hartelijk werd er gelachen om het feit dat men een dominé den bons gegeven had. Doch Gretske moest het óók weten, dat zij zulke kunsten niet meer behoefde uit te halen en niet denken moest dat men op Lombok plan had vroom te worden, omdat zij dit nu eenmaal was.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's