GRETSKE „DE FREULE"
EEN LEVENSTRAGEDIE
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
Als Ka haar dit niet zeggen durfde, dan zouden de anderen het wel doen. In elk geval, daar moest aan deze dweeperij een einde komen. Die zwartrokken pasten niet in deze buurt. Elk op zijne plaats. Zij maakten het den dominé niet lastig in de kerk, en dan behoefde hij hun leven hier niet te vergallen, 't Beste zou wezen dat men er maar eens weer een vroolijk avondje over heen nam en het slot van het gesprek werd het besluit, dat als de eerste centen van het pensioen gebeurd werden, bij Ka een fuif zou worden gehouden, mede ter eere harer beterschap, — zooals „de Scheele" zei.
Daarop wipte Ka nog even bij Gretske aan. „Hoor eens, buurvrouw, 'k vind het heel aardig van je, dat je mij toen ik ziek was, zoo vaak hebt opgezocht en daar dank ik je voor, maar je moet mij den dominé niet op het dak sturen, want daarvan ben ik niet gediend. Wij zijn in een vrij land en ieder kan gelooven wat hij wil, maar ik moet er niks van hebben, en wil ook door anderen daarmede niet lastig gevallen worden. Nu weet je het maar !"
Verbluft hoorde Gretske die woorden aan. Was dat diezelfde vrouw, die kort geleden, toen de dood aan hare vensters klopte, zoo'n begeerte scheen te hebben, om met God verzoend te worden ? Geen woord kon zij uitbrengen, maar in haar oog lag iets smartelijks, evenals voor jaren, toen vrouw Grondsma voor haar den blik had neergeslagen, omdat zij voelde dat er onrecht gedaan werd. 't Was wel waar zooals het Boek het zeide, dat het hart van den mensch onbekeerlijk is, en alleen verbroken kan worden door de kracht Gods. En opnieuw gevoelde Gretske, dat zij naar den mensch gesproken, hier geheel alléén stond. en van niemand eenige vertroosting te wachten had. De wereld begreep haar niet, en kon niet komen in haar zieleleven, maar daarom was zij hier ook als een vreemde die door niemand verstaan werd.
Niettemin was dit woord voor haar een geweldige teleurstelling. In stilte had zij niet alleen gehoopt, maar ook herhaaldelijk gebeden, of de Heere haar gebruiken wilde als een middel ter bekeering van anderen en waar de heele buurt haar als een vrome beschouwde die anderen ook vroom zocht te maken, had haar dit onwillekeurig gesterkt in de overtuiging, dat daar hare roeping lag. En nu was dit de uitkomst. In plaats van een dankbare erkenning van de uitredding Gods, een nieuwe verbittering, niet alleen tegen haar, maar óók tegen den Heere en Zijnen dienst. Had zij daarvoor nu zich bij dag en bij nacht opgeofferd, en was dit nu haar loon ?
Zoo mijmerde Gretske, toen zij weer alleen was, en even daarna met hare korven aan het juk, in gebogen houding over den weg liep. Waarom kwam buurvrouw Ka nu niet tot het geloof, waar zij toch zóó haar best op gedaan had ! Doch even daarna kwam er óók iets anders op in haar hart. Ging het nu met haar zélf wel goed ? Was zij niet bezig, zich op een voetstuk te plaatsen en te meenen héél wat te zijn ? Kwam het duiveltje van den hoogmoed daar binnen, onder haar jak, geen woning maken, om haar in te fluisteren dat zij veel beter was dan de anderen, en was zij niet aardig op weg te meenen, dat zij iets heel bizonders was ?
„Gretske, Gretske !" — zoo sprak zij tot zichzelf — „wat ben je bezig om van je zelf iets te maken, en te vergeten dat het God is, die alles alleen doen moet om een zondaar te behouden, onverschillig wie hij is, en ook in eigen hart bewaren moet wat Zijne genade er eens tot stand bracht". Goddank, zij zag de strik die haar gespannen werd, niet in de eerste plaats door menschen, maar veel meer nog door hem, die nu eens als een brieschende leeuw rondgaat, zoekende wien hij zou kunnen verslinden, maar bovenal als een Engel des lichts zich aan de kinderen des Koninkrijks voordoet, om deze te verleiden en af te trekken van God en Zijnen dienst.
En opnieuw begreep zij, hier een les van Boven te ontvangen, om niets te zoeken in zichzelven, maar „need'rig, kinderlijk en stil, zich te voegen naar Gods wil".
„En wat zegt u nu van mijn volkje op Lombok ? " — Met die vraag kwam de dokter op een later bezoek aan de pastorie den dominé tegen. Natuurlijk had hij al lang gehoord van het opzienbarend feit, dat een predikant in die beruchte en verdachte buurt een bezoek had afgelegd. Dat was in de deftige kringen een onderwerp van gesprek geworden en vooral de dames hadden zich op hunne theevisites daaraan geërgerd, 't Kwam niet te pas voor den dominé, zich zóó te verlagen en met allerhande volk zich af te geven. Men kwam toch ook niet bij hem in de kerk en hij moest er ook rekening mee houden, dat er anderen waren, die zooiets niet hebben konden. Mevrouw zou ook het land wel hebben, omdat zij altijd zulk een deftige dame was, nooit uit den vorm kwam, altijd tegenover elk den afstand te bewaren wist en in alles zeer correct, 't Zou wellicht ook onder den invloed van den dokter gebeurd zijn, die in den laatsten tijd maar wat druk naar de pastorie liep en het van zelfs niet hinderde dat dominé in opspraak kwam, omdat hij zelf niet kerksch was. Men wilde geen ruzie met hem hebben en het moest binnen de muren blijven, omdat men in tijd van nood om den man verlegen kon worden, maar het kwam eigenlijk niet te pas, dat zoo'n ongeloovige den drempel van de pastorie zoo zwart liep. Ongetwijfeld zat daar wat anders achter, dat vroeg of laat wel aan het licht zou komen
Zóó werd gesproken en geoordeeld, en niemand scheen te kunnen komen in de meer edele motieven, die hier tot handelen hadden aangedreven.
„Wat ik er van zeg ? Dat het niet gemakkelijk te bereiken is, ten minste niet voor een dominé, en men daar meer eerbied voor uwe medicijnen heeft, dan voor mijn woord. Getuige maar de gesloten deur van Ka".
Van dit laatste had de dokter nog niet gehoord, maar dat had je nu van zulk „canaille", zoo hij het noemde.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's