De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

15 minuten leestijd

PERSSTEMMEN.
De verwerping van het Reorganisatie-Ontwerp 1)

In telegramstijl willen we hier laten volgen enkele „Persstemmen".
PROF. LINDEBOOM van Groningen schrijft in „Kerk en Wereld" (Vrijz. Herv. Orgaan): »Een van de belangrijkste besluiten van den laatsten tijd. 5 jaar geleden, ook op 9 Januari, voorstel van „Kerkherstel" verworpen en niet aan de Kerk voorgelegd. Nu het voorstel van „Kerkopbouw". Het eerste was een verademing voor de vrijzinnigen en ook voor vele rechtzinnigen 't Beteekende blijdschap over onze geheele linie Dat is nu niet het geval. Wij betreuren de gevallen beslissing ten zeerste. Op onze Algem. Vergadering te Alkmaar was een belangrijke meerderheid, die dit voorstel althans aan het oordeel der Kerk had willen onderwerpen. De tegenstemmende Synode-leden der linkerzijde hebben wel groote verantwoordelijkheid op zich geladen ! O.i. hebben zij het belang der Vrijz. Hervormden niet op de juiste wijze ingezien. De tegenstemmende Walen zullen aan die belangen zelfs niet gedacht hebben ! Wij betreuren deze beslissing zoowel voor de Kerk als voor onze beweging. Voor de Kerk was een weg om uit vele moeilijkheden te komen ; om door samenwerking van recht-en vrijzinnig uit het moeras te geraken. De Kerk had hier iets zeer belangrijks kunnen doen. De President heeft gezegd, dat men vooral niet moet denken, dat de Hervormde Kerk niets doet. En hij sprak van „Valkenheide" (n.b. 25 jaar geleden opgericht), van „Stockholm" ('t zenden van een paar afgevaardigden), van den „Raad der Kerken" en nog een paar van die grootheden. Maar men zou er waarlijk nog wel wat bij kunnen hebben ! Er is toch waarlijk zoo iets als een innerlijke nood der Kerk. Maar niet alleen voor de Kerk betreuren wij de beslissing, ook voor onze beweging, 't Kan nu gebeuren, dat er verder „niets" gebeurt. Dat beteekent dan voor ons : een voortzetten van den uitputtenden defensieven strijd in geblokkeerde posities. Aantrekkelijk is dit vooruitzicht niet. Er kan ook iets anders gebeuren, en dat is, dat „Kerkherstel" terugkomt met een voorstel. Want dat men den reorganisatie-voorstanders het zwijgen heeft opgelegd, verwacht wel niemand. Integendeel: hun stemmen zullen allicht luider gaan klinken, waarschijnlijk versterkt. En het lijkt mij altijd beter, dat in zulk een koor de vrijzinnigen hun partij mee kunnen zingen, dan dat zij er buiten staan. Over een derde mogelijkheid kan eventueel ons Hoofdbestuur zich beraden. Er is het een en ander gezegd, dat mij voor de eenheid onzer beweging niet gunstig leek en niet bevorderlijk was aan onze harmonie. Dat is een weelde, die wij ons nu niet kunnen permitteeren. Een „individualistisch" : „wij kunnen dit niet aanvaarden", heeft voor mijn ooren wel eens te luid ge­ klonken. Dat alles is nu voorbij. Er moet nu onderling vertrouwen zijn en Verder werken aan onze taak«.
Een onbekende X uit Den Haag schrijft in het zelfde nummer van „Kerk en Wereld" (18 Jan. 1935) ook over „De Synode en Kerkopbouw". Wij citeeren (in telegramstijl) het volgende :
»De Synode heeft het voorstel verworpen, la een buitengewone vergadering ; na eerst een speciale commissie benoemd te hebben ter voorbereiding. Men heeft er zich dus maar niet afgemaakt. Er is ook gediscussieerd op hoogstaande manier. Da annalen der Synode zijn, als in 1930, door de behandeling van het ontwerp-Haitjema met kostelijke bladen verrijkt. Vooral prof. Brouwer heeft op hoogstaande wijze gesproken. Dat was in alle opzichten : de ridder zonder vrees of blaam en het geweten zonder kreuk of rimpel. Dat het Ontwerp verworpen zou worden, was te voorzien. In onze kringen openbaarde zich in de laatste maanden een groeiende tegenzin en de prognose werd ook aan de overzijde steeds ongunstiger.
Er waren leden in de Synode, die amendementen wilden indienen, maar het was ook bekend dat de ontwerpers 't geheel wilden houden zooals het was. De President liet eerst over het ontwerp in z'n geheel stemmen, , onder mededeeling, dat hiermede de amendeering niet van de baan zou zijn, indien de vergadering dat niet wilde. Met het gebruikelijke verhoudingsgetal 10 — 9 bleek de vergadering ook geen amendeering te wülen. En zoo is de Synode voor veel overbodig tijdverlies bewaard. Dat de heele uitslag de gansche Kerk voor veel overbodige drukte bewaard heeft, lijkt, dunkt ons, boven allen twijfel verheven : de tegenstand in de Cassicale Vergaderingen zou oneindig grooter geweest zijn dan die in de Synode zelve.
De behandeling is vlot geloopen, doordat de Commissie van voorbereiding haar beschouwingen en wenschen samengevat had in een rapport, dat eenige weken van te voren aan de leden was toegezonden ; rapporteur was ds. Tammens, en deze naam zegt alles over volledigheid en nauwkeurigheid. Ook de kleinste juridische struikeling heeft er haar beurt in gekregen.
Ook van de zijde der vrijzinnigen is getuigd, dat onze Kerk eigenlijk niet is Kerk, en dat ze, georganiseerd in den geest van het Ontwerp, parater zou staan tegenover den nood des tijds. De President en ds. Tammens hebben voor het goed recht van het bestaande een goed woord gesproken.
Het échec is allereerst gekomen door art. 1 en 2, die inderdaad niet thuis hooren in een Kerkorde als zoodanig, maar ons als doelstelling aan den aanvang van een Kerkorde verantwoord lijken. Rechts wilde de woorden „in aansluiting aan" niet slikken en stuurde aan op de drie formulieren van eenigheid. Links vreesde men hier en daar gekrakeel in den geest van quia en quatenus. Belangwekkend was hierby de uiteenzetting van prof. Brouwer over de nieuwe geloofsbelijdenis, die daaruit groeien moest, over de noodzakelijkheid van nieuwe geloofsformuleering en over mannen van rechts, die niet, en mannen van links, die op den duur zouden blijken wel te behooren in de komende Kerk.
Verder waren er de huisgemeenten, hoe apostolisch gedacht ook, voor de confessioneeie broeders in elk geval een onverteerbaar brok en voor een der Walen als „kraamkamers voor de geboorte van nieuwe orthodoxie", absoluut onaanvaardbaar, voor sommige onzer zeer welkome organen van uitbouw en wederkeer, maar in geen geval instrumenten tot beëindiging van den partijstrijd.
Dan was er de tucht. In handen van mannen als prof. Brouwer kan dat geen kwaad. Maar er zijn ook nog helden van de droeve figuur. Geen leertucht, in welken vorm dan ook!
Dat de Walen geen lust hadden, harikiri te plegen, spreekt vanzelf. Men kan over hun huidige beteekenis denken, zooals men wil (cultureel staan ze hooger dan het talrijke kleinburgerdom, dat in de groote centra de overhand heeft!), maar de oude Moederkerk heeft een degradatie tot Classis toch zeker niet verdiend. We verstaan het krachtig protest der twee Waalsche Synodeleden tegen het hun ressort toegedachte lot.
Wat moet er nu verder gebeuren ? De Secretaris der Synode en prof. Van Veldhuizen spraken hun vurige hoop uit, dat Kerkopbouw en Kerkherstel elkander zouden vinden. Een onzer leden sprak de wensch uit, dat de Kerk een tijd lang rust mocht hebben.
Intusschen zijn de ideeën in opmarsch en de nood des tyds klopt op de deur met harde vuist. Kerkherstel zal doorgaan met het recht snijden van het Woord der waarheid en op zijn manier komen tot een zuivere verdeeling der geesten. Aan de andere zijde zal nog sterker tendentie openbaar worden naar een gemeenschap van geloovigen, die het aandurven met het getuigenis des geestes m. hun waarachtig aan Christus toebehoorend hart. Lessing heeft gelijk: het is niet waar, dat de kortste weg altijd de beste is«.

ONZE BELIJDENISSTRIJD (6).
Wat in de Reglementen staat aangaande de leer en de belijdenis der Kerk (Art. 11, vroeger Art. 9 inbegrepen, maar óók art. 27 van het Reglement op 't Examen — de proponentsformule —; alsook art. 39 Reglement op het Godsdienstonderwijs — de belijdenisvragen) wordt door de geschiedenis bepaald.
De Haagsche heeren (mr. Groen van Prinsterer CS.) hebben dat in 1842 ook in hun adres aan de Synode (met het oog op de Evangelischen of Groningers) betoogd. De geschiedenis moet hier beslissen.
En dan argumenteeren de Haagsche heeren: de Groningers leeren aanneming van de Symbolische geschriften in zooverre (quatenus) zij met den Bijbel overeenstemmen ; aanneming van den Bijbel, in zooverre hij met het verstand of gevoel van onze leeraars en hoogleeraars vereenigbaar is ; aanneming van een nieuw en proefhoudend Evangelie bij het licht van eigen ingeving gekeurd en geijkt. Maar dan is het duidelijk — aldus het adres van de zeven Haagsche heeren (1842) — dat die leer der Evangelischen niet meer Is de leer der Kerk en dat die leer „het kruis van Christus verijdelt, de heerlijkheid des Bijbels wegneemt en geen artikel der belijdenis onaangerand laat".
Zietdaar het oordeel der orthodoxen in 1842 over de Groningsche-of Evangelische richting geveld, bij monde van mr. Groen van Prinsterer CS., menschen, die wel geen theologen van beroep waren, maar die zeer zeker tot oordeelen over de richting bevoegd waren.
Natuurlijk, dat de Groningers het hierbij niet lieten zitten. De Kerkleer of kerkelijke belijdenis van 1816 was — zoo zeiden ze — niet In 't minst bindend, omdat ze na de organisatie van 1816 wettelijk is afgeschaft (!!). En terwijl de Calvinisten een leer, die uit de menschen is, voorop stellen en bindend willen verklaren, stelden de Groningers het Evangelie, dat z'n oorsprong in God heeft, voorop (vandaar hun naam „Evangelischen"). Hun Evangelische leerstellingen waren uit God, der Gereformeerden leerstellingen waren uit de menschen ; en zoo stond dan ook het „goddelijke" tegenover het ,, menschelijke", het „evangelische" tegenover de duisterheden en de onwaarheden van de Dordtsche leer („Dordtsche kluisters" was een geliefkoosde uitdrukking) .
Bij de Evangelischen ging het niet om menschelijke leerstellingen, maar om den levenden Heer. De persoon van Jezus (niet een leer over Jezus, zooals de Gereformeerden hadden) stond in het centrum. Hun theologisch stelsel was — zoo heette het — sterk Christocentrisch. Men wilde geen „verstandswerk", geen werk van 's menschen intellect (waarom men de orthodoxe leer altijd als „intellectualistisch" voorstelt), maar men kwam met den levenden Heer; met den persoon van Jezus, Zijn werk. Zijn woord. Zijn voorbeeld. In Hem had de hemelsche Vader Zijn Godsgeest zoo heerlijk geopenbaard en in Hem wilde de Vader de menschen opvoeden tot Zijn kinderen.
Hoe zijn de Groningers aan dien Christus gekomen ?
Is die aan de Evangelischen opnieuw ver­schenen ?
Of is hun Christus de voorstelling van Zijn persoon, die zij zelf zich gemaakt hebben ?
Dat is niet anders mogelijk !
Maar dan hebben de Evangelischen evengoed een voorstelling, een omschrijving, een belijdenis, een leer van den Christus, als de orthodoxen ; evengoed een dogma, confessie. Kerkleer als de Calvinisten ! 't Verschil ligt dan echter hierin, dat de Calvinisten zich beroepen op de Schriften en den Christus der Schriften, het Evangelie der Schriften wenschen te gelooven en te belijden en te prediken in Woord en Sacramenten, telkens ook de belijdenis der Kerk weer toetsend aan de Schriften, die alle menschelijke geschriften, hoe oud en hoe eerwaardig ook, verre overtreffen (Art. 5 en 7 Ned. Geloofsbelijdenis), terwijl de Evangelischen sterk subjectief, met religieus zelfbeschikkingsrecht, uit de Schriften uitzoeken wat, naar hun meening, echt is en opzij leggen wat, naar hun meening, verwerpelijk is en zoo de Kerk willen gronden op een menschelijk Evangelie, dat zij dan uitgeven voor méér goddelijk en geestelijk dan God in Zijn Woord ons heeft geopenbaard en de Gereformeerde Kerk in haar belijdenisschriften heeft uitgesproken.
En zoo namen en nemen de Evangelischen een eigen standpunt in, waarbij ze zweven tusschen het modernisme en de orthodoxie naar de belijdenis, waarbij fundamenteele leeringen verworpen en andere fundamenteele leeringen ingevoerd zijn naar eigen inzicht.
De Groningers hebben „leer" tegenover „leer" gesteld en hun „leer" verschilt dan principieel met de Kerkleer. De Groningers hebben een andere Godsbeschouwing, een andere menschbeschouwing, een andere zondebeschouwing, een andere Christusbeschouwing, een andere verlossingsbeschouwing, een andere Kerkbeschouwing, een andere Sacramentsbeschouwing dan de belijdenisschriften der Gereformeerde Kerk en hun leer verschilt dan ook principieel, in aard en wezen, in geest en hoofdzaak, juist op de voornaamste punten met hetgeen de Hervormde Kerk van ouds geleerd heeft. Zij staan aan de zijde van Arius en Pelagius en Erasmus, waar noch Luther, noch Calvijn gestaan hebben !
Nu zeggen de Evangelischen wel, dat zij zich „minder om de leer dan om den Heer" bekommeren, dat het hun meer om de gemeenschap met den Heer gaat, dan te kunnen zeggen : we hebben gemeenschap met die of die leer —, maar dat is een uitvlucht. Want bij al dat voornaam doen, alsof zij „geestelijker" zijn dan die „belijdenismenschen", loopen zij rond met leering op leering en dogma op dogma, meening op meening en voorstelling op voorstelling gestapeld, intusschen een ander Evangelie brengend dan het Evangelie der Schriften en het Evangelie, door onze Hervormde of Gereformeerde Kerk van ouds voorgestaan en in haar belijdenisschriften nader omschreven. En zoo is hun kerkelijke of dogmatische verhouding in de Ned. Hervormde of Gereformeerde Kerk geheel scheef; altijd geweest en nu nog.
Duidelijk springt dit in 't oog, als we acht geven op een boek, dat door prof. Hofstede de Groot in 1850 is uitgegeven. Het draagt de typische naam : „Herziene Formulieren der Nederlandsche Hervormde Kerk", waarin de Heidelbergsche Catechismus wordt verduidelijkte!), verbeterde!) en aangevuld naar het Evangelie (!).
Hieruit blijkt dus overduidelijk, dat de Evangelischen ook een „leer" hebben, wél omschreven en van alle kanten geformuleerd, zoodat men verklaring naast verklaring kan zetten, de gereformeerde leer eenerzijds en de evangelische leer anderzijds, alleen maar de evangelische leer was gezuiverd en verbeterd en aangevuld, omdat de „leer" der orthodoxen niet nu ja, dat weten we wel! niet deugde.
Prof Hofstede de Groot zegt, dat van den Heidelbergschen Catechismus „de waterlooten zijn besnoeid, het dood hout is weggenomen, waardoor de vruchtbare takken zich kunnen uitzetten". „Zoo is de boom verjongd, maar toch dezelfde boom gebleven".
Deze uitlating is teekenend ; het gereformeerd protestantisme is het doode hout, het evangelisch gevoelen is het jonge, levende hout.
Maar men misleidt de schare. Want de boom is niet dezelfde gebleven en de Heidelbergsche Catechismus is een Groningsche Catechismus geworden, die in de Ned. Hervormde of Gereformeerde Kerk principieel niet thuis hoort!
(Wordt voortgezet).

VACANTE PLAATSEN.
Dat er vooreerst nog geen zorg behoeft te zijn over een teveel aan candidaten en predikanten, blijkt wel uit het buitengewoon groot aantal vacante plaatsen in de Ned. Hervormde Kerk. En dan is Indië, Oost-en West-Indië, er óók nog. Of telt dat soms niet mee voor Nederlanders, die de Kerk lief hebben ?
Op 1 Januari 1935 bedroeg het aantal vacatures in totaal 316 ; dat is 5 minder dan 1 Januari 1934 en 9 minder dan 1 Juli 1934.
Zóó langzaam, angstig langzaam, gaat de afname van dit buitengewoon groot aantal vacatures.
48 predikanten zijn in 1934 heengegaan : 21 overleden, 20 emeritus geworden en 7 tot een andere werkkring overgegaan of hebben 't ambt verlaten.
5 predikanten, die ambteloos waren, zijn weer opnieuw in dienst getreden en dan zijn er 2 nieuwe predikantsplaatsen gesticht, terwijl 3 combinaties plaats vonden. Zoodoende zijn er dus in werkelijkheid in 1934 44 ledige plaatsen gekomen. Daartegenover staat, dat er 68 candidaten gedurende 1934 tot de Evangeliebediening zijn toegelaten en dus beroepbaar geworden (waarvan een enkele z'n studiën voortzet en zich nog niet beroepbaar gesteld heeft). Van die 68 waren er op 1 Januari 1935 ongeveer 40 beroepen en 27 hadden nog geen beroep ; waarvan verscheidenen als hulpprediker werkzaam zijn. Voor 44, die heengingen, zijn dus ongeveer 40 nieuwe dominees gekomen.
Het aantal vacante plaatsen is dus schrikbarend hoog en de beroepen zijn weinige. Waarom wordt er niet veel meer alles op gezet om weer een dominee te krijgen en de vacature vervuld te zien ?
In Gelderland zijn 45 plaatsen vacant: Aalst, Barneveld, Beesd, Brakel, Bruchem, Garderen, Harderwijk, Hellouw, Kesteren, Lienden, Nijkerk, Oldebroek, Opheusden, Otterloo, Poederoijen, Randwijk, Wageningen, Zuilichem enz. enz., tezamen 45 plaatsen (op 1 Januari gerekend).
Zuid-Holland had 52 vacatures : Bleskensgraaf, Bodegraven, Goedereede, Hei-en Boeicop, Langerak bez. de Lek, Leerdam, Meerkerk, Middelharnis, Nieuw-Beijerland, Nieuwerkerk a/d IJsel, Nieuwe Tonge, Nieuwland, Noorden, Oosterwijk, 0, - Alblas, Ouddorp, Piershil, Puttershoek, Reeuwijk, Ridderkerk, Rijnzaterwoude, Schoonhoven, Schoonrewoerd, Spijk, Stellendam, Woubrugge, Wijngaarden, Zevenhoven, 'Zijderveld; enz., tezamen 52 plaatsen !
Noord-Holland met 52 vacatures : Aartswoud, Abbekerk, Amsterdam 4 pi., Barsingerhorn, Beets, Benningbroek, Bovenkarspel, Callantsoog, Eenigenburg, Eetersheim, Graft-de Rijp, Grootebroek, Groot-Schermer, Heer-Hugowaard, Helder 1 pL, Hem, Hoogkarspel, Hoogwoud, Hoorn 1 pi., Hoorn (T.), Knollendam, Koedijk, Kortenhoef, Krommeniedijk, Limmen, Lutjebroek, Midwoud, Noord-Scharwoude, Obdam, O. en N. Niedorp, O. en W.-Blokker, Oterleek, Oudorp, Petten, Ursem, Schellinkhout, Schoten 1 pi.. Venhuizen, Warder, Warmenhuizen, Wervershoof, Wieringerwaard, Winkel, Wognum, Wormerveer, Wijdenes, Zuid-Scharwoude, Zwaag, Zijpe 1 pi. Tezamen 52 plaatsen, dat bijna alle moderne gemeenten zijn.
Zeeland. St. Anna-ter-Muiden, Arnemuiden, Baarland, Brouwershaven, Bruinisse, EUewoutsdijk, 's Heer Abts-en Sinoutskerke, Hoofdplaat, Kleverskerke, St.-Kruis, St.-Laurens, Middelburg 1 pL, Oud-Vossemeer, Ouwerkerk, Poortvliet, Schore, Sirjansland, Tholen 1 pi., Zuidzande. Tezamen 19 plaatsen.
Utrecht. Benschop, Bunschoten, Eist, Eemnesbuiten, Kamerik, Lage Vuursche, Leersum, Linschoten, Nieuw-Loosdrecht, Waverveen, Westbroek, Wilnis. Tezamen 12 plaatsen.
Friesland. Arum, Beers, Beetsterzwaag, Boyl, Britswerd, Deersum, Dokkum 1 pL, Dongjum, Donkerbroek, Drachtstercompagnie, Engelum, Finkum, Gerkesklooster, Goingarijp, Goutum, Hardegarijp, Harlingen 1 pi., Hoornsterzwaag, Huins, Idaard, St.-Jansga, Jorwerd, Jutrijp-Hommerts, Kimswerd, Lippenhuizen, Lutkewierum, Makkum 1 pi., Metslawier, Nes op Ameland, St.-Niscolaasga. Noordwolde, Oenkerk, Olde-en Nijeberkoop, Oldeholtwolde, Oosterlittens, Oosterwierum, Oosterzee, Oosthem, Oostrum, Oudeschoot, Rauwerd, Reitzum, Ried en Boer, Rottevalle, Schalsum, Schingen, Schraard, Suawoude, Sybradaburen, Terhorne, Terwispel, Tjerkwerd, Waaxens, Wanswerd, Warga, Wartena, Weidum, Witmarsum, Wommels, Workum 1 pL, Wouterswoude, Wijnaldum, Wijnjeterp, IJtens. Tezamen 64 plaatsen.
Overijsel. Blokzijl 1 pi.. Enter, Heemse, Kampereiland, Kamperveen, Rijssen 1 pi., Vollenhove 1 pi., Wilsum, Zwartsluis 1 pi. Tezamen 9 plaatsen.
Groningen. Den Andel, Blijham, Bourtange, Eenum, Eppenhuizen, Farmsum, Ham, Huizinge, Kropswolde, Lettelbert, Meedhuizen, Middelbert, Muntendam, Niehove, Niekerk (U.), Nieuwe Pekela 1 pi., Nieuw-Scheemda, Noordbroek, Noordwijk, Ommelanderwijk, Opwierde, Pieterburen, Siddeburen, Solwerd, Termunten, Thesinge, Tinallinge, Ulrum, Weiwerd, Westerbroek, Westernieland. Westerwijtwerd, Winschoten 1 pi., Wittewierum. Woldendorp, Woltersum. Tezamen 36 plaatsen.
Noord-Brabant. Aalburg, Asten, Berlicum, Besoyen, Breda 1 pi., Dinteloord, Dongen, Loon op Zand, Meeuwen, O. en N. Gastel, Oss, Ossendrecht, Raamsdonk, Uitwijk, Waspik, Zundert. Tezamen 16 plaatsen.
Limburg-. Blitterswijk, Eysden, Vaals. Tezamen 3 plaatsen.
Drentihe. Coevorden 1 pi., Eext, Gieterveen, Peize, Roden, Vries, Westerbork, Zuidwolde. Tezamen 8 plaatsen.
Alles dus gerekend op 1 Januari 1935 ! Want intusschen zijn enkele gemeenten weer voorzien en enkele beroepen aangenomen.
Men ziet: werkgelegenheid te over voor jonge menschen. Temeer waar er tal van oude, hoogbejaarde predikanten zijn onder de dienstdoende dominees.
En het kan bevreemden, waarom tal van gemeenten nalatig zijn in het beroepingswerk.
Kan daarin geen verandering en verbetering komen ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's