De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

5 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
„Volkomen waar, dokter, " — zoo antwoordde hij, — „maar juist daarin zie ik het bewijs dat de vastigheid van het leven en de hoop voor de toekomst niet gezocht moet worden in hetgeen van ons zélf is. Juist ons wéten brengt tot het besef dat wij niets weten — tenzij de nietige mensch in zijn hoogmoed meenen mocht, de grens van het kennen te hebben bereikt. En ons willen begrijpen zou kunnen brengen tot krankzinnigheid. Zooals dat bij velen plaats heeft gehad en nog heeft, die het onmeetlijke en onbegrijpelijke binnen de perken hunner eindigheid zoeken te krijgen, om dan zélf als een god daarover te heerschen. Daarentegen wie het terrein van het geloofsleven met ontschoeiden voet heeft mogen betreden, krijgt houvast aan de wetenschap der onbegrensde mogelijkheden en verwondert zich over niets meier, dan over eigen kleinheid tegenover de grootheid dier onzienlijke wereld, waar de geest des menschen zelfs de diepten Gods mag onderzoeken. Dan wordt het niet alleen geloofd als een theorie van het verstand, maar ook ervaren ais een stuk levensgeschiedenis, wat wij zoo gaarne zingen :
„Nooit kan 't geloof te veel verwachten, " en verder :
„Wat zou ooit Zijne macht beperken, 't Heelal staat onder Zijn gebied. Wat Zijne liefde wil bewerken. Ontzegt Hem Zijn vermogen niet."
„Maar wat gééft u dat dan, waar u even goed als ik voor de raadselen van het leven staat, zonder deze te kunnen oplossen ? "
„Wat het mij gééft ? Maar gevoelt u dan niet het onderscheid dat er gelegen is tusschen te moeten denken door een wilde, onbewuste en onbewogen natuurkracht te worden beheerscht, en het geloof dat een almachtig God, die tevens in Christus mijn Vader wil zijn, heel mijn leven en lot tot in de kleinste bijzonderheden regelt ? Gevoelt u niet, dat juist dit laatste troost in droefheid, en kracht in zwakheid, en stille berusting bij verdriet en teleurstelling, en vooral ook hoop voor de toekomst geeft ? "
„Maar het neemt mijne vragen niet weg en het lost de moeilijkheden niet op en het geeft niet het „'daarom" op het „waarom" van mijn hart". „Aangenomen, doch bent u nu wel billijk, dokter ? Ik kan mij zoo voorstellen dat u als geneesheer duizenden malen geroepen wordt bij patiënten handelingen te verrichten of medicijnen te geven, misschien wel pijn te veroorzaken, waarvan zij zelf niet aanstonds het nut en de noodzakelijkheid inzien, en waar tegen alles wat in hen is, zich verzet. Als die menschen u komen vragen: „waarom doet gij dat? ", of: „waarom moet ik dat bittere smaken ? " geeft u dan ook daarop altijd een afdoend antwoord ? Me dunkt, zoo, ik hoor het u al zeggen : „dat weet ik wel, en daar heb je niets mee te maken ; doe maar wat ik zeg". Welnu, als de eene mensch zoo te werk gaat met zijn medemensch — en ik zeg niet dat u anders moet handelen —, is het dan te verwonderen dat de groote, onbegrijpelijke God, Wiens verstand niet kan worden doorgrond en Die al de volkeren der wereld tezamen minder acht dan niet en ijdelheid, met Zijne menschenkinderen ook wel eens wegen Inslaat of middelen gebruikt, die zij niet begrijpen ? "
Hier volgde een .diep stilzwijgen. Weer was. een glimlach op het gelaat van dien dokter gekomen, teen de dominé dat voorbeeld uit de practijk nam. Ja, zoó was het en zoo ging het. Dat de menschen hem menigmaal vroegen waarom het nu juist zóó moest, en of het niet anders kon, en dan gebeurde het ook wel eens dat hij daar kwaad om werd en of in 't 'geheel geen antwoord gaf, of kort en bondig ging zeggen : „dat gaat je niet aan, als ik het maar weet". Nu wilde hij met zijn eigen verstand de grootheid Gods omvatten en was verstoord, omdat hij dat niet vermocht.
„Weet u, hoe een onzer grootste kerkvaders van zijn twijfel en ongeloof genezen is, dokter ? " — vervolgde de predikant.
„Genezen ? zegt u ; dus u beschouwt dit als eene krankheid ? "
„Ja, en nog wel als de grootste krankheid van onzen tijd, die heel wat menschen heeft aangetast en duizenden van ons geslacht doet ondergaan in den nacht des doods".
„Nu, en hoe werd die dan van zijn twijfel verlost ? "
„Door een heel eenvoudige gebeurtenis. Toen hij eenmaal m. diepe gedachten over de onbegrijpelijke grootheid Gods en het onnaspeurlijke Zijner wegen, wandelde aan 't strand dier zee, werd zijn aandacht getrokken door een spelend kind, dat al maar bezig was met een emmertje water uit zee te scheppen en over te gieten in 'n kuiltje. „Wat doet gij toch zoo druk, kleine ? " vroeg hij. waarop het kind, even opziende om echter dan aanstonds den .arbeid weer te vervolgen, ten antwoord gaf : „De zee over scheppen". Was hij, de geleerde, in groote kinderlijke naïviteit niet bezig hetzelfde te doen, om waar hij merkte dat dit niet ging, verstoord te worden ? Omdat hij God niet omvatten kon en Zijne daden niet kon insluiten binnen de grenzen van zijn beperkt verstand ? Vanaf dit uur was hij van zijn ongeloof verlost en kon hij God aanbidden in Zijne grootheid".
„Ik Wil niet ontkennen dat daar iets waars in ligt, maar om daar vrede bij te vinden, daar hoort iets toe", sprak de geneesheer.
„Volkomen waar ; daar behoort toe, dat wij ons verstand .gevangen leggen ondier de woorden Gods en dat is vooral voor ons, een groot bezwaar. Van daar, dat vele dingen van het geestelijk Koninkrijk den wijzen en verstandigen verborgen is, maar den kinderkens geopenbaard wordt. Dat is het welbehagen Gods. Gretske op Lombok heeft niets geen moeite met de vraagstukken, die ons, geleerden, bezig houden, omdat zij alles doodgewoon aanvaardt, als komende uit de hand Gods. Zij ziet in alles Zijne besturing en leiding en gelooft daarom ook dat het altijd goed gaat, ook al zouden wij zeggen dat het mis loopt".
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's