STAAT EN MAATSCHAPPIJ
OVERHEIDSHULP NOODZAKELIJK.
De economische en flnancieele moeilijkheden, waarin de wereld tengevolge van de crisis verkeert, gepaard met de totale ontwrichting van het bedrijfsleven en de ontstellende omvang, welke de werkloosheid allerwege heeft aangenomen, maken het noodzakelijk, dat het leven der volken naar een lager niveau terug gaat.
Dat deze eisch onafwijsbaar is, volgt uit het karakter en het wezen der crisis.
De crisis is toch, zooals zij zich openbaart, niet een verschijnsel van voorbij gaanden aard, een verschijnsel, dat zijn oorzaak zou vinden in tijdelijke verschuivingen op economisch terrein, maar is een depressie, die het gevolg is van fundamenteele wijzigingen in het productieproces der wereld.
Daarom sprak dr. Colijn in zijn onlangs te Amsterdam gehouden redevoering voor een 500tal vertegenwoordigers van handel, scheepvaart en industrie, van bank-en geldwezen, terecht niet van herstel van vroegeren voorspoed, doch van verhooging van een ingezonken volkswelvaart.
Ook ons land zal zich bij het nieuwe productieproces hebben aan te passen en het lagere niveau hebben te aanvaarden.
Deze aanpassing nu kan op drieërlei wijze plaats hebben :
Ie. door het economisch leven, buiten elke overheidsbemoeiïng om, zijn eigen ontwikkeling te laten doormaken ;
2e. door de goudwaarde van den gulden te verlagen ;
en 3e. langs lijnen van geleidelijkheid.
Over elk van deze drie wegen willen wij een paar opmerkingen maken.
Zooals bekend is, acht den Regeering het tot haar taak zich ter wille van het in stand houden der bedrijven met het economisch leven van ons volk bezig te houden. Daartoe voert zij op dit oogenblik een crisispolitiek, die er op gericht is om de bedrijven, voor zoover haar dit mogelijk is, door der tijden nood heen te helpen. Zij doet dit door steun te verleenen aan land-en tuinbouw, aan handel en nijverheid, aan scheepvaart en industrie.
Deze steunverleening geschiedt op directe en indirecte wijze. Op directe wijze door het bieden van flnancieele hulp en op indirecte wijze door den invoer van goederen uit het buitenland te oontüigenteeren of wel den invoer door heffing van invoerrechten te beperken.
Zoo wordt, om ons b.v te bepalen tot den geldelijken steun aan het land-en tuinbouwbedrijf, ten behoeve van de instelling van het landbouwcrisisfonds voor het jaar 1935 een bedrag van 168 millioen , gulden uitgetrokken, welk bedrag wordt besteed aan bedrijfssteun, en dus niet, wat men zoo vaak meent, aan individueelen steun.
Natuurlijk zijn aan de door de Regeering gevoerde crisispolitiek bezwaren en nadeelen verbonden.
In de eerste plaats is er het bezwaar, wijl de 168 millioen gulden niet voor rekening der schatkist komen, maar in den vorm van een heffing ten bate van land-en tuinbouw worden gebracht, dat de levensbehoeften der bevolking duurder worden en dus kunstmatig hoog worden gehouden, waardoor de aanpassing van den levensstandaard aan een lager niveau wordt bemoeilijkt. Immers zouden zonder deze heffing de bodemproducten belangrijk lager in prijs zijn, dan dit op het oogenblik het geval is.
En in de tweede plaats leidt de crisispolitiek tot allerlei bedrijfsbelemmeringen, als teeltregelingen, voorschriften betreffende bodemexploitatie enz., die voor het land-en tuinbouwbedrijf bezwaren en nadeelen met zich brengen.
Vandaar, dat het gedeelte der bevolking, dat zijn bestaan niet vindt in de voortbrenging der bodemproducten en zijn levensmiddelen tengevolge van den steun aan land-en tuinbouw duurder moet betalen, aandringt op intrekking der steunmaatregelen en dat hier en daar in landen tuinbouwkrlngen, uit hoofde van de bedrijfsbelemmeringen, stemmen opgaan, die de Regeering verzoeken haar bemoeienissen met de landen tuinbouwbedrijven te staken.
Wat nu, wanneer de Regeering haar hand van het steunen van land-en tuinbouw terug trok, de gevolgen voor deze bedrijven zouden zijn, laat zich licht begrijpen. Men kreeg dan wel een spoediger aanpassing van het leven der bevolking aan het lagere niveau, maar dit voordeel zou oogenblikkelijk gepaard gaan met een totale vernietiging van geheel het boerenbedrijf.
Zonder steunmaatregelen zou de bodem vrijwel waardeloos worden. Het is herhaaldelijk reeds uiteengezet, dat de Regeering hier maatregelen moet treffen, wil niet het platteland geheel en al aan verkommering en ellende worden prijsgegeven.
Terugkeer tot den toestand van vóór 1930, toen het economisch leven zijn eigen ontwikkeling doormaakte, zooals sommigen in land-en tuinbouwkringen dit wenschen, begeeren zonder onderscheid alle landbouwers en tuiniders, doch sinds het jaar 1930 is in de wereld heel wat veranderd. Zulk een terugkeer zou op dit oogenblik voor land-en tuinbouw een opbrengstcijfer geven van minstens 60% lager. De levensstandaard op het land, waar werktijden van 15 tot 17 uren per dag worden gemaakt, is nu reeds stukken lager dan die in die stad. De uitkeeringen, die de werkloozen in de steden ontvangen, gaan zelfs belangrijk boven de belooning uit, die de voortbrengers der bodemproducten genieten.
Daarom behoort met den landbouwsteun te worden voortgegaan.
De bezwaren en nadeelen, verbonden aan de crisispolitiek, zoowel betreffende de verhoogde kosten van het levensonderhoud en de moeilijker aanpassing aan een lager levensniveau als van de bedrijfsbelemmeringen, zijn veel geringer dan de bezwaren en nadeelen, welke bij achterwege laten van den landbouwsteun zouden ontstaan.
Uit dien hoofde is het onbegrijpelijk, dat in land-en tuinbouwkringen stemmen opgaan, die bij de Regeering aandringen om de gevoerde crisispolitiek te beëindigen.
Het economisch leven van ons volk — en dat geldt voor heel het maatschappelijk terrein — kan, hoe men dit ook anders zou willen, in deze abnormale tijden niet buiten de daadwerkelijke hulp van de Overheid.
Over de tweede weg, die tot aanpassing aan een lager niveau kan leiden, D.V. de volgende week.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's