De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

5 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
,,Gelukkig, die dat kan, maar men heeft tenslotte toch zijn kennis en u zult óók niet instemmen met het „Zalig zijn de dommen".
„Absoluut niet, als wij maar niet vergeten wat een groot geleerde, die zijn wereld kende, eens gezegd heeft: „Hier kennen wij ten deele en profeteeren ten deele en zien als in een spiegel in een duistere rede".
„Totdat ? "
„Totdat het volmaakte gekomen zal zijn, en wij zullen zien van aangezicht tot aangezicht, en zullen kennen gelijk ook wijzelven gekend zijn."
Weer werd het stil. Elk was bezig met zijn eigen gedachten, maar het ontging den theoloog niet hoe de medicus een innerlijken strijd streed, „'k Zou zoo graag nu weten, " — vervolgde hij een weinig later.
„Het geloof nu is een vaste grond der dingen die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet, " antwoordde de dominé. „Mijn beste dokter, " zoo vervolgde hij, terwijl hij zijn hand op diens schouder legde, „het is niet waar dat het geloof een hersenschim of verbeelding of dweeperij is, zooals de menschen wel eens meenen. Ik zeg niet, dat er zulk geloof niet gevonden wordt, maar dat is een surrogaat, door menschen gewrocht. Het waarachtige geloof, waarover wij thans spreken is werkelijkheid en leven. Het waarachtig geloof ontsluit een nieuwe wereld die wel is waar voor het natuurlijk oog verborgen is, maar het zielsleven een voldoening en bevrediging geeft, met geen pen te beschrijven en door geen tong uit te stamelen. U zult het meermalen in uw practijk ervaren hebben dat dit maar geen inbeelding is, maar hooge realiteit."
„Maar waarom is dat geloof dan niet aller ? "
„Alweer een waarom. U kunt vast oneindig meer vragen dan ik weet te beantwoorden. Wel kan ik u zeggen dat dit geloof een gave Gods is, door den H. Geest in het hart gewerkt en voor elk op het geloovig gebed te verkrijgen, maar verder weet ik het ook niet. Daar is een terrein, waar wij zondige menschen van moeten afblijven en wat zelfs den Christus Gods een „Vader, ik dank U" op de lippen legde en een Paulus deed uitroepen : „O diepten des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennisse Gods ! Hoe ondoorgrondelijk zijn Zijne oordeelen, en onnaspeurlijk Zijne wegen ! Want wie heeft den zin des Heeren gekend, of wie is Zijn raadsman geweest ? Of wie heeft Hem eerst gegeven en het zal hem weder vergolden worden ? Want uit Hem, en door Hem en tot Hem zijn alle dingen."
„Is dat bijbeltaal ? " — vroeg de dokter, niet zonder verbazing. Maar met niet minder verwondering waarin tevens iets van een verwijt lag, klonk het wederwoord : „Weet u dat dan niet ? " En verder, „het is juist de groote fout onzer dagen dat er geoordeeld wordt over dingen, die men niet kent. O, als de wereld van het ongeloof en den twijfel eens biddend zich boog over het Woord, zij zou er toe kunnen komen wat mij bij mijn eerste bezoek op Lombok zoo trof."
„En dat was ? "
„Dat Gretske het Boek, zooals zij het jaren geleden aan de deur van een reizend koopman kocht met een teederheid streelde, alsof het de warmte van hare rimpelige handen voelen kon. Daar lag iets in wat mij aangreep ; daar lag heel haar harteleven in. 't Was voor haar een kleinood geworden, kostbaarder dan al de schatten der wereld met elkaar en ik denk dat wanneer zij eens voor de keus geplaatst werd, óf het geld en het goed der aarde, óf het Woord van God, dat de beslissing haar niet moeilijk zou vallen."
„En, om dus op ons punt van uitgang terug te komen, u gelooft dus dat zoo'n eenvoudig mensch het misschien bij het rechte eind heeft wanneer zij gelooft, daar onder dat plebs een taak te hebben, haar van God gegeven, waarom zij daar blijven moet tot die taak volbracht is ? "
„Ongetwijfeld ; alleen bewonder ik haar in de wijze waarop zij tracht deze te volbrengen en in de vrees van hieraan ontrouw te zijn."
„Dus u gelooft dat die mogelijkheid ook bestaat ? "
„Zeker. De noodlotsleer maakt van den mensch een ding, maar de H. Schrift leert ons dat de mensch een redelijk schepsel is, met verantwoordelijkheid en met het treurig vermogen tegen de roeping Gods in te kunnen gaan. Dit loopt altijd op schade en schande uit, maar wie zou durven beweren, zich hieraan nooit schuldig te hebben gemaakt ? De grootste bijbelheiligen gaan hier niet vrij uit, want ook de zonden van Gods kinderen worden niet vergoelijkt, maar ook altijd wordt in hun leven openbaar, dat op eigen gekozen wegen geen vrede te vinden is".
„Ik geloof toch, dat de groote massa hier weinig rekening mee houdt, dominé".
„Ik geloof het wel met u, maar zou misschien veel wereldleed en veel mislukte arbeid en veel tegenslag, zijn oorzaak hierin ook eens kunnen hebben, dat de mensch uit Gods wegen is gegaan ? 't Ging met Abraham en Jacob en Jozef en David, en noem maar wie u wilt, mis, toen zij op eigen weg gingen, maar toen zij weer op den rechten weg waren teruggekeerd, kwam er weer licht over hun levenspad".
„Nu, ik moet u eerlijk bekennen nog nooit eerder vanuit dit oogpunt het leven te hebben beschouwd. Als u gelijk hebt — en daar ligt véél in wat mij aantrekt, — dan zou men jaloersch kunnen worden op die eenvoudigen, zooals Gretske, die als eene vanzelfsprekendheid de geestelijke dingen, zoo u ze noemt, „aanvaarden", terwijl wij als geleerden vaak van verre blijven staan".
„Volkomen met u eens, dokter. Niemand moet echter meenen, dat dit geen strijd kost. Ik denk, dat Gretske ook wel tijden zal hebben, waarin 't haar zwaar valt, maar in dien weg is de genade Gods werkzaam, die tenslotte tot alle dingen in staat stelt. Als wij maar gelijk de kinderkens willen worden, en om dan op te groeien in de kennis en de genade van onzen Heere Jezus Christus".
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's