De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE MOOIE EN MOEILIJKE KANTEN VAN HET SEXUEELE LEVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE MOOIE EN MOEILIJKE KANTEN VAN HET SEXUEELE LEVEN

4 minuten leestijd

„Volgens mijn ervaring meenen heel veel vrome mannen en vrouwen, dat problemen, moeilijkheden en leed in verband met de sexualiteit niet dan bij uitzondering bestaan voor de zedige menschen in hun kring. Anderen oordeelen, dat sexueele begeerten maar onderdrukt moeten worden ; en men moet er liever maar niet over spreken.
„Toen ik predikant werd" — aldus Herbert Gray, schrijver van „Menschen — een boek voor onze dageiijksche moeilijkheden" — „was ik ook zulke opvattingen toegedaan. Nu denk ik er anders over. Heel veel mannen en vrouwen hebben wél ernstige moeilijkheden en staan heel veel leed uit in verband met hun sexueele leven, gehuwden en ongehuwden. En predikanten en onderwijzers, die hieraan niet hun aandacht schenken en niet naar een goed inzicht staan ten opzichte van deze dingen, verwaarloozen een waardevol deel van hun taak, als ze niet als vertrouwde raadgevers kunnen optreden.
We moeten er een christelijken kijk op krijgen, op het sexueele leven ; en we moeten het willen zien als een zeer belangrijk deel van de goddelijke bedoeling met het menschelijk leven en er ons van doordringen, dat het in staat is aan dat leven schoonheid warmte, kleur en fleur bij te zetten Sexueel leven zet het lichaam en zijn functies zóó in harmonisch verband met den geestelijken kant van ons wezen, dat het leven er evenwichtig en rustig door wordt — mits wij ons niet op verkeerde wegen laten lokken.
Zoolang wij in het sexueele leven nog iets beslist minderwaardigs zien, is het niet in orde. Onnoodig te zeggen, dat het óók niet in orde is, zoolang het ons heimelijk wellustig in de war brengt. We moeten deze dingen als christen leeren zien en als christen leeren beleven.
In deze moeten we elkaar vertrouwen, zullen we elkander kunnen helpen. En we moeten elkander kunnen begrijpen. Alleen in den weg van vertrouwen komt er toenadering en in den weg van toenadering kunnen we elkander helpen.
Misschien zijn er predikanten die zeggen : „Maar het is niet mogelijk, dat menschen over zoo'n aangelegenheid bij ons zullen komen om raad. Jongens en mannen zijn verschrikkelijk terughoudend op dit punt en het is ondenkbaar, dat ooit vrouwen zich tot ons zouden wenden". Ik geloof, dat die opmerking heel natuurlijk is. Toch is zij er naast. Velen zullen, door den nood gedreven, als vertrouwen hen lokt, dankbaar elke voorkomende gelegenheid aangrijpen om raad in te winnen. Laat ons daarvoor God danken.
Dan is onze taak om op te voeden tot sexueele kennis. Wij moeten trachten, zoowel jongens ais meisjes, over dat onderwerp op een reine en nauwkeurige manier kennis te verschaffen. Doen ouders dit reeds, des te beter ! Zoo niet —en dat is gewoonlijk het geval — dan rust op óns de verantwoordelijkheid. Wij moeten dat, liefst ook weer met hulp van anderen, zoo goed mogelijk trachten te doen en het is onze ervaring, dat wij, bij passende gelegenheden, wel iets kunnen bereiken. Wel zal liefst afzonderlijk met de jonge menschen gesproken moeten worden, wat tijd kost; maar het is wèlbestede tijd.
Er is inderdaad een christelijke beschouwing van het sexueele leven in het algemeen en van het huwelijk in het bijzonder; en op den kansel moet in gepaste vormen over deze dingen gesproken worden, ook bij voorkomende gelegenheden in gesprekken moeten deze zaken onder de oogen worden gezien, om elkander te helpen. Natuurlijk moet er takt zijn bij de behandeling van deze dingen, waarvoor noodlg is leiding door den Geest Gods. Want ja, die hebben we noodlg, zal er een zegen van uitgaan !
Geestelijken moeten studie maken van de menschelijke passie. Hoe kunnen zij anders iemand helpen, die tot hen komt in gevallen van uitersten nood ? En zij moeten dan die passie niet beschouwen als iets slechts en verschrikkelijks, maar het alles zien bij het licht van boven, als een gave Gods — een gave echter van zoo'n ontplofbaar en onstuimig karakter, - dat, om haar binnen de perken te houden en dienstbaar te maken aan wat mooi is en goed, soms al de hulp noodig is, die uit de geestelijke bronnen kan worden geput. En waarbij vriendenhulp van geestelijke vrienden dubbel welkom is.
Uit: Menschen —een boek over onze dagelijksche moeilijkheden, door A. Herbert Gray. H. J. Paris, Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE MOOIE EN MOEILIJKE KANTEN VAN HET SEXUEELE LEVEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's