De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

3 minuten leestijd

Zuivere of valsche Kerk.
Een vergeten woord van CalviJn.

Dr. P. J. Kromsigt, emer. pred. van Amsterdam, nu te 's-Gravenhage woonachtig, schrijft in „De Geref. Kerk" (Confessioneel) het volgende :
In tal van kringen, zoowel binnen als buiten de Hervormde Kerk, is men aan de reformatorische gedachten ten eenenmale ontwend. Vooral den geweldigen strijd van Calvijn tegen de Wederdoopers zijner dagen, d.w.z. tegen hen, die het Verbond Gods loochenden en daarom den kinderdoop verwierpen, schijnt men geheel vergeten te zijn. Deze Wederdoopers onderscheidden zich o.a. ook daardoor, dat zij een z.g.n. „zuivere kerk" trachtten op te richten en aanstonds gereed waren een bestaande kerk om de haar aanklevende gebreken als „kerk van Christus" te verwerpen en voor een „valsche kerk" te verklaren.
Velen weten niet, met hoe groote kracht, ja, heilige hartstocht de groote hervormer Calvijn, die daardoor heel het reformatiewerk in zijne dagen bedreigd zag, deze Doopersche dwalingen heeft bestreden. Deze strijd krijgt in onze dagen zoowel naar rechts als naar lings nieuwe actualiteit. Daarom willen we ook in ons blad een enkel vergeten woord van Calvijn, bij wijze van proeve, in herinnering brengen, terwijl wij voorts met name onze collega's, maar ook andere gemeenteleden, die op dit punt voorlichting begeeren, dringend aanraden Calvijn's Institutie (vooral boek IV, hk I) opnieuw ernstig te bestudeeren.
Calvijn laat namelijk duidelijk uitkomen, dat Woord en Sacrament behooren tot het wezen, de tucht daarentegen tot het wélwezen (gezondheid) der Kerk, m.a.w. dat een Kerk, ook niettegenstaande ernstige gebreken in de tucht, nochtans een „ware Kerk" blijft, die men evenmin mag verlaten, als men een kranke moeder mag verlaten.
Calvijn zegt daarover het volgende (Instit. IV, I, 10) „Hoe het zij, waar de verkondiging van het evangelie met eerbied wordt aangehoord en de Sacramenten niet verzuimd worden, daar wordt voor dien tijd een onbedriegelijke en ondubbelzinnige gedaante der Kerk gezien, zoodat niemand straffeloos haar gezag verachten, hare vermaningen verwerpen, haren raad tegenstaan of hare kastijdingen bespotten mag; veel minder nog van haar afwijken en de eenheid met haar verbreken mag" „Ook kan geen gruwelijker wandaad bedacht worden, dan dat men door een heiligschennende ontrouw het huwelijk verbreekt, dat de Eeniggeboren Zoon Gods met ons heeft willen aangaan".
En wat de gebreken in de tucht betreft, daarvan getuigt de hervormer (IV, I, 18) :
„Hiervan hebben Christus zelf, Zijne apostelen en bijna al de Profeten ons een voorbeeld gegeven. Ontzettend zijn de beschrijvingen, waarmede Jesaja, Jeremia. Joel, Habakuk en anderen de gebreken van de Jeruzalemsche Kerk beweenen. Onder het volk, de overheid en de priesters was alles tot dien trap bedorven, dat Jesaja niet aarzelt Jeruzalem op ééne lijn te plaatsen met Sodom en Gomorra (Jesaja 1 vers 10). De godsdienst was deels in minachting, deels besmet; aangaande de zeden, daarin worden alom dieverijen, rooverijen, trouweloosheden, doodslagen en dergelijke wanbedrijven opgenoemd. En evenwel hebben de profeten geen nieuwe kerken opgericht of nieuwe altaren gebouwd, om daarop hunne bijzondere offeranden te offeren, maar dewijl zij, hoedanig de menschen ook waren, echter overwogen, dat de Heere Zijn Woord onder hen gegeven en Zijne rechten ingesteld had, waardoor Hij aldaar gediend werd, zoo hebben zij in het midden van de vergadering der boozen reine handen tot Hem opgeheven. Inderdaad, zoo zij gemeend hadden, dat zij daardoor eenigszins verontreinigd werden, zij zouden liever honderd dooden hebben willen sterven dan zich daartoe te laten brengen. Niets hield hen derhalve van scheuring terug dan de begeerte om de eenheid te bewaren".

's-Gr.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's