De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRETSKE „DE FREULE"

EEN LEVENSTRAGEDIE

5 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok, Kampen
„Houdt jullie daar eens wat rustiger !" had die mijnheer achter het loket met zoo'n lange gele jas aan, al eens een paar maal geroepen en voor een oogenblik was het dan aanstonds muisstil, maar wanneer dan nieuwe klanten kwamen, die nieuwe bekenden zagen, begon het stemmengeroes opnieuw. Eindelijk was Ka aan de beurt om geholpen te worden. Met een devoot gezicht waarop de onschuld te lezen stond, kwam zij voor het geopend loket en teemde : „Goeden morgen menheer, " om hem vervolgens de groote enveloppe te reiken waarin haar schat bewaard werd.
„Geef maar je boekje op, vrouwtje; hoe heet je?
Lieve tijd, wat waren die menschen hier heet gebakerd, de dag was pas begonnen en het was nog geen eens elf uur. Maar menheer scheen ernst met de zaak te maken, want toen de bevende vingers van Ka, die nog altijd hun bedenkelijke kleur hadden, niet vlug genoeg het couvert konden openen, nam hij het haar uit de handen, greep wat hij hebben moest, wierp het andere voor haar op de marmeren toonbank en vergeleek toen in een groot boek of alles klopte.
„Ook een lievert hoor, " mopperde Ka en gaf Trui een stoot met den elleboog. Gelukkig voor haar was alles in orde.
„Zet hier nu maar even je naam", klonk het weer van achter het traliewerk, maar dat was spoediger gezegd dan gedaan.
„Ik kan niet schrijven, menheer ; uwes moet weten, dat toen wij nog jong ware en onze ouders
„O, zoo, nu teeken dan maar een kruisje".
„Een kruisje, menheer ? "
„Ja, je weet toch zeker wel wat een kruisje is, niet ? Of weet je dat ook niet ? "
„Nou, of Ka dat weet, menheer, en ik zélf heb er al meer dan zeven. Ik hoop dat u ze ook krijgt menheer, en dan, met gezondheid er bij. Want ik zeg altijd, een oud en een arm mensch "
„Zie zoo, in orde ; één, twee, drie, alstublieft". Meteen werd drie gulden voor haar uitgeteld. „Duizendmaal dank, menheer ! Tot de volgende week. Dag menheer !"
Maar menheer hoorde het niet meer, want hij had al lang een ander in behandeling.
„Een rare vrijer, hoor", zei Ka tegen Trui, die nog altijd tot de wachtenden behoorde en al weer met anderen druk in gesprek was, maar meteen liet ze haar de drie blanke guldens zien om ze vervolgens in het knipje weg te bergen, 't Was in geen jaren voorgevallen, dat zij zooveel geld ineens beurde als haar eigendom.
Toen de buurvrouw ook geholpen was, ging men lachend de blauwe stoep weer af om te beraadslagen wat verder te doen. Zoo direct maar weer op Lombok aan, dat ging niet. Men was er nu eenmaal op gekleed en 't waren ook altemaal oude kennissen. Daar kwam er al weer een aanstrompelen, met een kruk in de eene en een stok in de andere hand. 't Leek wel een parade van oud-gedienden, die allen in den strijd geweest waren. Maar dat waren zij ook, en de een was in dien strijd meer gewond dan de ander, en deze kwam er dus ook meer gekromd uit dan de ander, maar zij droegen allen de litteekenen van wat achter hen lag en vertoonden tevens duidelijk kenmerken van het naderend einde. En toch was deze dag voor hen allen een dag vol zonneschijn, waarvan de lichtglans afstraalde op de rimpelige gezichten, omdat er verlichting kwam van zorgen en daarmede van den last, die den ouderdom bezwaarde.
„Fijn hè", zei de een tot den ander, terwijl de hoofden bij elkaar gestoken en de handen ge­drukt werden.
„Nu of, en hoe gaat het thuis ? En leeft je man ook nog ? En hoeveel kinders heb je ? En woon je nog op jezelf, of ben je bij een ander ? Toch niet in 't groote huis ? *) Dat is 't laatste, mensch. Nu, nog vele jaren na dezen "
Zoo ging het, onafgebroken, den geheelen morgen door, in en om het kantoor, waar de uitbetaling plaats had.
Jammer dat men zoo moe werd. „Mijn eene been wil haast niet meer mee", klaagde Trui, die al zwaarder op den arm van Ka begon te hangen en deze voelde de rheumatiek ook nog wel in haar schouder.
„Weet je wat ik anders gedacht had ? " viel zij plotseling in, toen men dicht genaderd was aan een bekende winkel met het woord „Vergunning" boven de deurpost en waar zij nog al eens een boodschap scheen te hebben.
„Wat dan ? " vroeg Trui.
„Dat wij de ruzie op Lombok maar weer moesten bijleggen en voor gezamenlijke rekening van avond de buren trakteeren van ons eerste pensioentje. Ik had anders plan om voor Gretske een kleinigheidje te koopen, omdat ze mij in mijn ziekte zoo geholpen heeft, en heb haar dat ook beloofd, maar dat kan later ook nog wel en anders gaat het maar over. Als wij nu elk een flesch brandewijn kochten, dan konden wij van avond eens groot feest hebben".
„Maar dan is er al dadelijk zoo'n groot deel van ons geld weg", bracht Trui hier tegen in.
„'t Is maar voor één keer en de volgende week halen wij weer en die anderen krijgen heelemaal niets", pleitte Ka.
Toen men vóór de drankzaak kwam, en de alcohollucht door de geopende deur naar buiten sloeg, was spoedig beslist wat men zou doen.

(Wordt vervolgd).


*) Bedoeld wordt het Armenhuis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GRETSKE „DE FREULE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's