BIJ HET KRUIS
Geef, bij het zwijgend kruiswaarts staren,
O Geest:
Aan 't oog Uw licht,
Aan 't hart Uw gloed.
Opdat we knielend, met ontschoeiden voet. De kracht tot zaligheid ervaren.
De Weg, de Waarheid en het Leven — aan 't kruis !
Loopt dan de weg ten leven — dood ?
Was dan Zijn woord, van waarheid gansch ontbloot ?
Hij zou toch 't Vaderhart hergeven ?
Waarom moet Hij dan angstig klagen :
„Mijn God !
Mijn God ! Waarom Verlaat Gij Mij !? "
De duisternis voert vrees'lijk heerschappij, Gods recht komt om vergelding vragen.
Wee Hem ! Wie komt Gods straf te boven ? Geen mensch !
De eeuwigheid Is zelfs te kort.
Zoodat de straf Gods nooit voldragen wordt. Hoe zal Gods toome-vuur ooit dooven ?
Hoort! Geen klacht doch blij maar : „'t Is vol
Zoo roept Na bangen strijd De Man van Smart. bracht !"
Waarlijk ! Hij baant de weg naar 't Vaderhart. Hij dooft het vuur. Zijn bloed heeft blusschingskracht.
Nu heeft Hij zich naast mensch óók God betoond.
In Hem Is God niet meer Verterend vuur.
Maar Vader ; dank zij 't God verlaten uur. Wel heerlijk is Zijn strijd bekroond.
Is ónze ziel een parel aan Zijn kroon ?
't Abba Dioior 's Heeren Geest In 't hart gewrocht.
Is een bewijs of wij zijn duur gekocht. Dan, bij het kruis, aanbidden wij Gods Zoon.
Den Haag, Maart 1935.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's