De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

PASCHEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PASCHEN

10 minuten leestijd

1 Corintlie 15 : 22 en 23. Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzoo zullen zij ook in Christus allen levendgemaakt worden. Maar een iegelijk in zijne orde : de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn in Zijne toekomst.

De werkelijkheid bevestigt de waarheid van Gods Woord. Zij leert de juistheid kennen, waarmede de Schrift den toestand teekent, waarin de menschheid verkeert. Onze dagen toonen het met eene verbluffende klaarheid, hoe der menschen voeten snel zijn om bloed te vergieten, hoe vernieling en ellendigheid is in hunne wegen. De natuurlijke mensch gelooft dit niet, staart zich blind op den glans der cultuur, op den afgod der moderne wereld, waarvan hij de verlossing hoopt te verkrijgen van zooveel, dat met angst vervullen kan. Zoo hebben wij ook onder ons de ijdelheid kunnen waarnemen der luide uitgeroepen vooze idealen, die na den pas voorbijgeganen wereldoorlog een eeuwigen vrede in het uitzicht stelden. De moderne mensch gelooft niet in de waarheid van Gods Woord, als het onzen val in misdaad en zonde ons voorhoudt. Daarom kan hij ook niet gelooven in Christus als den Zaligmaker der wereld, viert hij nog wel Paaschfeest, maar wezenlijk zonder Hem, die den dood verwonnen heeft.
Diep ellendig is deze moderne wereld, teleurgesteld in hare schoone verwachtingen, als zou nu de 'eeuwige vrede dagen. Met haar Volkenbond zou de onverstoorbare harmonie hare intrede doen in het paradijs, door den vrede van Versailles geschapen. En zie, nauwelijks zijn twintig jaren voorbijgegaan, sinds het moordend kanon begon te spreken, of wederom, onthult zich Europa als een vulcaan, in welks diepte de nieuwe eruptie allengskens wordt geboren. Welk een sombere tijden beleven wij, nu de gansche wereld als ineenkrimpt onder een crisis-leed, dat in dien zelfden vulcaan de dampen uitstuwt, die het uitzicht belemmeren in de toekomst en daarom ons hullen in wolken van vrees.
Zoo blijken de triumphantelijke jubelzangen van een eeuwigen vrede en een hernieuwden opgang naar altijd rijker toekomst ons te herinneren aan Amos' profetische woorden, die hij sprak over Israels naderend einde: „Maar de gezangen des tempels zullen te dien dage hullen, spreekt de Heere, Heere ; vele doode lichamen zullen er zijn, in alle plaatsen zal men ze stilzwijgend wegwerpen". Datzelfde beeld, waardoor Amos' prediking gedragen werd, vertoont zich thans onder Europa's volkerenwereld. Wel aanschouwen wij donkere tijden, die ons mogen dringen tot een dieper beleven van des Heeren Woord ook daarin, dat het ons een eeuwig licht laat opgaan over den toestand der menschheid, zooals deze geworden is in den val. In de Schrift verschijnt zij als onderworpen aan den dood, aan den dood niet alleen als het einde des levens, dat den mensch op deze aarde toegemeten wordt, maar bovenal als onderworpen aan den zedelijken, geestelijken dood, dien zij voor God gestorven is, toen het oordeel inging: „Ten dage als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven". In Adam zijn zij allen gestorven. Als de eersteling van ons geslacht, in wien de menschheid is begrepen. Is zij gestorven, onderworpen aan den dood voor Gods aangezicht. En daarom werkt dit doodsproces door, totdat het einde zal gekomen zijn. En geen menschelijke wetenschap, noch kunst, zal bij machte zijn haar aan dien dood te ontworstelen. Zij beproeft dit wel, heeft de eeuwen door getracht zich vrij te maken van den vloek des doods, die op haar rustte, maar de eeuwen door werd ook de waarheid van Gods Woord bevestigd, dat zij in Adam allen sterven, omdat de gansche menschheid in dien eersteling reeds gestorven is.
Zoo wordt dus immer weder de wereld beschaamd met zichzelve, met de goden, die zij zich opricht, met de idealen, die zij zich schept. Zij wordt voortgedreven door den geesel harer begeerten, die zij als een spooksel ziet terugwijken, telkens als men meende het te grijpen. Dat geldt alle tijden, maar treedt vooral dan In het oog, wanneer de omkeeringen komen, omdat het oude heeft afgedaan en het nieuwe nog niet tot ontwikkeling kwam. In dagen als die wij beleven, nu het maar al te duidelijk wordt op schier elk gebied, hoe de menschheid verkeert in eene periode, waarin zij zucht en worstelt om het nieuwe te mogen zien, waarop zij hoopt als op een redder uit den nood, dewijl zij bespeurt, dat al het oude, waaruit zij tot nu toe leefde, haar ontzinkt. In dezen geweldigen tijd wordt het openbaar, hoe aan de menschheid het woord wordt vervuld, dat zij allen in Adam sterven. Alle eeuwen gaan in dien eersteling van ons geslacht onder, want met al wat de mensch is, met al wat hij meent te vermogen, is hij den dood onderworpen. Maar nu komt het steeds klaarder voor onze oogen te staan, nu wij voelen, hoe de grond dreunt onder onzen voet, hoe wij verkeeren in eene crisis, die ons in eene diepte neerzuigt, waaruit geen vergezicht zich voor onze oogen ontsluit ? De vraag moet gesteld : Waarheen gaan wij ? Maar een antwoord daarop kan niemand geven, dan alleen dit ééne, dat God zelve ons gegeven heeft, en het typisch juiste beeld van ons cultureele leven teekent: dat wij allen in Adam sterven. Dat antwoord sluit in, dat de menschheid met al hare verwachtingen wordt teleurgesteld en zekerlijk omkomt met hare eigene kracht.
Doch daarom is nu Paschen zoo schoon, wijl het ons spreekt niet alleen van onzen dood, van de diepten onzer ellenden, van den ondergang in de groeve, die de crisis graaft voor onzen voet, maar ook ons geloofsoog richt op Hem, die als de Levensvorst verscheen m het dal dier dooden. In den eersteling van ons geslacht verstorven, zijn de volkeren der wereld allen zonder hope, maar in dien nacht van leed' heeft God' het licht der wereld, de Zonne der gerechtigheid, doen opgaan in Hem, die den dood heeft overwonnen en de gerechtigheid en het leven ons verworven heeft. „Gelijik zij allen in Adam sterven, alzoo zullen zij ook in Christus allen worden levendgemaakt". In den eersten Adam den dood gestorven, van God vervreemd, overgegeven aan den vloek der vertering in het graf van zonde en dood, doch in den tweeden Adam wederom ten leven gebracht. „In 'Christus levendgemaakt", dat is met blinkend schrift geschreven in den nachtelijken hemel, die ons omhult, dat is de grond voor het Paaschfeest, dat de volken oproept tot inkeer en tot wederkeer naar den weg des levens, dien Christus ons in Zijne verrijzenis heeft ontsloten. Dit toch is juist de wortel van het leed dezer tijden, dat de volken niet gewild hebben, dat Hij Koning over hen zou zijn. Zij hebben allen de touwen van zich geworpen, zijn opgegaan in de heerlijkheid van hetgeen zij zich meenden te verwerven door eigen kracht. Zij trokken op in den tempel van mammondienst, genot en vermaak, en zij dienden slechts zichzelven en verwierpen Hem, die alleen de bron van geluk en vrede wezen kan.
In den eersten Adam is de dood der menschheid, in Christus welt haar wederom het leven op. In Christus is de wederbarig tot het nieuwe leven, in Hem de redding ook voor onzen tijd. Tot Hem zullen zij komen moeten om den vrede te vinden, de welvaart en het heil, want de Heere Jezus Christus is de Zoon des menschen, die ons lijden heeft doorvoeld, onze nooden heeft doorleefd, dewijl Hij, die geene zonde kende, tot zonde werd gemaakt. Doch diezelfde is juist daarom de Heere onze gerechtigheid, die tevens ons wederom het waarachtig menschelijke openbaren kan. Tot Hem zullen de volken, zal ook ons volk moeten wederkeeren, naar Zijn levensbeeld zich moeten reguleeren in hunne wetgeving en hiui recht, om den vrede té vinden, dien zij tot heden tevergeefs zich trachten te verwerven. En dat geldt met name ook het volk van Nederland, dat in de Vaderen des geloofs het exempel heeft van de wolke der getuigen, die de waarheid Gods bevestigen. Ach, hoe ver zijn wij afgeweken van de goede paden, waarin de Heere den voorspoed ons bereiden wil. En hoe gaat tot op dezen dag, zelfs onder den loodzwaren driik der oordeelen Gods, ons volk nog voort op het heilloos spoor der goddeloosheid, welks einde de dood in den ondergang gewisselijk wezen zal.
Het Paaschfeest spreekt ons van de wondere reddende kracht, die in den Heere Jezus Christus is ontsprongen, want hoewel allen, de gansche menschheid, in Adam stierf, zoo zal zij ook in Christiis geheel worden levendgemaakt. De gansche menschheid, in Adam verstorven, zal leven in Hem, die onze natuur heeft aangenomen, opdat Hij, in de gelijkheid des zondigen vleesches het recht der Wet zou ondergaan en alzoo de vloek zou worden voldragen, de gerechtigheid ons aangebracht werd.
In Christus is de levendmaklng. Als Hij de smarten des doods heeft ontbonden, dan heeft God dezen Jezus opgewekt en in Hem als in den tweeden Adam, als in een nieuw Verbondshoofd, alle dingen voor de menschheid nieuw gemaakt. Christus is de eersteling, is aller Hoofd en Koning. Daarom heeft Hij den voorrang. Hij, die voorging ijn den dood: , die zijne diepte niet slechts doorgrondde, maar doorleefde. Hij smaakte volkomen al de bitterheid van den balsem der zonde, die daar woelt tot in de groeve en in de verlatenheid Gods. Doch in dien voorrang ligt ook opgesloten, dat Hij, de eersteling dergenen, die ontslapen zijn, voor allen den dood heelt gesmaakt, opdat Hij ook voor allen het leven verwerven zou. Hij is de eersteling, daarna komen zij, die van Christus zijn in Zijne toekomst. Dat is dus geene algemeene verzoening, maar de herrijzenis van Gods Kerk, van allen, die van Christus zijn in Zijne toekomst.
Doch hieruit blijkt nu ook de geestelijke inzinking, waarin de volken verkeeren. Christus de eersteling, uit Hem zal het leven ons moeten toevloeien, de geloofskracht moeten nederdalen, want in Hem alleen is de opstanding uit de dooden voor allen, die de 'Zijnen zijn. Die opstandingskracht zal dus openbaar worden in Zijn volk, in Zijne Kerk, die een getuige moet wezen van Hem. Haar heeft Hij gezonden, nagelaten in en aan de wereld, opdat zij de drager zich betoonen zal van het leven, dat door Hem geopenbaard en in Hem verschenen is. En als wij daarop nu letten, hoe diep beschaamd moeten wij dan niet staan op dit Paaschfeest! Te midden van de volken, die groot en weelderig zijn geworden door cultureele rijkdommen, waardoor het Westen de gansche aarde beheerschen en leiden kon, is er van Zijne opstandingskracht nauwelijks iets meer te speuren. Het materialisme viert onder hen zijne triumphen, de zelfzucht en de gouddorst en het Mammonisme vormen de stuwende krachten in hun leven, terwijl Gods Kerk is weggeslonken tot de „nachthut in den komkommerhof". Van haar gaat niet meer uit de beweegkracht in het leven der massa. Zij is niet langer de drager van de idealen, die haar bekoren. En daarom wordt aan dit moderne leven het oordeel voltrokken, waaronder de menschheid ineenkrimpt, omdat haar geen verlosser is gebleven.
Toch viert Gods volk zijn Paaschfeest. Anders viert het dit dan de wereld, die zich verheugt over een lentebeeld, dat wel spreekt van de eeuwige, scheppende kracht des Almachtigen, maar zwijgt van hare herschepping tot het waarachtig leven. Daarvan zal Gods kind getuigen op dit Paaschfeest, want wij zullen Hem er door verkondigen, die gezegd heeft, ook tot de volkeren der wereld dezes tijds : „Komt tot Mij, gij, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u ruste geven". De eersteling is Christus, daarna, die van Christus zijn in Zijne toekomst. Die van Christus zijn in Zijne toekomst. Zijt ook gij onder dat getal ? Eerst dan zult gij de Paaschvreugde kennen, die de blijde mare ons op de lippen legt: „De Heere is waarlijk opgestaan!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PASCHEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's